Eigenheimers

DSC08790

Ze zijn er in vele soorten en maten
Aardappels met de prachtigste namen
Mozart en Annabel
Roseval, Opperdoezer ronde
Muizen en rattes de Provence

Je hebt vroege en late
Eersteling bijvoorbeeld
Laat weinig aan de verbeelding over
Ook de Frieslander is er vroeg bij

Maar op dit terrein
Staan er vooral “eigenheimers” op de tuinen
Baas van hun eigen lapje grond
Ieder met zijn eigen aanpak
Nooit om een praatje verlegen

Goede raad is te geef
Van vader op zoon is er niet meer bij
Dus elk gewillig oor is een uitkomst
De tegenprestatie is slechts
Een kwartiertje van je tijd

Na honderd dagen drijven zij
De spitvork diep de aarde in en
Worden de piepers gerooid
Rood, bleekwit en paars
Rollen ze van het vergeelde loof
Geen krieltje ontsnapt aan het oog
Schatgraven is het

Met kruiwagens tegelijk
Worden de troostrijke knollen
Door de trotse tuinder
Naar huis gereden

Nu maar hopen
Dat ze kruimig zijn

Brief aan mijn kleinzoons

img017

Dit is een open brief aan mijn twee favoriete kleinzoons. Hij is voor beiden. Ik had beloofd een keer een blog te schrijven, speciaal voor hen. Het is natuurlijk niet een echt persoonlijke brief. Die zou ik gewoon met de hand schrijven, in een envelop doen, er een mooie postzegel op plakken en via slakkenpost laten bezorgen.
Ik hoor ze al zeggen: “Maar oma, je hebt toch maar twee kleinzoons?” Precies, jongens, zo is het. Twee geweldige kleinzoons. Allebei verschillend. Allebei favoriet.

Lieve jongens,

Het schooljaar is bijna voorbij. In het afgelopen jaar heb ik jullie zien groeien van eind-groep-vier-jochies tot begin-groep-zes-knullen. Ik bedoel dat jullie een stuk wijzer zijn geworden. Dat merk ik bijvoorbeeld aan jullie onbetaalbare one-liners, de antwoorden die jullie geven, de vragen die jullie stellen, aan jullie blik, humor (goeie moppen!) en spel. Natuurlijk zag ik dat vroeger ook bij jullie moeders, maar het lijkt wel of al die zaken veel meer opvallen bij je kleinkinderen. Gek genoeg.

Jullie gaan nu eerst fijn vakantie vieren. Geen school, geen verplichtingen, niet op tijd je bed uit en opschieten, maar nieuwe ervaringen opdoen, reizen, spelen, zwemmen, voetballen en luieren.

Jullie zijn heel veel in mijn gedachten. Ik zie hoe goed en leuk jullie worden opgevoed. Het is dus eigenlijk overbodig, maar ik wil jullie toch wat tips geven; oma’s goede raad…..
Daar komt-ie:

1. Doe alles wat je doet zo goed als je kunt. Het leven is geen wedstrijdje; je hoeft niet beter te zijn dan een ander. Doe alles op jouw manier, maar wel zo goed mogelijk. Met aandacht. Dat geldt ook voor later, als je een beroep moet kiezen. Word je voetballer? Atleet? Bioloog? Autocoureur? Zorg dat je heel goed wordt. Maar ook als je vuilnisman zou worden, word een goede vuilnisman. (Weet je trouwens dat vuilnismannen onmisbaar zijn? Dat als zij er niet waren er overal troep zou liggen, en er erge ziektes zouden uitbreken? Punt 1a is dan ook: Kijk nooit op anderen neer.)

2. Wees eerlijk. Iedereen doet weleens iets wat niet goed is, wat niet de bedoeling was, wat achteraf gezien een beetje dom was. Kom er gewoon voor uit. De waarheid is altijd waar.

3. Maak fouten. Er wordt vaak gezegd: van je fouten leer je. Oké, maak gewoon een heel rijtje sommen fout, weer wat geleerd. Nee, zo werkt het natuurlijk niet. Van het verbeteren van je fouten leer je. Daar sluit punt 4 op aan, kijk maar:

4. Durf te vragen. Weet je iets niet, of niet zeker? Vraag het. Aan je ouders, je meester of juf, je nichtjes, je zusje, je tante of oom. Of gewoon aan je oma, natuurlijk ;-) Wie vraagt wordt wijs. En dat is mooi meegenomen, toch?

5. Kwets niemand. Wees aardig. Ik zal niet zeggen dat je geen ruzie meer mag hebben. Dat is namelijk onmogelijk. Engeltjes wonen in de hemel. Op aarde wonen mensen en die doen wel eens lelijk tegen elkaar. Als het je niet gelukt is tijdens een ruzie op je woorden te letten, denk er dan even over na. Misschien kun je je excuses aanbieden, sorry zeggen. Zeg eens iets aardigs tegen iemand, zomaar. Geef een complimentje. Je zult zien, je krijgt ze ook terug. (In mijn oude poëziealbum staat een heel kort gedichtje, maar het is heel waar: Wie goed doet, goed ontmoet.)

6. Wees jezelf. Je hoort heel vaak dat mensen dat zeggen. Ik zeg het nu ook tegen jullie, terwijl ik niet eens goed weet wie ik zelf ben. Weet jij wie je zelf bent? Ken jij jezelf heel goed? Misschien jullie wel, hoor! Volgens mij gaat het erom dat je niet zomaar iets doet wat iemand anders voorstelt, als je niet het gevoel hebt dat je het er helemaal mee eens bent. Als het niet goed voor je voelt, doe het dan niet. Vraag jezelf af: past dit wel bij mij? Hoort dit bij mij? Word ik hier blij van? Wordt een ander hier blij van?

7. Blijf lachen! Nou, dat was wel een beetje veel hè? Allemaal van die serieuze dingen. Maar het leven is uiteindelijk helemaal niet zo serieus. Er valt genoeg te lachen. Lachen maakt het hele leven licht.

En dan tot slot nog dit:
Ken je die mop van die twee jongens die bij hun oma gingen logeren? Nou, die hadden zoveel plezier. Ze speelden de hele dag, lieten goeieriken het winnen van slechteriken, voetbalden op het pleintje, aten stapels pannenkoeken, lagen uren in bed te keten, wilden appel met honing en kaneel als ze niet konden slapen, ontwierpen legobouwsels, tekenden woeste monsters, zochten zakken vol kastanjes. Maar ze werden ook langzamerhand te groot voor de plastic kinderbordjes. Ze konden best zelf de weg naar het pleintje vinden, zonder oma. Ze waren bezig op te groeien tot de bijzondere mensen die ze hun hele leven al waren……. Dat is toch echt een goeie grap. Of niet?

Dag jongens, een fijne vakantie.

Veel liefs van oma.

Katjeliem, koeienvla en een tandeloze boer

koeiensnuit

Het was zo’n dag die opstijgt uit de kou van de nacht en die zich langzaam ontvouwt tot een zomerse heerlijkheid met zon en een windje, geuren van vlierbloesem en hondsroos, een strakblauwe lucht, die om schapenwolkjes vraagt. Afgelopen woensdag genoot ik ervan.

Nadat de kapster had geconstateerd dat mijn haar wel heel hard was gegroeid en nu eindelijk echt grijzer begon te worden, toog ze aan het werk met wassen, knippen en föhnen. Onderwijl werd ik getrakteerd op de verhalen over haar bijna tweejarige zoontje en de vakantieplannen. Met een fris en vol hoofd vertrok ik voor de volgende missie.

de Liefde

Een half uurtje fietsen naar een rustiek gedeelte van Zaandam -om een boek op te halen dat mijn oudste kleinzoon via Marktplaats had besteld- was voldoende om de overbodige informatie van die ochtend weer kwijt te raken.
Nu naar huis? Geen denken aan. Langs de zonovergoten dijk rijd ik naar Westzaan.

Vermaning

Het dorp strekt zich aan weerskanten van de weg als een lang lint uit. Prachtige oude boerderijen, kleine bedrijfjes, grappige huizen, een school. De Doopsgezinde Vermaning, die mooie oude kerk, schemert tussen de linden door. Af en toe een doorkijkje met zicht op de weilanden en slootjes. Idyllisch landschap.

doorkijkje

Altijd wanneer ik daar fiets, zie ik het leven voor me zoals het in het begin van de twintigste eeuw moet zijn geweest. Ik stel me mijn opa voor met zijn timmerbedrijf. En oma die de hoge ramen met een ragebol te lijf gaat. Maar wanneer er een vrachtwagen langs dendert, wordt die droom ruw verstoord.

"oma's huis"

Vandaag zie ik voor het eerst de foeilelijke huizen van het nieuwbouwwijkje, dat als een puist aan het dorp is vast gebouwd, qua kleur en stijl totaal niet in het geheel passend. Waarom is hier toestemming voor gegeven? Heeft er iemand bij de gemeente zitten slapen?

Zaanse huisjes

Op plaatsen waar je het niet zou verwachten worden er stapels Zaanse huisjes neergezet en op plaatsen waar je dát juist zou verwachten, wordt er maar wat aangeknoeid. Ik fiets er snel langs, maar dat neemt niet weg, dat de met lichtgrijze plastic “planken” beklede huizen op mijn netvlies zijn opgeslagen. Je zult hier maar tegenover wonen.

lelijk grijs

Snel verder. Een bordje langs de weg: Rustpunt. Ik ben er al bijna voorbij, als ik denk: RUSTpunt. Dus afstappen en een kopje koffie drinken.

rustpunt

Binnen doe ik mijn bestelling. Op het bankje buiten zit een echtpaar. Uit Groningen, blijkt al gauw, want het wordt gewoon aanschuiven. “Pas op hoor”, zegt de vrouw, “er zit katje-lijm op de bank. Eigenlijk zeggen wij: katje-liem. Hoe noemen ze dat hier?” Ik kijk. Hars noemen wij dat. Haar mans broek zit al onder, dus hij moet eraan geloven wanneer ze van de boerin een fles wasbenzine en een doekje krijgt aangereikt. In het winkeltje koop ik een stuk boerenkaas. Een groet en verder maar weer.

Idyllisch landschap? Als je goed kijkt is er van alles te zien wat er niet hoort. “De nieuwe tijd, net wat u zegt”. Je kunt er best omheen of langs kijken, maar het is wel de realiteit.

windmolens
gevangenis

Ik doe mijn beklag bij drie jonge koeien, pinken denk ik; ze zijn zo nieuwsgierig. Wel hebben ze van die vreselijke oorbellen, maar hoorns hebben ze ook. En dat doet me genoegen.

duo de drie koeien

We maken een praatje. Dat wil zeggen, ik praat en zij geven af en toe antwoord. Er wordt veel gesnoven, natte neuzen komen over het hek, er wordt gepiest en gepoept en vooral heel geïnteresseerd gekeken. En jaloers gereageerd op mijn belangstelling voor de ander. “Pas op, ze bijten!”, roept een tandeloze boer met een vette grijns. Ik grijns terug.

6 minuten gaans

Een mooie oude kreet op een bordje bij het Relkepad, dat naar de molen Het Prinsenhof voert: 6 minuten gaans. Wie zegt zoiets nou nog. Maar alleen zo kun je kort maar krachtig duidelijk maken, dat je zes minuten door het weiland moet banjeren, langs een slootje met kwakende kikkers, een maaiende boer en (weer) nieuwsgierige koeien om bij de molen uit te komen.

Het Prinsenhof

Bruidsparen maken wel van de mogelijkheid gebruik om daar hun feest te vieren. Wat vooral leuk is voor gasten op naaldhakken en voor hen die zijn vergeten een zaklamp mee te nemen voor de terugweg in het pikkedonker.

rietorchis

De rest van het tochtje trap ik stevig door. Ik stap alleen nog even af om een rietorchis te fotograferen. En die prachtig tere bloempjes van de smalle weegbree.

smalle weegbree

Dan ben ik weer thuis en eet een boterham met heerlijke Stolwijker kaas.

Stolwijker kaas

Kleine Icarus

mussenvleugeltjes

Vleugeltjes om zo mee weg te vliegen
Maar er zit geen beweging meer in
Of het moet de wind zijn
Die een lichte trilling door de veertjes voert

De schuldige van de moordpartij
Is natuurlijk ver te zoeken
Of zie ik zijn glanzend groene knikkerogen
Onschuldig knipperen achter de lavendel?

Kleine Icarus, voorgoed gevlogen
Hoger zelfs dan jij ooit hebt gekund
Door hemelsblauw op engelenvleugels
En slapen in een koesterende hand

——————————————————————————————————————-

Ook Icarus: https://ajroc.wordpress.com/2013/06/12/icarus/

En dan nu Satie!

Come away

Een goed concept. Daar zijn vriendin H en ik het over eens, als we, een motterig regentje trotserend, door Edam wandelden. De twaalfde Pianowandeling. Voor ons de tweede.

Gelukkig staan de piano’s binnen. In de meest schattige huisjes, in kerken met zand op de vloer, in winkels, galeries en kassen. In het gemeentehuis speelt een jazzcombo, grijze mannen in het zwart. Het dak eraf is teveel gezegd, maar ze doen hun best. De sfeer is geweldig. “Wie is Loesje”, die heerlijke meezinger van de Ramblers, wordt door velen, op dringend verzoek van de zangeres, luidkeels meegezongen. Net als Loesje “voel ik in mijn hart een steek” als ik de wat oudere drummer zo vol vuur zijn drumstel zie en hoor bewerken.

Via een smalle gang betreden we een kamer in een woonhuis. Vrolijke klanken worden voortgebracht door twee quatre-main-spelende dames. De ‘Romantic Rag’ wordt helaas – even – onderbroken. Een dame in het publiek wil graag laten zien dat ook zij het pianospel beheerst en slaat, onhandig friemelend een ezelsoor achterlatend, de bladzij om. Daar hadden de dames niet op gerekend, ze raken in de war en het spel stokt. “Wij doen dit altijd zelf”, is het rustige commentaar en verder spelen zij. Inderdaad, beurtelings slaan zij om en dat gaat heel goed, zonder de minste hapering.

In De Vermaning (zand op de vloer) geen piano, maar orgelspel. In combinatie met alt- en tenorblokfluit. Een mooie combinatie, zowel voor het oor als het oog: met wat tegenlicht door een hoog raam een romantisch plaatje.
Het sieradenatelier van Mei Ling biedt ons de gelegenheid om een jonge vrouw achter de piano en voor de spiegel (mooi effect) te zien en te horen met heerlijke easy-listening nummers. In het kantoor van de makelaar klinkt Einaudi; met enige horten en stoten weliswaar, maar een kniesoor die daarop let. De pianist neemt met een vrolijk-verlegen glimlach het applaus in ontvangst.

En dan Satie. In het lichte atelier van Gea Karhof voel ik mij volstromen met die (te) lang vergeten klanken. Jaren geleden hoorde ik deze muziek voor het laatst live, voortgebracht door Reinbert de Leeuw. Ik beloof mezelf ter plekke dat ik de lp weer eens zal opzoeken. Én draaien. (En zo geschiedde)

Dat rondslenteren en hier en daar luisteren is natuurlijk ontzettend leuk, maar we zijn hier ook met een doel.
Dochter M van vriendin H zal, net als twee jaar geleden, zingen bij het pianospel van haar uitstekende begeleider T. Dus we haasten ons naar de kas van de plaatselijke bloemenwinkel. Kun je je een mooiere entourage wensen? Dit keer hoef ik me niet af te vragen of Schumann van kaas houdt. De geur is totaal anders dan twee jaar geleden, toen hen het kaaspakhuis was toegewezen. De liederen die M heeft gekozen, hebben, heel passend, te maken met bloemen, lente, de liefde en de dood. Uiteraard is Schumann aanwezig. Of zij Quilter heeft uitgezocht vanwege de hobby van haar moeder laten we in het midden. Zeker is dat hij een tekst van Shakespeare op muziek heeft gezet die het aanhoren meer dan waard is: Come away, come away, death. En dit gezongen door een jonge vrouw, dat vraagt om kippenvel.

Een kleine ode aan de zangeres zelf. De kas lijkt bijna te klein voor de krachtige, heldere en zuivere klanken die deze frêle vrouw ten gehore brengt. Het applaus is welverdiend. En dat vinden de vinkjes in het kooitje ook.

Gekleurde herinnering

kameleon

Ik kan niet zeggen dat ik dagelijks
Aan kameleons denk
Van die meegaande wezentjes
In elk geval wat hun kleur betreft

Maar nu vandaag
Leggen ze mij in de luren
Hebben ze mij in hun tang

Neef, die bivakkeert in verre streken
Stuurt een foto van zijn uitzicht:
’s Morgens vroeg in de groene boom
Voor het slaapkamerraam
Een zo mogelijk nog groenere kameleon

Ik sla de krant open en lees
Een gedicht van Tranströmer
-Nobelprijswinnaar
toch niet de eerste de beste-
Over een vroege junimorgen en
Herinneringen als perfecte kameleons

Toeval, zegt men dan
Ik waag het te betwijfelen
Anderen noemen het the flow

Hoe je er ook over denkt

Ik vind het knap dat zo’n klein beestje
Mij de hele dag in zijn greep heeft

Bijna verschiet ik van kleur

Exodus

img033Ik zie ze gaan. In groten getale spoeden ze zich in noordelijke richting. Huizen leeg achterlatend. Hier en daar wat sporen, verloren huisraad. Een deur klapperend in de met bloed besmeurde deurpost. Gefluister. Kinderen op de arm. Dieren in het kielzog. Snel. De grote leider voorop. Vastberaden blik, staf in de hand. Opvliegend ook. Ik heb hem al eerder gezien. Hij sloeg iemand van mijn volk tegen de vlakte. Dood. Zo iemand. Zal zijn volk op hem vertrouwen?

Ik zit op mijn paard en wacht. Ik weet dat het niet lang zal duren voor de reactie volgt. Het lot van de vluchtelingen is bezegeld.
Waarom ik niet in de stad ben gebleven? Het is vreselijk. Het gehuil en gejammer is niet van de lucht. Ieder gezin heeft wel iemand te betreuren. Alle eerstgeborenen dood. Ik ben de jongste, gelukkig.

Een stofwolk in de verte: het leger. In de verwarring hebben ze me niet gemist. Ik sluit achteraan. Ik wil erbij zijn, maar niet deelnemen. Ik zal boodschapper zijn. Iemand moet toch verslag doen?
Strijdwagens. Paarden krijgen ervan langs. Verbeten blikken. Tranen? Woede! Ze zullen niet ontsnappen! Boeten zullen ze!

Ik leid mijn paard een heuvel op. Ik heb goed zicht. De vluchtelingen staan voor de zee. Dat wordt vechten. Kansloos zijn ze. Maar wat nu? De leider heft zijn staf. De zee wijkt uiteen; een pad wordt zichtbaar tussen twee torenhoge muren van water. Daar gaan ze. Rennend, struikelend.

Ook de wagens razen over het pad. Maar waar de wielen de grond raken, stort het water terug, met donderend geraas.
Het is afgelopen. De mannen van mijn volk verdrinken, die stoere soldaten. De prachtige paarden, reddeloos verloren. De vluchtelingen hebben het gered.

Ik kijk. Ik weet. Dit volk zal eeuwigdurend worden vervolgd. Alleen de sterken van geest zullen overleven. Zij zullen het tot in lengte van dagen kunnen navertellen.

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het woord waar het om gaat niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: verdelen.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Het goede doel

20150519_195937

“Mevrouw…” Ik stap van mijn fiets bij het stoplicht en kijk opzij. Een jongetje van een jaar of acht staat op de vluchtheuvel te midden van een heleboel troep. Hij kijkt me met zijn grote grijsblauwe ogen ernstig aan en vraagt, terwijl hij een verlepte stengel van een kamerplant als een vlag omhoog houdt: “Wilt u misschien iets kopen?” Ik zit niet direct te springen om een geroest tuinschepje, een uitgeharde meniekwast, wat oude schroeven, een afgedankte spijkerbroek of een verdroogde kamerplant. Hij ziet dat ik aarzel, dus hij besluit wat zwaarder geschut in stelling te brengen. “We halen geld op voor Azië, voor de aardbeving.” ‘We’, dat blijken hij en zijn vriendje. Ze verkopen allebei spullen voor het goede doel. “Het is heel erg daar. Dat heb ik op school gehoord, dus we dachten…..” “Is het een actie van school?” Ik haal mijn portemonnee tevoorschijn. “Ja”, zegt hij hoopvol, “de hele school doet eraan mee.” Ik zeg hem dat ik niets nodig heb, maar hem gewoon wat geld geef. Dat ik het een erg goede actie van hem vind.

Terwijl hij het muntje dankbaar in ontvangst neemt, komt er een vrouw aanlopen. “Wat is dit? Wat ben jij aan het doen?”, vraagt zij hem. En mij: “Waarom geeft u hem geld?” Allebei willen we graag uitleggen wat er aan de hand is. Hij begint en vertelt van de actie voor Azië. “We hadden het erover met Nieuwsbegrip.” En ik: “Het is geweldig dat hij zo betrokken is. Daarom gaf ik wat. En ik heb niet echt iets nodig uit het aanbod…..” De vrouw schiet in de lach. Ze is zijn moeder. Zijn vader is schilder en werkt vlakbij. Daar waar die container staat, achter het hek. De uitgestalde spullen had hij daar vandaan. Nu snap ik die oude kwast en de besmeurde spijkerbroek. Vader komt erbij staan en wordt op de hoogte gesteld. Drie paar ogen kijken vertederd naar het kleine mannetje. “Kom”, zegt moeder, “we gaan naar huis, eten.” En mij verzekert ze dat ze erop zal toezien dat het geld op school in de pot zal gaan. Voor Nepal. De oude spullen verdwijnen weer in de container. Met elkaar zullen ze een andere, schonere actie bedenken.

Ik fiets naar huis met een grote glimlach op mijn gezicht. Er is nog hoop voor de wereld.

Mijn lachspiegel

5

Ik maak mijn beeld van jou
Aarde en water kneed ik
Tot een gewillige substantie
En zo boetseer ik jou al jaren
Tot wie ik denk dat je bent
Een kleine god
In de holte van het spiegelend heelal

En als jij lacht
Lach ik
Ik lach me tranen om het lot
En houd mijn adem in

Op lichte voeten dans ik
Spring zo hoog ik kan
En strek mijn armen uit

Ik had je voor de vogels graag behoed
O laat ze toch geen
Nesten maken

Kijk in mijn ogen
Spiegel mij
En lach

——————————————————————————————————————-

Het beeld: MIJN LACHSPIEGEL (1998) van Hella de Jonge staat in de hal van het Zaantheater in Zaandam.

Zaantheater

Waterlicht, een waar sprookje

20150513_220158

Een goed jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met het werk van Daan Roosegaarde. Op de televisie kreeg hij de gelegenheid zijn Lotus-Dome te presenteren en de werking ervan toe te lichten. Toen bleek dat het Rijksmuseum hem de gelegenheid bood de Dome tentoon te stellen, hoefde ik er niet lang over na te denken: dit wilde ik graag zien en meer nog, ervaren.

DSC09187

Fascinerend vond ik het. De donkere ruimte werd bijna geheel in beslag genomen door de enorme bol, voorzien van honderden bloemen van een speciaal door studio Roosegaarde ontwikkelde folie. Door de warmte die de bezoekers uitstraalden, gingen deze bloemen open en licht vulde de zaal. Het was moeilijk om je ervan los te maken. Het licht, het knisperende geluid, het geheimzinnige van de entourage. Een sprookjesachtig geheel. Nog twee keer ben ik teruggegaan naar het Rijks; alle keren was het even bijzonder.

Eind van dat jaar werd er door zijn studio het oplichtende fietspad in Nuenen gerealiseerd. Sterrelicht gevangen in asfalt, geïnspireerd door Van Gogh. Dit in het echt te zien staat nog op mijn verlanglijstje.

20150513_215403

Maar nu was er dicht bij huis weer een gelegenheid om binnen te stappen in een sprookjeswereld. ‘Waterlicht’, een gigantische installatie op het Museumplein in Amsterdam. De gedachte hierachter is de kwetsbaarheid van ons land. Zonder dijken zou Nederland voor een groot deel onder water staan (iedereen kent in dit verband waarschijnlijk wel de uitdrukking Amersfoort aan Zee). Wij in het westen leven onder de zeespiegel. Daan Roosegaarde verzon zijn zoveelste sprookje. Door middel van blauw licht en rook kreeg hij het voor elkaar ons te laten ervaren hoe hoog het water zou staan. Hoe het zou golven en ons overspoelen.

20150513_215150

De zon was nog maar amper onder, toen het spektakel losbarstte. Prachtig was het, indrukwekkend mooi. Naarmate de avond vorderde, liep het plein voller. Honderden telefoons maakten duizenden foto’s. Iedereen was vrolijk, opgetogen, geïnteresseerd.
Het was heerlijk om er gewoon maar te staan tussen al die mensen. Het letterlijk over je heen te laten komen. Zelfs wanneer je je realiseerde dat het licht het water verbeeldde, waaronder wij gevangen zaten, dan nog was het een vredig en rustgevend gevoel.

20150513_215007

In de verte het Rijksmuseum, als een sprookjeskasteel. De huizen langs het plein leken hoger dan ooit. Een weldadig geroezemoes, gegons van stemmen.

Het was hem weer gelukt. Weer wist Daan Roosegaarde ons even uit ons gewone gedoetje op te tillen en te laten geloven in het sprookje van de verbeelding. Ik ben nu al benieuwd naar het volgende.