Brief aan Beatrix

Lieve Koningin,

Nog een week en dan komt er een einde aan uw koningschap. U wordt opgevolgd door uw oudste zoon. Dat dat ooit zou gaan gebeuren, weet u natuurlijk al vanaf zijn geboorte. En het lijkt me dat je zo’n kind anders bekijkt dan de andere. Dat je je onwillekeurig regelmatig afvraagt of hij het aan zal kunnen. Dat je je regelmatig realiseert dat zijn toekomst vastligt, dat hij het maar heeft te doen. Dat hij wel eigen keuzes kan maken, maar altijd binnen de grenzen van de regels en normen van het koningschap. Dat zal in uw situatie niet anders zijn geweest: ook uw moeder heeft zich waarschijnlijk dezelfde vragen gesteld. In de fragmenten die op de tv werden vertoond na de aankondiging van uw abdicatie, zagen wij dat zij een enorm vertrouwen in u had. Dat heeft u nu in uw zoon. Wat zult u met trots naar hem kijken die dag. En zijn eerste officiële optreden zal zeker ontroering teweeg brengen bij u als moeder. Maar ook vreugde. Uw hart zal vol zijn.

Het volle hart… Wat zult u ze missen in deze tijd van grote veranderingen: uw man met wie u zoveel heeft gedeeld. Van wie u zoveel heeft gehouden; ja, dat was te zien. En uw zoon, die al meer dan een jaar onbereikbaar is. Om wie u zoveel verdriet heeft. Uw ouders….. Uw gedachten zullen bij hen zijn. Maar professioneel als u bent, zult u met opgeheven hoofd, de schouders eronder, deze laatste klus klaren.

Nog een week en dan is het zover. Verhuizen en opnieuw beginnen. Ik vermoed dat u dat doet met gemengde gevoelens. U bent er natuurlijk van overtuigd dat uw zoon het goed zal doen (in twee betekenissen); hij is tenslotte langdurig voorbereid op zijn nieuwe werkzaamheden. En toch lijkt het me vreemd en onwennig om de taak waar u zich altijd met hart en ziel van hebt gekweten, over te dragen aan de man in wie u ook nog steeds het kind ziet.

Hij zal weten dat u hem blijft steunen, dat hij altijd om advies kan vragen. Dat u achter hem staat, zoals het een moeder betaamt. En mocht hij eens struikelen, dan weet hij dat u er bent om hem op de been te helpen. U klopt het stof van zijn kleren en met een glimlach zult u zeggen: niets aan de hand.

1959187210

Advertenties

Over smaak valt te twisten – ofwel de bemoeizucht van AH

Opeens viel het me op. Ik kocht een netje walnoten bij onze nationale grootgrutter. Omdat ik nieuwsgierig was naar de herkomst, las ik de label. En dat was maar goed ook, ik had anders nooit geweten hoe ik tot de kern had moeten doordringen. Ik stuitte namelijk op de bereidingswijze: kraak de noten met een notenkraker. Daar zou ik nou nooit zijn opgekomen.

Mijn interesse was gewekt.
We hoeven ons niet meer af te vragen hoe appels moeten worden “bereid”, het staat op de zak. De smaak is ook al bepaald, want volgens de kenners die zijn ingehuurd door AH om wat voorwerk te doen: deze elstars zijn friszoet en aromatisch!

Een rondje over de groenteafdeling leverde het volgende (voorlopige) resultaat op:

Lichtpittige en peperachtige rucola
Milde wijnzuurkool
Friszoete en knapperige witte druiven
Friszoete en aromatische elstar (bereiden: de appel wassen en eventueel schillen)
Veelzijdige en iets kruimige aardappelen
Zoete wortelen
Lichtscherpe en middelgrote uien
Geurige en zoete trostomaten
Kruidige spinazie
Frisse en knapperige bleekselderij
Knapperige en zoete Chinese kool
Scherpe knoflook

Frisse en sappige cherrytomaten
Zachte en nootachtige veldsla
Milde en bittere Hollandse spruiten
Zachte en sappige botersla
Walnoten, bereiden: kraak ze met een notenkraker
Friszoete en sappige perssinaasappelen

DSC06694

Toch heb ik me vorige week door een net sinaasappels heen gewerkt waar kraak noch smaak aan zat. Mijn typering zou in dit geval zijn: muf en flauw.
Bedankt, proevers van AH, maar ik word graag verrast door kraak en smaak. Morgen toch weer eens naar de markt!

Blauw meisje

DSC06661

Hier sta ik
Heerseres van
Mijn eigen klein domein
Een stenen cirkel begrenst
De dorre boel, wat gras, wat zand
Eén boom slechts

Met het zuidoosten in de rug
Zie ik de zon nooit opgaan
Voor mij gaat hij eeuwig onder

Mijn haren los, de voeten warm
Sokken met sterren
Stevige stappers
Waarmee ik geen stap verzet
Ik kom niet van mijn plaats
Of toch soms
In dromen ontstijg ik
Mijn stenen sokkel

Ik heb de winter weer doorstaan
In slechts mijn blauwe jurkje
Ik heb geen kou gevoeld
Ik luister

Zo ingespannen luister ik
Dat warmte noch kou
Sneeuw noch regen
Mij deren kunnen

Weten wil ik

Ik ben er heel dicht bij

DSC06662

(Beeld: Paul de Reus)

Nog een Zaans beeld: Naar de Haaien, http://wp.me/36K0e

Pasen, een herinnering

Pasen is weer voorbij. Het feest van de vruchtbaarheid. Het feest van het nieuwe leven. Ostara doet haar werk, tegen de verdrukking in.
Voor altijd zal Pasen voor mij verbonden blijven met de geuren van tulpen en narcissen.

In mijn Haagse tijd mocht ik meezingen in het jeugdkoor van Teun Groen, cantororganist van de Adventkerk. Dat betekende wel dat ik, onder de les, midden in de klas, moest voorzingen. Doodeng, natuurlijk, maar je moet wat voor je ambities over hebben. (Dat ik daarna gepest zou worden konden we nog niet weten, maar ja hoor, ook toen al) Ik werd ingedeeld bij de alten. Het was leuk, meerstemmig zingen, en vaak studeerden we iets in voor tijdens de kerkdienst.

De Adventkerk

De Adventkerk

Het waren de jaren vijftig. Het was een vooruitstrevende gemeente, in een nieuwe wijk: er kon en mocht veel. Het gebouw was zeer modern. Het interieur strak en licht. De wandplastieken vond ik heel bijzonder. Wanneer je ze nu ziet, zeg je: typisch jaren vijftig. Maar nog steeds vind ik ze mooi en tot de verbeelding spreken. Het mooiste vond ik het glas-in-loodraam. Het paste goed bij het moderne gebouw. En je kon er heerlijk bij wegdromen.

De vier evangelisten, Dirk Hubers

De vier evangelisten, Dirk Hubers

Het zal begin jaren zestig zijn geweest. Pasen. We zouden in de kerk een Paasspel opvoeren. (De Passie avant la lettre) Spelers waren snel gevonden: het hele koor deed sowieso mee, de blokfluitgroep (waar ik ook lid van was, maar verder is het met de musicaliteit niets geworden) en nog wat oudste kinderen van de Zondagschool. Het doet mij nu vermoeden dat de organist het allemaal had bedacht. Voor die tijd zal het zeker modern en misschien zelfs lichtelijk gewaagd zijn geweest.

kansel

Op stille zaterdag was het zover. Hoe het allemaal precies is gegaan weet ik niet meer. Wel weet ik nog dat we het heel bijzonder vonden dat we ons mochten omkleden in de zaaltjes naast de kerk, waar we gewoonlijk nooit kwamen. Dat we daar wachtten tot we op moesten. Er heerste een vreugdevolle spanning; we oefenden de teksten nog maar een keer. We kregen broodjes, wat voor iedereen een traktatie was. En toen de schemer inviel, stroomde de kerk vol. We waren er klaar voor.

Daar liepen wij, in witte gewaden. We zongen: Hosianna! Da-ha-ha-ha-havids Zoon. We zwaaiden met de narcissen en de tulpen; Palmpasen. En die geuren brengen mij altijd weer even terug in de tijd dat alles nog mooi en goed was.

Nu weet ik beter; ik ben allang het paradijs uitgejaagd.

Adam en Eva uit het Paradijs verdreven,
Friso ten Holt

Adam en Eva uit het Paradijs verdreven,
Friso ten Holt