Werdegang

img049

Vader
Ik wilde overleven
Ondanks domper en protest
Strijden ook

Het is al zo ver gekomen dat
Opvallend vaak
De prijs van
Het verlichte denken
Wordt onderschat

Wind en jachtige wolken
In de schaduw
Ingrijpen als toeschouwer
Zonder afstand

Nederlaag voor
Helden
Jong en bloedmooi

——————————————————————————————————————-

Men neme:
1 krant
1 schaar
1 flesje lijm
1 velletje gekleurd papier

Dan een beetje knippen, schuiven en plakken. Et voilà!

Panoramisch

DSC00884

Als veel mensen van niets weten, heb je geluk.
Dat is een cryptische omschrijving van: op maandag is het Panorama Mesdag open en dat weet niet iedereen. Wij wisten het. Een zeer gedienstige suppoost tilde de rollator naar boven. Heerlijk rustig was het daar! Het was zelfs zo stil dat we op een gegeven moment met zijn vieren in de verte stonden te turen. Een van die vier was een suppoost, die moest wel, dus die telt niet mee. Bleven over een Japanse toerist en wij, de “oude” vriendin en ik. De eerlijkheid gebiedt te vermelden dat er net daarvoor een groep van twintig mensen naar de boten, golven en duinen stond te kijken en uitleg kreeg in het Ivriet. Maar daarna hadden we weer het rijk alleen. En dat midden in de vakantie!

DSC00912

Het enorme schilderij kreeg een flinke opknapbeurt en ziet er weer fris en helder uit. Wat ik me van eerdere bezoeken niet meer herinnerde, is het licht. Nu viel het me op: de zon die, gefilterd door het enorme doek, op het tafereel schijnt, uiteraard van tijd tot tijd versluierd door een wolk. Het maakt alles zo echt. Je weet dat je naar een levensgroot schilderij staat te kijken, maar je waant je echt aan zee. Je voelt het, ruikt het, hoort het.

DSC00894

DSC00891

DSC00900

DSC00892

Omdat we zo heerlijk rustig konden kijken, zagen we meer dan anders het geval zou zijn geweest. En wat zijn ze leuk, die details. Voor J.T. was het cliché ‘feest der herkenning’ werkelijkheid; opgegroeid in Scheveningen kon ze me tekst en uitleg geven over dat toen nog kleine vissersdorpje. “Haar tijd” in beelden gevat.

DSC00887

De dag eindigde, geheel in stijl, met een grote pan mosselen geserveerd op een terras in Kijkduin met panoramisch uitzicht. Met een uitstekende witte wijn toastten wij op deze mooie dag.

Ze was moe, zei ze toen ik haar thuisbracht, maar wat had ze genoten. Wat ben ik trots op deze (bijna) negenentachtigjarige vrouw, die nog zo midden in het leven staat. En die haar al zo rijke geest blijft voeden. Ik voel me bevoorrecht dat ik daar af en toe getuige van mag zijn.

DSC00921

Koiere en Kaike

Nou, nou, nou. Wat een drukte in mijn anders zo rustige straatje. De ene na de andere auto wordt geparkeerd. Als alle parkeerhavens vol zijn, dan gewoon op de stoep, in de bocht, op het gras, tussen de struiken. Even verderop, op de Lagedijk is de Kaike en Koieremarkt. Voor degenen die het Zaans niet beheersen: kijken en kuieren. Overal hangen de plaatselijke vlaggen aan de gevels. Feest! Het is aan mij niet besteed, dit soort feestjes. Ik voel me een beetje ontheemd. Zoveel mensen. Een gehaaste blik in de ogen; stel je voor dat dat ene koopje net voor je neus wordt weggekaapt. Maar ik gun het ze van harte. Gezellig is het zeker, als je ervan houdt. Ik hoop dat ze het droog houden; het is traditiegetrouw een regenachtige dag.

DSC00981

Tegen de middag zie ik aan de overkant, aan de andere kant van het slootje, steeds kleine groepjes mensen lopen. Stevige schoenen aan. Rugzak op. Heuptasje om. Papier in de hand. Een wandeltocht, begrijp ik. Er wordt gestopt, de beschrijving wordt nog eens gelezen, een paar meter teruggelopen, nee, het was toch goed. De sokken er weer in. Verstand op nul, blik op oneindig. Ach nee, dit laatste klopt niet, natuurlijk. De blik moet gericht op het papier, zodat er van lekker rondkijken niet veel zal komen. Ernstig. Wandelen is een serieuze bezigheid. Jammer, want dit is een leuk stukje Zaanstad. Maar, ieder zijn meug.

DSC00982

Daartussendoor, in dezelfde richting, mensen met plastic tasjes. Die lopen anders. Ontspannen, rustig. Juist! Die komen van de jaarmarkt en hebben hun slag geslagen. Ze kletsen gezellig met elkaar. Kijken vrolijk. Drie paar sokken voor een tientje. En er waren lekkere hapjes, goede koffie en Zaans bier. Het was weer gezellig, ondanks de regen.

DSC00983

Ook in deze richting, maar dan op het schelpenpad langs het slootje, de mensen die hun hond uitlaten. Die lopen weer anders. Ze slenteren een beetje, laten de hond snuffelen en zijn behoefte doen. Met de handen in de zakken kijken ze uit naar andere hondenbezitters. Hebben oog voor de omgeving.

Deze laatste manier bevalt me het meest. Een beetje achter je neus aan, of die van je hond, natuurlijk. Beetje kijken. Er is altijd wel wat te zien, ook al heb je dezelfde route al honderd keer gelopen. Waterhoentjes met het laatste nest jongen van dit jaar. Een zwanenpaar dat statig ronddrijft. Prachtige witte waterlelies.

DSC00938

Zo zou het hele leven moeten zijn. Een beetje koiere, een beetje kaike. Niet al te serieus. Van tijd tot tijd wat lekkers eten en drinken. Een paar goeie nieuwe sokken. En mochten er wat diepere gedachten komen bovendrijven, dan mag je hopen dat er af en toe iemand naast je loopt, die begrijpend kijkt als je je zielenroerselen verwoordt.
En dat mag best een hond zijn.

Wat is hierop uw antwoord?

20150806_123955

Net toen ze de kwast in de verf doopte, ging de bel. Dat kwam slecht uit. Maar de nieuwsgierigheid won het van de opkomende irritatie, dus ze roffelde de trap af en opende de voordeur. Het felle wit, dat ze door het raampje had zien schemeren, bleek een smetteloos overhemd te zijn, waarboven een vrolijk, bruingebrand gezicht haar toelachte. Daar stond ze dan, in haar verfkloffie. In een flits bekeek ze zichzelf door zijn ogen. Oude spijkerbroek, aftands shirtje. Onder de verfspatten. Hij groette beleefd en liet een pasje zien. Stelde zich voor als François en wapperde met een kaartje. O, nee, dacht ze. Ik koop niks, ik neem geen abonnement, ik vul geen enquête in, ik wil geen kunst. “Ik kom voor gas en licht.” Ach, ja, dat kon ook nog. Ze wees op de meterkast, direct achter de deur. “Nee, ik kom niet opnemen, maar het bedrijf waarvoor ik werk, wil u graag weer terug als klant. Twee jaar geleden bent u overgestapt, maar wij hebben een leuk aanbod voor u…..” Zijn donkere ogen keken haar indringend, maar vriendelijk aan. Ze voelde haar weerstand wegebben. Ze opende de deur nog wat verder en hoorde het als in trance aan. “…als u weer bij ons terugkomt. Hoe hoog is uw verbruik?” “Dat zou ik even moeten opzoeken.” “O, maar ik heb de tijd, ik wacht wel even.”

De zon brandde. Hartje zomer en we gaan het hebben over de verwarming, dacht ze. Ze kon hem toch niet laten staan in die hitte? Voor ze het wist nodigde ze hem binnen. Terwijl de computer opstartte, zette ze koffie. Alleen suiker. Het technische praatje dat hij hield naar aanleiding van de gegevens die ze had uitgeprint ging goeddeels langs haar heen. Wel hing ze aan zijn lippen, maar dat was meer om goed in zich op te nemen hoe ze bewogen. Zijn tanden glansden spierwit wanneer hij zijn glimlach tevoorschijn haalde. Hij tikte wat in op zijn tablet. Met hoeveel personen woont u hier? Ze slikte. “Alleen, ik woon hier alleen”, antwoordde ze hees.

“Dus we zijn het eens?” Ze knikte. Alle gegevens waren genoteerd. Hij dronk zijn kopje leeg en pakte zijn telefoon. Ik ga nu het bedrijf bellen om deze afspraak door te geven. Daarna wil degene die ik bel u ook aan de lijn om u wat vragen te stellen.” “Eh, dit is toch wel zuivere koffie hè? Ik bedoel, hoeveel mensen laten een vreemde zomaar binnen?” “Dat zijn er inderdaad niet veel”, zei hij, met een veelbetekenende grijns, “de meeste mensen regelen dit soort zaken per internet.” Zie je wel. Stom was ze. Waar zou ze nu met open ogen intuinen? “Als u hier even tekent…” Ze haalde de tablet naar zich toe. Waarom deed ze dit? Met haar wijsvinger zette ze haar handtekening in een vakje. In het vakje daaronder zette hij een krabbel.

Hij had zijn zaken afgehandeld en gaf haar de telefoon. Hun vingers raakten elkaar even. Een schelle vrouwenstem schetterde in haar oor: “Dit is een formaliteit. We willen vooral weten of u kredietwaardig bent, voordat we overgaan tot deze verbintenis. Hebt u geld genoeg?” “Eh, ja…” “Heeft u alle voorwaarden doorgenomen?”, klonk de stem. “Ik denk het wel.” “Bent u bekend met de tarieven?” “Ja, maar…” “Dan weet u ook wat u boven het hoofd hangt als u zich terugtrekt?” “Nee, niet precies.” “Goed, dan stel ik u nu de hoofdvraag: ‘Neemt u F.de H. tot uw wettige echtgenoot?’ Wat is hierop uw antwoord?” Ze wist het! Ze had het al die tijd geweten! Ze had haar kop erbij moeten houden. “Nee!”, wilde ze schreeuwen. Ze kreeg geen geluid uit haar keel. Zweet parelde op haar voorhoofd.

Ze voelde een hand op haar arm. “Rustig maar, mevrouw, u zag er zo verwilderd uit, ineens. Er is niets aan de hand. Het contract wordt u gemaild. Het is in orde. Omdat u ooit al klant bij ons was, is de overstap een fluitje van een cent. U had even een black out. Geen wonder met die verflucht in deze hitte. Bedankt voor de koffie. Goedemiddag, ik kom er zelf wel uit.”

Over premature eikels, een ongeremde tante en een geheim

20150729_113247

Geheimen. Wie heeft ze niet.
Er is iets raars mee aan de hand. Geheimen die bewaard, zelfs gekoesterd worden, staan toch altijd te dringen om naar buiten te mogen. Weg uit het heim, het huis, waar ze zo veilig achter slot en grendel worden gehouden. Het broeit en gloeit. Net zolang tot er dan eindelijk iemand in vertrouwen wordt genomen: kun je een geheimpje bewaren? Daar gaat het geheid mis. Wat voor de één een geheim is, is voor de ander een spannend verhaal waar hij lekker mee kan scoren. Weg geheim.

In onze familie tieren de geheimen welig. Zoals in elke familie, waarschijnlijk. En elke keer wanneer wij, de vijf nichtjes, bij elkaar komen, worden die geheimen druk besproken en gedeeld. Onze jongste nicht, M, weet nog het meest. Die is vroeger regelmatig bijgepraat door haar moeder. We hangen dan ook aan haar lippen tijdens onze bijeenkomsten.

Het is altijd een hele toer om een geschikte datum te vinden voor een gezamenlijk treffen. Maar afgelopen zondag was het weer eens zover. Met zijn vieren (M, A, G, en C) zijn we met de auto van M op weg naar nicht AJ en haar moeder, onze laatste tante. Tijdens de rit van ruim een uur valt er al heel wat te kletsen. We rijden langs Hendrik Ido Ambacht en daar is de eerste roddel al. Toen oom K en tante J hun dertiende kind verwachtten waren de namen zo’n beetje op. Opa’s en oma’s waren allemaal al vernoemd. Wat nu? De plaatsnaam bracht uitkomst. Hendrik Ido zou het tweede kind in het gezin worden met een dubbele doopnaam. Natuurlijk is dit niet echt een roddel, en ook geen geheim, maar een leuk weetje. En bijzonder dat hij toevallig ook jarig is.
Nicht zet er flink de sokken in. Als we in de verte de namaak Sint Pieter boven de bomen zien uittorenen, weten we dat we er zo ongeveer zijn.

We laden het proviand voor de lunch uit. Nicht AJ is al een paar dagen in het huis van haar moeder. We scharen ons rond de tafel met koffie en overheerlijke appeltaart, volgens het geheime recept van nicht A. En verder gaat het gesprek weer. Over de tante die bij haar moeder bleef wonen, tot het laatst toe voor haar zorgde, zichzelf wegcijferde en toch op latere leeftijd nog aan de man kwam. Over de trouwdatum van opa en oma en de geboortedatum van hun eerste kind, drie maanden daarna. Over twee geloven op één kussen. Over…..

We hakken de lunch in tweeën en gaan doen waarvoor we eigenlijk zijn gekomen: Tante A bezoeken in het revalidatiecentrum. Daar zit de dame, chique gekleed, op ons te wachten in haar rolstoel. Een scheurtje in de heup is geen pretje, maar ze slaat zich dapper door alle ongemakken heen. Geen gepiep, maar een gezellig gesprek en interesse voor de bezoekende nichtjes. Een bijzondere vrouw.

We nemen haar mee naar buiten. Wat een ravage na de storm van gisteren. Takken, groen blad, de eerste eikels van het jaar, onvolgroeid van hun tak gerukt.
We strijken neer op een terras. En daar gebeurt het. Dochter zet haar moeder met rolstoel en al aan een tafeltje. Terwijl iedereen het zich gemakkelijk maakt, zien we plotseling het gezicht van tante verkrampen. Ze spert haar ogen wijd open, ze roept, klemt zich uit alle macht aan de leuning vast. En in razende vaart rolt ze achteruit, weg van de tafel. De rem! Vergeten! Gelukkig wordt er adequaat gehandeld en zit ze snel weer, licht trillend, achter haar kopje koffie.

Later, als tante weer veilig terug is en zij beloofd heeft een dutje te gaan doen, maken wij de rest van de lunch soldaat. Dan komt het gesprek op de merkwaardig gevulde fotolijst aan de muur. Een lijst met trouwfoto’s van alle ooms en tantes, keurig netjes gerangschikt. We zien onze ouders op hun best. Jong en mooi en stralend. De foto van de pas laat getrouwde tante ontbreekt. En vanaf de plaats die perfect zou zijn geweest voor haar trouwfoto, kijkt ons een onbekend echtpaar lachend aan. We zien totaal niets bekends. Wie vond het noodzakelijk om die foto erin te doen? En waarom? We kunnen het aan niemand meer vragen. Het gespeculeer is uiteraard niet van de lucht. Al met al voelen we ons behoorlijk voor de gek gehouden.

Dit is nu een echt familiegeheim. En dat zal het blijven ook. Er wordt geen tipje van de sluier meer opgelicht.

20150726_121407

Spaanse Streken

20150313_152415

Hier moet het zijn. Ze parkeert voorzichtig aan de kant van de weg en stapt uit. Ze loopt om de auto heen, blijft achter de vangrail staan. Doodeng vindt ze het, dat gapende ravijn aan haar voeten. Hier is het dus gebeurd. De warmte valt als een verstikkende deken over haar heen. Het is stil, op wat zoemende insecten na.

—————–

Ze had hem gekend. Niet heel goed, maar goed genoeg om op weg naar haar vakantiebestemming de plek te bezoeken. DE plek. Ze zou hem nooit meer zien op de verjaardagsfeestjes van een van haar beste vriendinnen. Nooit meer zou ze hem bellen om hem zich dan te horen voorstellen in rap Frans: Martìn! Met nog een hele riedel ervoor die ze nooit kon volgen. Nooit meer lollige opmerkingen over haar oorbellen: “Hang jij het kubisme aan?” “Nee, het is juist andersom.”

Martin, met zijn Duitse tongval. De gedreven Martin. De reis met zijn vrouw door Zuid-Amerika had hij uitgebreid beschreven. Lange brieven stuurde hij rond. Van zijn nieuwe plannen hoorde ze via de gezamenlijke vriendin: een biologisch boerenbedrijfje beginnen in Spanje. Een droom, die alleen kon uitkomen door hard werken. Onderdak bieden aan mensen die het net niet helemaal gemaakt hadden. Ze weer op het spoor zetten van het gewone leven, van werken, eten, slapen.

In het kleine dorpje vielen ze op. Veel mensen waren al weggetrokken naar de grote stad. Maar de overgebleven boeren, die de laatste drie huisjes bewoonden, maakten zich kwaad: die vreemdelingen verstoorden hun gewone leven; er kwam te veel onbekend volk in het dorp. Allemaal meehelpen op die boerderij. En van wie was die grond hier eigenlijk? Niet van die Hollandse Duitser toch zeker?

Op een dag keek zijn vrouw herhaalde malen verontrust de weg af. Was hij nu nog niet terug van die paar boodschappen? Hij was echt niet iemand die een pakje sigaretten ging halen om nooit meer terug te komen. Er was iets gebeurd, ze wist het zeker.

Lange jaren en vele zoektochten later werd de uitgebrande auto in het ravijn gevonden. Kleding en menselijke resten. De zoons van de buurman bekenden. Eindelijk was de zaak opgelost.

———————

Ze schopt een steentje weg en hoort het ratelend de berg afrollen. Ze rilt. In gedachten neemt ze afscheid. Het is goed zo.

Ze heeft hier nu niets meer te zoeken. Ze start de motor: Madrid, here I come!

De straat van de vissende kat

img038

Waarschijnlijk heeft iedereen wel een “oom Hans”. Een oom die net iets bijzonderder is dan de andere. Ik had er in ieder geval één. Hij stak met kop en schouders boven de andere ooms uit. Die hadden ook iets speciaals, interessante beroepen bijvoorbeeld. Of een auto. Misschien komen ze ook ooit nog eens aan bod, maar nu gaat het over deze oom. Er stond Mr. voor zijn naam. Hij was journalist. Een journalist die ook boeken schreef. Een oom die met andere schrijvers optrok. Een oom die mij op het spoor heeft gebracht van de druksels van H.N. Werkman, over wie ik mijn scriptie schreef op de kweekschool.

Het was 1965. Ik was geslaagd voor HBS-A. Oom Hans nam mij mee naar Parijs. Voor onderweg nam ik zijn zojuist verschenen boek mee: Moordenaarswerk. Alles was goed voorbereid. Mijn ouders kregen een kaart van hun zwager, met daarop in het kort hoe we naar Parijs zouden reizen (per trein) en waar we zouden verblijven (in een “net” hotel). En dat we na drie dagen door zouden gaan naar de Dordogne, waar mijn tante, nichtje en neefjes verbleven.
Mijn moeder naaide nog wat leuke jurken en een tas voor de vakantie. Een beetje speciaal ook; we gingen ten slotte naar Parijs, de stad van de mode!

O, Gare Du Nord! O, Champs Élysées! O, Rue Du Chat-qui-pêche! O, Quartier Latin! Het Louvre, het Luxembourg, de Tuillerieën. De Eiffeltoren, de boekenstalletjes langs de Seine. Montmartre, de Sacré Coeur. Alles heeft hij me laten zien, die bijzondere oom, die eigenlijk liever in zijn eigen kamer verbleef, tussen zijn vrienden de boeken. Maar die nu zijn nichtje kreeftensoep leerde eten, die haar meenam naar een Viëtnamees restaurant. Die ervoor zorgde dat we in een ander hotel terechtkwamen dan gepland, omdat wij niet in één bed wilden slapen (het idee!), maar in aparte kamers. Die ’s morgens bij het ontbijt de garçon riep, omdat er onder het kannetje hete melk een dikke klont kauwgom zat vastgeplakt.

Het was een bijzondere reis, waar ik nog steeds dierbare herinneringen aan bewaar. Ik ben naderhand nog vaker in Parijs geweest. Nooit meer was het als toen, die eerste keer. Altijd weer zag ik het vriendelijke gezicht van oom Hans en hoorde ik zijn prettige stem die mij vergastte op leuke anekdotes. En altijd keek ik uit naar dat smalle straatje, dat zo tot mijn verbeelding sprak: de Rue Du Chat-qui-pêche.

——————————————————————————————————————-

Met dank aan mede-blogger Wllm Kalb, die mij op het spoor zette van Oom Hans!

Een dierbare herinnering

img037

De oude vrouw lag roerloos in bed. De lakens opgetrokken tot aan haar kin. Het gerimpelde gezicht straalde berusting uit. Het was goed zo. Het leven was geleefd. Dit waren haar laatste uren.

Het was aangenaam koel in de torenkamer. Door het openstaande raam zag zij de wolken voorbijrazen langs de grijze lucht. Het rook naar regen. In de open haard doofde langzaam het vuur. Weldra zou de nacht invallen. Haar kleindochter zou komen om de kaarsen aan te steken. Met vertedering dacht zij aan het lieftallige meisje. Net zo mooi als zij in vroeger jaren was geweest. Het lange zwarte haar omlijstte het blanke gezichtje, waarin de blauwe ogen schitterden als sterren. De bloedrode mond steeds tot glimlachen bereid.

Gedachten aan haar eigen, tragische jeugd drongen zich steeds vaker op. Ze moest haar kleindochter eindelijk het verhaal vertellen, besloot ze. Voor het te laat was. Ze had de dood al wel vaker in de ogen gekeken, maar deze keer was het menens.

De deur knarste. Het meisje stapte met lichte tred de kamer in. “Grootmoeder?” “Kind, wil je me in mijn stoel helpen? Ik wil de bossen en de heuvels zien.” Het meisje pakte de donkerrode fluwelen kamerjas. Toen ze de ceintuur strikte, schrok de oude vrouw op. Even maar. Ze liet haar begaan. Ook toen het meisje een benen kam uit haar schortzak haalde en het volle grijze haar begon te kammen. “Grootmoeder, je ziet er nog steeds prachtig uit.”

“Kom bij me zitten, mijn kind. Ik wil je wat vertellen. Iets van heel lang geleden. Ik vertel het jou, zodat dit verhaal niet verloren gaat.” Het meisje schoof een stoel bij. Ze pakte een appel van de schaal en poetste die op aan haar jurk tot hij glom als een spiegel. De vrouw keek ernaar, glimlachte en begon……

…… “En toen ik daar lag, in die glazen kist, was ik tot niets meer in staat. Maar ik wist wat er om me heen gebeurde. De kleine mannetjes waren ontroostbaar. Ik kon ze niet vertellen dat ik ze hoorde, dat ik wist van hun verdriet.

Op een zachte lentedag was het zover. Ik hoorde paardenhoeven. En ik wist dat er iets moois ging gebeuren. Plotseling voelde ik het. Twee zachte lippen op mijn mond. Ik opende mijn ogen en ik wist dat het leven begonnen was.

Ja, kind, je hebt hem goed gekend: de vader van jouw moeder, je grootvader.”

Eigenheimers

DSC08790

Ze zijn er in vele soorten en maten
Aardappels met de prachtigste namen
Mozart en Annabel
Roseval, Opperdoezer ronde
Muizen en rattes de Provence

Je hebt vroege en late
Eersteling bijvoorbeeld
Laat weinig aan de verbeelding over
Ook de Frieslander is er vroeg bij

Maar op dit terrein
Staan er vooral “eigenheimers” op de tuinen
Baas van hun eigen lapje grond
Ieder met zijn eigen aanpak
Nooit om een praatje verlegen

Goede raad is te geef
Van vader op zoon is er niet meer bij
Dus elk gewillig oor is een uitkomst
De tegenprestatie is slechts
Een kwartiertje van je tijd

Na honderd dagen drijven zij
De spitvork diep de aarde in en
Worden de piepers gerooid
Rood, bleekwit en paars
Rollen ze van het vergeelde loof
Geen krieltje ontsnapt aan het oog
Schatgraven is het

Met kruiwagens tegelijk
Worden de troostrijke knollen
Door de trotse tuinder
Naar huis gereden

Nu maar hopen
Dat ze kruimig zijn

Brief aan mijn kleinzoons

img017

Dit is een open brief aan mijn twee favoriete kleinzoons. Hij is voor beiden. Ik had beloofd een keer een blog te schrijven, speciaal voor hen. Het is natuurlijk niet een echt persoonlijke brief. Die zou ik gewoon met de hand schrijven, in een envelop doen, er een mooie postzegel op plakken en via slakkenpost laten bezorgen.
Ik hoor ze al zeggen: “Maar oma, je hebt toch maar twee kleinzoons?” Precies, jongens, zo is het. Twee geweldige kleinzoons. Allebei verschillend. Allebei favoriet.

Lieve jongens,

Het schooljaar is bijna voorbij. In het afgelopen jaar heb ik jullie zien groeien van eind-groep-vier-jochies tot begin-groep-zes-knullen. Ik bedoel dat jullie een stuk wijzer zijn geworden. Dat merk ik bijvoorbeeld aan jullie onbetaalbare one-liners, de antwoorden die jullie geven, de vragen die jullie stellen, aan jullie blik, humor (goeie moppen!) en spel. Natuurlijk zag ik dat vroeger ook bij jullie moeders, maar het lijkt wel of al die zaken veel meer opvallen bij je kleinkinderen. Gek genoeg.

Jullie gaan nu eerst fijn vakantie vieren. Geen school, geen verplichtingen, niet op tijd je bed uit en opschieten, maar nieuwe ervaringen opdoen, reizen, spelen, zwemmen, voetballen en luieren.

Jullie zijn heel veel in mijn gedachten. Ik zie hoe goed en leuk jullie worden opgevoed. Het is dus eigenlijk overbodig, maar ik wil jullie toch wat tips geven; oma’s goede raad…..
Daar komt-ie:

1. Doe alles wat je doet zo goed als je kunt. Het leven is geen wedstrijdje; je hoeft niet beter te zijn dan een ander. Doe alles op jouw manier, maar wel zo goed mogelijk. Met aandacht. Dat geldt ook voor later, als je een beroep moet kiezen. Word je voetballer? Atleet? Bioloog? Autocoureur? Zorg dat je heel goed wordt. Maar ook als je vuilnisman zou worden, word een goede vuilnisman. (Weet je trouwens dat vuilnismannen onmisbaar zijn? Dat als zij er niet waren er overal troep zou liggen, en er erge ziektes zouden uitbreken? Punt 1a is dan ook: Kijk nooit op anderen neer.)

2. Wees eerlijk. Iedereen doet weleens iets wat niet goed is, wat niet de bedoeling was, wat achteraf gezien een beetje dom was. Kom er gewoon voor uit. De waarheid is altijd waar.

3. Maak fouten. Er wordt vaak gezegd: van je fouten leer je. Oké, maak gewoon een heel rijtje sommen fout, weer wat geleerd. Nee, zo werkt het natuurlijk niet. Van het verbeteren van je fouten leer je. Daar sluit punt 4 op aan, kijk maar:

4. Durf te vragen. Weet je iets niet, of niet zeker? Vraag het. Aan je ouders, je meester of juf, je nichtjes, je zusje, je tante of oom. Of gewoon aan je oma, natuurlijk ;-) Wie vraagt wordt wijs. En dat is mooi meegenomen, toch?

5. Kwets niemand. Wees aardig. Ik zal niet zeggen dat je geen ruzie meer mag hebben. Dat is namelijk onmogelijk. Engeltjes wonen in de hemel. Op aarde wonen mensen en die doen wel eens lelijk tegen elkaar. Als het je niet gelukt is tijdens een ruzie op je woorden te letten, denk er dan even over na. Misschien kun je je excuses aanbieden, sorry zeggen. Zeg eens iets aardigs tegen iemand, zomaar. Geef een complimentje. Je zult zien, je krijgt ze ook terug. (In mijn oude poëziealbum staat een heel kort gedichtje, maar het is heel waar: Wie goed doet, goed ontmoet.)

6. Wees jezelf. Je hoort heel vaak dat mensen dat zeggen. Ik zeg het nu ook tegen jullie, terwijl ik niet eens goed weet wie ik zelf ben. Weet jij wie je zelf bent? Ken jij jezelf heel goed? Misschien jullie wel, hoor! Volgens mij gaat het erom dat je niet zomaar iets doet wat iemand anders voorstelt, als je niet het gevoel hebt dat je het er helemaal mee eens bent. Als het niet goed voor je voelt, doe het dan niet. Vraag jezelf af: past dit wel bij mij? Hoort dit bij mij? Word ik hier blij van? Wordt een ander hier blij van?

7. Blijf lachen! Nou, dat was wel een beetje veel hè? Allemaal van die serieuze dingen. Maar het leven is uiteindelijk helemaal niet zo serieus. Er valt genoeg te lachen. Lachen maakt het hele leven licht.

En dan tot slot nog dit:
Ken je die mop van die twee jongens die bij hun oma gingen logeren? Nou, die hadden zoveel plezier. Ze speelden de hele dag, lieten goeieriken het winnen van slechteriken, voetbalden op het pleintje, aten stapels pannenkoeken, lagen uren in bed te keten, wilden appel met honing en kaneel als ze niet konden slapen, ontwierpen legobouwsels, tekenden woeste monsters, zochten zakken vol kastanjes. Maar ze werden ook langzamerhand te groot voor de plastic kinderbordjes. Ze konden best zelf de weg naar het pleintje vinden, zonder oma. Ze waren bezig op te groeien tot de bijzondere mensen die ze hun hele leven al waren……. Dat is toch echt een goeie grap. Of niet?

Dag jongens, een fijne vakantie.

Veel liefs van oma.