Onze vader

20160719_142650

Als kleine jongen al zocht hij
De boerenwijsheid
Meer vanzelfsprekend
Dan welbewust

Misschien door de weidse weiden
De stromende rivier
De lome blik van de koeien
De noodzaak van het mes

Toen hij vader was
En ons bezwoer dat
Wijsheid met de jaren kwam
Was onbegrip
En soms ook ongeloof zijn deel

Maar door de jaren
Die wij telden
De boeken die hij naliet
Zijn eigen wijze woorden
Zijn berusting
En mildheid later

Besefte ik maar al te goed
Dat hij het gelijk aan zijn kant had

En nu nog steeds
Lichtjaren ver

——————————————————————————————————————-

Hij zou nu 95 jaar geworden zijn.

Jeugd-herberg-sentiment

img191

Tijdens de werkweek hadden we ze gezien, jongens en meisjes die op trektocht waren met de fiets. En dan kwamen overnachten in de jeugdherberg. Jeugdherberg Eikelkamp in Elst.

Wij waren ook met de fiets, twee groepen derdeklassers, onder leiding van de leraar wiskunde, die de werkweek had georganiseerd. Meer dan honderd kilometer hadden we erop zitten, toen we aankwamen in de Eikelkamp. Elke dag begon om zeven uur met ochtendgymnastiek op het grasveld. Na het ontbijt en het corvee zaten we te blokken op een flink pakket werk, dat de leraren van de HBS in Oud Beijerland ons in de maag hadden gesplitst. Woordjes van Frans, Duits en Engels. Wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde. Een opstel voor Nederlands. ’s Middags was er een excursie. ’s Avonds waren we meestal vrij om een beetje rond te hangen en de buurt te verkennen. En elkaar, natuurlijk. Een keer was er een hockeywedstrijd tegen een plaatselijke school. Om tien uur was er volksdansen onder leiding van de ‘vader’ en ‘moeder’ van de jeugdherberg. Of een kampvuur waar flink werd gezongen bij het gitaarspel van ‘vader’ Holierook. Kortom, we werden vermaakt, en vermaakten onszelf. En, niet onbelangrijk, we snoven aan de vrijheid.

Mijn vriendin en ik hadden de smaak te pakken; dit wilden we nog wel een keer, maar dan rondtrekken, met de fiets en in verschillende jeugdherbergen overnachten. Nichtje van vriendin wilde ook graag mee met haar vriendin. Met zijn vieren moest het toch te doen zijn.
Gelukkig wisten we alle ouders zover te krijgen dat ze (schoorvoetend, denk ik nu) toestemming gaven. We waren zestien en lang niet zo wereldwijs als de zestienjarigen nu.

Uiteindelijk was alles geregeld: lidmaatschap van de NJHC, een jeugdherbergkaart met pasfoto, een slaapzak, een lakenzak (door mijn moeder zelf gemaakt) een tas met kleding. En spullen voor onderweg, want voor de lunch wilden we natuurlijk zelf zorgen. De jeugdherbergen waren aangeschreven, men wist van onze komst; de ouders wisten precies waar we uithingen. De fietsen werden nagekeken en eindelijk werden wij uitgezwaaid: tot over een week!

img190Onlangs was ik weer eens in Bunnik, waar ik in de buurt van de jeugdherberg een afspraak had. Stayokay heet het nu. Afschuwelijk. (Waarom moet alles in het Engels, tegenwoordig?) Jeugdherberg is natuurlijk niet hip genoeg en zal de lading wel niet helemaal meer dekken nu iedereen welkom is, tot gezinnen aan toe.

Die goede oude tijd. Hoewel ik ergens anders werd verwacht, liep ik toch even naar binnen, in de voormalige jeugdherberg Rhijnauwen. Een van de plaatsen waar wij ruim zestig jaar geleden een paar stapelbedden in een slaapzaal hadden gereserveerd. Ik herkende het heel goed. Het gebouw was nog vrijwel geheel in de oude staat. De geur was niet veranderd. De bedrijvigheid was hetzelfde. Er waren nog steeds jongeren met een gitaar.
Het geroezemoes, het gehang, het geregel, de inschrijving, de vakantiestemming; het was allemaal net zoals ik het toen meemaakte. Het voelde precies hetzelfde. Even werd ik terug gekatapulteerd, naar een moment van lang geleden. Even voelde ik me weer zestien.

Sweet sixteen. En vooral sweet memories.

img189

De Romanovs van Montefiore

20160706_203139

Soms zijn er van die aangename, onverwacht leuke uitjes. Natuurlijk overkwam het ons niet; we hadden ons er zelf voor aangemeld. Toch was het verrassend. Na twee reizen naar Rusland zijn wij enorm verslingerd geraakt aan dit land, zodat vriendin H en ik het niet konden laten kaarten te bestellen voor de boekpresentatie van de vertaling van het werk van Simon Sebag Montefiore: De Romanovs. De schrijver zou worden geïnterviewd over zijn nieuwe boek in de Hermitage in Amsterdam. (Dit had van ons ook wel de Hermitage in Sint Petersburg mogen zijn, maar je kunt niet alles hebben.)

Het leek ons verstandig om ruimschoots voor het begin van de lezing naar het museum te gaan, zodat we nog tijd zouden hebben om op zijn minst een gedeelte van de expositie “Catharina, de Grootste” te zien. Door oponthoud bij het openbaar vervoer (zowel trein als tram) werd dit gereduceerd tot een half uur. Helaas, er was nog zoveel moois te zien. Maar we komen terug!

Toch werd dit jachten en jagen helemaal goed gemaakt door het levendige gesprek dat Sjeng Scheijen in perfect Engels aanging met de schrijver en historicus Montefiore. Voor een volle zaal met grijze hoofden (die van ons pasten daar overigens prima bij…..) werd een tipje van de sluier opgelicht en een aantal sappige feiten uit de doeken gedaan. Montefiore is een meeslepend verteller met grote kennis van zaken.

20160706_203341

Het was bijna vanzelfsprekend dat de bekendste Romanov, Peter de Grote, van diverse kanten belicht werd.

20160706_203307

Maar ook Catharina kwam uitgebreid aan bod.

De geschiedenis van de Romanovs beslaat een periode van ruim drie eeuwen: van 1613 tot 1918. Montefiore heeft hier een jarenlange, diepgaande studie van gemaakt, onder andere aan de hand van vele bewaard gebleven brieven en documenten. Dit heeft geresulteerd in een -zoals dat vroeger heette- kloeke uitgave, voorzien van kaarten, foto’s en stambomen. Alsof het een toneelstuk betreft, heeft hij de hele geschiedenis opgedeeld in drie bedrijven (Opkomst, Zenith en Ondergang) en deze weer in scenes. Helder en overzichtelijk.

Het was me er niet in eerste instantie om te doen geweest het boek aan te schaffen, maar gaande het gesprek leek het me toch bijna een must om dit wel te doen. Dus zo kwam het dat wij een uurtje later allebei een boek met een prachtig paarse omslag doorbladerden, hier en daar wat lazen en aansloten in de rij om het te laten signeren.

20160706_204359

Er zullen nog genoeg donkere dagen komen, waarop het heerlijk is weg te duiken in de Russische geschiedenis. Maar ook een mooie zonnige dag in de tuin, lijkt me een uitstekende optie.

Het is beslist een aanwinst. En niet alleen voor de boekenkast.

——————————————————————————————————————-

Blogs over twee reizen naar Rusland:

Klik op de links:

https://ajroc.wordpress.com/2016/06/07/to-russia-with-love/
https://ajroc.wordpress.com/2016/06/15/moedertje-wolga/
https://ajroc.wordpress.com/2015/10/06/ontmoedigend-overweldigend/

In spin…..

DSC00983Het was nogal zoeken geweest, maar hier zouden ze het wel een tijdje kunnen uithouden, dachten ze. De vlucht hierheen had behoorlijk lang geduurd, maar het was het absoluut waard geweest. Dit was een prachtige plek, deze oude, rustige woonwijk. Het mooi aangelegde parkje met de waterpartij en de grote bomen was precies wat ze zochten. Een zonnig grasveld met een bankje. Zo af en toe werd er een hond uitgelaten, maar de troep werd meestal in een plastic zakje meegenomen. Kortom, lang hoefden ze niet na te denken. Het besluit werd genomen en al snel waren ze gesetteld.

Na korte tijd bleek dat deze oase een enorme aantrekkingskracht had. Veel gelijkgestemden kwamen een kijkje nemen, in de hoop zich hier ook te kunnen vestigen. Gelukkig vond niemand het erg om dicht op elkaar te wonen, dus het werd al snel een drukke, gezellige boel. Men liep bij elkaar in en uit en nam het niet zo nauw met het mijn en dijn. Een soort commune werd er gevormd; heel gunstig ook voor als er straks kinderen zouden komen. Want dat hoopten ze allemaal, natuurlijk. Nageslacht, daar was het de meesten toch wel om begonnen.

DSC09466Het nageslacht kwam. Het groeide voorspoedig. De boom in het park, waarin zich de duizenden spinselmotten hadden gevestigd, werd volkomen kaal gevreten. Er was geen blaadje meer te bekennen. De kleintjes groeiden als kool. Eenmaal volgevreten werd het tijd om zich te verpoppen. Kilometers en kilometers zijde werd er gesponnen; zij vierden hun puberteit.
De hele boom werd feestelijk ingepakt van top tot wortel. In dikke klonten hingen de rupsjes te draaien en te kronkelen in enorme zijden zakken.

Nu was het wachten geblazen. De ouders konden tevreden zijn; hun taak zat erop. Ze hadden het goed gedaan. Een nieuw leger spinselmotten was in aantocht.

——————————————————————————————————————
UIT SPUIT? Nee hoor. Er is geen gif aan te pas gekomen gelukkig. Nadat de nieuwe horde motten zich had verspreid, liep de boom vanzelf weer uit. Al twee jaar hoop ik dat het weer gebeurt; het gaf zo’n mooi Marten Toonderachtig effect……

——————————————————————————————————————-
Dit is een verhaal in de categorie WE-300 (voor meer verhalen klik op de link), een schrijfuitdaging van Plato: schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag worden genoemd. Deze keer was het verboden woord: ontgroenen.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Plato’s Grot

grotEindelijk was het zover. Hier had ze jaren naartoe geleefd. Zorgvuldig drapeerde Jade het olijfkleurige gewaad om haar ranke lichaam. De felrode sjaal wikkelde ze drie maal om haar middel. Alles volgens de regels. De oude geschriften lieten er geen twijfel over bestaan; één verkeerde handeling en het hele ritueel was waardeloos. Dan waren al die uren van intensieve voorbereiding voor niets geweest. Nee, ze moest goed opletten wat ze deed. Het amulet, dat ze zelf had gesneden uit een hertendijbeen, hing aan een zwart lint tussen haar borsten. Vlak bij haar hart. Aan haar linkerhand glinsterde de gouden ring met smaragd. Ze schopte haar schoenen uit.

Ze ademde diep. In de donkere grot geurde het naar vochtige aarde. Ze moest er niet aan toegeven, maar het leek of een knellende band zich rond haar borstkas sloot. Ze rechtte haar rug. Ze was nu zover gekomen, ze moest zich niet van de wijs laten brengen. Over een uurtje was haar inwijding een feit. Dan zou ze haar gewaad mogen vervangen door een hagelwit exemplaar, de rode sjaal door een eigenhandig met donkerpaarse violen geborduurde ceintuur.

Ze blies de kaarsen uit. Nu kwam het op haar intuïtie aan. Ze drukte de amulet tegen haar borst. Haar rechterhand reikte naar de wand. Ze kende de hermetische tekst uit haar hoofd en reciteerde de oude woorden terwijl ze voetje voor voetje door de donkere gangen schuifelde. Druppels vielen op haar donkere haar. Als een doop. Ze waadde tot haar knieën door ijskoud water. Ze gaf niet op. Haar stem klonk hol en weerkaatste in de ruimte.

Plotseling was het er, een vuurtje, in de verte. Knipperend tegen het licht herhaalde zij fluisterend de laatste bezwerende woorden.
Toen zag ze hem. De man die deze idiote uitdaging had bedacht:

“Plato! Ik heb het gered!”

——————————————————————————————————————-
Dit is een verhaal in de categorie WE-300 (voor meer verhalen klik op de link), een schrijfuitdaging van Plato: schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag worden genoemd. Deze keer was het verboden woord: ontgroenen.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Zij wonen in Zweden

Ruby

Door het overdadige groen in mijn voortuin zie ik het zachte metallic blauw schemeren van een Fiat. De buren zijn thuis, denk ik. En direct weet ik dat er iets niet klopt; dat lichtblauwe koekblik hadden ze een paar jaar geleden al ingeruild voor een dito zwarte. En hun laatste vervoermiddel was een zilverkleurig busje. Maar er is meer niet juist in mijn constatering. Misschien zijn de buren thuis, maar niet hier. En het is nog maar de vraag of ze ‘daar’ nog altijd buren zijn.

De wens is de vader van de gedachte; ‘mijn’ buren wonen namelijk sinds kort in Zweden. Daar waar rust en ruimte is. Daar waar je sneeuw op de bergen ziet. Daar waar natuur nog gewoon natuur is. Daar waar buren kilometers van elkaar af wonen. Een aantal weken geleden is eindelijk hun Grote Plan verwezenlijkt. Hun vakanties in Zweden zetten een enorm raderwerk in beweging. Wat raakten zij verslingerd aan dat land. Over één nacht ijs was natuurlijk geen optie. En zo leerden zij de taal, hielden zich bezig met de cultuur en levenswijze, gingen nóg weer eens op vakantie. Stonden al tijden met een been in het vaderland, maar met het andere en met al meer dan het halve hart in het land van hun dromen. Uiteindelijk viel de definitieve beslissing: we gaan naar Zweden. Voorgoed.

De tijd van plannen maken werd afgesloten en de realisatie van het nieuwe leven werd een feit. Stapje voor stap werd alles in gereedheid gebracht. Het grootste obstakel was de verkoop van het huis. Tot drie keer toe werd er een poging gewaagd. En ja, de markt trok aan en plotseling was het zover: het huis werd verkocht en de nieuwe toekomst lag aan hun voeten.

Dit overpeins ik in die paar seconden dat ik de blauwe auto zie staan. Met weemoed denk ik terug aan de weken die we bezig waren met het vervangen van de wrakke schutting. Niks kant-en-klare schotten, zelf bouwen! Nog steeds kijk ik met veel genoegen naar dit staaltje van gezamenlijke klusvlijt. Verder leefden we rustig naast elkaar, overliepen elkaar niet. We wisten wat we aan elkaar hadden.

En zo kwam dan toch ineens de dag van het afscheid. Het busje stampvol afgeladen. De hond nog één keer het vertrouwde rondje. En daar gingen ze. Ik slikte een brok weg. Alle goeds, mensen!

O, wat gun ik hun het nieuwe bestaan. Maar wat vind ik het toch nog steeds jammer om ze niet meer te zien. En wat is het vreemd om alle vertrouwde geluiden te missen. Die zijn vervangen door geschuur, geboor, geroep en gebonk.
De nieuwe buren beginnen aan hun nieuwe toekomst.

——————————————————————————————————————-

De wederwaardigheden van de ‘oude buren’ zijn te volgen op hun blog: https://wijwoneninzweden.wordpress.com/

Moedertje Wolga

DSC03190

Flaneren langs de Wolga. Op een zwoele lenteavond. Vriendin H en ik hadden een jaar geleden niet kunnen denken dat dat er nog eens van zou komen. Maar nu zijn we hier toch echt. De enige dissonant zijn de wolken muggen, die we moeilijk van ons af kunnen houden. Maar verder is het heerlijk. De geur van water, niet specifiek, maar je weet het gewoon, zo ruikt het als er water in de buurt is. Alles klinkt ook anders; water weerkaatst alle geluiden en lijkt ze tegelijkertijd enigszins te dempen. Het voelt goed. Het voelt geweldig! Heel anders dan een wandelingetje langs de ons zo welbekende Zaan.

Waar wij nu zijn, in Tver (zeg Tveer), ontspringt de Wolga en vanaf hier zal zij met haar lengte van ruim 3600 km door Rusland stromen tot aan de Kaspische Zee. Moedertje Wolga. Op haar breedst is de rivier 26 km. Hier niet. We kunnen de overkant makkelijk zien.

De schemering valt en de lucht kleurt roze. Het wateroppervlak kleurt van grijs naar donkerblauw tot zwart. Lichtjes weerspiegelen. Gouden koepels, tussen het groen aan de overkant, trekken de aandacht. Sprookjesachtig mooi is het hier. Voor het echt donker wordt, lopen we terug naar het centrum. Bij dit geluksgevoel hoort een glaasje wodka. We slaan dat niet in een keer achterover, we zijn tenslotte geen volleerde Russen; nippend mijmeren we nog wat na. Wat goed dat we hier zijn. En hopelijk niet voor het laatst.

DSC03211

In de ochtend ziet de rivier er weer heel anders uit. Alsof ze met frisse moed aan de nieuwe dag begint. Waar de zon de golfjes beschijnt, glinstert het water zilverachtig. Vanaf de oever hebben we uitzicht op de oudste ijzeren brug over de Wolga, even verderop. Een magische plek. Je kunt afdalen tot vlak bij het water. Dan komt het erop aan je evenwicht goed te bewaren als je op de wiebelige steenblokken stapt en je handen in het Wolgawater wast. Zo weet je zeker dat je eens terug zult komen.

Waren we de vorige reis al opgetogen dat we de Moskva zagen, in grijs regenweer, dat we nu de grootste Russische rivier hebben uitgedaagd voor onze terugkeer te zorgen, stemt ons helemaal tevreden.

Wolgaslepers

Een paar dagen later zien we in Het Russisch Museum in Sint Petersburg het indrukwekkende schilderij van Ilja Repin: De Wolgaslepers. Het keiharde leven, niks romantiek.

Maar voor ons is de cirkel rond.

——————————————————————————————————————-

Blog over dezelfde reis, ook met SRC-reizen; klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2016/06/07/to-russia-with-love/

De lokroep

rattenvangerElke middag als het huis aan kant was, de geit gemolken, het avondeten voorbereid, zette de oude vrouw zich aan het raam. Ze nam haar verstelwerk op schoot, en terwijl sokken, hemden en onderrokken door haar vaardige handen gingen, tuurde ze van tijd tot tijd met droeve ogen naar buiten. Daar in de verte lagen de donkere bergen. Zou haar dochter?…. Hoe lang was het nu geleden dat de kleine Ida verdween? Ze kon zich niet voorstellen dat na al die jaren het wonder nog zou gebeuren, maar ze probeerde de moed niet te verliezen. Elke zondag brandde ze een kaarsje en altijd maakte haar dochter deel uit van haar gebed.

Ida, met haar zachte blonde haar, de helblauwe ogen. Ze was het mooiste kind dat ze ooit had gezien. Haar vier andere kinderen waren kort na de geboorte gestorven, maar Ida was sterk en overleefde kinkhoest en geelzucht. Ida was een wonderkind. Zeven jaar was ze geworden; na die zomer van lang geleden zou ze naar school gaan.

Af en toe riep ze zichzelf tot de orde. Ze was niet de enige; er waren in deze stad meer ouders die hun kind moesten missen. Maar ieder hield zijn verdriet voor zich. Het harde dagelijkse leven had de volle aandacht nodig. Er was geen tijd om terug te kijken.

Haar ogen vulden zich met tranen, terwijl een oude melodie in haar herinnering terug kwam. Ze probeerde te neuriën, als een soort van bezwering. Zou het haar kind terugbrengen?
Ze wist dat er geen hoop meer was. Het was voorbij. Had die rare snuiter zijn geld maar gekregen, nadat hij zijn werk had gedaan en de stad van de rattenplaag had verlost.

Ze sloot haar moede ogen en hoorde in gedachten de lokroep van de zilveren fluit. “Wacht, kleine Ida, ik kom…..”

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de categorie WE-300 (voor meer verhalen klik op de link), een schrijfuitdaging van Plato: schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag worden genoemd. Deze keer was het verboden woord: musiceren.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

To Russia, with love.

Matroesjka

Gepikt en gedreven; de reis naar Rusland kan beginnen. Aan alles is gedacht: van ondergoed tot visum, van diarreeremmer tot extra sd-kaart voor de camera. Opmerkingen hebben we zo goed mogelijk gepareerd: ga je naar dat land van Poetin? Ja, wij gaan naar ‘dat land van Poetin’. Dat land heeft namelijk ons hart gestolen en onze tweede reis naar Rusland wordt een schitterende aanvulling op de eerste, verwachten wij.

En die verwachtingen worden niet beschaamd. Integendeel. Moskou is nog zoals het was. Moskou is zoals Moskou moet zijn. De gouden koepels tegenover de strakke architectonische hoogstandjes. De drukke tienbaanswegen tegenover de rustige achterafstraatjes. De dichtbevolkte, levendige binnenstad tegenover de stille parken. Maar het is vooral Moskou. De stad sluit om ons heen als een goedzittende warme mantel. We voelen ons thuis.
De laatste avond in deze fascinerende stad brengen we door op en rond het Rode Plein, waar we in de vallende schemering opgaan in het geroezemoes van de Moskovieten die hier, in paren rondslenterend, het weekend afsluiten. De nieuwe werkweek is in zicht.

rode plein

Dan volgt de geplande, wonderbaarlijke, schitterende reis over het Russische platteland langs de Gouden Ring -die meer dan genoeg stof oplevert voor nog een aantal blogs- waarna we aankomen in Sint Petersburg. Overvol opgedane indrukken belanden we nu in een totaal andere wereld.

Wat een omschakeling! We willen de rust, de stilte, de schoonheid nog even vasthouden. Maar er is geen houden aan. De magie van Sint Petersburg doet haar werk er we stromen mee in het bruisende leven. Verkeer, lawaai, mensen. Vooral mensen.

Moskou, een van oudsher gegroeide en nog steeds groeiende stad. Sint Petersburg, gepland en gebouwd volgens een vooropgezet plan. Beide steden mooi, authentiek, ruim, bijzonder, aantrekkelijk, boeiend, verrassend, maar vooral verslavend. Hier wil je zijn, zien, horen, ervaren, ademen, lopen, en altijd weer terugkomen.

En dan: “De Rus”. Een wonderlijk volk. In Moskou zien alle mannen eruit of ze Boris heten; Sint Petersburg lijkt vooral bevolkt door de Igors. De vrouwen hier zijn de Natalja’s; in Moskou de Irina’s. En overal is drukte, is activiteit, beweging. Men is onderweg. Óf men rijdt rond in dikke, dure auto’s van en naar Belangrijke Bijeenkomsten, óf men schommelt over straat met een schamel tasje met boodschappen, óf men slentert en flaneert mooi aangekleed, heerlijk geurend en vaak gebotoxt over de Arbat in Moskou of de Nevskij in Petersburg.

In functie is de Rus streng en zich van zijn plicht bewust. Controle bij de winkeldeur: heb jij je aankopen wel eerlijk afgerekend en zit het bonnetje in je tas? Op het vliegveld: lijk jij wel op de foto in je paspoort? Heb je echt al je spullen op de controleband gelegd? Ja, ook het fototoestel dat je in je hand houdt! In de kerk: uh-uh-uh, géén foto’s maken! De Russische blikken kunnen echt heel streng zijn! En dan doe je met opgewekte tegenzin wat er van je wordt verwacht.

Maar, o, wat zijn er in de normale omgang toch een aardige mensen. Oude vrouwtjes (met die plastic tasjes met boodschappen) leggen met handen en voeten uit waar je het woonhuis van Dostojewski kunt vinden. Vrolijke jongens maken je in hun beste Engels duidelijk welke smakelijke broodjes zij je het liefst serveren bij de heerlijke koffie Americano die ze je net hebben voorgezet. De aardige dame van het winkeltje in het museum legt met liefde uit waar de uitgang is. Een lief, grijs omaatje, dat de rol van suppoost vervult, verkondigt trots met een breed gebaar dat alles wat er in ‘haar’ zaal hangt prachtig is. Hetgeen wij van harte beamen.

Het is ook weer goed om thuis te zijn. Het geeft de mogelijkheid om nog eens te vertrekken naar dat bijzondere en prachtige land. Naar mijn lievelingsstad Moskou. En daarna naar Sint Petersburg.

Een heerlijk vooruitzicht.
With love to Russia..….

——————————————————————————————————————-
Nog een blog over dezelfde reis; klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2016/06/15/moedertje-wolga/

Blog over de vorige reis, naar Moskou en Sint Petersburg.
Klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2015/10/06/ontmoedigend-overweldigend/

Blog over een nieuw boek over de Romanovs.
Klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2016/07/06/de-romanovs-van-montefiore/

Een portje met Ina

img178

Lieve Ina,

Wat is het lang geleden, Ien, dat we elkaar spraken. Je bent al zo lang uit ons blikveld verdwenen. Maar toch, elke keer dat wij, van het oude, ter ziele gegane droomgroepje, elkaar zien, valt jouw naam op een goed moment. Er is altijd wel een aanleiding voor: iets wat zich ter plekke voordoet, iets wat we hebben gelezen of gezien, situaties waarin we soms verzeild raken, moeizame vriendschappen, verborgen liefdes. “Ina zou zeggen…….”, roepen we dan. Een gevleugelde uitdrukking inmiddels. Je hebt ons wat dat betreft veel nagelaten. Hoewel we je missen, worden we altijd vrolijk van de herinneringen die we ophalen.

We hebben heel wat met elkaar meegemaakt. Jouw verjaardagen, bijvoorbeeld, met heel veel vrienden op het balkon van je piepkleine flat. De cake die je sneed met het mes waarmee je net de knoflook had gesnipperd voor de hartige taart. Diezelfde taart waaruit we na het bakken nog een stukje folie van het bladerdeeg visten. De zachte kaas die je te vroeg uit de koelkast had gehaald. Het zal wel de stress van de verjaardag zijn geweest, hoewel jij je nooit echt gek liet maken. Maar je had wel een gloeiende hekel aan huishoudelijke klussen. Altijd was er een goede fles wijn, werd er geproost op Het Leven, werd er gelachen, vierde de gezelligheid hoogtij. Toch werd ook dan een serieus gesprek niet uit de weg gegaan. Je genoot intens van zulke momenten. En wij ook. En nooit hebben we gemerkt dat je zoveel ouder was dan wij.

Je zou nu – over een weekje – vijfentachtig zijn geworden. Maar zeven jaar geleden hield jij het hier voor gezien.

Soms vraag ik me af hoe het zou zijn geweest, als je nog had geleefd. Over welke boeken we het zouden hebben, welke films, welke filosofieën. Hoe we elkaar over en weer hadden kunnen inspireren. Maar ik blijf er niet te lang bij stil staan, hoor Ien. “Dat laten we maar open”, was een van je geliefde uitdrukkingen. En daar houd ik me aan.

Door die relativerende opstelling kon je een moeilijk leven aan. Want dat wisten we natuurlijk allemaal, dat je niet de makkelijkste weg had gekozen. Maar je las een mooie, toepasselijke tekst, mediteerde daarover, deed een dansje en dan was je in staat om te accepteren wat er op je pad kwam. Dan ging het weer. En de warmte van jouw eigen omgeving deed de rest; je omringde jezelf met boeken, bloemen, kaarsen, persoonlijke details. Jouw gave om binnen no time een gezellig en warm thuis te creëren, was benijdenswaardig.

Jouw thuis is nu ergens anders. Jij alleen weet waar. En wij weten haast wel zeker dat je “daar” je eigen sfeer creëert. Jouw kennende had je je er terdege op voorbereid.
Wij hebben je los moeten laten. Dat heb je ons altijd voorgehouden en je kunt wat dat betreft trots op ons zijn.

Alleen, Ina, wat zou ik graag nog een keer een glaasje port met je willen drinken bij De Karpershoek……..

——————————————————————————————————————-

Ook over Ina: https://ajroc.wordpress.com/2014/04/09/luchtpost/