Na de mooie tv-serie Tuinen van Verwondering, wordt het hoog tijd voor een serie blogjes over de bijzondere tuinen in mijn eigen omgeving. Natuurlijk, maar helaas, zijn er in dit Zaanse gebied geen tuinen van enorme afmetingen te vinden, maar in het klein valt er veel te genieten. En er is genoeg om je over te verwonderen.
Haaldersbroek is zo’n karakteristieke plek. Hier vind je oude (maar ook nieuwe) Zaanse huizen, een oud schoolgebouwtje – nu woonhuis – en een enkele kleine boerderij. Een daarvan bezocht ik in de jaren tachtig met enige regelmaat. Hier bevond zich namelijk galerie Bramkha, door Jan Kees Vergouw opgericht in 1984. De naam herinnert aan zijn vader, Abraham Vergouw, een niet onverdienstelijk schilder en beeldhouwer, die de laatste jaren van zijn leven werkte in het atelier van zijn zoon. Vele (Zaanse) kunstenaars werden hier in de gelegenheid gesteld hun werk te tonen. Op de zondagmiddagen was het bezoeken van de exposities een leuk uitje, dat ik vooral met Ina ondernam.
Dit is al lang verleden tijd. Ina is gestorven en in 1992 sloot de galerie zijn deuren. De naam ‘Bramkha’ (Brams plek) zal niet veel mensen meer wat zeggen.
Toch is gelukkig niet alles verdwenen; de beeldentuin, naast het huis, is nog volledig intact. Als eerbetoon van Jan Kees Vergouw aan zijn vader. Hoe vaak ik er ook langskom op mijn wandelingen, hoe vertrouwd de plek ook is, het verveelt nooit. In alle seizoenen, alle weersomstandigheden, op de verschillende momenten van de dag, steeds weer ziet de tuin er anders uit. De betonnen beelden blijven boeien. De tijd doet hen goed.
En toch lijkt het steeds weer dat de tijd stilstaat: het gras groeit, de bomen botten uit, dor blad dwarrelt her en der – stoïcijns houden de beelden op hun eigen plek de blik van de bezoeker gevangen. Streng en speels. Een organisch geheel. Al meer dan veertig jaar.
Zo ook vandaag. Ik scheur mij los. Al filosoferend sla ik linksaf. Langs weiden en water. Hier liggen de woonboten, aan tot kleine paradijsjes vertroetelde tuintjes. Ook hier valt het blad. Dat wat verscholen was, komt genadeloos aan het licht. En zo sta ik dan plotseling oog in oog met een uit de kluiten gewassen voorwerp, dat ik maar al te goed ken.
Met een vette grijns en in opperste verwondering vervolg ik mijn weg.
In 1925 heeft Thor Bjørklund uit Noorwegen de kaasschaaf (osthyvel) uitgevonden. Gebaseerd op de houtschaaf heeft deze Noorse meubelmaker het mogelijk gemaakt om van de kazen mooie smakelijke plakken te snijden (of zeg je schaven?). In ieder geval een opmerkzame voorbijganger die zodoende van een glimlach werd voorzien. Soms ligt het voor het oprapen maar door innerlijke rust is men in staat om even stil te staan en net als een kinderziel de tijd nemen om even iets te bewonderen. Groet Marco
Inderdaad Marco. Even stil staan. Er is op de Braakdijk nog veel meer vreemds te bewonderen! En waarom verbaast het me nou weer niet dat juist jij met het verhaal van de uitvinder op de proppen komt? Het had misschien beter een Zweed kunnen zijn? 🙂
Ik dacht héél even “wie zet her nou een schemerlanp neer” , misschien toch maar weer eens naar meneer Anders. Nou ja, een kaasschaaf is misschien nog wel vreemder op die plaats;-)
Ik vind het een heel raar ding! Ik hoop er nog eens achter te komen, waarom ze uitgerekend een kaasschaaf in hun tuin hebben gezet. Misschien woont er wel een kaashandelaar. Laat meneer Anders maar zitten, hoor. Juist omdat je zoiets helemaal niet verwacht, op die plaats, denk je dat het wat anders is. Iemand zag er een kerstklok in, ook heel begrijpelijk. Het is maar net waar je interesse ligt op dat moment.
Wat is het verschil, een kerstklok of een schemerlampkap;-)
Ben gek op mooie tuinen. Zelf heb ik geen tuin maar een balkon met wat plantjes erop. Ik ben weleens in een beeldentuin geweest, dat was in Hensbroek
Aha, je moet het in het platte vlak zien. Ik zag een klok met klepel! Maar hoe dan ook; beelden in een landschap detoneren zelden.