Kleurrijk in zwart-wit

De trein kwam er al aan toen wij nog op de roltrap stonden. We liepen snel naar beneden en trokken een sprintje als een stel zeventienjarigen (het omgekeerde van onze werkelijke leeftijd) en sprongen, met een gesmoorde gil, net na het fluitje van de conducteur, tussen de zich al sluitende deuren door, de propvolle coupé in. Dat vonden we eigenlijk best stoer en we keken elkaar met een tevreden grijns aan. “Zo!, living on the edge!”, wisten we hijgend uit te brengen. En: “Zeventig is het nieuwe zestig!” Op naar Amsterdam. Die gevaarlijke stad.

We waren amper uitgehijgd of daar wrong zich een jonge vrouw in conducteurskleding door de massa. Ze had haar fluitje nog niet opgeborgen. Het bleek, dat ze dit ter illustratie nodig had bij het te houden verhaal. Tegen ons. “Sprongen jullie net nog door de deur, nadat ik al had gefloten?” Aan de toon te horen, leek het me beter maar niet al te bijdehand te doen. Dus de opmerking: “Ja, wat goed hè, van ons ‘oudjes’?”, slikte ik maar in. Ook de blik in haar ogen sprak boekdelen. Een blik van zeven dagen onweer, zei mijn vader vroeger. Ze haalde diep adem en begon ons de les te lezen. “Nooit de trein binnengaan als er is gefloten! Stel dat er iets ergs gebeurd was. Dan had zij aan de noodrem moeten trekken. En dan zou dat weer op ons verhaald moeten worden. Dat zou ons €165,00 de man (vrouw) gekost hebben. Dus we mochten het nooit meer doen. Ze zou het nu door de vingers zien, maar de volgende keer….” Woest en onstuimig leven, het lukt ons nooit echt goed.
Om ons heen bleef het doodstil. Niemand zei iets. Niemand verblikte of verbloosde. Niemand lachte. Niemand keek ons meewarig aan. Of verachtelijk. Of bemoedigend. Of vriendelijk. Niet mee bemoeien, want je weet maar nooit. Het kan je zo een hoop geld kosten.

De ober bij Small Talk deed de naam van het café eer aan. De ene flauwe opmerking na de andere rolde over het terras. Een klein glaasje water bij de koffie werd vertaald in een borrelglaasje. Het zonnetje deed de rest en zo klaarde onze lichtelijk timide stemming geleidelijk aan op.

Verder maar weer, richting Apollolaan voor de tweejaarlijkse beeldenroute van ArtZuid. De tram is afgeladen; voortdurend roept de conductrice dat iedereen moet doorlopen, maar zelfs dat is onmogelijk. Kinderen hoeven van hun ouders tegenwoordig niet meer op te staan, ook niet wanneer ze op een stoeltje hangen dat bestemd is voor iemand die niet zo goed ter been is. Nu hadden wij juist bewezen dat dat allemaal nog aardig in orde was, maar een halte na ons stapte er een oude heer in. Hij kreeg het netjes voor elkaar om het plaatsje van het kind te bemachtigen. Dat mag ook wel, wanneer je zesennegentig bent. Een goedlachse, positieve oude baas. Keurig gestreken zwarte broek met kettingen links en rechts. Helder witte sweater met een borstzakje en spierwitte sneakers. Het plastic tasje van De Trekpleister bleek boterhammen te bevatten die hij ergens op een bankje bij Het Leidseplein zou gaan opeten (nee, niet op een terras, natuurlijk) en daarna ging hij een lekker kopje koffie drinken (wel op een terras). Genieten van het leven, dát deed hij. Ondanks het gemis van zijn vrouw (al zeventien jaar dood, en nee, nooit een ander gehad, hij keek wel uit, straks stond ze hem boven op te wachten en stuurde ze hem zo weer terug, moest hij weer die hele weg bewandelen…) zag hij het leven toch zonnig in. Ze zat in zijn hart. Daar zat nu wel die tramkaart voor, maar ze was er wel. “Ja”, zei hij, met een vette grijns, terwijl hij zijn duim omhoog stak, “optimist, tot in de kist”, waarna de duim omlaag wees.

Leidseplein, hij ging eruit. Hij zakte een beetje door zijn knieën, hield het borstzakje met de tramkaart voor de scanner en checkte uit. Voor zijn zesennegentig jaar sprong hij vlot van de treeplank, vermaakt geschater vanuit de tram in zijn kielzog.

Uiteraard was de beeldenroute heel bijzonder en over het algemeen zeer de moeite waard. Hoewel we bij Minerva met het opgeheven vingertje wel even moesten slikken.

Aan het eind van de middag sloten we deze leerzame dag af met een glas koele witte wijn en een schaaltje gloeiend hete bitterballen. Dat kon er wel af: we hadden tenslotte ieder €165,00 uitgespaard.
En de slogan ‘act your age’ was weer helemaal op ons van toepassing…

Advertenties

De Drie Gratiën

De aanblik van de marmeren meisjes
Doet mij naar adem happen
Schoonheid, vreugde en geluk
Gracieus gevangen in harde steen

Het witte marmer lijkt zacht en soepel
Een wang, een schouder een borst
Voile-achtige gewaden voegen zich naar het
Ranke lichaam, een heup, een knie
Vingertoppen tippen vederlicht
Aan slanke hals, aan gezicht
Hoe zacht, aardig en aandachtig
Zij weerspiegelen elkaars glimlach
In hun marmerogen

Fluisteren zij elkaar geheimpjes toe?
Bespreken zij wie er wel en wie niet
Door de beugel kunnen
Om wie ze zo vreselijk moeten lachen-
Is het soms de man van wie de telefoon
Op volle sterkte om aandacht schreeuwt-
In deze stemmige, stille zaal van hun logement,
De Hermitage aan de Amstel?

Traag dimt het licht, draait weg
En weer op volle sterkte gericht
Lijken zij gereserveerd, serieus, koel
Afscheid is op handen

Nog even dan vliegen deze dames
Dik ingepakt terug
Naar hun eigen riante onderkomen
De Hermitage aan de Neva

Het roze tasje

tasje

Al keuvelend lopen ze in de richting van de tram, waarin ik me net heb geïnstalleerd. Twee grijze heren van dik in de zeventig, schat ik. Terwijl de eerste redelijk vief instapt en vlot incheckt, hijst nummer twee zich moeizamer de tram in. Nadat hem door de conducteur is verzekerd dat dit lijn vijf is, hoor ik het incheckpiepje. Hij schuifelt verder en zijgt neer naast zijn reisgenoot, schuin voor mij, aan de overkant van het pad. Is de eerste man een onopvallende verschijning in een wat slobberige grijze broek en dito jack, de laatst ingestapte is wel enige beschouwing waard. Wat op het eerste gezicht orthopedisch schoeisel lijkt, blijkt bij nader inzien een paar moderne zwarte Ugg’s. Echte. Daarboven een hippe strakke zwarte broek. Een dure zwarte suède jas. Een donkerrode zijden sjaal. Een pet met een -voor mij onbekend- merkje. Hij leunt losjes met zijn rechterhand op de wandelstok die tussen zijn voeten steun vindt. Met zijn linkerhand houdt hij een cadeautasje in evenwicht op zijn knie.

Ze wanen zich onbespied, maar ik zit binnen gehoorsafstand en kan het gesprek ongevraagd volgen. De modernste van de twee blijkt een 3D-bril te hebben aangeschaft, die hij gebruikt in combinatie met zijn mobiele telefoon. In geuren en kleuren doet hij de installatietechniek uit de doeken. En de talloze mogelijkheden. Maar vooral het plezier dat hij er al van heeft gehad. Door musea struinen vanuit je luie stoel. Het heeft iets weg van de 3D-bril in de bioscoop, weet je wel? Het gesprek gaat verder over computers, iPhone’s en tablets. En dit alles met welluidende, licht geaffecteerde stemmen. Fitte oude bazen, goed op de hoogte en duidelijk genietend van alle moderne snufjes.

Het donkerrode elastiek, vastgemaakt aan de schouderriem van de luxe zwarte tas en verdwijnend tussen de rits, intrigeert me. Is er toch iets echt oude-mannetjes-achtigs aan deze chique heer? Bij het naderen van hun eindbestemming zie ik het gebeuren: het elastiek wordt uit de tas getrokken en aan het eind daarvan bungelt de ov-kaart. Verlies-proof.

Halte Concertgebouw. Daar gaan ze. Een stok, een hand op een schouder. Als de tram zijn weg vervolgt, zie ik ze oplettend de straat oversteken.
Het doel van hun tocht is niet besproken tijdens de reis. Het roze tasje wordt enigszins nonchalant meegedragen, bungelend aan twee vingers, alsof het niet bij ze hoort.

Wie zal de gelukkige zijn?

——————————————————————————————————————-

De foto komt van het internet.

Barbara Hepworth

img082

In Dé Beeldhouwschool, in Amsterdam, vindt het plaats: een theatermonoloog over Barbara Hepworth. “Een leven in beeld”, gebracht door Annemiek Lelijveld. Daar zitten we dan, op een vrijdagavond in een atelier ‘Onder de Bogen’, op een houten stoeltje. Met nog zo’n twintig anderen. Kleinschalig. Gewoon op de wit uitgeslagen stenen vloer. Goed geveegd, voor de gelegenheid. Geen resten steen, geen gruis, geen stof. De bokken bedekt met paarse kleden.

20151127_194153

Er staat een stoel en een tafeltje met een fles en een glas, sigaretten, foto’s, een boek. Aan de wand hangen foto’s en wasgoed. Op een bok staat een gepolijste sculptuur met een rond gat. Een lamp schijnt er precies doorheen. En op het witte oppervlak kunnen via een laptop en beamertje beelden geprojecteerd worden.

20151127_195941

Het publiek bestaat voornamelijk uit mensen die hier les nemen. Dat kun je aan de meesten wel zien; artistieke types. Een klein publiek. Vriendelijk. Intiem.

Ook het toneel is een intiem gebeuren. Speler en publiek zitten op korte afstand van elkaar, op gelijke hoogte. Dit doet niets aan af aan het spel. Integendeel, het lijkt alsof wij even bij deze bijzondere beeldhouwster op bezoek zijn.
Soms vergeet je zelfs dat hier een actrice aan het woord is. Het voelt zo echt. Zij ís Barbara. Met hoofddoekje, lange witte blouse, zwarte broek. Sigaret. Ze zingt kinderliedjes, spreekt over haar liefdes, haar kinderen, haar twijfels, haar wensen, haar verlangen, en vooral haar werk.

Zij neemt ons in vertrouwen. Maakt ons deelgenoot van haar veelbewogen leven. Een man, een kind. Een scheiding. Een nieuwe man en kinderen, een drieling. Weer een scheiding. Het oudste kind dat sterft. Het voortdurend heen en weer geslingerd worden tussen de moederlijke zorg en de behoefte, of eigenlijk meer de noodzaak om beelden te scheppen. Steeds meer en steeds groter.
En de drang om als vrouw een plaats te veroveren in de weerbarstige mannenwereld van de beeldhouwkunst. De kracht die dat kost en het doorzettingsvermogen zijn bijna onmenselijk. Maar het lukt haar.

20151127_210628

Met de witte sculptuur in haar armen danst ze door de ruimte. Zo lijkt het leven licht. Beter gezegd: het schijnt licht. En de steen ook. Het geeft een goed beeld van een sterke vrouw: de lichtheid van het bestaan kan zeer bedrieglijk zijn; ze had het niet makkelijk. Maar je kunt ook een zekere lichtheid brengen in de zwaarte. Uithollen dus, die steen!

Zonder hoofddoek, haar in de war en met bril, is de actrice verteller. Buitenstaander, eigenlijk. Ze toont ons foto’s van sculpturen, vertelt over de gedachte daarachter, de idee.
De tegenwerking ook. De moeilijkheden en de pogingen die te overwinnen. De tijdgeest. Zou een vrouw die zulke enorme stenen, zulke zware boomstammen weet te bewerken, niet haar eigen leven in de hand kunnen nemen, in vorm kunnen dwingen?

Zo komen we stukje bij beetje alles te weten over het verloop van het boeiende en vruchtbare, maar bij tijden ook zeer moeilijke leven van Barbara Hepworth.
One of the greatest.

img084

Tramlijn begeerte

plu
De man stapte in de tram bij de halte Concertgebouw. Ze keek op van haar e-reader en registreerde direct: een morsige man. Wat stond hij daar nou toch te klungelen. Al zijn zakken te bekloppen voor hij zijn ov-kaart te pakken had. Hij bestudeerde hem uitvoerig en hield hem tegen de scanner. Het piepje weerklonk en de kaart verdween in de binnenzak van zijn jasje. Dat jasje! Vlekkerig en gekreukt. Maar toch. Je kon zien dat het maatwerk was. Een duur colbertje. Lang geleden gekocht, waarschijnlijk. Er zat niet veel vorm meer in. Doordat het los hing had ze zicht op de vaalgrijze, pluizige lamswollen trui. Dat was ook geen goedkope aanschaf geweest, ooit. Daaronder een blauw-wit gestreept overhemd. Natuurlijk. Weinig fantasie. De ribfluwelen broek zat slobberig om zijn benen. De cognackleurige leren schoenen hadden betere tijden gekend. Toch waren het peperdure Van Bommels.

En zij. Zij zat daar in haar keurige rok, een gloednieuwe zwarte panty en kekke laarsjes. Chique regenjas. Verzorgd als altijd.

Ze voelde dat hij keek. Het was verleidelijk. Ze keek terug. Nu pas zag ze de bruine versleten leren aktentas in zijn linkerhand. Hij was leraar, vermoedde ze. En alleen. Nooit getrouwd, behalve misschien met zijn werk. Ze wist het bijna zeker. Ze was gespecialiseerd. Ze liet haar blik langzaam omhoog glijden. Zijn gezicht was wat pafferig. Slecht geschoren. Zijn waterige blauwe ogen hadden iets droefs.

O, had ze maar niet gekeken. Nu bleef dit beeld haar de hele middag bij. Dit was iets waar ze niet tegen kon. Ze wilde dit soort mannen altijd redden. Die innerlijke drang was bijna te sterk. Ze wist tegelijkertijd dat er geen redden aan was. Ervaring, noemde ze dat. Ze had het al eens geprobeerd. Meerdere keren zelfs. Ze wist ook dat de pijn die ze nu voelde zou slijten. Langzaam zou wegebben. En dat ze dan weer zo’n morsige man zou treffen. Later. Ergens.

Halte De Boelelaan. Hij stapte uit. Zie je wel, ze had het goed geraden. Docent aan de VU natuurlijk.

Haar wereldbeeld stortte met donderend geraas ineen, toen ze zag hoe hij zich in de armen wierp van de bloedmooie vrouw die aan de overkant van de straat stond te glimlachen. Ze zoenden hartstochtelijk. Onder een knalrode paraplu verdwenen ze.

Verkeerd gegokt. Een ander soort pijn verbijtend, wist ze het zeker: een volgende keer zou ze direct in actie komen. En hoe!

——————————————————————————————————————-
Het plaatje komt van het internet.

Waterlicht, een waar sprookje

20150513_220158

Een goed jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met het werk van Daan Roosegaarde. Op de televisie kreeg hij de gelegenheid zijn Lotus-Dome te presenteren en de werking ervan toe te lichten. Toen bleek dat het Rijksmuseum hem de gelegenheid bood de Dome tentoon te stellen, hoefde ik er niet lang over na te denken: dit wilde ik graag zien en meer nog, ervaren.

DSC09187

Fascinerend vond ik het. De donkere ruimte werd bijna geheel in beslag genomen door de enorme bol, voorzien van honderden bloemen van een speciaal door studio Roosegaarde ontwikkelde folie. Door de warmte die de bezoekers uitstraalden, gingen deze bloemen open en licht vulde de zaal. Het was moeilijk om je ervan los te maken. Het licht, het knisperende geluid, het geheimzinnige van de entourage. Een sprookjesachtig geheel. Nog twee keer ben ik teruggegaan naar het Rijks; alle keren was het even bijzonder.

Eind van dat jaar werd er door zijn studio het oplichtende fietspad in Nuenen gerealiseerd. Sterrelicht gevangen in asfalt, geïnspireerd door Van Gogh. Dit in het echt te zien staat nog op mijn verlanglijstje.

20150513_215403

Maar nu was er dicht bij huis weer een gelegenheid om binnen te stappen in een sprookjeswereld. ‘Waterlicht’, een gigantische installatie op het Museumplein in Amsterdam. De gedachte hierachter is de kwetsbaarheid van ons land. Zonder dijken zou Nederland voor een groot deel onder water staan (iedereen kent in dit verband waarschijnlijk wel de uitdrukking Amersfoort aan Zee). Wij in het westen leven onder de zeespiegel. Daan Roosegaarde verzon zijn zoveelste sprookje. Door middel van blauw licht en rook kreeg hij het voor elkaar ons te laten ervaren hoe hoog het water zou staan. Hoe het zou golven en ons overspoelen.

20150513_215150

De zon was nog maar amper onder, toen het spektakel losbarstte. Prachtig was het, indrukwekkend mooi. Naarmate de avond vorderde, liep het plein voller. Honderden telefoons maakten duizenden foto’s. Iedereen was vrolijk, opgetogen, geïnteresseerd.
Het was heerlijk om er gewoon maar te staan tussen al die mensen. Het letterlijk over je heen te laten komen. Zelfs wanneer je je realiseerde dat het licht het water verbeeldde, waaronder wij gevangen zaten, dan nog was het een vredig en rustgevend gevoel.

20150513_215007

In de verte het Rijksmuseum, als een sprookjeskasteel. De huizen langs het plein leken hoger dan ooit. Een weldadig geroezemoes, gegons van stemmen.

Het was hem weer gelukt. Weer wist Daan Roosegaarde ons even uit ons gewone gedoetje op te tillen en te laten geloven in het sprookje van de verbeelding. Ik ben nu al benieuwd naar het volgende.

De lege lijst

IMG_20150218_124651Het was niet druk in de tram. Daardoor zag ze ze liggen. Een paar leren dameshandschoenen. Snel raapte ze ze op. Wat voelde het gek aan, dat leer. Toch maar weer weggooien? Er ging een bijzondere aantrekkingskracht van uit. Wie zou ze verloren hebben? Een oudere dame, besloot ze. Die zat natuurlijk te suffen in de tram, de handschoenen op schoot. En bij het opstaan vielen ze op de grond. Misschien zou ze ze beter kunnen afgeven, maar er kwam een vreemd hebberig gevoel over haar. Nee! Dat deed ze niet. Eerlijk gevonden.

Nu lagen ze op háár schoot. Vreemd eigenlijk. Ze had niet het idee dat ze veel wogen, maar ze voelde ze wel degelijk liggen. Werktuiglijk kneep ze in de vingers. Ze voelde iets hards. Voor ze het wist liet ze een hand in de rechter handschoen glijden. Hij paste perfect. Daarna de linker, waar ze dat harde voorwerpje in had gevoeld. Terwijl de hand haar weg zocht in het duister voelde ze een ring aan haar ringvinger glijden. Het ging heel makkelijk. Een gouden ring; ze wist het direct, zonder te kijken.

Onrust maakte zich plotseling van haar meester. Struikelend over haar voeten sprong ze bij de eerste de beste halte de tram uit. Automatisch begon ze te lopen in de richting van waaruit de tram gekomen was. De buurt herkende ze niet, maar ze wist intuïtief waar ze moest zijn.

Ze wilde net aanbellen toen de deur open ging. “Daar ben je!” Op het rimpelige gezicht lag een verrukte glimlach. De oude man beduidde haar binnen te komen. Vreemde geuren drongen haar neusgaten binnen. Vreemd, maar toch vertrouwd. “Alles past, zo te zien”, zei hij, “ik verwachtte je. Een waardige vervangster voor mijn laatste overleden vrouw.”

Aan de muur zag zij, naast zeven damesportretten, een lege lijst………

——————————————————————————————————————-
Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het sleutelwoord niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: evenaren.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Bespeel mij

IMG_20150211_122026

Je kunt natuurlijk op het nippertje vertrekken
Maar leuker is het een trein eerder te nemen
En dan op centraal
Lekker tien minuten gaan staan luisteren
Naar een of andere pianist
-Er zit altijd wel iemand achter
De glimmend zwarte vleugel-
Die zich uitleeft
Opgaat in zijn spel, rugzak bij zijn voeten
En af en toe het publiek vluchtig
Een grijnzende blik toewerpt

De jonge moeder
Stevig kind in dito draagzak op haar buik
Maakt foto’s en daarna
Met haar zoon een dansje

Lachend wijst hij met een dik vingertje
En roept enthousiast: die
Zijn helderblauwe ogen glanzen
Wat zou hij graag even
Lekker hard
Op die toetsen willen bonken

Later misschien
Als het leven hem gunstig gezind is
En hij eerst zijn moeder
succesvol heeft leren bespelen

An Einem Dienstag Im Oktober

20141007_222612

Exact twee weken geleden, op net zo’n druilerige dag als vandaag, was het weer eens zover. We ‘moesten’ uit. Zoon Jaap van vriendin H had, onder zijn artiestennaam Jakob, een optreden in een -volgens J’s beschrijving, enigszins Oost-Duits aandoend- café in Amsterdam. Zonder zijn band “The Benelux” dit keer, zou hij een aantal eigen liedjes ten gehore brengen. Ik had al een voorproefje gehad en het klonk goed, op het mobieltje van zijn moeder. Leuk dus. Hoorde ik een Leonard Cohen-achtig timbre? Verrassend. En zo trokken de twee ‘overjarige groupies’ op die regenachtige avond naar de hoofdstad.

Het was stil in Amsterdam en voor we het wisten stonden we voor “De Nieuwe Anita”. Met wat fantasie leek het inderdaad wel een klein beetje op het café in Berlijn aan de Kastanienallee, waar we een aantal jaren geleden op bobbelige fauteuils aan wrakke tafeltjes dikke linzensoep met zuurdesembrood aten. Na enig nadenken herinnerden we ons de prachtige naam: “An Einem Sonntag Im August”. Voor iedereen die nog eens van plan is naar Berlijn af te reizen: het is een absolute must. Goed om je heen kijken, niet bang zijn voor losse stroomdraden, maar genieten. Van de omgeving, van de mensen. Van goed eten en drinken tegen schappelijke prijzen. En vergeet ook niet de toiletten te bezoeken: fabelhaft!
Maar nu, ‘An Einem Dienstag Im Oktober’, betraden wij om half tien ‘de Anita’ en vielen midden in het optreden van een alleraardigst duo. Het wachten was nu op Jakob.

Jaap is een rasartiest; schrijft zijn eigen teksten, zingt, begeleidt zichzelf op gitaar en piano, bespeelt het publiek, is een echte charmeur. Voor twee nummers had hij oud-bandleden (van de verschillende bandjes waarin hij speelde) gevraagd een aandeel te leveren. En zo verschenen er onverwacht vier koperblazers die op ingetogen, maar toch heldere en bevlogen wijze een bijzondere kleur aan het optreden gaven. Een gouden vondst. Het was uiteraard niet de opzet, maar het gaf een Kift-achtig cachet aan het geheel. De oordopjes die nog in onze tas zaten van het optreden van de band in Paradiso, waren deze keer absoluut niet nodig; het was alles rustig, vriendelijk en beheerst. En bijzonder aangenaam en amusant.

Zijn zus M, die haar verjaardag vierde, trakteerde op bier en wijn. We proostten op beiden: op de muziek en op het nieuwe levensjaar.

Voor ons vertrek wierpen we nog een hoopvolle blik op de toiletten: ze haalden het niet bij die in het Berlijnse café. Het enige minpuntje van een genoeglijke avond.

Floriade ’82 en France

img089

Vorige week reed ik naar mijn dochter die met man en zoontje in Amsterdam Zuid-Oost woont. Op nog geen steenworp afstand van de Gaasperplas. Terwijl ik het sappige groen zag opdoemen en een klein stukje van de plas zelf kon zien onder een donkere lucht, dacht ik ineens terug aan een vakantie in Frankrijk, tweeëndertig jaar geleden.

In 1982 vierden wij met ons gezin drie weken vakantie in het prachtige ruige gebied van de Tarn. Tevens was het de bedoeling dat we daar campings zouden bezoeken en keuren zodat de Internationale Campinggids kon worden uitgebreid met terreinen in De Gorges Du Tarn. Het was een leuke combinatie van het nuttige en het aangename. Meestal verbleven we een aantal dagen op zo’n camping en wanneer het ons beviel en de outillage was goed, informeerden wij of men geïnteresseerd was om opgenomen te worden in de gids. Dan volgde een heel ritueel van informatie inwinnen en formulieren invullen. De dochters hebben die vakantie heel wat extra ijsjes genuttigd!

Uiteraard lag de nadruk op vakantie houden en we hebben dan ook veel van deze streek gezien. Vooral spannend waren de wandelingen die we door het onherbergzame gebied maakten. Bergschoenen aan, hoedjes op, Spaanse leren waterzakjes mee. En, op de bewuste dag, alsof we het hadden voorvoeld, extra kleding in de auto! Gelukkig!

Het was 14 juli, de nationale feestdag. Na een feestelijk ontbijt togen we met het voorgedrukte kaartje van de plaatselijke VVV op pad. Het eerste gedeelte van de wandeling volgde de route van de Grande Randonnee, langs beekjes, weiden met van die mooie blonde koeien, door bos. Geleidelijk aan werd de omgeving kaler en ruiger. Steeds bergachtiger en steiler. Heel spannend; dit was avontuur.
Toen de lucht begon te betrekken en de wind opstak, werd het ons wat te avontuurlijk. Dat kon wel eens op onweer uitdraaien. Het leek ons beter zo snel mogelijk terug te lopen naar het dorpje waar we de auto hadden geparkeerd. We volgden een pad, dat volgens het kaartje rechtstreeks naar het dorpje leidde. Terwijl het onweer al in de verte hoorbaar was, klauterden wij over kale rotsen. Doodeng. Eindelijk, toen we in de beschutting van struiken en laag geboomte waren beland, barstte het pas goed los en de regen viel met bakken uit de groenig donkere hemel. Binnen de kortste keren veranderden de paden in snelstromende beekjes en waren we tot op het bot doorweekt.

Een verlaten krottig schuurtje bracht uitkomst. Dat hadden andere wandelaars ook bedacht en zo werd het, ondanks gekleum en geklappertand, nog best gezellig. Hagelstenen zo groot als knikkers roffelden op het golfplaten dak en deden het water in de plassen hoog opspatten. Na tien minuten klaarde het plotseling weer op. De zon brak door en we vervolgden onze weg richting startplaats.

In de auto kleedden we ons om, zo goed en zo kwaad als dat ging. Onzichtbaar voor eventuele passanten, omdat de ruiten direct volledig besloegen. Met de verwarming op tien om helemaal goed warm te worden reden we naar Millau. Daar kochten we vier zakken patat. Op een bankje op het plein deden we ons te goed. De krant, waarin de frites verpakt waren kon mooi dienen om in onze doornatte schoenen te proppen. Tot onze grote verrassing zagen we net op tijd dat er een interessant artikel in stond: De Floriade 1982 in Amsterdam Zuid-Oost werd uitvoerig beschreven.
Geen vetvlekken, dus bewaren die pagina! In het kleine multomapje, waarin het relaas van de vakantie is opgetekend, zit hij netjes opgevouwen bij het verslag van deze spannende dag.

En nu, ruim dertig jaar later haal ik het weer eens tevoorschijn. Een mooi document. Nooit meer aan gedacht; de donkere lucht boven de plas was de trigger.

img130Heel leuk om nu weer te lezen wat François Aubry er toen over schreef: naast een loflied op de veelheid aan bloemen, planten en gewassen, schrijft hij uitgebreid over de Hollandse eigenaardigheden en geeft hij potentiële (volwassen) Franse bezoekers nuttige tips.

Onze dochters waren tien en twaalf. Zij bekeken toen alleen de foto’s. De oudste een zou pas in het nieuwe schooljaar Frans gaan leren.
En nu woont ze met haar gezin, o ondoorgrondelijk lot, op de zojuist al genoemde steenworp afstand van het uitbundig geprezen “terrain de 54 ha au bord d’un grand lac près d’Amsterdam”, wat inmiddels tot een prachtig park is uitgegroeid en waar zij al heel wat voetstappen hebben liggen. Ik zal haar het artikel binnenkort eens laten lezen.