‘Selfie’ avant la lettre

img118

Al zo lang ik mij kan herinneren hadden wij een fototoestel. Mijn vader fotografeerde graag. Voor dat doel had hij een zogenoemd boxje aangeschaft. Een enorme uitgave voor mijn ouders, want echt breed hadden ze het niet. Elk dubbeltje werd omgedraaid. Maar dit was kennelijk een must. Wij werden alle drie regelmatig vereeuwigd. Dus er moest ook geld zijn voor het ontwikkelen en afdrukken van het filmpje. Ik zie nog het spoeltje voor me, met de zwarte metalen uiteinden en het roze papier. En o, zo voorzichtig moest je zijn; als er licht bij kwam, was alles voor niets geweest. Je bracht het volle filmpje naar de fotograaf. Dan werd het rolletje opgestuurd naar de laboratoria van Agfa of Kodak. Een week wachten, op zijn minst. Dan, eindelijk, op zaterdagmiddag, werden de foto’s opgehaald. Wij wachtten in spanning. En daar kwam het stapeltje vierkante zwart-wit foto’s met witte rand. Niet met je vingers op de foto’s! Mooie herinneringen. Pure nostalgie.

Boxje

De digitale fotografie heeft grote veranderingen gebracht. Tegenwoordig kun je zelf thuis je foto’s afdrukken. Uiteraard in kleur. Of je maakt gebruik van de direct-klaar-service van een grote winkelketen. Heb je geen haast, dan haal je ze na twee dagen op. Thuis maak je een digitaal fotoboek. Dan is het nog wel spannend. Is het echt zo geworden als je je had voorgesteld? Zitten er toch nog fouten in de tekst die je zo zorgvuldig tien keer had doorgelezen? Maar heel vaak laat je al die foto’s op de computer staan. Fotograferen is gewoon geworden.

De selfies vliegen je tegenwoordig, nee niet om de oren, maar in de ogen. Het lijkt een rage van deze tijd, maar het is natuurlijk helemaal niet nieuw.

Ook al zolang ik mij kan herinneren zat er een zogenaamde zelfontspanner op het fototoestel. Je stelde het gezelschap op, stelde het toestel in, zorgde dat je er zelf zo snel mogelijk bij stond en lachen maar. Dat lachen lukte altijd; dit hele gedoe gaf een prettig gevoel van spanning en plezier. Ondanks dat het best wat kostte, werd er ‘voor de zekerheid’ vaak nog een tweede foto gemaakt, soms in een net iets andere opstelling. Je zag pas na het afdrukken of alles gelukt was. Bij onze laatste familiereünie hebben we deze truc ook weer eens toegepast. Het verschil met vroeger is, dat je nu direct kunt zien of de foto goed is. En binnen de kortste keren zit hij in je mailbox.

Het verschil met een selfie is natuurlijk dat je die zelf maakt van jezelf, zonder zelfontspanner. Helemaal niet spannend meer, gewoon met je telefoon, die je in de stand ‘zelfportret’ zet. En terwijl je vroeger je foto’s alleen aan familie en vrienden liet zien, stuur je je selfie nu de wereld in en die mag door iedereen bekeken worden.
Maar ook hier is weer een ontwikkeling te zien. Met zijn tweeën heet het een ‘saampie’. In een tuintijdschrift worden mensen aangemoedigd een ‘moesfie’ te maken. Zo ontstaan er steeds meer varianten.

Lang geleden maakten mijn broer, zijn vriend en ik, een foto, die je nu met goed fatsoen wel een ‘groepie’ zou kunnen noemen. Ouders niet thuis, jongste broertje in bed en wij trokken – letterlijk – alles uit de kast om met het eerder genoemde boxje van mijn vader een foto te maken. Het leukste was de setting bedenken. De rode wijn is koude thee. Ik draag de lila tafzijden jurk van mijn moeder en haar schoenen. Het nette pak van mijn vader slobbert om het lijf van vriend. En de outfit van mijn broer komt uit de verkleedkist.

Nu nog weet ik hoe leuk het was. We lagen dubbel van het lachen (die uitdrukking bestond toen nog niet eens, we hadden, denk ik, ‘een toffe avond’), terwijl broer het toestelletje inschakelde en zorgde dat hij razendsnel in een dienstbare houding kwam te staan. Gezichten moeizaam in de plooi en wachten op de flits. Twee lampjes hadden we maar; ook die waren kostbaar.

Alles was opgeruimd toen onze ouders thuiskwamen. Ja, we hadden twee foto’s gemaakt. Maar pas toen het rolletje was afgedrukt kwam de ware toedracht aan het licht en mocht er, vooruit dan maar, voor ieder een afdruk van worden gemaakt.

Dat waren nog eens tijden.

——————————————————————————————————————-

Klik op deze link voor meer foto’s met een verhaal

De foto van het boxje komt van het internet.

De woorden vinden

DSC09706Lieve pa,

Ruim een week geleden zou je jarig zijn geweest. Ik heb, uiteraard, aan je gedacht. En aan hoe wij vroeger de verjaardagen vierden.

Altijd was het warm. Daar had je een hekel aan. Maar op de patio was het goed te doen. In gedachten kom ik weer aanrijden en parkeer, op jouw advies, aan de overkant van het pleintje. Daar zal de eerste schaduw komen, dan blijft de auto koel. De goed verzorgde voortuin showt zijn overdaad aan bloemen. Straks laat je het zonnescherm zakken.

De vertrouwde geur als de voordeur open gaat. Warme begroeting. Goede reis gehad? Ik leg mijn sleutels op het glazen haltafeltje met de gekrulde metalen pootjes. De kamerdeur gaat open, vertrouwd geluid, en ik kijk door de eetkamer heen recht in de keuken waar mam het koffiezetapparaat heeft aangezet. Op het theeblad staan de kopjes klaar. Het tinnen suikerpotje. Het zestiger-jaren gebakstel op de keukentafel. Vanochtend vroeg heb jij de bestelde gebakjes bij de bakker opgehaald.

De rotan bank op de patio ziet er uitnodigend uit met de vrolijk gekleurde kussens. Op het tafeltje een geborduurd kleedje. Het tuinbeeldje in de hoek. Begonia’s in de border. Alles netjes.

De stemming is goed. We zijn blij elkaar te zien. Bloemen voor mam. Jij pakt het cadeau uit. Natuurlijk een boek. En niet zomaar een. Vroeger zei je oudste zoon al ‘dat jij altijd God-boeken las’. Het moest wel ergens over gaan; religie, filosofie, evolutie.

Voor deze verjaardag – je zou drieënnegentig zijn geworden – heb ik weer een boek voor je gekocht. Ik weet zeker dat je het graag had gelezen. Nu lees ik het. Met jou in gedachten. Je zei wel eens: ”Om dit soort boeken te begrijpen, moet je wel wat ouder zijn.” Zover is het nu.

In dank, je dochter.

——————————————————————————————————————-

Dit is een tekst in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: gedenken.

Lees ook: Sterven in juni

Blue rondo à la Turk

20140717_200341

Middag op de tuin
De zon brandt
Geen wolkje te bekennen
Drie mooie bedjes gemaakt en gezaaid
Palmkool en sla
Nieuw-Zeelandse spinazie
Drie grote gieters water
Genoeg gedaan voor vandaag

Ik pak mijn fiets
Het bruggetje over
Langs zonnige gulle tuinen
De maïs staat hoog
De zonnebloemen hoger
Kleur zover het oog reikt
Zoete beloftevolle geuren
Zoemers, brommers en fladderaars
Gaan zich te buiten
Wie hier niet gelukkig is….

Tegen het hek staan ze geleund
Ik weet dat hun magen knorren
Maar ze kijken vrolijk
En lachen met elkaar
Een Turkse grap
Ik maak een praatje
Ze voelen zich goed
Suikerfeest pas over twee weken
Een wrijft tevreden over zijn buik
Vijf kilo kwijt
Niet drinken is zwaar deze zomer
Maar voel je geen honger en dorst
Dan is alles voor niks

Voor ik het weet
Zit ik in een Turkse tuin
Bijna eet ik – onbeleefd –
De aangeboden vrucht
Hij voert een diepgaand gesprek
En offreert mij
Een interessant boek
Een cadeau
Wat ik beschroomd
Maar in grote dank aanvaard
Gedienstig plukt de vrouw wat kruiden
Ik geef haar -ze is blij-
Mijn verse bosje lathyrus

’s Avonds eet ik Turkse sla
Maar ik wacht niet
Tot na zonsondergang

——————————————————————————————————————-

Terwijl ik dit schreef, kwam deze muziek in mijn gedachten. Wij draaiden het grijs, vroeger…

Een uurtje van niks

DSC09695

Dat ene uurtje in de middag
Aan het eind
Zo tussen vier en vijf
Geen land mee te bezeilen
Ook niet wanneer je
Net als ik
Die tijd doorbrengt in de
Intercity van Breda naar Rotterdam
Met uitzicht op rivieren
Weilanden
Waar koeien worden gemolken
En konijnen van gras genieten
Oortjes boven het maaiveld

De middag net ten einde
De avond in het verschiet
Alles gedaan
En voor de rest geen plannen
Een uurtje van niks
Unheimisch zelfs

Iemand speelt Redemption Song
Op zijn afgebladderde gitaar
En gaat met de pet rond
Mijn hart krimpt ineen
Als ik zijn blijdschap zie
Om het kleingeld dat ik makkelijk kan missen
Het maakt het er niet beter op

Wat is het toch
Dat dat uur altijd zo naargeestig maakt
Terwijl ik daar
Geen goede reden voor kan aanvoeren
Na een volle welbestede dag

De overstap doet wonderen
De zilveren wolk geeft nieuwe moed
En ook al komt de muziek uit boxen
Vrolijk is het wel
Het voorproefje op het North Sea Jazz
We missen de trein
En nemen een volgende

Late zon in de coupé
Het lijkt wel een feestje
Wij hebben kleine flesjes witte wijn
Twee jongens drinken bier
We proosten en delen onze nootjes
Het is goed
Er zit weer toekomst
In het restje van de dag

Emma, Willem, Escher en een rollatorrace

20140617_142926

De oude Haagse vriendin is opgetogen. Eindelijk zal een wens van haar in vervulling gaan: Escher zien in Het Paleis. We maken de heenreis met het taxibusje. Dan start ze fit. En de rollator gaat mee. Terug gaan we wel met de tram, want dan maakt het niet meer uit. “Thuis kan ik weer uitrusten.” En zo gebeurt het.

Wat een luxe: pal voor de ingang worden we afgezet, na een interessant ritje door Den Haag. Geen parkeerproblemen. Het is gelukkig nog rustig in de voormalige woning van koningin Emma.

img105

Escher; we zijn een beetje doodgegooid met zijn werk. Iedereen kent ze wel, de elkaar tekenende handen, het water dat naar boven stroomt, de vogels die vissen worden. Maar wij staan oog in oog met prachtige, onbekende etsen en tekeningen. Het paradijs met Adam en Eva, op de rug gezien, in een vertrouwelijke houding: Adam met de arm om zijn vrouw – met prachtig lang haar – de hand op haar heup en zij met haar hand op die van hem. Jammer genoeg te spiegelend voor een foto. Voor mij is dit een topstuk; het roept zoveel op. Hier laat Escher naar mijn idee zien dat het begin van alles goed is, mooi, vertrouwd, liefde- en beloftevol. In zijn Paradijs woont een poes, die de muis met rust laat.

img103

In een vitrine liggen al zijn reisdagboekjes. Op de omslag staat puntsgewijs waar de reis naartoe ging. Mooi om zijn krachtige, duidelijke handschrift te zien. Veel gereisd, veel getekend. Oneindig veel etsen, litho’s, houtsneden en -gravures, linosneden gemaakt. Maar vooral ook veel gedacht en uitgedokterd. Een mathematicus en filosoof en een harde werker. Eén streek, één kras gezet en dan doorgaan. Tot een goed einde brengen. En altijd met een vleugje humor. We zijn er stil van.

img104

En dit alles samengebracht in een paleisje, waar zijdelings nog verwijzingen zijn te zien naar Emma. Vreemd om te bedenken dat de kleine Wilhelmina hier in deze kamers over dit krakende parket onder de kostbare kroonluchters heeft rond gerend.

DSC09530

Op de bovenste verdieping is een afdeling voor en van deze tijd. Hier kun je een foto van jezelf, een selfie dus, delen op facebook. Hier kun je jezelf zien in de spiegelende bol, waarvan Escher een selfie maakte. Geëtst, uiteraard. En je ziet jezelf geprojecteerd op een scherm, binnen de contouren van de welbekende, wel én niet kloppende kubus.

20140617_125927

De rollator staat al lang aan de kant. Te lastig en overal staan wel bankjes, waar de vermoeide tachtiger even kan rusten: “Zo’n bankje zou ik zelf wel willen hebben, kijk eens wat een mooie houtverbinding.”

20140617_123836

Zitten kunnen we ook in het restaurant, in de kelder, de voormalige keuken van het paleis. Hol klinkt het daar. Het geluid weerkaatst tegen de betegelde wanden. Een groep vrouwen – er zijn altijd zóveel vrouwen onderweg – is in hevige conversatie gewikkeld en wij kunnen elkaar bijna niet meer verstaan. Na de koffie gaan we weer verder. Een laatste rondje, we willen alles gezien hebben.
En dan lopen we rustig aan Het Lange Voorhout op.

DSC09538

DSC09555

DSC09536

Grandeur!
Jazeker. De titel van de beeldenexpositie. Aan het begin, direct tegenover het paleis, staat een ingepakte sculptuur. Later zal ons duidelijk worden, waarom dat is. We gaan ze nu eerst allemaal bekijken. Wat is het heerlijk om hier te lopen, over de schelpen, ‘unter den Linden’, in de zon, een fris windje om het hoofd. Het is nog steeds niet druk. We genieten van de beelden, de vondsten, de uitwerking, de grapjes. Dit extraatje is zeer de moeite waard.

DSC09548

Wanneer we Pulchri uitkomen, “dat moet je gezien hebben, zo leuk! Zo modern!”, ziet het geel van de veiligheidshesjes: veel politie op de been. Bij de deuren van de Kloosterkerk staan bewakers hun taak ernstig te nemen. Daartegenover zijn een stuk of zes dranghekken opgesteld. Wat is er aan de hand? Er staat iets te gebeuren. Weer zijn het voornamelijk vrouwen die zich verdringen rond de agenten om het fijne van de zaak te weten te komen.

Ah! Willem Alexander komt de expositie openen. Vandaar het ingepakte beeld. Wachten we daarop? Dat doen we. We moeten eigenlijk naar huis, maar wat een kans: we willen hem toch wel eens van zo dichtbij in levenden lijve zien. Dus wachten wij geduldig tot hij naar buiten komt. Een Bulgaarse Nederlandse weet te vertellen dat moeder Beatrix altijd op tijd was. Maar haar zoon lijkt op haar moeder, Juliana; altijd net een beetje aan de late kant.

20140617_161258

Dan is het zover. De deuren gaan open. Een groep genodigden loopt regelrecht naar de plaats waar de plechtigheid zal plaatsvinden. Maar onze koning steekt de straat over. Hij groet vriendelijk: ”Hallo!” Iedereen groet op dezelfde wijze terug (Hoe durven we eigenlijk…niks geen “Goeden middag, Majesteit.”) en gaat zich daarna te buiten aan het fotograferen van ons staatshoofd. Wanneer hij zich via de kopstoot van Zidane naar het begin van de route begeeft, gaan vriendin en ik richting tram.

DSC09557

Heel Den Haag ligt opgebroken, lijkt het wel. In de verte zien we het vernieuwde Mauritshuis, waar Willem Alexander anderhalve week later de opening zal verrichten. De tribunes voor het Hofvijverconcert zijn in aanbouw. De fontein spuit op volle sterkte; de wind voert verfrissende druppels in ons gezicht.

DSC09558

Het is een flink stuk lopen naar de ondergrondse tramhalte. Wanneer we op de roltrap staan, komt lijn twee er al aan. Dat halen we niet meer! Maar dan heb ik niet met deze fitte oude dame gerekend. Ik heb nog nooit iemand zo hard achter een rollator zien rennen; ze loopt mij er finaal uit. De jonge man die uit alle macht de deur open houdt, kan een glimlach niet onderdrukken. We checken in en zijgen neer op een stoeltje. We kijken elkaar aan: een welbestede dag met een gouden, koninklijk randje.

Referentiekader

img101

Liftend waren we zover gekomen
Thessaloniki, een tussenstop
Het reisdoel was Turkije
Maar deze stad was een goede voorbode

De chauffeur van de vrachtwagen
Hielp onze bagage afladen
En trakteerde ons in een kleine taverne
Handen- en voetentaal
Moeder achter het fornuis
Stoofpot en knapperig brood
Fris water
En wijn met de smaak van hars

Wij slenterden langs de boulevard
Onbekende geuren
Zwoele warmte
Muziek om van te houden
Dansende mensen midden op straat
Alles was nieuw, ik was erbij
Maakte het intens mee
Toch is mijn geschiedenis
In een waas verpakt

De foto in de krant port mijn geheugen wakker
Nee niet die onafzienbare rij hotels

Maar ronde broodjes met sesamzaad
Soldaten marcherend door de straten

Eind zestiger jaren
En ik was half zo oud
Als mijn dochters nu

Hoeveel geluk kan een kind verdragen

DSC09573“Ik heb gewonnen”, riep hij. Daan, de roodharige, drukke Daan, slenterde naar me toe. “Kijk”, zei hij zacht, “hier heb ik hem, in mijn zak.” In de zweterige handpalm, die hij een eindje uit zijn broekzak trok, lag een knikker. Een mooie. Een katoog. In drie kleuren: rood, wit en blauw. “Mooi!”, zei ik. “Ga je hem opgooien? Kan nog best. De pauze is nog niet voorbij. Daar moet je zeker meer mee kunnen winnen.” Hij keek me aan of hij water zag branden. “En als ik verlies? Dan ben ik hem kwijt!” “Het risico van het spel.”

Aarzelend liep hij naar het groepje jongens dat stond te joelen om het knikkerpotje onder de plataan, midden op het plein. Gevaarlijk spel, zag ik. Eén had een bonk opgegooid. De volgende was aan de beurt. Daan hield zijn handen diep in zijn broekzakken, bobbelig van de knikkers. Wat zou hij doen? “Kom je, Daan?” Hij schudde zijn hoofd: “Ik heb geen zin meer.” “Ah, kom op nou! Je hebt toch wel een bonk?” Hij haalde zijn neus op, trapte een paar keer tegen de boom, en liep naar het bankje, even verderop. Toen hij met een plof ging zitten, zag ik hoe ongelukkig hij keek.

De volgende ochtend kwam Daan te laat. Dat gebeurde nooit, hij was altijd een van de eersten. Nog even een balletje trappen op het plein. Of knikkeren. Toen hij de klas inkwam, zag ik het al: rode ogen. “Kom even mee de gang op”, zei ik. “Waarom ben je zo laat?” “Die rottige geluksknikker. Ik was zo bang om hem kwijt te raken! Vanochtend ben ik naar de vierde verdieping gegaan. Vanaf de galerij gooide ik hem naar beneden. Kijk: in duizend stukjes.”

Tranen rolden over zijn wangen. De angst voor verlies had gewonnen van zijn geluksgevoel.

——————————————————————————————————————-
Dit is een verhaal in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: scoren.

Dit is lef

20140621_212436Al zolang hij zich kon herinneren, was hij verlegen geweest. Schuw bijna. Stak iemand zijn hoofd in de kinderwagen dan zette hij het op een krijsen. Als peuter sloeg hij zijn ogen neer, wanneer mensen naar hem keken.

Spelen deed hij altijd alleen. Hij kon zichzelf goed vermaken, had veel fantasie. Hele verhalen verzon hij bij zijn spel.

Zijn basisschoolperiode bracht hij in betrekkelijke eenzaamheid door. Pogingen van leerkrachten om hem aan vriendjes te helpen haalden niet veel uit. Niet dat hij onvriendelijk was tegen anderen, maar hij ging zijn eigen gang. Zijn klasgenoten wisten hoe hij in elkaar stak; ze maakten er geen punt van. “O, dat is Noa”, zeiden ze tegen elkaar, “laat hem maar.”
Dat hij goed kon leren, was in zijn voordeel. Zijn intelligentie maakte dat hij zich kon handhaven in de groep.

Toen het moment was aangebroken dat hij naar de middelbare school zou gaan, nam hij een besluit. Tot nu toe had hij het weten te redden. Hij werd geaccepteerd zoals hij was. Nu zou de situatie heel anders worden. Hij zou opnieuw een plaats moeten veroveren. Hij zou ervoor gaan. Hij zou laten zien wie hij was.

Het gebeurde in een van de eerste weken van het schooljaar tijdens een les Nederlands. De opdracht was het schrijven van een verhaal. Op het whiteboard had de leraar vijf titels geschreven waaruit de leerlingen konden kiezen. Hij koos: Dit is lef.

Zodra hij de titel bovenaan het blad had geschreven, kreeg hij een lumineus idee. Hij schreef zijn naam helemaal onderaan. Hij voelde zijn wangen kleuren toen hij het verder lege blaadje inleverde. De leraar wierp een blik op het werk, trok even vragend zijn wenkbrauwen op.

Toen brak een bulderende lach door en met een zwierig gebaar zette hij een 9 boven het woordenloze verhaal.

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: scoren.

Bacchus aan de Zaan

j en f

Je zou denken
Wanneer je de beelden ziet
Dit is Griekenland
- Maar dan zou ik beter kijken
Om met Kees Schippers te spreken –

Integendeel
Op een steenworp afstand
Van de Zaan
Staan ze schoongeboend te blinken
In een tuin
Met gladgeschoren buxushaagjes

In de verste verte
Geen Parthenon te bekennen
Maar pakhuizen
Molens en fabrieken

Met zijn vieren geschaard
Rond de vrolijke jonge god
Gehuld in druivenranken
De kruik aan zijn voeten
Tot de hals toe gevuld
Wijn der vergetelheid

Dionysos
Volgens de oude Grieken
Wanneer ze hem bezongen
Tijdens hun bacchanalen

In kil kerkelijk Nederland
Van twee eeuwen geleden
Werd een denkbeeldig
Vermanend en belerend
Vingertje opgestoken

Morgen middag
Avond en nacht
Niet te veel
Aan Bacchus gedacht

Maar de molenaars
Zakkensjouwers en schippers
Hadden hier geen boodschap aan
Ze ploeterden de godganse dag

Brood op de plank
Was het devies
En een goede sigaar op zondag

Aan god noch gebod
Werd een gedachte gewijd
Wanneer ze na het zware werk
Hun welverdiende borrel
Achterover sloegen

1 WordPress

Hoe AH de kleintjes inpakt

DSC09524

Hamsteren!
Ze zitten op het hek. Nee, niet de drie kleine kleutertjes. Schoolkinderen van een jaar of acht. Gekleed in het oranje. Een begerige, opdringerige blik in de ogen. Een hamsterblik. Wanneer een volwassene in de buurt komt, begint het geschreeuw en geroep. Gezwaai met armen. Graaiende handen. Beestjes willen ze. Oranje beestjes met bolle wangen, die door het personeel van de AH-winkels aan klanten worden verstrekt. Voor elke bestede vijftien euro één hamster.

Wanneer ik eraan kom, krijg ik nauwelijks de tijd mijn fiets op slot te zetten. Mag ik straks je hamster? Vroeger (en nu doe ik dat nog steeds, trouwens) sprak ik volwassen vreemden altijd aan met “U”. Met een hoofdletter. Tegenwoordig hoeft dat niet meer. Van mij ook niet. Maar dat opdringerige gedoe vind ik vervelend. Buiten het feit, dat ik nog steeds niet in het bezit ben van zo’n beestje, zou ik ook moeite hebben ze in die graaiende handen te deponeren, terwijl er van een “dank je wel” geen sprake is. Nee, de meest gehoorde kreet is: “Hèè, die heb ik al.”

Een jongetje met een vrolijke blonde kuif, die het dichtst bij de ingang op het ‘dranghek’ zit, schreeuwt zijn longen uit zijn lijf. Hij heeft twee hamsters aan zijn hand bungelen. Hij hangt zo ver naar voren, dat hij de kassa’s kan zien. Mensen die veel boodschappen op de band zetten, hebben kans op een hamster. En hij bespringt ze bijna als ze naar buiten komen; hij heeft allang gezien dat ze er een paar in hun tas hebben gestopt.

Hoe verzin je het?
Ach, je kunt het die kinderen niet kwalijk nemen. Natuurlijk willen ze die speeltjes graag hebben. Het is ook voor ‘de heb’. Zowel voor de kinderen als voor de multinational, waar iemand heeft bedacht dat je bij vijftien euro aan boodschappen zo’n onooglijk gevalletje kunt krijgen. Een duur speeltje, maar AH vaart er wel bij.
De mensen die dit verzinnen, zouden eens ernstig moeten worden toegesproken. Weten zij wel wat ze veroorzaken?
Kinderen worden opgezadeld met bergen troep waar ze binnen de kortste keren niet meer naar omkijken. Ik vraag het schreeuwende jongetje of hij wel goed naar die rare beestjes heeft gekeken. “Vind je ze echt leuk?”, wil ik weten. “Nee”, zegt hij snel, “maar ik wil ze gewoon allemaal hebben.” Een meisje vult aan: “Ik moet (!) er nog twee en dan ben ik klaar, dan kan ik naar huis.”
Ouders zullen, wanneer ze erin trappen en echt drieëntwintig beestjes bij elkaar willen sparen, tenminste driehonderdvijfenveertig euro kwijt zijn. In de praktijk natuurlijk veel meer, omdat je vaak dubbele zult krijgen.

DSC09525

Allemaal beessies….
In 2010 brengt Albert Heijn het ‘beessie’ op de markt. Die liggen natuurlijk al snel na het WK te verstoffen. Er wordt een nieuwe actie bedacht: lever de pluizige speeltjes in, zodat er weer andere (zielige) kinderen mee kunnen worden blij gemaakt. Dat gun ik ze van harte, maar voor hen is het wel mosterd na de maaltijd. Na het WK een beessie bij de boodschappen van de voedselbank. Dat is pas zielig.

Waarschijnlijk gaat het dit keer net zo. De kinderen op het hek kijken niet echt blij. Het is meer een taak waar ze aan zijn begonnen. Wie a zegt moet ook b zeggen. Eén is niks; je moet ze allemaal hebben. Sparen, dus. Tegen wil en dank na schooltijd voor de winkel gaan rondhangen en hopen dat je onbeleefde, dwingende gezeur nog wat oplevert. Terwijl je misschien liever was gaan spelen met dat mooie weer. En na ‘het heilig moeten’ liggen al die rare hamstertjes ergens in een hoekje en kijkt niemand er meer naar om. Tot een heldere geest plotseling bedenkt, dat er voor de beessies ook een goede tweede bestemming is gevonden. Misschien zou er bij de winkels vast een verzamelton geplaatst kunnen worden, waar ouders de rondslingerende troep direct al in kwijt kunnen. Dan kunnen de ‘zielige’ kinderen nog tijdens de WK meedelen in de feestvreugde.

Een actie tegen de actie?
Misschien moet men bij AH de volgende keer eens goed nadenken over de actie. In de eerste plaats is er de vraag: moet er wel een actie komen? Moet je kinderen leren om te bedelen? Moet je ze onrustig en ontevreden maken? Moet je hen en hun ouders opzadelen met rommel die later weer naar de kringloop gebracht moet worden? Moet je kinderen niet juist enig ethisch en esthetisch bewustzijn bijbrengen?

Is dit allemaal overwogen en blijkt dat er toch onherroepelijk een actie moet komen, verstrek dan liever iets met een educatief tintje. De dierenplaatjes voldeden indertijd aan deze norm.
In geval van een actie ter gelegenheid van een sportief evenement zou het iets kunnen zijn, waarmee of waardoor kinderen gaan bewegen.

Naar huis.
Ik reken mijn boodschappen af. Te weinig voor een hamster. Het oranje jongetje glipt langs me heen. Achter mij staat een vader met twee kleine kinderen. “Hier, voor jou”, hoor ik een schor stemmetje zeggen. Het zoontje straalt: een oranje hamster. “Ik heb hem toch dubbel!”, roept het blonde mannetje, terwijl hij snel naar buiten rent om zijn plaats op het hek weer in te nemen. Vlak voor ik wegrijd, zie ik hem een zakje openscheuren. “Ruilen?”, schreeuwt hij tegen het meisje. Ze knikt. Nu hoeft ze er nog maar één. Ze mag bijna naar huis.