Een sterk staaltje

DSC00266Op de Schaanse Gans was het uitgestorven. Het ijs op de slootjes glansde in het koude maanlicht. Een stevige noordoosten wind joeg over de weilanden. De schapen lagen dicht tegen elkaar aan bij het hek.

Over het smalle pad naderde een donkere figuur. Kromgebogen, de pet diep over de ogen. Handen in de zakken van het oude bonkertje. Het geluid van zijn klompen werd weerkaatst wanneer hij een molen passeerde.

Plotseling stond hij stil. Uit zijn borstzak haalde hij zijn pijpje, een neuswarmertje. Hoewel hij anders ruim de tijd nam om het te stoppen, propte hij de tabak in de kop en zoog de brand erin. Hij hervatte zijn tocht.

Bij de laatste bocht aarzelde hij. Had hij het allemaal goed gedaan? In een opwelling was het gebeurd; een plan had hij niet gehad. Moest hij teruggaan? Praten had geen zin, daarvoor was het al te ver gekomen. Zou hij gaan kijken of het nog terug te draaien was? Of hij nog iets kon bijstellen? Nee. Hij had goed gehandeld. Hij hoefde zich toch niet alles te laten welgevallen? Hij, de beste molenaar van de hele streek. Geen mens hoefde te beweren dat hij hem wel eens een sterk staaltje zou laten zien. Nee, het was eerder andersom.
Hij haalde zijn schouders op. Hoge bomen vangen veel wind. Iedereen zou dat kunnen zien.

De volgende ochtend sneeuwde het. Bij molen ‘De Hond’ stond een groepje toeristen te kleumen.
De man met het bonkertje opende de deur, groette binnensmonds en ging hen voor de molen binnen. Snel klom hij naar boven en kruide de wieken op de wind. Hij trok de vang los en met veel gekraak kwamen ze in beweging.

Van een van de wieken woei een rood vaantje. De stropdas van de burgemeester. Eindelijk kon hij zijn gemeente eens van gepaste hoogte overzien.

——————————————————————————————————————

Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het sleutelwoord niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: evenaren.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

De zachte blonde haartjes van prinsesje Margarita

(LAS MENINAS)

Las Meninas

Het is geen schilder nog gelukt
Wat ik niet bedoel is een prachtig schilderij maken
Daarover hoeft geen misverstand te bestaan
Daar hangen de musea vol mee

Maar door een waas zag ik het schilderij
Een schoonheid die ik nergens anders zag
Zo fris en helder
Een heel verhaal dat werd verteld
Door de man die ik vroeger aantrof
Op sigarenbandjes

Het kleine meisje met het zachte blonde haar
Trekt mij het schilderij in
Zij vangt mij met haar afgewend gezichtje

Hare hoogheidje wenst niets te drinken
Ook al wordt het haar
Nog wel zo vriendelijk verzocht

Al langer dan driehonderd jaar
Is zij een kleuter
Die als zij het niet al was
Graag een prinses zou willen zijn
En heeft de hond dezelfde frons
Als alle honden wanneer
Ze zachtjes met de voet worden geaaid

De bijsluiter

DSC00067

Iedereen die wel eens een bijsluiter uit een medicijndoosje heeft gehaald, kent het. Je bent benieuwd naar wat voor narigheid je nog meer kunt krijgen bij, of in plaats van, de kwaal die je wilt bestrijden. Wat de gevolgen zijn van het slikken van dit pilletje. Je vouwt het zorgvuldig gevouwen papiertje open. Je leest zo hier en daar wat. Voordat je panisch wordt van de ellende die je waarschijnlijk te wachten staat besluit je de boel weer dicht te vouwen en terug te stoppen in het doosje. Mis! Voor het op de juiste manier opvouwen heb je minstens een cursus origami nodig.
Gelukkig overkomt me dit maar zelden. Maar mocht ik weer eens zo’n doosje in handen krijgen en in de verleiding komen om de bijsluiter te openen, dan weet ik nu al dat het uiteindelijk in de vorm van een propje in de vuilnisbak belandt. Of, nog beter, bij het oud papier.

Gisteravond gebeurde mij iets dergelijks. De verkiezingen staan voor de deur en er lag ’s middags zo’n mooie kandidatenlijst op de mat. Ik laat daar graag even mijn blik over dwalen. De namen die je op zo’n lijst tegenkomt spreken vaak enorm tot de verbeelding en kunnen de aanzet zijn tot een verhaal. Een kleine greep: Slettenhaar, Rommel, Uitentuis, Oetelmans, Kalverboer, Swijnenburg.
Bij verder kijken ontdek ik zaken, die ik hoogst merkwaardig vind. Wat te denken van de combinaties die worden gemaakt? Lijst VVD gecombineerd met D66, PVDA met Groen Links, PVDD met Ouderenpartij NH, 50Plus gecombineerd met Hart voor Holland. De Piratenpartij opereert logischerwijze alleen. Op de lijst van de VP, Vrouwen Partij, ontwaar ik twee mannen. Wat een vreemde bedoening; ik kan er niet veel logica in ontdekken.

Door het uitspellen van deze bijsluiter word je inhoudelijk niet veel wijzer. Daarvoor moeten er nog allerlei debatten worden gevolgd. En dan weet je van tevoren al waar het op uit zal draaien. Babbels over waar men voor staat. Over wat we niet moeten willen met zijn allen. Loze beloften, vage standpunten. Zogenaamd keiharde meningen.

De kandidatenlijst voor de verkiezing van de leden van het Hoogheemraadschap is helemaal een ratjetoe. Wat moet je je voorstellen bij de partij BoerenBurgersWaterbelang. Of bij Koninklijke Schuttevaer, waarvan o.a. de heren Droog, Mol, Bakker en Groen deel uitmaken. Kunnen wij ons lot gevoeglijk in handen van deze heren leggen? Ach het zal best. Het enige wat ik hoop is dat iedereen in het Hoogheemraadschap erop uit zal zijn om de boel droog en het water fris te houden.

En dan tot slot nog een greepje uit de wegwijzer:
Laat uw stem niet verloren gaan! Stemmen met het rode potlood! De hoofdbewoner wordt verzocht deze stemwijzer ook aan eventuele kiesgerechtigde medebewoner(s) te laten lezen. (Wat overigens een krakkemikkige zinsconstructie is.)
Op een paar zwart-wit foto’s kun je zien hoe je een vakje rood maakt en hoe je je ingevulde stembiljet in de kliko moet deponeren.

Een echte bijsluiter! Het lukt me ook nu niet om dit papier in de oorspronkelijke staat terug te vouwen. Ik houd het maar voor gezien. Deze kan alvast in de kliko. Of, zo u wilt, bij het oud papier.

Maar toch. Als ik op 18 maart in het stemhokje sta, maak ik twee vakjes rood. Ook al weet ik niet precies wat daarvan de gevolgen zijn.

Op de sofa

FreudEerlijk gezegd vraag ik me af of dit nog zin heeft. Deze gesprekken. Beter wordt het toch niet. Ik zal altijd wel zo blijven. Niemand gelooft me, zelfs u niet. Ook u denkt dat er nog wel iets te veranderen valt. Te verbeteren. Maar ik weet het zeker; je kunt het toch zien? Hoe dik ik ben?

Vroeger had ik er niet zo’n erg in. Op de basisschool was er eigenlijk nog niks aan de hand. Dat heb ik toch al eens verteld? Dat mijn zusje tien keer mooier was dan ik, kon me niet zoveel schelen. En dat ze honderd keer slimmer was ook niet. Ik trok met jongens op. Ik wist waar de goede klimbomen stonden, waar je hutten kon bouwen. Vuurtje stoken. Dat was een mooie tijd.

Tot groep acht. Ik kreeg borsten. Mijn gezicht werd voller. Ik kreeg een dikke kont. Ja, bij andere meisjes gebeurde dat ook. Maar niemand werd zo dik als ik. Op de middelbare school werd het nog erger. In elk spiegelend oppervlak kon ik het zien. Ik barstte uit mijn kleren. Mijn moeder zag het niet. Die zag eigenlijk helemaal niets. Nee, sinds mijn vader ervandoor ging, was ze alleen nog maar met zichzelf bezig. Zij zou hier moeten zitten, eigenlijk.

Ja, ze heeft wel gezorgd dat ik hier terecht kwam. Dat klopt. Maar ik wil niet meer. Elke dag die weegschaal. Elke week die gesprekken met u. Kan het niet wat minder? Ze laten me hier niet met rust.

Ik kan er niet meer tegen. Ik moet eten van ze. Ze zitten erbovenop als ik mijn boterham smeer. Boter! Pindakaas! Ik walg van die vette boel. En uitkotsen mag niet. De hele dag wordt er op me gelet. Eten! Ik kan niet meer. Ziet u dan niet hoe dik ik ben?

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het sleutelwoord niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: afdingen.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Het plaatje van de sofa van Freud komt van het internet.

Bijna niets

IMG_20150201_163927

Een late zondagmiddag en ik fiets
Mijn lange schaduw achterna
Rondom de polder als een vlakke schijf
Ooit geloofde men de aarde plat

Perfecte stilte voor de avond valt
De dag dooft in hoog tempo uit
Nog een keer breekt de wolkenlucht
Voor een gordijn van zonneschijn

Klein en onwetend voel ik mij
De schijn van leven lijkt mij echt
Een reiger krijst mij kermend terug
Banden zoeven op de natte weg

Bespeel mij

IMG_20150211_122026

Je kunt natuurlijk op het nippertje vertrekken
Maar leuker is het een trein eerder te nemen
En dan op centraal
Lekker tien minuten gaan staan luisteren
Naar een of andere pianist
-Er zit altijd wel iemand achter
De glimmend zwarte vleugel-
Die zich uitleeft
Opgaat in zijn spel, rugzak bij zijn voeten
En af en toe het publiek vluchtig
Een grijnzende blik toewerpt

De jonge moeder
Stevig kind in dito draagzak op haar buik
Maakt foto’s en daarna
Met haar zoon een dansje

Lachend wijst hij met een dik vingertje
En roept enthousiast: die
Zijn helderblauwe ogen glanzen
Wat zou hij graag even
Lekker hard
Op die toetsen willen bonken

Later misschien
Als het leven hem gunstig gezind is
En hij eerst zijn moeder
succesvol heeft leren bespelen

Voorbarig

DSC00264

In de tuin ligt een rest sneeuw
Met tussen de gul gestrooide zaden
Afdrukken van vogelpootjes
Van de halve appel
Is alleen de leeg gepikte schil nog over

De tortels hebben de lente in hun kop
Gekoer op de pergola
Knus tegen elkaar aan

Het roodborstje jaagt zijn rivaal
De tuin uit en pikt in een moeite door
Havermoutvlokken uit het schaaltje
Een pimpelmees verdwijnt
In de bijna lege pindakaaspot

Het vochtige hout van de schutting
Dampt in de zon

Ik zit voor het raam
Met het cryptogram uit de zaterdagkrant
IJsbloemen vul ik in
En mijmer over
Opbollende witte zomergordijnen
In een verkoelend windje
Op een warme zomerdag

—————————————————————————————————————–

De foto van de broedende meeuw van Emo Verkerk is gemaakt in het Gemeentemuseum in Den Haag.

Geschiedenis van een tuinvereniging

DE GESCHIEDENIS VAN TUINVERENIGING ZAANDIJK IN NOTULEN

Deel 2: De oorlogsdreiging wordt gevoeld

DSC00058

De eerste ‘Algemeene Ledenvergadering der Tuinvereeniging’ wordt gehouden op 26 januari 1939 in gebouw Nieuw Leven aan de Boschstraat 1 in Zaandijk.
Na de gebruikelijke zaken als voorlezen van de notulen en het tekenen van de presentielijst, wordt er gesproken over het vaststellen van Het Reglement. Het Kooger Reglement wordt als voorbeeld genomen. De voorzitter, de heer Pen, wil een artikel toevoegen over ‘Zondagsarbeid’ op de tuin. Dit heeft een verhitte discussie tot gevolg, doch na eenige verklaringen werd dit punt aangenomen. De dames Bakker zorgen voor een kopje thee en de heer Honig heeft voor “een fijne kist sigaren” gezorgd. Dan wordt er nog een nieuwe commissaris gekozen; de heer Zwart krijgt de meeste stemmen en mag dus toetreden tot het bestuur. Tijdens de rondvraag wordt er veel gesproken over de bemesting van de tuinen. Maar ook de afsluiting van het complex komt ter sprake. De poort wordt voorzien van gaas en prikkeldraad, waaruit nu maar weer blijkt dat er in vijfenzeventig jaar niet erg veel veranderd is. Tenslotte geeft het bestuur de leden de raad om de tuin zoveel mogelijk onkruidvrij te houden; bij sommigen laat dit wel wat te wensen over, het ontsiert het heele tuincomplex. Sommigen hebben bedankt als lid. De voorzitter waarschuwt om dat niet te snel te doen met het oog der tegenwoordige tijdsomstandigheden.

Op 19 oktober 1939 komt het bestuur weer bijeen. De secretaris leest de ingekomen stukken voor, die hoofdzakelijk bestaan uit aanvragen voor een tuin. De gegadigden hebben een invulbiljet toegestuurd gekregen, die gratis verstrekt zijn door de heer Brinkman van de Stichting Werkloozenwerk. Deze heeft ook officieel toegezegd dat de vereniging er nog een nieuwe akker bij krijgt.

De voorzitter had al eerder geopperd om verschillende soorten koolzaad op één tuin uit te zaaien, om dan later de leden van planten te voorzien. Dit heeft goed gewerkt en men is van plan om dit ook te doen met sla en snijbonen, in de hoop op betere kwaliteit. Verschillende leden hebben klachten geuit over de bemesting, ook over het soort kalk. Men besluit een deskundige te raadplegen, waarbij de keus valt op de heer Börneman. Ook denkt men dat de heer Brinkman er zijn licht wel over kan laten schijnen.

Eenentwintig leden zijn aanwezig op de Algemeene Ledenvergadering op 8 november 1939. Er wordt gestemd over een nieuw bestuurslid; de heer Post krijgt de functie. Wederom zorgen de dames Bakker voor de thee. De sigaren worden dit keer verstrekt door de heer Groenveld. De leden wordt de raad gegeven hun tuin goed te onderhouden. Eén lid maakt zich na die opmerking zo kwaad dat hij bedankte. Het ledental blijft groeien, zeker na het toewijzen van een nieuw stuk grond. Er zijn wat klachten over de bemesting. De ophanden zijnde oorlog doet zich voelen. Koemest is te duur en voor de kunstmest gelden distributiebepalingen. Wel blijkt dat de kwaliteit van de kalk beter is. Aangezien er niets meer aan de orde was sloot de voorzitter te half elf deze goedbezochte vergadering.

Op 18 oktober 1940 komt het bestuur bijeen ten Huize van de Secretaris. Dat er een moeilijke tijd aanbreekt wordt gevoeld. Men dacht dat het voortbestaan van de Tuinvereniging aan een zijden draadje hing, terwijl met het oog op de voedselschaarste het productief gebruik van de tuinen een vereiste is.
Dat men niet bij de pakken neer gaat zitten, blijkt wel uit het feit dat er besloten wordt gemeenschappelijk zaad te bestellen bij de firma Wouda in Oranjewoud. Er komen twee tuinen te vervallen, omdat de gemeente die noodig heeft om bagger op te gooien. Dat betekent ook een reorganisatie; één tuin was al leeg wegens overlijden van de tuinder. De heer Rispens, pachter van de andere tuin krijgt een nieuw stuk grond aangeboden. Bovendien vindt er een soort van herverkaveling plaats. Er zijn zoveel aanvragen voor een tuin, dat er besloten wordt om de kleine gezinnen 50 meter te ontnemen, wat dan weer ten goede kwam aan de groote gezinnen. En enkele nieuwe leden konden wij hierdoor aan een tuin helpen. Dat dit niet eenvoudig was, blijkt wel uit de opmerking: het gaf wel eenige strubbeling met sommige leden, doch alles is nu geregeld.

In april 1941 wordt een Algemene Ledenvergadering gehouden. Men had gedacht dat de hele vereniging uit elkaar zou vallen, maar niets is minder waar. Het ledental stijgt van achtenveertig naar honderdvier. Het bestuur raadt de leden aan datgene te verbouwen waaraan de meeste behoefte is. Zaad en pootaardappelen konden wij alles nog vrij koopen, ook met de kunstmest liep het bijzonder mee, hoewel daar eenige moeite voor noodig was.

Er vinden nogal wat veranderingen plaats, maar gelukkig ondervindt men van de Stichting Werklozenwerk de volle medewerking om alles in goede banen te leiden. Het complex aan de Tuinsloot is niet meer beschikbaar wegens bouwplannen van de gemeente. Een enorme teleurstelling, maar men gaat naarstig op zoek naar nieuwe grond. De heer Krijt wordt bereid gevonden een akker af te staan, waarop eenentwintig van de zesendertig ontheemde leden weer aan de slag kunnen. Zelfs de burgemeester wordt ingeschakeld en zo kwam het voor elkaar dat er een akker gehuurd kon worden ten zuiden van de werf van Beudeker. Ook het complex van De Zwarte Arend – eigendom van de firma Pielkenrood – ondergaat een uitbreiding. Deze firma eist daarna een aantal tuinen op voor het personeel. Hier kan men natuurlijk geen bezwaar tegen hebben, zodat de vereniging nog weer eens wordt uitgebreid met tien leden.

img005

Tussen de regels door is te lezen dat er niet veel nieuws is onder de zon. Er wordt in 1940 al gesproken over het netjes houden van de paden en greppels: om een ander niet tot last te zijn. En de huidige nummerbordjes zijn betrekkelijk nieuw, maar in 1940 is er voor het complex op Rooswijk een aantal bordjes gratis door de heer Rispens in orde gemaakt op de timmercursus. Ook het (niet) sluiten van de poort is van alle tijden……

(N.B. De cursief gedrukte tekst is letterlijk overgenomen uit het prachtige oude notulenboek. In de loop van dit jaar zal de geschiedenis van de eerste tien jaar van de vereniging in delen verschijnen, zowel op de website van de vereniging als op mijn blog. Lees ook deel 1: https://ajroc.wordpress.com/2014/11/04/tuinvereniging-zaandijk-een-geschiedenis-in-notulen/)

Rechtop, jongen

kerk2-340x192

Als de chauffeur de auto start, ontspant de man op de achterbank. Een onhoorbare zucht ontsnapt hem. Hij voelt zich rustig worden. Eindelijk. De laatste weken is hij zo gespannen als een veer.
Hij denkt aan zijn ouders. Hoe zullen die over hem denken als ze dit horen? Over die actie? Ja, het kan hem wel wat schelen, nu. Vroeger niet. Hij wil weten of ze trots zijn op zijn prestaties. Of ze überhaupt trots zijn op hem, als persoon. Een schurend gevoel van onzekerheid neemt weer bezit van hem. Is er wel iemand die hem ziet op deze godvergeten aarde?

Donker is het. Koud. Natte sneeuw jaagt door de straten. Het gezicht van de chauffeur staat strak. Er valt niets aan af te lezen. Hij kijkt naar zijn eigen bleke spiegelbeeld in de autoruit. Hij zou teleurgesteld moeten zijn. Zich een mislukkeling moeten voelen. Hij voelt opluchting. Hoe heeft het toch zo ver kunnen komen? Ach, hij weet het wel, natuurlijk. Maar het kost hem moeite het te erkennen.

Hij was dertien toen zijn vriendje plotseling verdween. Van de ene op de andere dag was hij er niet meer. Toen hij op een morgen wakker werd en hem vroeg welke broek hij aan moest trekken en welk shirt daar het beste bij stond, kwam er geen antwoord.
Onderweg naar school realiseerde hij zich, dat het echt over was met de vriendschap. Tranen liepen over zijn wangen, terwijl hij prevelde: “Ahmed, kom toch alsjeblieft terug. Please….”
Het was een beslissend moment geweest. Echte vriendjes van vlees en bloed kwamen in zijn leven tot dan toe niet voor. En nu zijn denkbeeldige vriendje, Ahmed, hem had verlaten, werd het stil om hem heen. Het wende uiteindelijk, maar de grote leegte in zijn hart en zijn ziel zou altijd blijven.

Hij balt zijn vuisten. Als hij hieraan denkt, krijgt hij weer een brok in zijn keel. Hij voelt zijn ogen vochtig worden. Niet nu. Niet hier. Verkeerde timing. Sterk blijven. Die uitstraling, weet je nog? Hij hoort weer de stem van een vroegere leraar: rechtop, jongen. Denk aan je ademhaling. Denk jezelf groot. Ook jij mag er zijn. Laat zien dat je er bent. Ieder mens is zowel zender als ontvanger. Zoek het evenwicht. Stel je open voor klasgenoten. Zend geen afwerende boodschappen uit. Sluit je niet af.

Toen bleek dat Ahmed definitief was verdwenen, ontdekte hij geleidelijk aan dat hij de leegte kon vullen met kennis. Hij was slim, leerde makkelijk. De behoefte aan gezelschap loste hij op door een denkbeeldige club op te richten. Alle leden werden door hem persoonlijk gescreend en aangenomen. Hij bedacht van ieder lid een indrukwekkende cv. Het werd een zeer gemêleerd gezelschap. Maar hoe verschillend ook, vereiste was, dat iedereen goed overweg kon met de computer. Net als hij. De lijst was al aangegroeid tot tegen de honderd inschrijvingen. Het kostte hem zoveel tijd, dat zijn studie in het gedrang dreigde te komen. Hij besloot het spel te testen in de werkelijkheid. Hij wilde aandacht. En die zou hij krijgen ook.
Het kostuum paste nog. Als een ware filmheld liet hij het wapen om zijn wijsvinger draaien, tot hij het in de hand nam en richtte. In de spiegel zag het er goed uit. Zo zou hij het doen. En dan zou hij, die eenzame, onzekere jongen, zijn gedachtegoed uitdragen. Miljoenen mensen zouden het zien. Zouden horen welke misstanden hij aan de kaak stelde. Hij was de boodschapper.

De weg maakt een bocht. Iemand spreekt hem aan: “Uitstappen!” In een roes laat hij zich naar de kleine ruimte brengen. De handboeien worden afgedaan. Nu pas voelt hij hoe moe hij is. Hij is tevreden met de afloop. Het plan bedenken is één ding, het ten uitvoer brengen iets heel anders. Ze hadden alleen niet zo tegen hem moeten schreeuwen. Daar heeft hij nooit goed tegen gekund. Hij was toch wel meegegaan. Het was mooi genoeg zo.

Hij laat zich op het bed vallen. In zijn droom spreekt hij tot miljoenen mensen. Ze luisteren ademloos. En Ahmed zit vooraan.

——————————————————————————————————————-
De foto van het jongetje op het kerkdak (in Koog aan de Zaan) komt van het internet.

Rothko’s rafelranden

DSC00254

Kun je Rothko leren kennen
In een paar uurtjes
Op een grijze zondagochtend
Dwalend door museumzalen

Familiair
Hé, Mark, ik zag een paar
Van je werken
Ja, in dat pakhuis van Berlage
Opeen gepropt in schemerige zalen

Dit als tegenwicht tegen
Zoveel interessante frases
Kennersblikken, bril op, bril af
Dichtbij of juist uitgekiend veraf
Roezemoezige zalen vol

Maar geen van beide
Ik probeer gepaste afstand te bewaren
Tot de levensgrote werken
Tot de figuratieve stukken
Tot de passanten
Want totaal oningewijd

Vertel mij niet wat ik moet zien
Niet wat ik hoor te voelen
Alle zintuigen op scherp
Laat ik mij totaal verrassen

Kom ik dichterbij dan zie ik
Landschappen, vers geploegd
Treinen aan de horizon
Stoom boven de wagons
Warme zomergloed
Koele winterse wegen

Steeds is voelbaar, tastbaar, als het mocht
De intense aandacht waarmee de schilder
Peuk in de mondhoek
Met het publiek in gedachten en voor ogen
Als een meester in meerdere betekenissen
Zwoegend aan de manshoge doeken
Zich overgaf aan religieuze bespiegelingen

In kleine afgeschutte ruimtes
Worden wij gedwongen
Op te gaan in de warmte
Ons te laten omhullen door kleur
Stil en devoot als monniken
Eertijds in hun stille cel

Rothko
Hij reikte mij zijn verfbesmeurde hand
En ik wist
Hij laat mij niet meer los

DSC00253

——————————————————————————————————————-
De illustraties bij dit blog zijn foto’s van details. Dat vond ik er spannend uitzien. De meeste werken zijn heel groot en bestaan uit enkele kleurvlakken. Omdat het zo druk was in het museum, was het bijna onmogelijk om een werk in zijn geheel te fotograferen. Hieronder een waarbij het wel is gelukt. En voor degene die in meer is geïnteresseerd staat er nu een link naar het Gemeentemuseum in Den Haag.

DSC00251

http://www.gemeentemuseum.nl/tentoonstellingen/mark-rothko