De ondraaglijke triestheid van het kluizenaarsbestaan

Marche

Het was halverwege de zestiger jaren en de wereld lag aan onze voeten. En we zouden het gaan maken ook, in die grote-mensen-wereld. Dat dit niet helemaal gelukt is, kan geen van ons verweten worden. Het leven liep zoals het liep. Geen schuld, geen boete. Wel veel herinneringen. En soms piept er zo maar eentje met kop en schouders boven alle andere uit. En boven de dagelijkse beslommeringen. Vandaar dit blogje.

Halverwege de zestiger jaren dus, liftten wij naar de Ardennen. Naar La Roche, om precies te zijn. Hij was daar in het bezit van een kasteeltje. Zei hij. Het bleek een aardig verzinsel. Fantasie genoeg. Het was leuk om er in rond te dwalen, in die bouwval. Maar er een weekje verblijven was absoluut geen optie. Geen nood. In een nabijgelegen dorpje kende hij iemand waar we zeker zouden kunnen overnachten. Zou het echt? Ik hoopte het vurig, want het zou niet lang meer duren voor de avond viel.

La Roche e A

We kregen een lift in een oude bestel-eend naar Marche-en-Famenne. Tot het hotel. Niet dat we daar zouden gaan overnachten. We waren liftend, tenslotte. Een vakantiebaantje leverde nou ook weer niet zo veel op. Tegenover het hotel leidde een pad vrij steil de berg op. Klimmen dus. Inmiddels wist ik waar we naar op weg waren en naar wie. En ja, na bijna een uur stug doorklimmen waren we beland op de top en zagen we de spaarzame lichtjes van Marche beneden ons. De zware geuren van bos drongen onze neuzen binnen, vermengd met die van houtvuren. Vreemde geluiden. Een wild zwijn scharrelde voor onze voeten over het bemoste pad.

Een deur knarste open: “C’est qui?” De man in de deuropening keek ons vriendelijk aan. Toen ontdekte hij wie mijn metgezel was. Hij grijnsde, omhelsde hem, sloeg hem op zijn schouders. Het klopte, ze kenden elkaar. “Entree!” Bukkend door de lage deuropening. We kwamen in een kleine, door kaarsen verlichte ruimte. Een zweem van wierook. Boeken, veel boeken. Een oude tafel in het midden, een houten bank aan een kant, een paar wrakke stoelen aan de andere. We namen plaats. Er kwam brood op tafel, uien, worst en kaas. En goede wijn. Er werden herinneringen opgehaald; er moest een jaar worden bijgepraat. Ik deed mijn uiterste best het rappe Frans te volgen. En ja, dank zij de gedegen lessen op de HBS, lukte dat goeddeels.

Deze kleine Belg, in zijn donkere pij, had uit vrije wil het klooster verlaten om op deze onherbergzame plek zijn leven te slijten. Wat hij op zijn geweten had, is ons niet verteld. We konden er slechts naar raden. Belangrijk was het verder niet op dat moment. We hadden een goed gesprek. Hij was aardig en gastvrij. Hij bood ons zijn slaapplaats aan en overnachtte zelf op de harde bank.

De volgende ochtend stonden twee nonnen voor de deur met melk, kaas en groente. Zij zorgden ervoor dat hij niet hoefde te verhongeren en ze klommen met liefde een paar maal per maand de steile berg op om hem van proviand te voorzien. Een non zorgde wekelijks dat er verse bloemen waren in de kleine kapel, die grensde aan de kluis. Elke zondag droeg hij de mis op. Er kwam altijd wel iemand. Ook wisten de mensen de kapel te vinden om er te bidden voor genezing van de meest uiteenlopende kwalen, ziekten en gebreken. Alle wanden hingen vol met ex voto’s: krukken, houten benen, hartjes in soorten en maten, hoorapparaten, babykleertjes. Er brandden altijd kaarsen.

We beloofden nog eens terug te komen, bedankten voor de gastvrijheid en vervolgden onze weg. Vakantie vierend en overnachtend in jeugdherbergen.
De trouwkaart, die we hem een paar jaar later stuurden, kwam onverrichter zake terug. In de herfst van dat jaar gingen we poolshoogte nemen. Weer klommen we dat hele eind naar boven. De kapel was gesloten. We klopten op de deur van zijn bescheiden woning. Geen reactie.

Beneden, in het hotel wist men te vertellen dat een van de nonnen hem die zomer had gevonden in de kapel. Men had de klok slechts kort horen luiden, maar van een viering was het nooit meer gekomen. Een kort briefje maakte duidelijk wat velen al waren gaan vermoeden. Het celibaat maakt meer kapot dan de mens lief is.

Groet van de grutto

DSC00627

Om met Poehbeer te spreken
Vandaag was mijn lievelingsdag:

De magnolia even verderop
Barst stralend open in bloei
De treurwilgen langs de sloot
Hullen zich gestaag in meer teer lentegroen
De twee goudvissen in het vijvertje
Warmen zij aan zij hun rug in de zon
Een jong rood katertje ziet het
Met verbaasde amberkleurige ogen aan

Twee geraniums overleefden de winter
En krijgen verse aarde om het te vieren
De eksters rusten in de appelboom
Vol ijver bouwden zij hun nest

De narcissen op de tuintafel
Verrassen mij met hun onstuitbare bloei

Heerlijk frisse lentelucht
Voelbare warmte van de zon

Maar het meest nog is het een poeh-dag
Omdat om tien voor half drie
De eerste grutto zich opeens laat horen

Zelfs met zo’n lange vlucht in de vleugels
Valt het hem niet te zwaar om
Zijn roepnaam met kracht over ons uit te storten
We zullen het weten

Grutto grutto grutto
De lente is nu pas echt begonnen

Groots en meeslepend

DSC08555

Groots
Is leven niet groots
Zonder moeite bewegen op het ritme
Van adem en lucht en zee en golf en
Het middelpunt zoeken ik ben het middelpunt
Stralend wervelend stralen
Als wijde Spaanse rokken
De vonken uit de tijd slaan

Nooit moe en doorgaan doorgaan
En zie de wereld draait en wij en wij
Wij zijn met velen
De tijd is kort dus kom
En dans en leef en proost en drink
De borrelende helderfrisse levenswijn

Tot het einde
Een veel te vroeg einde
Aan alles
Aan leven en vrouw zijn
En moeder en dochter

Muziek toch muziek veel muziek
En woorden op maat
Laat de wereld nog een keer zien
Dat ik leefde leefde

En leef

——————————————————————————————————————-

In Memoriam voor mijn achternichtje, dat ik niet heb gekend en die (te) jong overleed. Dank zij mooie, passende woorden, beelden en muziek, heb ik haar wel een beetje leren kennen op Goede Vrijdag. Ik bewonder haar levenslust, kracht en doorzettingsvermogen. De hoeveelheid zonnebloemen was overweldigend….

De lege lijst

IMG_20150218_124651Het was niet druk in de tram. Daardoor zag ze ze liggen. Een paar leren dameshandschoenen. Snel raapte ze ze op. Wat voelde het gek aan, dat leer. Toch maar weer weggooien? Er ging een bijzondere aantrekkingskracht van uit. Wie zou ze verloren hebben? Een oudere dame, besloot ze. Die zat natuurlijk te suffen in de tram, de handschoenen op schoot. En bij het opstaan vielen ze op de grond. Misschien zou ze ze beter kunnen afgeven, maar er kwam een vreemd hebberig gevoel over haar. Nee! Dat deed ze niet. Eerlijk gevonden.

Nu lagen ze op háár schoot. Vreemd eigenlijk. Ze had niet het idee dat ze veel wogen, maar ze voelde ze wel degelijk liggen. Werktuiglijk kneep ze in de vingers. Ze voelde iets hards. Voor ze het wist liet ze een hand in de rechter handschoen glijden. Hij paste perfect. Daarna de linker, waar ze dat harde voorwerpje in had gevoeld. Terwijl de hand haar weg zocht in het duister voelde ze een ring aan haar ringvinger glijden. Het ging heel makkelijk. Een gouden ring; ze wist het direct, zonder te kijken.

Onrust maakte zich plotseling van haar meester. Struikelend over haar voeten sprong ze bij de eerste de beste halte de tram uit. Automatisch begon ze te lopen in de richting van waaruit de tram gekomen was. De buurt herkende ze niet, maar ze wist intuïtief waar ze moest zijn.

Ze wilde net aanbellen toen de deur open ging. “Daar ben je!” Op het rimpelige gezicht lag een verrukte glimlach. De oude man beduidde haar binnen te komen. Vreemde geuren drongen haar neusgaten binnen. Vreemd, maar toch vertrouwd. “Alles past, zo te zien”, zei hij, “ik verwachtte je. Een waardige vervangster voor mijn laatste overleden vrouw.”

Aan de muur zag zij, naast zeven damesportretten, een lege lijst………

——————————————————————————————————————-
Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het sleutelwoord niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: evenaren.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Een sterk staaltje

DSC00266Op de Schaanse Gans was het uitgestorven. Het ijs op de slootjes glansde in het koude maanlicht. Een stevige noordoosten wind joeg over de weilanden. De schapen lagen dicht tegen elkaar aan bij het hek.

Over het smalle pad naderde een donkere figuur. Kromgebogen, de pet diep over de ogen. Handen in de zakken van het oude bonkertje. Het geluid van zijn klompen werd weerkaatst wanneer hij een molen passeerde.

Plotseling stond hij stil. Uit zijn borstzak haalde hij zijn pijpje, een neuswarmertje. Hoewel hij anders ruim de tijd nam om het te stoppen, propte hij de tabak in de kop en zoog de brand erin. Hij hervatte zijn tocht.

Bij de laatste bocht aarzelde hij. Had hij het allemaal goed gedaan? In een opwelling was het gebeurd; een plan had hij niet gehad. Moest hij teruggaan? Praten had geen zin, daarvoor was het al te ver gekomen. Zou hij gaan kijken of het nog terug te draaien was? Of hij nog iets kon bijstellen? Nee. Hij had goed gehandeld. Hij hoefde zich toch niet alles te laten welgevallen? Hij, de beste molenaar van de hele streek. Geen mens hoefde te beweren dat hij hem wel eens een sterk staaltje zou laten zien. Nee, het was eerder andersom.
Hij haalde zijn schouders op. Hoge bomen vangen veel wind. Iedereen zou dat kunnen zien.

De volgende ochtend sneeuwde het. Bij molen ‘De Hond’ stond een groepje toeristen te kleumen.
De man met het bonkertje opende de deur, groette binnensmonds en ging hen voor de molen binnen. Snel klom hij naar boven en kruide de wieken op de wind. Hij trok de vang los en met veel gekraak kwamen ze in beweging.

Van een van de wieken woei een rood vaantje. De stropdas van de burgemeester. Eindelijk kon hij zijn gemeente eens van gepaste hoogte overzien.

——————————————————————————————————————

Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het sleutelwoord niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: evenaren.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

De zachte blonde haartjes van prinsesje Margarita

(LAS MENINAS)

Las Meninas

Het is geen schilder nog gelukt
Wat ik niet bedoel is een prachtig schilderij maken
Daarover hoeft geen misverstand te bestaan
Daar hangen de musea vol mee

Maar door een waas zag ik het schilderij
Een schoonheid die ik nergens anders zag
Zo fris en helder
Een heel verhaal dat werd verteld
Door de man die ik vroeger aantrof
Op sigarenbandjes

Het kleine meisje met het zachte blonde haar
Trekt mij het schilderij in
Zij vangt mij met haar afgewend gezichtje

Hare hoogheidje wenst niets te drinken
Ook al wordt het haar
Nog wel zo vriendelijk verzocht

Al langer dan driehonderd jaar
Is zij een kleuter
Die als zij het niet al was
Graag een prinses zou willen zijn
En heeft de hond dezelfde frons
Als alle honden wanneer
Ze zachtjes met de voet worden geaaid

De bijsluiter

DSC00067

Iedereen die wel eens een bijsluiter uit een medicijndoosje heeft gehaald, kent het. Je bent benieuwd naar wat voor narigheid je nog meer kunt krijgen bij, of in plaats van, de kwaal die je wilt bestrijden. Wat de gevolgen zijn van het slikken van dit pilletje. Je vouwt het zorgvuldig gevouwen papiertje open. Je leest zo hier en daar wat. Voordat je panisch wordt van de ellende die je waarschijnlijk te wachten staat besluit je de boel weer dicht te vouwen en terug te stoppen in het doosje. Mis! Voor het op de juiste manier opvouwen heb je minstens een cursus origami nodig.
Gelukkig overkomt me dit maar zelden. Maar mocht ik weer eens zo’n doosje in handen krijgen en in de verleiding komen om de bijsluiter te openen, dan weet ik nu al dat het uiteindelijk in de vorm van een propje in de vuilnisbak belandt. Of, nog beter, bij het oud papier.

Gisteravond gebeurde mij iets dergelijks. De verkiezingen staan voor de deur en er lag ’s middags zo’n mooie kandidatenlijst op de mat. Ik laat daar graag even mijn blik over dwalen. De namen die je op zo’n lijst tegenkomt spreken vaak enorm tot de verbeelding en kunnen de aanzet zijn tot een verhaal. Een kleine greep: Slettenhaar, Rommel, Uitentuis, Oetelmans, Kalverboer, Swijnenburg.
Bij verder kijken ontdek ik zaken, die ik hoogst merkwaardig vind. Wat te denken van de combinaties die worden gemaakt? Lijst VVD gecombineerd met D66, PVDA met Groen Links, PVDD met Ouderenpartij NH, 50Plus gecombineerd met Hart voor Holland. De Piratenpartij opereert logischerwijze alleen. Op de lijst van de VP, Vrouwen Partij, ontwaar ik twee mannen. Wat een vreemde bedoening; ik kan er niet veel logica in ontdekken.

Door het uitspellen van deze bijsluiter word je inhoudelijk niet veel wijzer. Daarvoor moeten er nog allerlei debatten worden gevolgd. En dan weet je van tevoren al waar het op uit zal draaien. Babbels over waar men voor staat. Over wat we niet moeten willen met zijn allen. Loze beloften, vage standpunten. Zogenaamd keiharde meningen.

De kandidatenlijst voor de verkiezing van de leden van het Hoogheemraadschap is helemaal een ratjetoe. Wat moet je je voorstellen bij de partij BoerenBurgersWaterbelang. Of bij Koninklijke Schuttevaer, waarvan o.a. de heren Droog, Mol, Bakker en Groen deel uitmaken. Kunnen wij ons lot gevoeglijk in handen van deze heren leggen? Ach het zal best. Het enige wat ik hoop is dat iedereen in het Hoogheemraadschap erop uit zal zijn om de boel droog en het water fris te houden.

En dan tot slot nog een greepje uit de wegwijzer:
Laat uw stem niet verloren gaan! Stemmen met het rode potlood! De hoofdbewoner wordt verzocht deze stemwijzer ook aan eventuele kiesgerechtigde medebewoner(s) te laten lezen. (Wat overigens een krakkemikkige zinsconstructie is.)
Op een paar zwart-wit foto’s kun je zien hoe je een vakje rood maakt en hoe je je ingevulde stembiljet in de kliko moet deponeren.

Een echte bijsluiter! Het lukt me ook nu niet om dit papier in de oorspronkelijke staat terug te vouwen. Ik houd het maar voor gezien. Deze kan alvast in de kliko. Of, zo u wilt, bij het oud papier.

Maar toch. Als ik op 18 maart in het stemhokje sta, maak ik twee vakjes rood. Ook al weet ik niet precies wat daarvan de gevolgen zijn.

Op de sofa

FreudEerlijk gezegd vraag ik me af of dit nog zin heeft. Deze gesprekken. Beter wordt het toch niet. Ik zal altijd wel zo blijven. Niemand gelooft me, zelfs u niet. Ook u denkt dat er nog wel iets te veranderen valt. Te verbeteren. Maar ik weet het zeker; je kunt het toch zien? Hoe dik ik ben?

Vroeger had ik er niet zo’n erg in. Op de basisschool was er eigenlijk nog niks aan de hand. Dat heb ik toch al eens verteld? Dat mijn zusje tien keer mooier was dan ik, kon me niet zoveel schelen. En dat ze honderd keer slimmer was ook niet. Ik trok met jongens op. Ik wist waar de goede klimbomen stonden, waar je hutten kon bouwen. Vuurtje stoken. Dat was een mooie tijd.

Tot groep acht. Ik kreeg borsten. Mijn gezicht werd voller. Ik kreeg een dikke kont. Ja, bij andere meisjes gebeurde dat ook. Maar niemand werd zo dik als ik. Op de middelbare school werd het nog erger. In elk spiegelend oppervlak kon ik het zien. Ik barstte uit mijn kleren. Mijn moeder zag het niet. Die zag eigenlijk helemaal niets. Nee, sinds mijn vader ervandoor ging, was ze alleen nog maar met zichzelf bezig. Zij zou hier moeten zitten, eigenlijk.

Ja, ze heeft wel gezorgd dat ik hier terecht kwam. Dat klopt. Maar ik wil niet meer. Elke dag die weegschaal. Elke week die gesprekken met u. Kan het niet wat minder? Ze laten me hier niet met rust.

Ik kan er niet meer tegen. Ik moet eten van ze. Ze zitten erbovenop als ik mijn boterham smeer. Boter! Pindakaas! Ik walg van die vette boel. En uitkotsen mag niet. De hele dag wordt er op me gelet. Eten! Ik kan niet meer. Ziet u dan niet hoe dik ik ben?

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het sleutelwoord niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: afdingen.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Het plaatje van de sofa van Freud komt van het internet.

Bijna niets

IMG_20150201_163927

Een late zondagmiddag en ik fiets
Mijn lange schaduw achterna
Rondom de polder als een vlakke schijf
Ooit geloofde men de aarde plat

Perfecte stilte voor de avond valt
De dag dooft in hoog tempo uit
Nog een keer breekt de wolkenlucht
Voor een gordijn van zonneschijn

Klein en onwetend voel ik mij
De schijn van leven lijkt mij echt
Een reiger krijst mij kermend terug
Banden zoeven op de natte weg

Bespeel mij

IMG_20150211_122026

Je kunt natuurlijk op het nippertje vertrekken
Maar leuker is het een trein eerder te nemen
En dan op centraal
Lekker tien minuten gaan staan luisteren
Naar een of andere pianist
-Er zit altijd wel iemand achter
De glimmend zwarte vleugel-
Die zich uitleeft
Opgaat in zijn spel, rugzak bij zijn voeten
En af en toe het publiek vluchtig
Een grijnzende blik toewerpt

De jonge moeder
Stevig kind in dito draagzak op haar buik
Maakt foto’s en daarna
Met haar zoon een dansje

Lachend wijst hij met een dik vingertje
En roept enthousiast: die
Zijn helderblauwe ogen glanzen
Wat zou hij graag even
Lekker hard
Op die toetsen willen bonken

Later misschien
Als het leven hem gunstig gezind is
En hij eerst zijn moeder
succesvol heeft leren bespelen