Wat de hemel zag…

We hadden het gepland, dus we wilden wel graag dat het door zou gaan. Dat we ons erop hadden verheugd, was te veel gezegd; het zou beslist geen vrolijk uitje worden. We hadden al te veel gehoord.

Op de bewuste dag bezoeken we al vroeg de synagoge. Een goede start, het geeft ons rust en berusting. Daarna lopen we door de zonovergoten stad, niet ver van de Joodse wijk. We nemen alles goed in ons op, we zullen dit niet snel terugzien. In een parkje, te groen eigenlijk voor de prille maand mei, zetten we het gesprek voort, dat we tijdens de wandeling zijn begonnen. Het geloof is maar al te vaak een precair onderwerp. Voor ons niet. Wij wisselen onze ervaringen uit. En die blijken niet heel veel van elkaar te verschillen.

We kopen wat brood voor onderweg, je weet maar nooit. Op de afgesproken tijd staan we klaar met onze luttele bagage. Veel zullen we niet nodig hebben, is ons gezegd. Alleen het toegangsbewijs is essentieel. We wachten. Op het muurtje gezeten hebben we een goed zicht op de weg. De tijd verstrijkt, maar er is in de verste verte geen busje te zien. Ze zullen ons toch niet vergeten zijn? Aan de overkant is het nog steeds druk bij de synagoge. Mensen lopen in en uit. De zon koestert onze gezichten, het is warm voor de tijd van het jaar. Plotseling snelle voetstappen. Een jonge man in een zwart kostuum rent even verderop een zijstraatje uit, knielt net om de hoek met het geweer in de aanslag. Hij loert over de loop, maar schiet niet. Vreemd. Hij neemt de benen wanneer iemand op hem af komt rennen, keert via dezelfde route terug en het tafereel herhaalt zich. Unheimisch? Nee, niet eens. Het lijkt of we midden in een filmopname zijn beland.

Zo langzamerhand begint de tijd te dringen. Waar blijft dat busje nu toch? Nu we eenmaal geboekt hebben voor deze trip, nu we ons erop hebben ingesteld, moet het er ook maar echt van komen. Juist als we erover denken dan maar alsnog op eigen gelegenheid te gaan, loopt iemand op ons af, controleert het kaartje, stelt zich voor als de chauffeur en neemt ons mee. We stappen in. Er zitten al meer mensen in het krappe busje, waaronder een peuter en een baby. De moeder sust het kleintje, de vader houdt de peuter bezig. Na een kilometer of wat stapt er nog een stel in. Het busje zit nu echt propvol.

Een enkele stop onderweg bij een benzinestation. Onze medepassagiers slaan flink wat proviand in en beginnen dat direct weg te werken. Nu nog een dik halfuur rijden. Weilanden, bossen, kleine dorpjes. Vriendelijk landschap. Het staat in schril contrast met waar wij straks zullen aankomen.
De laatste afslag. We hebben de borden onderweg gezien. Nog even. Mijn maag verkrampt. Nu al.

We zijn uitgestapt en worden bij elkaar geroepen. Er voegen zich meer mensen bij onze groep. We krijgen een nummer. Nu is het wachten op degene die ons naar binnen zal begeleiden. Onder de poort door. Die poort waar al zovelen voor ons onderdoor zijn gegaan. Wij weten wat ons te wachten staat, maar toch ook weer niet.

Daar is onze gids, een jonge, frêle vrouw. We laten de pizzeria en de stalletjes met souvenirs achter ons. Ze spreekt ons vriendelijk maar streng toe: Weet waar je bent en gedraag je daarnaar. Dan volgen we haar. In stilte. Het grind knerst onder onze voeten. De tranen springen in mijn ogen: zo moet het ruim zeventig jaar geleden ook geklonken hebben…

Advertenties

Nichtjes min één

De enige dochters van de vier broers
En de enige dochter van een
Van de zeven zussen
Vijf man sterk dus
Dachten zeker te weten dat
Het niet op kon: het leven, het samenzijn
Het wij-zijn-nichtjes-voor-eeuwig gevoel

Maar in een vloek en een zucht
Is alles ineens anders dan anders
Zijn we nog maar met vier
En snappen we ook ineens wat
Bevrijdingsdag betekent:
Vrij van de pijn, van de zwaarte
Vrij van het verdriet dat alleen een moeder kent
Als zij een kind verliezen moet
O, ja zij is over het lijden heen

Wij kunnen nog maar niet wennen
Er zal een lege stoel zijn
Als wij weer samenkomen
En haar o, zo bekende laconieke lachje
Ontwaren wij slechts op ons netvlies
Brandmerk
Dat heel langzaam verdwijnen zal
De tijd zal het leren

De pannen op het dak

Of het nu door de locatie kwam of door het tijdstip is me niet helemaal duidelijk, maar de reünie van de nichten en neven, de kleinkinderen van onze opa en oma, was een groter succes dan ooit. En niet te vergeten, onze enige (in twee opzichten!) tante was in optima forma van de partij.

Elke keer is het bijzonder en leuk om elkaar weer te ontmoeten; je voelt duidelijk de band van het bloed, voelt je met elkaar verbonden. Zelfs al heb je elkaar (bijna) nooit gezien en spreek je elkaar maar even. Het jongetje of meisje van heel lang geleden zie je soms amper terug in de man of vrouw van nu. Maar toch. We zijn familie. We weten het en voelen het.
En ondanks de trieste berichten (er liggen vijf kaarten klaar voor zieke neven en nichten) heerst er een gezellige, warme, vrolijke sfeer.

Ik kijk naar al die verschillende gezichten en probeer een gelijkenis te ontdekken. De familietrekken zijn onmiskenbaar. Maar ieder heeft zijn eigen persoonlijkheid, uiteraard. En het verbaast me, meer nog dan de voorgaande keren, hoe al die verschillen een eenheid creëren. Wij horen bij elkaar. En we mogen er trots op zijn dat wij dit elke keer weer met elkaar vieren door middel van een reünie.

Het is zo’n wonderlijk gegeven: twee jonge mensen hebben zoveel vertrouwen in elkaar en in het leven dat zij een gezin stichten. Hun elf kinderen doen hetzelfde. Wij, nakomelingen – wat een mooi woord is dit toch – proberen een glimp op te vangen van die vroegere tijd, doen ons best om nog iets te weten te komen van hun levens. Juist bij het ouder worden gaat het verleden steeds meer leven, merken wij. We zien de spaarzame foto’s uit die tijd. We interpreteren ons suf. En we genieten met volle teugen. Langzaam maar zeker ontstaat een steeds beter beeld van hoe het was. Of beter, hoe het moet zijn geweest. Ooit…

Het grootste gezin – gesticht door de oudste dochter – is het ruimst vertegenwoordigd op de reünie. Het telde, naast twee meisjes, elf jongens. Ik probeer me voor te stellen hoe dat was en krijg een voorbeeld tijdens de lunch op een presenteerblaadje aangereikt. M.B. vertelt, met glimmende ogen en een vette grijns naar een van zijn broers, dat het er soms ruig aan toe kon gaan bij hen thuis. Alle jongens zouden bij hun linker elleboog littekens hebben, vier kleine stipjes. Een overblijfsel van de wonden die zij elkaar tijdens de maaltijd (onder het bidden “als de gehaktballen er nog lagen” of danken) aanbrachten met de tanden van hun vork. Het waren allemaal ‘echte jongens’, dus werd er gebakkeleid, gestoeid en gevochten. Dat mocht ook. Daarvan word je groot. Je kunt je in de wereld beter staande houden wanneer je je krachten in een beschermde omgeving hebt kunnen meten. “Maar”, zegt M, “moeder zei altijd: ‘Je mag best ruzie maken, maar voor je naar bed gaat, liggen alle pannen weer op het dak’. En dat is een wijze les die je je hele leven met je mee draagt.”

Ik heb veel bewondering voor die moeder, mijn tante, die een groot gezin draaiende wist te houden in een tijd dat alles in het huishouden nog met de hand moest worden gedaan.
Maar vooral bewonder ik haar omdat ze het daarnaast klaarspeelde om bewust oog te hebben voor haar kinderen en ze hen belangrijke levenslessen wist mee te geven.

Dat is liefde. Dat is pas rijkdom.

——————————————————————————————————————-

Lees ook: Wie is wie, https://wp.me/p36K0e-1z
Nichtjes forever, https://wp.me/p36K0e-Lg

Noorderzon

“Hier Maarten”, zei de man met het grijze baardje, “neem jij hem maar. Ik houd ermee op.” Maarten keek verbaasd naar wat hij in zijn handen gedrukt kreeg. Wat moest hij met dat uitgerookte barnstenen pijpje? “Maar…”, probeerde hij. De man keek over zijn schouders naar links en naar rechts, constateerde dat Tuinier in geen velden of wegen te bekennen was en vervolgde: “Die hark van je-weet-wel heb ik daar, achter je, aan de wilgen gehangen. Het is uit met de pret.”

Maarten keek achterom; nee, hij had het nog niet gezien. Aan de voet van de kale boom zag hij ook het kleine botte bijltje van Cornelis liggen, dat kennelijk al eerder was weggesmeten. Hij zuchtte. Dit leek verdacht veel op het einde van een mooie periode met de scherpzinnige denker. Wat was hij een goed voorbeeld geweest voor velen. Wat had hij interessante ideeën. Wat schreef hij gloedvolle verhalen. Hij kon er toch niet zomaar tussenuitknijpen? Terwijl hij de kat aaide die rondjes draaide om zijn klompen, bedacht hij dat hij het niet al te zwart wit moest zien. Hadden ze niet enorm veel wijsheden om op te teren? Moesten ze maar niet gewoon tevreden zijn met het feit zo’n bijzonder mens te hebben gekend?

Hij keek Plato vragend aan, maar die staarde peinzend in de verte. Wat er precies in hem omging, liet hij natuurlijk niet merken.

——————————-

Eenentwintig juni. De langste dag. De warmte lag als een dikke deken over het land. Maarten stak zijn pijpje op en leunde peinzend tegen een wilg. Geen zuchtje wind. De zon in het hoge noorden. Waarom hij uitgerekend vandaag zo sterk aan die oude Zaanse filosoof moest denken… Hij zal toch niet? Met de noorderzon? “Nee”, wist hij, “zover zou het niet komen.”

——————————–

En een dik half jaar later, ziedaar!

——————————————————————————————————————-

Plato is back!

Een zelfbedachte WE-300. De grote meester heeft er geen opdracht voor gegeven. Maar we zijn niet van hem afhankelijk, tenslotte.
Het woord waar het om draait, maar dat in bovenstaande tekst van 300 woorden niet is genoemd, is: MISSEN.

Het plaatje komt van het internet.

Galerie ‘De Praam’

Iedereen kent het wel, denk ik, het begrip rommellaatje. Allerlei onbestemde spulletjes – ‘troep’ zou mijn moeder gezegd hebben – verdwijnen daarin en komen er nooit meer uit. Behalve in zeer speciale gevallen. Een voordeel is dus, dat wanneer je iets kwijt bent, het de moeite loont eerst dat laatje eens door te spitten. Een ander voordeel is dat je spulletjes die je eigenlijk niet kwijt wilt, maar werkelijk niet weet waar je ze moet laten, daar altijd kunt dumpen. Voor de eeuwigheid. Of zo.

Zo kwam het dat ik laatst, toen ik naar pleisters zocht en die niet kon vinden, ten einde raad een blik wierp in ‘het laatje’. Gelukkig vond ik er een verdwaalde kinderpleister. Na hem stevig om de vingertop te hebben gewikkeld, kon ik veilig het piepkleine fotootje, waarvan ik een klein stukje zag, uit de la vissen. Een contactafdruk, zoals wij die vroeger maakten, om te bepalen welke foto’s we daadwerkelijk gingen afdrukken. Zwart-wit, uiteraard. Op de foto zie je een witte muur met daarop een ‘object’. Het is een scheepsluik, waarvan ene Kees een bijzonder kunstwerk had gemaakt. En het hing aan een van de muren van onze boerderij in Ouderkerk aan de IJssel.

Met een sneltreinvaartje schoot ik zomaar weer eens vijftig jaar terug in de tijd.

In onze Ouderkerkse periode ontmoetten we nogal wat beginnende kunstenaars. Pottenbakkers, schilders, een beeldhouwer, en Kees dus. Sommigen woonden, net als wij, langs de dijk naar Gouda. Maar in Gouda gebeurde het in die tijd en zo kwam het dat rond de Sint Jan vrij veel kunstenaars huisden. Daar ontstonden ateliertjes, galerietjes, gezellige kroegjes. (Het is nog steeds een kunstzinnige buurt) Het klinkt nogal kneuterig en dat was het toen eigenlijk ook. We kwamen hier graag na het werk of in het weekend even buurten. En we kochten weleens wat. Terwijl het allemaal gezellig en levendig was, was het voor velen armoe troef.

Dat inspireerde ons tot een ‘woest’ plan. In onze verbouwde boerderij onder aan de IJsseldijk zouden wij een galerie gaan beginnen. Een naam hadden we al snel bedacht: ‘De Praam’. Natuurlijk was de naam niet toevallig gekozen. In het boerenlandschap langs de Hollandse IJssel werden die platte schuiten veel gebruikt om koeien, melkbussen en dergelijke mee te vervoeren. En wij vonden, heel idealistisch, dat onze galerie dienst deed om de kunst naar de mensen te brengen.

Na enige formaliteiten (inschrijven bij de K.v.K. onder andere) richtten we de grootste ruimte van het huis in met kunst: schilderijen, etsen, keramiek, alles kon een plaatsje krijgen in onze strak ingerichte woonkamer. Voor ons was dit natuurlijk een extra leuke bijkomstigheid. We zaten ‘tussen de kunst’ en we ontmoetten veel leuke mensen.

De galerie trok vooral in het weekend veel bekijks, vooral ook omdat de scheepsluiken van Kees, die echt veel te groot waren om binnen te op hangen, aan de buitenmuur waren bevestigd.
We hadden alle werken in consignatie en we waren de koning te rijk als er wat werd verkocht. De desbetreffende kunstenaars uiteraard ook. Het was een mooie tijd. Er waren niet veel regels. Alles liep zo soepel en natuurlijk. Kom daar nu nog eens om.

Ik heb nog aardig wat keramiek uit die tijd, maar alleen twee stukken die ik het mooist vind en een bronzen beeldje staan in mijn kamer. Ze nemen zo’n vanzelfsprekende plaats in, dat het me vaak niet meer opvalt.
Maar toen was het bijzonder. En eigenlijk vind ik dat nog steeds.

Neva-kleurig

Altijd reuring, уходы, zoals het daar heet
Langs de Nevski Prospekt
Het verkeer raast langs de brede trottoirs

Mooie jonge meiden
Lang blond haar, bleke smoeltjes
Precies de goede kleding
Hip, kort, strakke broeken zonder scheur
Flaneren in een wolk van parfum
Zonder zwikken op stilettohakken

Jongens met zwarte leren jasjes
Het sluike haar over het voorhoofd
Snelheid in hun pas
Keurende blikken

Oudere dames, de Moeders van Rusland
Grote boodschappentassen aan de arm
-Waar zijn die mooie meisjes van vroeger?-
Gebloemde hoofddoek over grijze krullen
Gezichten verzacht tot glimlach

Mannen, pet en snor, doorleefde koppen
Een bobbel in de borstzak
– Dorst komt altijd onverwacht –
Wijde broeken, vale jacks
Sigaret, die eeuwige sigaret
Zij lopen niet- zij bezetten de bankjes

In strak gesneden maatpak
Snelt de jonge zakenman voorbij
Aktentas, snelle schoentjes, duur horloge
Aftershave ruikt overal hetzelfde
Een afspraak, vergadering
Tijd is geld, dat is te zien

Maar dan de kinderen
Dansende dartele meisjes
Stevig stappende jongens
Dikke jassen aan en mutsen op
– Want september –
Vrolijk aan de hand van moeder

In de bleke gezichtjes
Vallen de grote ogen op
Donker, ondoorgrondelijk
Vriendelijk, terughoudend
Gedecideerd, vragend
Leningrads of Petersburgs
Maar Neva-kleurig

Neva-kleurige ogen
In mooie kindergezichten
Afkomst verloochen je niet

——————————————————————————————————————-

Lees ook: Het Rode Plein: https://wp.me/p36K0e-Wm

Ontmoedigend Overweldigend: https://wp.me/p36K0e-Ih

Trojka: https://wp.me/s36K0e-trojka

Moedertje Wolga: https://wp.me/p36K0e-No

Een armzalig tierig zootje

Het journaal, actualiteitenprogramma’s en talkshows zijn een bron van grote vreugde voor de taalfreak. De versprekingen zijn talrijk. Oké, ik geef toe, bij mij komt ook niet altijd alles vlekkeloos naar buiten, maar dat hoor je dan (gelukkig!) niet op radio of tv.
Hier volgt de oogst van weer een jaartje sparen.

– Er moest wel uitgezocht worden wie en waarom er achter de ontvoering zat.
– Gijs, heb je een tipje van de sluier voor ons?
– Een grote groep Syriërs is nu aan het integreren geslagen…
– Er gaat heel veel energie mee gepaard.
– Hij heeft het zelfvertrouwen in Groen Links vergroot.
– Je ziet pas iets als je het begrijpt (Robbert Dijkgraaf parafraseert Cruijff, gewoon leuk.)
– Hij woekert alles over (1 Vandaag, over de reuzenberenklauw.)
– EmerÍtus hoogleraar (1 Vandaag, Jojanneke van Bergen, verkeerde klemtóón.)
– Mensen die hun leven wijden om de natuur te beschermen. (Hier ontbreekt een essentieel woordje.)
– Eerst moeten we ons nog even door het regen heen werken.
– Maar voorlopig irriteer je je groen en geel.
– Een armzalig tierig zootje (Hennis Plasschaert, vorig kabinet)
– … dat de aarde op gaat warmen tot 2,5 à 3 graden. (Toch nog best koud, eigenlijk…)
– Ik heb snel 112 gebeld, maar die waren al onderweg. (Vervelende trend; omstanders aan het woord.)
– Het bespaart ze jaarlijks €750 per jaar.
– Maar dat maakt het er allemaal niet moeilijker op.
– Je was een stuk ouder dan ons. (In dit geval zou je zelfs: ‘als ons’ verwachten.)
– Je bent een geweldige ausdauer.
– En dan nu: De Eindfinale. (? Philip Freriks, De slimste mens)
– De JSF zou rond acht uur precies landen.
– Wat ik heel graag hoop.
– Je hebt daar je handen genoeg aan.
– De familie heeft besloten een advocaat in de armen te gaan nemen. (Arme man…)
– We zien toch niet zoveel brood om deze keer weer mee te doen.
– Het was een man met ballen. Die ballen toonde hij ook naar binnen toe. (?)
– 21 mei: De Wereld Vismigratiedag. (Zouden de vissen dat eigenlijk wel weten?)
– Dit was echt een weerdagje vandaag met alle soorten weer die er langs kwamen.
– Dat betekent dat het een drukke nacht wordt voor de tuinders, want die moeten dan beregend worden. (Het gaat om door vorst bedreigde fruitbomen. De tuinders mogen droog blijven.)
– Nou, dat kan ik niet met volle mond zeggen. (Geïnterviewde in het journaal)
– We bouwde een rails. (Bouwde zonder n(!),’we’ is meervoud. Een rails? Ondertiteling bij de film Taxidriver.)
– In plek van kleine plantjes. (De “plekziekte” neemt ernstige vormen aan.)
– Eindelijk komt Jeroen Bosch thuis en hij wacht een vorstelijke ontvangst.
– Voor het merendeel van de muzikanten is het sabbelen. (Niet alle instrumenten hebben een riet, toch?)
– Afgelopen jaar was een jaar met de nodige storingen. (Hoezo nodig?)
– Dat klinkt of er licht is aan het eind van de horizon.
– Wat moet er nou gebeuren om te voorkomen dat zoiets als dit niet weer gebeurt. (Tja, doordenkertje.)

Doe maar helemaal niks, laat het maar gebeuren. Al die kleine miskleunen leveren in eerst instantie een (glim)lach, en tenslotte een blogje op.

Alles zou anders worden

Of ik een recensie over haar boek wilde schrijven. Dit berichtje bereikte me vorige week. Oud-leerling vraagt ex-juf om iets te schrijven. Hoe kan ik weigeren? Ooit droeg ik haar op om teksten te produceren. Een soort koekje van eigen deeg dus.

Ik maak kennis met Miriam van Tunen als ze bij mij in groep 8 komt. Een goedlachs meisje. Humor, fantasie en… een paardenmeisje pur sang. Ze krijgt me een keer zover dat ik meega naar de manege en zelfs op een paard(je) door de bak ‘rijd’.

Maar kinderen groeien op, gaan hun eigen weg. Zo hoort dat, ze verdwijnen uit je blikveld. Toch gebeurt het af en toe dat je weer even iemand ziet of spreekt. Dat is met haar het geval. En nu dus, ping!, een berichtje via Messenger. En ja, Miriam, ik vind jou zo de moeite waard dat die recensie er komt.

Het bewuste boek: Van Achter De Kast, moet daarvoor weer even uit de kast komen. Ik sla het open. En… ik ben weer verkocht. Al lezend loop ik naar de bank en voor de tweede keer lees ik het boek in één adem uit. Weer ben ik geraakt door de vlotte schrijfstijl. Weer verbaas ik mij. Weer word ik boos. Weer moet ik erg lachen. Weer raak ik ontroerd door de laatste bladzijde.

Maar, die ‘kast’? Inderdaad, uit de kast komen, daarover gaat het boek. Een ‘laatbloeier’, – haar woorden – op het gebied van homoseksualiteit, die al een enorme strijd met zichzelf heeft gevoerd, komt uit de kast in een zeer christelijke omgeving. De reacties op haar openheid zijn hartverscheurend. De consequenties niet minder. Er volgt een grote worsteling. Alweer. En grote veranderingen volgen. De veilige plekken blijken niet zo veilig als gedacht; in het werk, in de vriendenkring, ze moet zich verdedigen en verantwoorden. Het feit dat geaardheid geen keuze is, schijnen veel mensen niet te kunnen begrijpen. Oordelen en afkeuring is haar deel.

Gelukkig weet ze zich staande te houden. En hoe! Ze ervaart grote steun van de familie, al zijn ook daar verdrietige momenten. Maar haar enorme innerlijke kracht en vertrouwen, haar oplossingsgerichtheid, haar durf en haar humor zorgen ervoor dat ze uiteindelijk ervaart dat alles anders zal worden.

Kortom, ‘Van Achter De Kast’ is een boek dat je gelezen moet hebben. Niet alleen een must voor de ‘beginnende’ LHTB-er; iedereen die zaken van levensbelang voor zichzelf moet uitzoeken zal hierin kunnen lezen dat je, als je je hart volgt, uiteindelijk het geluk zult vinden. Het pad gaat niet over rozen, het is niet geasfalteerd, het is behoorlijk bochtig en het eindpunt is niet in zicht. Maar je moet door. En uiteindelijk komt het goed. Heel goed!

——————————————————————————————————————-

Bezoek ook de website van Miriam van Tunen: http://www.mvtunen.nl/

Trojka

Een koets – drie paarden –
Ratelt door het weidse land
De witte stammen van de berken langs het pad
Lichten op in laatste stralen zonlicht
Laag over de moerassen
Vegen dreigende wolken
Vele tinten grijs langs de hemel
Een gouden koepel, ergens in de verte
Schamele hutjes achter vervallen hekjes

Ik waan mij eeuwen terug

Ik open mijn ogen
En zie hoe het landschap
In groene vlekken aan mij voorbijflitst
De sneltrein Moskou-Petersburg
Maakt zijn naam waar
De prachtige berken een witte waas

O, wat had ik het graag gewild
De traagheid, de kou
De verlatenheid rondom
De schreeuw van de koetsier
Het gesnuif van de paarden
De deken dichter om mij heen

Maar ik moet het doen met behaaglijke warmte
Geroezemoes van medereizigers
De strenge blik van de conductrice
Een enkele stop op een verlaten station

En de herinnering aan de machtige hoofdstad
Die ik met gemengde gevoelens verliet
Stevig verankerd in mijn geheugen
Nu al weer heimwee

Maar hier is een nieuw doel van de reis
De stad met zijn kleurige gebouwen
Bruggen en grachten
Kerken en pleinen
Beelden en parken

Grote daden werden hier verricht
Revolutie schreef geschiedenis
De dood verraste vriend en vijand

Ik loop hier en mijn voetstappen bedekken
De duizenden gemaakt in roerige tijden
Mijn hart bonkt
Ik houd mijn adem in

Maar zie, de Neva stroomt
Draagt haar water naar de zee
En is zich van geen kwaad bewust

——————————————————————————————————————-

Lees ook: Neva-Kleurig: https://wp.me/p36K0e-Xb

Het Rode Plein: https://wp.me/p36K0e-Wm

Moedertje Wolga: https://wp.me/p36K0e-No

Alweer nichtjestijd

Zomertijd, wintertijd, altijd gedoe. Verreweg het leukste is dan ook Nichtjestijd. Geen gezeur met uren voor- of achteruit. Gewoon agenda erbij en plannen. Dat gaat steeds beter, sneller en efficiënter. Afgelopen zondag waren we in Hazerswoude, bij nicht G. Tjonge, wat een lekkere koffie. En gelukkig arriveerde nicht A. uit A op tijd met een overheerlijke appeltaart. Een succesrecept van haar moeder, onze enige tante nog. Dus, lieve tante A, hartelijke dank dat u dit recept aan het nageslacht hebt doorgegeven.

Dat was ook wel een beetje het thema van de ochtend: wat waren onze ouders voor mensen. Wat hebben ze ons geleerd, wat hadden ze voor rol in de familie, hoe was hun karakter. Wie waren zij? Wat hebben wij geërfd? Wie zijn wij nu?

Steeds weer wordt het beeld vollediger. Zo weten we nu bijvoorbeeld van oudste nicht A. uit D, dat haar vader, als oudste zoon, in de voetsporen treedt van zijn veel te vroeg overleden vader. Onze opa dus. Thuis, aan zijn bureau, ontvangt hij nogal wat stelletjes uit de familie met trouwplannen. Niet om een luchtig gesprekje mee te voeren, nee, het is meer in de trant van “Wat doet je vader” en “Kun je dit meisje onderhouden”, “Weten jullie het zeker” en “Hoe zit het met het geloof”.

Heerlijk, we smullen van elkaars verhalen. Opa was nogal streng en zwaar op de hand. Dat hebben we allemaal ervaren. Wie van zijn kinderen heeft zijn zwaarmoedigheid geërfd? Mijn vader niet, in elk geval, zegt nichtje A. uit A, mijn vader was meer een lolbroek. Ja, zo kende ik oom J. ook: altijd grapjes.

Deze twee voorbeelden geven wel een redelijk goed beeld van de familie. Grote tegenstellingen zijn verenigd. Verantwoordelijkheidsgevoel, een zekere (ge)strengheid, maar de vrolijke ondertoon ontbrak nooit.

En zo gaat het vandaag ook. Bij de les blijven, alles op een rijtje, data prikken, afspraken maken, maar alles met humor doorspekt. Heerlijk!

Binnen een half jaar zullen we weer met de familie bij elkaar komen. Zoveel is zeker. Redelijk snel na de vorige keer, maar de tijd gaat snel, er verandert veel. We worden allemaal ouder. Zelfs realiseren we ons plotseling dat oudste neef T. bijna net zo oud is als onze enige tante. Natuurlijk is dit altijd al zo geweest. Maar toch, eenmaal boven tachtig valt dat verschil bijna weg. Voor ons voelt het vreemd.

Zeer binnenkort gaan nicht G. en ik het geplande onderkomen bekijken. We vragen ons quasi serieus af: Wat zou onze verstokt hervormde opa ervan hebben gevonden dat dat een zaaltje in de gereformeerde kerk blijkt te zijn?

Ongetwijfeld zou opa, als hij tijd van leven had gehad, mild zijn geworden. En straks, als ik onder de vredesduif door de kerk binnenga, zal ik hem met een glimlach gedenken.