Oer(d)gevoel

dsc04576

Het zand in mijn schoenen
De schelpen in de vensterbank
De eikels in de schaal
De koffer in de gang
De kilometers in mijn benen
Het gloeien van mijn gezicht
De kleuren op mijn netvlies
De geluiden in mijn hoofd
De warmte van vriendschap
In mijn hart
En de herinneringen in de maak

Een goed verstaander weet
Dat een paar dagen Ameland
Voldoende zijn
Voor dit geluksgevoel

Advertenties

Living on the edge

4

Als eerste klant van die ochtend mag ik bij de wasbak plaatsnemen nadat ik bevestigend heb geantwoord op de vraag: “Moet het gewassen worden?” Het eerste minpuntje; wie bepaalt de knipstrategie? De klant of de professional? En de toon boezemt me ook niet direct vertrouwen in. De moed zinkt me eerlijk gezegd in de schoenen. Wat doe ik hier eigenlijk. In deze donkere, kleine ruimte. Waar twee voluptueuze dames verlekkerd hun schaar uit hun toilettas tevoorschijn halen en er eens goed voor gaan zitten.

Ik ben op zoek naar een nieuwe kapster. Eentje die net zo goed knipt als de vorige, die helaas is verhuisd. Mijn vader riep altijd bewonderend: “Wat zit je haar mooi!”, wanneer ik na een knipsessie bij hem op bezoek ging. Het is dus maar goed dat hij dit niet meer hoeft mee te maken, denk ik, zelfs nog voordat er ook maar een schaar in mijn haar is gezet. Ik mis “mijn” Melissa nu al!

Ik leg mijn nek op de koele witte rand van de wasbak. Het jonge meisje, dat de week ervoor mijn afspraak heeft genoteerd, komt slungelig, kauwgom kauwend, van achter de toonbank naar voren en gooit nog snel een blauwige, verkeerd gewassen handdoek over mijn schouders. Het enthousiasme straalt er niet direct vanaf. Ik begrijp dat de ondankbare taak van telefoon aannemen, afspraken noteren, vegen en wassen op haar smalle schouders rust. Over mijn hoofd heen doet zij met schelle stem een vergeefse poging mee te praten met de twee dames die hun spullen gereedmaken voor een lange dag knippen, föhnen, permanenten, en kleuren. Als het water de juiste temperatuur heeft, maakt zij mijn haar min of meer nat, drukt er daarna een dot shampoo in en wrijft die lusteloos een beetje uit.

De kapsters reageren niet op haar. Net terug van vakantie hebben ze het veel te druk met hun eigen verhaal. Het verblijf in Griekenland is vooral geslaagd vanwege de geweldige diners en het uitzicht vanuit de hotelkamer op het zwembad, begrijp ik. En de ander heeft in Kroatië op de camping ook een fantastische tijd gehad. Terwijl ze de shampoo uitspoelt doet het meisje nog een poging tot gesprek, maar haar opmerkingen blijven in de lucht hangen. Het tragische lot van de stagiaire.

Inmiddels ben ik overgeleverd aan de kapster in het rode gewaad. Ze droogt mijn haar nog een beetje na en terwijl ze de kapmantel vastmaakt, vraagt ze hoe ik het wil hebben. Gewoon de boblijn, net als altijd. Maar ja, dat weet zij natuurlijk niet. Ik prijs de hemel dat ik zo slim ben geweest mijn vorige kapster te vragen een foto te maken. Ik vis mijn telefoon uit mijn tasje dat op de grond tussen de haren van gisteren staat. Niet goed geveegd. Waarom verbaast me dat nou niet? Op het fotootje zie ik vooral het zo vertrouwde interieur. Cindy heeft alleen oog voor de haarlengte. Ze laat wat technische termen vallen; ze heeft er alle vertrouwen in.

De kaptafel ligt vol stof, kruimels en haartjes. Op zwart zie je alles. Ik wil er niet naar kijken. Het komt dus goed uit dat ze mijn hoofd voorover drukt: eerst de nekpartij. Wanneer ik omhoog kom, zie ik in de spiegel dat de scheiding verkeerd zit. Ja, ze weet het wel en het komt zo meteen helemaal goed. Ze kamt alles opnieuw, trekt de scheiding en knipt vrolijk verder.

Ik zucht onhoorbaar en geef me over aan de nieuwe situatie. Het is nu eenmaal niet anders. Kom op, living on the edge. Dat was het motto toch? De kapster schudt de bus met foam en spuit een rijke hoeveelheid in haar hand. Ze verdeelt het netjes over mijn haar. Ik houd niet van föhnborstels met de haren van vorige klanten er nog in, maar ik zeg er niets van als zij er een uit het laatje vist. Dan houdt ze eindelijk de grote ronde spiegel achter mij op. Ik moet toegeven, het is haar gelukt.

Ik reken af bij de stagiaire met het prachtige lange donkere haar. Er kan een klein glimlachje af. “Waar begin je aan”, denk ik.

Opgelucht ga ik naar huis. Ik loop rechtstreeks door naar de badkamer. Boven de wasbak spoel ik het sterk geurende schuim weer uit mijn haar.

Living on the edge? Oké, onder één voorwaarde: als mijn haar maar goed zit.