Gelijke munt

img206

Dus het zijn vrouwen
Van middelbare leeftijd
Ik kijk haar niet begrijpend aan
Je dochters, verduidelijkt ze
In de veertig toch

Ja maar
Alles in mij protesteert
Eergisteren nog legde ik ze in de wieg
Onder een zachte wollen deken
Gisteren bracht ik ze naar school
En nu, vandaag
Zijn het mooie jonge vrouwen
Die hun kinderen opvoeden

Natuurlijk
Ze zijn een jaartje ouder
Kleine fijne rimpeltjes accentueren
De schoonheid van hun zachte huid

Ik zie ze nog als de kleine meisjes
Bij wie ik net de papillotten voorzichtig
Heb losgeknoopt

De tijd neemt een loopje
Met het argeloos geheugen

In de veertig…
Ja, zeg ik
Net als jouw zoons
Toch?

Sinterklaas, ooit….

1-sint-en-piet-v-en-d

Toen winters nog echt winters waren. Toen we nog op een gewone step met luchtbanden naar school gingen. Toen we op zondag tijdens het middageten naar een hoorspel op de radio luisterden. Toen we ouderen nog aanspraken met “U”. Toen we nog met twee woorden moesten spreken. Toen “Nee” ook echt nee was. Toen we nog gezelschapsspelletjes deden. Toen we een keer per week in de teil gingen. Toen spruitjes nog echt bitter waren en aardbeien echt zoet. Toen fast food nog onbekend was. Toen gedrag en vlijt nog werden beoordeeld op het rapport. Toen je nog veilig kon buiten spelen. Toen de wereld nog klein was. Toen je voor vijf cent een ijsje kon kopen. Toen ’s ochtends de kachel moest worden aangemaakt. Toen de bakker nog aan de deur kwam en je soms op woensdag een kadet mocht kopen. Toen je bij vader op de stang mee mocht op de fiets. Toen je nog met een kroontjespen schreef. Toen de boterham met tevredenheid nog bestond. Toen je zondagse kleren had. Toen er in de kerstboom nog echte kaarsjes brandden. Toen je op zaterdagmiddag met vader naar de Cineac ging. Toen voetbal nog gewoon voetbal was.

Toen… toen mocht je begin december met je ouders ’s avonds mee de stad in om de prachtige Sinterklaasetalages te bewonderen. Ging je met ze naar de Bijenkorf om de Zwarte Pieten langs een dik touw op en neer te zien ‘klimmen’. Zette je je schoen. Zong je je schor bij de schoorsteen. Wist je nog wat roet was. Klopte je hart vol verwachting. Was het Sinterklaasfeest warm, gezellig en zonder bijsmaak.
Kwam er geen enorme politiemacht op de been bij de intocht. Waren er geen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet, die elkaar de tent uitvochten.

Lang geleden……
Toen Sinterklaas nog gewoon een leuk, onschuldig kinderfeest was……

De Haremakerai

haremakerai

Na de teleurstellende ervaring bij de kapper van een tijdje geleden, besluit ik mijn heil te zoeken bij een andere zaak. Want hoe je het ook wendt of keert, haar blijft groeien. En zoals ik al eerder schreef – ik vind het zo leuk om deze uitdrukking van mijn moeder weer te gebruiken – op een gegeven moment kijk je ’s morgens in de spiegel en denk je: wat ziet dat haar er lijzig uit, daar moet de schaar in!

De afspraak is snel gemaakt. Ik kan terecht bij de Haremakerai, een salon in de buurt, die wordt gerund door een oud-leerling. Een leuke bijkomstigheid. Deze jonge vrouw heeft het goed voor elkaar. Het lieve bescheiden meisje dat twintig jaar geleden bij mij in de klas zat, heeft haar droom verwezenlijkt: een eigen kapperszaak met vier man (vrouw!) personeel, waar ze haar creativiteit kwijt kan en waar ze stagiaires opleidt, zodat ook haar andere passie, het onderwijs, een plaats in haar leven heeft kunnen krijgen.

De gevel is, hoe kan het ook anders, fris ‘Zaans’ groen geschilderd. Het bijzondere logo is een ontwerp van haar kunstzinnige zus. Je vindt de karakteristieke items van de Zaanstreek erin terug: de industrie, de wind, de walvisvaart en uiteindelijk, waar het hier tenslotte om gaat: de haren.

logo-h

Wat een vondst om je kapperszaak De Haremakerai te noemen! Een echte Zaanse naam en precies zoals de rasechte Zaankanters ‘harenmakerij’ uitspreken. Zaanser kan bijna niet.
Dit vraagt wellicht om enige uitleg. In de oliemolens van de Zaanstreek gebruikte men bij het persen paardenharen matten. Deze werden gemaakt van het haar van staarten en manen in de enige ‘harenmakerij’ die dit gebied rijk was en die op zo’n vijftig meter afstand van de kapsalon heeft gestaan. In de zestiger jaren van de vorige eeuw is dit pand in zijn geheel naar de nabij gelegen Zaanse Schans getransporteerd, waar het nog steeds bewoond wordt.

klaas-harenmaker

Eindelijk is het vrijdag. Ik ben wat aan de vroege kant en ga aan de grote leestafel zitten. De ruimte is netjes en gezellig ingericht; schoon, licht, warm, creatief, met een bijzondere touch.
Er worden twee kleine jongens geknipt. En ‘mijn’ kapster is nog bezig met een klant. Er liggen recente tijdschriften, er wordt een heerlijk kopje koffie geserveerd. Er staat een rekje met informatie over activiteiten in de Zaanstreek. Een folder van Kledingbank Zaanstad stop ik in mijn tas. Ik voel me hier op mijn gemak; het is net een gezellige huiskamer.

Dan neem ik plaats voor de grote spiegel. De excuses omdat het wat is uitgelopen, wuif ik weg; ik heb de tijd. En het kan gebeuren. Het is mensenwerk en dat kan niet in een keurslijf worden geperst. Bovendien kan het ook in mijn voordeel werken, wanneer er optimaal aandacht aan de klant wordt besteed.

We bekijken hoeveel eraf kan. Niet te kort, vindt ook zij. Dan begint het avontuur, waar ik me vol vertrouwen aan overgeef. Zorgvuldig en met aandacht wordt er geknipt. Het lijkt net of er niets gebeurt, zo vanzelfsprekend voelt het aan, maar toch zie ik steeds meer grijze plukjes op de zwarte kapmantel vallen. Na een half uurtje schud ik op verzoek mijn hoofd. Simpele, maar doeltreffende methode, zo valt het haar op een natuurlijke manier op zijn plaats. Ze controleert of er nog wat uitsteekt, knipt de laatste haartjes weg, et voilà! Zo strak en recht is mijn haar nog nooit geknipt.

Was het proces bij het bedrijf van Klaas Harenmaker een goed bewaard geheim, voor de Haremakerai geldt dat niet. Al snap ik absoluut niet hoe deze vrouw in een handomdraai met kam en schaar een perfect zittend, tot volle tevredenheid stemmend kapsel tevoorschijn tovert.

Met een goed gevoel sta ik even later buiten. De nieuwe afspraak is gemaakt. En ze heeft gelukkig beloofd me in het vervolg te tutoyeren.

rook

Over de oorspronkelijke harenmakerij:
http://onh.nl/nl-NL/verhaal/1859/voormalige-harenmakerij-uit-de-18e-eeuw

Als de Russen komen

dsc04871

De Russische buurt in Zaandam is een begrip. Tussen de markt en de Hogendijk ligt een vreemde mengeling van huizen verscholen. Het dertig jaar geleden opgezette nieuwbouwwijkje lijkt in redelijk goede staat. De gevels zijn in diverse tinten ‘Zaans groen’ geschilderd, wat wel een frisse aanblik geeft.

dsc04892

De oorspronkelijke woningen uit het begin van de vorige eeuw bestaan uit slecht onderhouden kleine huurhuizen en wat grotere koopwoningen. Die laatste krijgen nog wel eens een verfje, maar echt fanatiek onderhoud wordt er niet gepleegd, zo te zien.

dsc04864

Het oudste pand is het behuizinkje van Gerrit Kist, een timmerman uit de achttiende eeuw. Hier heeft Peter de Grote een aantal dagen doorgebracht. Het is dan ook terecht het Tsaar Peterhuisje genoemd. Met zijn twee meter drie moest de Russische vorst zich opvouwen in een krappe bedstee. En hij ging gebukt door de lage deur. Hij schijnt het niet erg te hebben gevonden; zijn kamer thuis, in Sint Petersburg, was niet groot en zeer eenvoudig ingericht met simpele houten meubels. Het huisje staat onder een soort stolp, een huisje in een huisje, zodat het goed geconserveerd blijft.

dsc04872

Het is niet direct een buurt die uitnodigt tot een fijne wandeling. “Maar”, moet iemand bij de gemeente hebben gedacht, “daar gaan we iets aan doen.” Na de bouw van het nieuwe winkelcentrum, de Hermitage (!) leek het wel een goed idee om de Russische buurt er ook wat meer bij te betrekken. Te beginnen bij de straatnaambordjes.

Dus toen ik er deze week toevallig doorheen fietste, vielen mij die grote, glanzende, fonkelnieuwe bordjes wel degelijk op. Daar heeft iemand zijn stinkende best op gedaan. Uitgezocht wie al de Russen waren die op de oude bordjes vermeld stonden en er nog wat verhelderende informatie aan toegevoegd.
Tja, vraag je je dan af, waarom is er niet een commissietje benoemd om de boel te controleren en een beetje bij te sturen.

dsc04866

Zo lees ik op het bordje bij de Tolstoistraat dat de goede man een aantal ‘epossen’ heeft geschreven. Altijd gedacht dat het meervoud epen was, maar inderdaad, het blijkt dat epossen ook mag. En verder heb ik ooit geleerd dat een epos een heldendicht is. Nu zijn Anna Karenina en Oorlog en Vrede wel prachtige (vuistdikke) romans, maar beslist geen epen! Even verderop in de straat staat een beeld van een stevige, gedrongen tuinkabouter, die bij nadere beschouwing Tolstoi blijkt te moeten voorstellen. Hij bewaakt met strenge blik een reusachtig tafelvoetbalspel.

dsc04869

Het Sacharov’plein’ (vergelijk dit met de immense pleinen in Moskou en Sint Petersburg!) is een speeltuintje, waar ik mijn kleinkinderen niet zou laten spelen. Je weet niet wat er allemaal rondzwerft aan troep.

dsc04875

De Czarinastraat, die de Hogendijk met de markt verbindt, is een aaneenschakeling van koffieshops. En overal ligt afval. Huizen zijn verveloos en vies. Nee, mooie naambordjes kunnen het armoedige en sleetse van het wijkje helaas niet verhullen.

dsc04877

Jammer, jammer. Als ‘de Russen komen’, moeten we ze maar via het Krimp (what’s in a name) naar het Tsaar Peterhuisje loodsen, langs de ‘Moestuin van Monet’. En niet via die gribus van de Russische buurt.

dsc04882

Ik heb me er evengoed wel vermaakt. Er is altijd meer te zien dan je denkt. En de fantasie gaat snel met me op de loop. Een vrouw met hoofddoek hangt uit een raam, zoals ik me dat voorstel bij de vrouwen uit Russische romans. Een oude baas in het zwart lijkt zo weggelopen uit Schuld en Boete. Het zwartglanzende water van de Dijksloot zou zomaar een Petersburgse gracht kunnen zijn…..

dsc04886

Het onooglijke straatje, Het Vorstenbosch, waar ik ooit deelnam aan dichtersavonden in een souterrain, leidt naar een klein gemaal, dat in het stille water wordt weerspiegeld.
Het blad op straat glanst rood en goud in de zon.
Toch een vorstelijk buurtje.

dsc04885

————————————————————————————————

Over ‘De Moestuin van Monet’: http://wp.me/p36K0e-yd

Zo klaar als een klontje

dsc04856

Ze is zeven jaar. De wereld is zo klaar als een klontje. What you see is what you get.

“Ik zie een wolkenkrabber, kijk, daar worden de wolken gemaakt.” We zitten in de trein naar Amsterdam. Haar broer van negen ziet waar ze naar wijst. Hij trekt zijn wenkbrauwen op. Een schoorsteen braakt dikke, witte wolken uit. “Nee joh, dat is rook van een fabriek. Wolkenkrabbers bestaan niet in Nederland.” En hij somt op in welke landen je zulke bouwwerken kunt zien. Zijn zus is het wel gewend, een veelweter als broer. Ze kijkt mij aan met een blik die boekdelen spreekt. Het zal best waar zijn wat hij vertelt, toch blijft ze bij haar standpunt. De magie mag nog niet verdwijnen. Ik laat haar in de waan, terwijl ik me erover verbaas dat er nog geen verhandeling komt over hoe wolken ontstaan. “Wat goed dat jij zoveel weet”, zeg ik tegen de kleine wijsneus tegenover mij en wijs kleindochter op de klimhal waar we nu langs rijden. Hier kun je leren klimmen, tot hoog in de wolken. Ze knikt.

Ze is nu acht. Haar wereld kantelt al, maar toch zijn er nog dingen waarover je je enorm kunt verbazen. Waar je ongecompliceerd blij van kunt worden. Gelukkig.

Ze zitten met zijn drieën achterin de auto. Er wordt een schema bijgehouden van wie er in het midden mag zitten. Zij zit nu aan de kant. De neefjes willen op de terugweg na de logeerpartij naast elkaar zitten, ze voelen zich zo verbonden. We rijden de brug over, links en rechts de fabrieken langs de Zaan. Ze zucht. “Rooook…..”, zegt ze dromerig. Ze heeft tenslotte een goed geheugen, die stomme fout van een jaar geleden zal ze niet meer maken. “CO2!”, roept haar neef van elf. Er volgt een verhandeling over luchtvervuiling, de ozonlaag en waar het allemaal toe kan leiden. Er klinkt instemmend gemompel naast hem. “Mooi hè, die rookwolken in het lamplicht”, zeg ik tegen haar. En tegen de kleine wijsneus achter mij: “Wat goed dat jij zoveel weet.”

Ja, denk ik, de wereld is voor jullie alle drie zo klaar als een klontje; het is maar net hoe je het bekijkt. Toch hoop ik dat de verwondering blijft.

Het Paleis

jurk

“Mijn Els heb wel tweehonderd jurken.” De kleine man keek de kring rond. “Tweehonderd”, herhaalde hij. Hij wist dat hij indruk maakte op de mannen die om de tafel zaten. ‘Het Paleis’, werd het kleine café genoemd. De uitbater heette Bernhard. Vandaar. De bestelde drankjes werden op tafel gezet. “Ook tweedehands hoor, niet allemaal nieuw, natuurlijk. Maar wel tweehonderd.” Even bleef het stil. Ze hadden dit vaker gehoord. Toch werd er gereageerd. “Waar láát ze die dingen dan, Kees? En wanneer draagt ze ze? Verkleedt ze zich soms drie keer per dag?” Willem keek Kees vanonder zijn dikke wenkbrauwen uitdagend aan en nam een grote slok van zijn biertje. Maar Kees liet zich niet gek maken. “Dat kennen jullie niet zeggen, hè? Dat jullie wijven zoveel kleding hebben.” “Hou het netjes, Kees”, zei Ed, “ik heb een vrouw en geen wijf.” Kees snoof. Hij nipte aan zijn colaatje. Geen alcohol voor hem. Net zo min als je hem ooit zou zien roken.

Bob zoog de brand in een goeie sigaar. Deze donderdagmiddagen zou hij voor geen goud willen missen. “Mannen, laten we nou geen ruzie maken. Toen ik nog bij de krant werkte, was er een knul en die….” Ook dit hadden ze al vaker gehoord. Categorie sterke verhalen. “Hè ja, Bob”, zei Kees gemelijk, “vertel eens. Dit kennen we nog niet.” Bob deed of hij het niet hoorde en stak van wal. Voor de zoveelste keer vertelde hij in geuren en kleuren over zijn verzoenende actie.

Zo had iedereen zijn verhaal. De een na de ander voerde het hoogste woord. Ze konden het nauwelijks opbrengen om naar elkaar te luisteren. Vertellen wilden ze, zolang het nog kon; ze waren de jongsten niet meer. Ieder op zijn eigen stokpaardje, dat wild maar volhardend werd bereden.

De deur ging open. Els maakte haar entree. In een zwierige Spaanse jurk stak ze enorm af bij de mannen in hun gewone kloffie. Kees glom van trots.
Met open mond keken de mannen naar de bevallige verschijning. Ze kenden haar wel, natuurlijk, maar toch zorgde ze elke week weer voor een verrassing. Een prachtige jurk, een van de tweehonderd, werd hier geshowd. Ze zag er fantastisch uit. Zij had nog een taille. Die hadden de meesten bij hun eigen vrouwen geleidelijk aan zien verdwijnen. Haar donkere haar – geverfd, wisten ze allemaal, maar toch – omkranste een gezicht dat weinig rimpels vertoonde. Goed geconserveerd, zo heette dat toch? Hun fantasie deed de rest.

Els schoof een stoel bij en bestelde een glas witte wijn. Ze zag Kees wel kijken, maar nu zou hij er niets van zeggen. Elke keer ging het op dezelfde manier. Ze speelde het spel, net als de mannen.
Thuis liet ze Kees in de waan, maar hier zag iedereen, elke donderdag weer, dat zij, ondanks al die jurken, toch wel degelijk de broek aanhad.

Oer(d)gevoel

dsc04576

Het zand in mijn schoenen
De schelpen in de vensterbank
De eikels in de schaal
De koffer in de gang
De kilometers in mijn benen
Het gloeien van mijn gezicht
De kleuren op mijn netvlies
De geluiden in mijn hoofd
De warmte van vriendschap
In mijn hart
En de herinneringen in de maak

Een goed verstaander weet
Dat een paar dagen Ameland
Voldoende zijn
Voor dit geluksgevoel

Living on the edge

4

Als eerste klant van die ochtend mag ik bij de wasbak plaatsnemen nadat ik bevestigend heb geantwoord op de vraag: “Moet het gewassen worden?” Het eerste minpuntje; wie bepaalt de knipstrategie? De klant of de professional? En de toon boezemt me ook niet direct vertrouwen in. De moed zinkt me eerlijk gezegd in de schoenen. Wat doe ik hier eigenlijk. In deze donkere, kleine ruimte. Waar twee voluptueuze dames verlekkerd hun schaar uit hun toilettas tevoorschijn halen en er eens goed voor gaan zitten.

Ik ben op zoek naar een nieuwe kapster. Eentje die net zo goed knipt als de vorige, die helaas is verhuisd. Mijn vader riep altijd bewonderend: “Wat zit je haar mooi!”, wanneer ik na een knipsessie bij hem op bezoek ging. Het is dus maar goed dat hij dit niet meer hoeft mee te maken, denk ik, zelfs nog voordat er ook maar een schaar in mijn haar is gezet. Ik mis “mijn” Melissa nu al!

Ik leg mijn nek op de koele witte rand van de wasbak. Het jonge meisje, dat de week ervoor mijn afspraak heeft genoteerd, komt slungelig, kauwgom kauwend, van achter de toonbank naar voren en gooit nog snel een blauwige, verkeerd gewassen handdoek over mijn schouders. Het enthousiasme straalt er niet direct vanaf. Ik begrijp dat de ondankbare taak van telefoon aannemen, afspraken noteren, vegen en wassen op haar smalle schouders rust. Over mijn hoofd heen doet zij met schelle stem een vergeefse poging mee te praten met de twee dames die hun spullen gereedmaken voor een lange dag knippen, föhnen, permanenten, en kleuren. Als het water de juiste temperatuur heeft, maakt zij mijn haar min of meer nat, drukt er daarna een dot shampoo in en wrijft die lusteloos een beetje uit.

De kapsters reageren niet op haar. Net terug van vakantie hebben ze het veel te druk met hun eigen verhaal. Het verblijf in Griekenland is vooral geslaagd vanwege de geweldige diners en het uitzicht vanuit de hotelkamer op het zwembad, begrijp ik. En de ander heeft in Kroatië op de camping ook een fantastische tijd gehad. Terwijl ze de shampoo uitspoelt doet het meisje nog een poging tot gesprek, maar haar opmerkingen blijven in de lucht hangen. Het tragische lot van de stagiaire.

Inmiddels ben ik overgeleverd aan de kapster in het rode gewaad. Ze droogt mijn haar nog een beetje na en terwijl ze de kapmantel vastmaakt, vraagt ze hoe ik het wil hebben. Gewoon de boblijn, net als altijd. Maar ja, dat weet zij natuurlijk niet. Ik prijs de hemel dat ik zo slim ben geweest mijn vorige kapster te vragen een foto te maken. Ik vis mijn telefoon uit mijn tasje dat op de grond tussen de haren van gisteren staat. Niet goed geveegd. Waarom verbaast me dat nou niet? Op het fotootje zie ik vooral het zo vertrouwde interieur. Cindy heeft alleen oog voor de haarlengte. Ze laat wat technische termen vallen; ze heeft er alle vertrouwen in.

De kaptafel ligt vol stof, kruimels en haartjes. Op zwart zie je alles. Ik wil er niet naar kijken. Het komt dus goed uit dat ze mijn hoofd voorover drukt: eerst de nekpartij. Wanneer ik omhoog kom, zie ik in de spiegel dat de scheiding verkeerd zit. Ja, ze weet het wel en het komt zo meteen helemaal goed. Ze kamt alles opnieuw, trekt de scheiding en knipt vrolijk verder.

Ik zucht onhoorbaar en geef me over aan de nieuwe situatie. Het is nu eenmaal niet anders. Kom op, living on the edge. Dat was het motto toch? De kapster schudt de bus met foam en spuit een rijke hoeveelheid in haar hand. Ze verdeelt het netjes over mijn haar. Ik houd niet van föhnborstels met de haren van vorige klanten er nog in, maar ik zeg er niets van als zij er een uit het laatje vist. Dan houdt ze eindelijk de grote ronde spiegel achter mij op. Ik moet toegeven, het is haar gelukt.

Ik reken af bij de stagiaire met het prachtige lange donkere haar. Er kan een klein glimlachje af. “Waar begin je aan”, denk ik.

Opgelucht ga ik naar huis. Ik loop rechtstreeks door naar de badkamer. Boven de wasbak spoel ik het sterk geurende schuim weer uit mijn haar.

Living on the edge? Oké, onder één voorwaarde: als mijn haar maar goed zit.

Brief aan mijn kleindochter

N P

Lieve grote kleine meid,

Als ik van al de foto’s die ik van jou heb een fotoboek zou maken, kreeg dat de titel: Het meisje met de duizend gezichten. De mensen die ik het zou laten zien, zouden het bijna niet geloven, maar ik kan ze verzekeren dat het steeds om hetzelfde meisje gaat. Hoe je kijkt, is op elke foto weer anders. Bovendien zie je soms ook alleen maar je achterhoofd, omdat je dan he-le-maal geen zin hebt om op de foto te gaan.

Ik verbaas me soms over al die verschillende gezichtsuitdrukkingen: lief, wijs, uitdagend, kinderlijk, quasi volwassen, ernstig, vrolijk, schattig, speels, verlegen, boos, verdrietig, dromerig, vrouwelijk, vermaakt, grappig, uitbundig, ingekeerd, geïnteresseerd, nukkig, innemend, doortastend, stoer. En dit dan nog weer op heel veel verschillende manieren. Zo kom ik makkelijk aan de duizend gezichten van mijn kleindochter. Dat dit allemaal in jou zit….

Vandaag moet ik denken aan die dag acht jaar geleden dat je werd geboren. Een klein, piepklein meisje. Het eerste wat ik van je zag, was je kleine kopje met pikzwarte haartjes. Je wist ons, zo klein als je was, nog even op het verkeerde been te zetten, -je eerste practical joke- maar dat duurde niet lang. Al heel snel liet je zien wie je was: een lief, klein, innemend hummeltje met een grote eigen wil.

Je bent nog steeds lief en innemend, niet meer zo klein, maar jouw eigen wil kan niemand ontgaan. Je bent een meisje dat telkens weer verrast en verbaast. Jouw moeder kent je natuurlijk heel goed, maar ik weet zeker dat ook zij nog wel eens voor verrassingen komt te staan.

Lieve meid, in deze brief kan ik je natuurlijk goede raad geven. Ik zou je ideeën aan de hand kunnen doen, waardoor sommige dingen in je leven makkelijker zullen gaan. Maar ik doe het niet. Niet dat jij er niet naar zou luisteren, maar omdat ik weet, dat jij de dingen het liefst op je eigen manier doet. En tot nu toe gaat dat heel goed.

Je hebt een groot gevoel voor schoonheid. Je staat op een positieve manier in het leven; je haalt eruit wat erin zit.
Dat is de basis van al je mogelijkheden, je ideeën, je invallen, je inventiviteit, je oplossingen, je grapjes, je serieuze voorstellen, je dromerijen, je berusting (soms….), je creativiteit, je enthousiasme, je originaliteit, je handigheid, je aandacht. Je liefde.
Het maakt je een open boek.

Maar het maakt je vooral: mijn lieve kleindochter. Ik heb maar één wens: blijf dat nog heel lang!

Heel veel liefs,
Oma.

——————————————————————————————————————-

En natuurlijk heb ik de kleinzoons ook ooit een brief geschreven: https://ajroc.wordpress.com/2015/06/25/brief-aan-mijn-kleinzoons/

Een brug naar het heden

20160814_171345 (1)

Het verleden dringt zich in hevige mate op. We lopen met zijn drieën over het Jaagpad naar Koudekerk aan de Rijn. Vanaf Hazerswoude Rijndijk, waar we bij nicht G de laatste voorbereidingen treffen voor de familiereünie in oktober, is het maar een klein stukje.

Waar het ons in de eerste plaats om te doen is, is de brug over de Rijn. Onze brug. En op deze zonnige zomerse zondagmiddag hoeven we natuurlijk niet lang te wachten voor we hem in werking zien. Al is het bijna een leven geleden, we voelen ons alle drie weer even klein. We weten onze opa veilig achter het grote wiel in het brugwachtershuisje. Straks komt hij even naar buiten met de hengel. Hij laat het klompje zakken, de schipper betaalt. Het speelt zich allemaal in een fractie van een seconde af.

20160814_155018

Drie klikjes, de smartphones kunnen weer worden opgeborgen. Onze herinnering ligt vast. Herinnering van toen. Herinnering van nu. Er is niemand die ons met liefdevolle strenge blik naar binnen noodt. Maar hij leeft, die opa. Ook al is hij al vijftig jaar dood.

Op de begraafplaats vinden we zijn grafsteen niet meer. Maar na goed zoeken vinden we wel die van oma: Johanna van Dorp. Nooit van haar leven hebben we haar bij de voornaam horen noemen. Hoe heette ze eigenlijk, onze oma? Van haar doopnaam zijn veel namen afgeleid: Anneke, Ans, Joke, Annemieke, Annie; een aantal nichtjes is vernoemd. Maar zij had geen naam, zolang we haar kenden. “Vrouw”, zei opa, of “Moeder”. Maar het was: Johanna. Ik laat de naam tot me doordringen, wil weten en besef dat dat niet kan. Het is voltooid verleden tijd.

20160814_155439

Dan lopen we terug over opa’s brug. We willen meer. Aan het eind van de Bruggestraat naar links. Het kruidenierswinkeltje waar onze grootouders met hun jong gezin hebben gewoond en gewerkt, is er natuurlijk niet meer. We hebben er nog een foto van, gelukkig. Maar het huis waarin ze daarna zijn gaan wonen, met een bijna voltooid gezin met tien kinderen staat er in volle glorie. Wie had dat kunnen denken? Het meer dan tachtig jaar oude pand is prachtig opgeknapt. En of we maar binnen willen komen. Het architectenechtpaar dat er woont, heeft alles met veel aandacht en liefde zoveel mogelijk in oude staat teruggebracht.

20160814_172903

Ik zie het voor me: hier heeft mijn vader als klein jochie gelopen, geslapen en gespeeld. Zijn klompjes in de bijkeuken, het bed op zolder. Heeft hij nog voor moeder aardappels uit de kelder gehaald?

img072

Het verleden komt nooit terug, maar toch lijkt het er wel een beetje op. Vijf nichtjes, elk met hun eigen leven, hun eigen gedachten, hun eigen herinneringen. Ze kloppen vaak niet helemaal, maar toch raken ze elkaar.

We mogen ons gelukkig prijzen met deze grootouders. Zij zullen het nooit weten, maar wij voelen de sterke band.

——————————————————————————————————————-Lees ook: Een foto met een verhaal (4):http://wp.me/p36K0e-iN