De woorden vinden

DSC09706Lieve pa,

Ruim een week geleden zou je jarig zijn geweest. Ik heb, uiteraard, aan je gedacht. En aan hoe wij vroeger de verjaardagen vierden.

Altijd was het warm. Daar had je een hekel aan. Maar op de patio was het goed te doen. In gedachten kom ik weer aanrijden en parkeer, op jouw advies, aan de overkant van het pleintje. Daar zal de eerste schaduw komen, dan blijft de auto koel. De goed verzorgde voortuin showt zijn overdaad aan bloemen. Straks laat je het zonnescherm zakken.

De vertrouwde geur als de voordeur open gaat. Warme begroeting. Goede reis gehad? Ik leg mijn sleutels op het glazen haltafeltje met de gekrulde metalen pootjes. De kamerdeur gaat open, vertrouwd geluid, en ik kijk door de eetkamer heen recht in de keuken waar mam het koffiezetapparaat heeft aangezet. Op het theeblad staan de kopjes klaar. Het tinnen suikerpotje. Het zestiger-jaren gebakstel op de keukentafel. Vanochtend vroeg heb jij de bestelde gebakjes bij de bakker opgehaald.

De rotan bank op de patio ziet er uitnodigend uit met de vrolijk gekleurde kussens. Op het tafeltje een geborduurd kleedje. Het tuinbeeldje in de hoek. Begonia’s in de border. Alles netjes.

De stemming is goed. We zijn blij elkaar te zien. Bloemen voor mam. Jij pakt het cadeau uit. Natuurlijk een boek. En niet zomaar een. Vroeger zei je oudste zoon al ‘dat jij altijd God-boeken las’. Het moest wel ergens over gaan; religie, filosofie, evolutie.

Voor deze verjaardag – je zou drieënnegentig zijn geworden – heb ik weer een boek voor je gekocht. Ik weet zeker dat je het graag had gelezen. Nu lees ik het. Met jou in gedachten. Je zei wel eens: ”Om dit soort boeken te begrijpen, moet je wel wat ouder zijn.” Zover is het nu.

In dank, je dochter.

——————————————————————————————————————-

Dit is een tekst in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: gedenken.

Lees ook: Sterven in juni

Advertenties

Geen grap

DSC09448

Die stoere vogel
Luid kwetterend op het schuurtje
Lokt de poezen uit de buurt
Het dak op
Een rover
Wordt er gezegd
Met afgrijzen

Maar hoe zorgzaam
Sopt hij
Om zijn kroost te voeden
De harde stukjes stokbrood
In de waterbak

Zo zijn best gedaan
En dan toch
Twee kleintjes
Over de rand van het nest
De dood
Gevonden in de goot

Slechts een onsje veren
Met een dood vogeltje erin

Vroeger kenden we een mop
Die over even lange pootjes ging

Ik zag het nu zelf
Toen ik het ekstertje
Al helemaal af en op kleur
Ja, ook het markante blauw
Voorzichtig in het grafje legde

Even lang

Zo’n ochtend

sterappel

Het is zo’n dag waarop
Bij het ontwaken
De sterren steels verbleken
En de maan verdwijnt
De zon, nog net niet op
Blijk geeft van haar verschijnen
En de tortel in de verte
Zijn liedje steeds niet
Tot een kloppend einde brengt

Ik denk aan haar
Zij was mijn moeder
Gewoon zoals een moeder hoort te zijn
Maar heb ik haar gekend?
Wist ik wat haar bewoog?
Ik dacht het wel te weten
Dochtersovermoed

Op zo’n zelfde ochtend
Als vandaag
Sloot zij haar toekomst af
Haar geheimen
Nam ze met zich mee
En liet ons achter met de vraag
Of het geluk haar had gekend
En vice versa

Leo Vroman

img079

Vanochtend las ik in de krant een gedicht van Leo Vroman. Met een beschrijving. De bedoeling is goed, het is mooi van de redactie dat er aandacht wordt geschonken aan poëzie, maar ik houd daar niet zo van, gedichten uitpluizen. Laat het gedicht voor zichzelf spreken, niemand weet hoe de dichter zich voelde op het moment dat hij het schreef. Wat hij dacht. Wat hij wilde dat wij erin zouden lezen. Het gedicht heeft aan zichzelf genoeg.

Degene die in Trouw op zaterdag de rubriek ‘Poëzie’ voor haar rekening neemt, vind ik regelmatig de plank misslaan, al haar goede bedoelingen ten spijt. “Probeer in elk geval niet interessanter te willen zijn dan de dichter die je bespreekt!”, zou ik haar af en toe wel willen toeroepen. “Voeg er niet zoveel aan toe!” “Wat de dichter schrijft, is precies genoeg!”

Vandaag dus een gedicht van Leo Vroman, met de titel (hoe wonderbaarlijk): Precies genoeg. Toen ik het las, dacht ik: “Het zal toch niet….? Hij is toch niet dood?”

In het journaal van zes uur hoorde ik tot mijn stomme verbazing dat hij vandaag op 98-jarige leeftijd is overleden.

PRECIES GENOEG

Op een dag zeg ik ‘Genoeg.’
Maar één ding wil ik nooit:
door een ramp tien minuten te vroeg
tot pap te worden voltooid,

Zoals een jonge soldaat
door een bom, een handgranaat,
met een restant zeg maar
van eenenzeventig jaar.

Alle bloemen moeten ontplooid.
Alle eieren moeten gelegd,
want één ding wil ik nooit –
maar dat heb ik al gezegd.

img082

Ik haal de boekjes die ik ooit van mijn opa kreeg tevoorschijn; hij wist wel wat hij cadeau moest geven: ‘Tineke’ (proza) en ‘God en Godin’ (poëzie).

Een citaat uit het laatstgenoemde bundeltje:
“Hartstochtelijk is de dood
en dodelijk het leven.”

Postuum komt er nog een bundel uit:
Die Vleugels.

De titel spreekt voor zich………

De magische wereld van het kind

Pictures

Zoals ieder jaar sta ik rond deze tijd even stil bij het overlijden van mijn moeder. Het is elf jaar geleden, de scherpe kantjes van het verdriet zijn er wel af. Toch mis ik haar. Niet voortdurend, af en toe. Dat kan zo maar opeens: door het zien van een bloeiende struik, het horen van bepaalde muziek, een uitdrukking, een liedje in mijn hoofd. En natuurlijk wanneer ik mijn kleindochter zie. Dat kleine meisje heeft haar “overoma” niet gekend. Net zo min als mijn twee kleinzoons, trouwens.

Ik zie overeenkomsten in uiterlijk, maar ook in karakter. Wanneer ik haar uitbundig zie schateren, zie ik mijn moeder. Maar ook wanneer ze zich uitleeft met sop en een afwasborstel en het hele aanrecht blank staat – inclusief de keukenvloer. Het woord zeepsop hebben wij haar nooit geleerd; ze kent het van nature.

Twee jaar geleden, ze is net drie jaar, als ze hier logeert met haar broer en haar neef, word ik geconfronteerd met een opmerkelijk voorval.

De jongens zijn verdiept in hun spel; het ridderkasteel staat midden in de kamer, goeieriken en slechteriken bestoken elkaar met lansen en zwaarden. Paarden galopperen; gevangenen worden zonder pardon opgesloten. De koning bekijkt dit alles vanaf grote hoogte. Boven in de toren, waar hij het goud bewaakt. Af en toe rijdt er een auto rond. Wilde dieren kijken toe. Magische wereld, waarin alles mogelijk is.

Het kleine meisje laat plotseling haar spel in de steek en kruipt op haar knieën op een stoel. Als een bovenbuurvrouw over het balkon, hangt ze op haar onderarmen geleund op de schoorsteenmantel. Ze staart naar de twee foto’s die daar staan. Op de linker zie je mijn vader als zesjarig jochie tussen zijn twee broertjes in. Op de andere zit mijn moeder als meisje van een jaar of tien, lange vlechten, boek op schoot. Kinderfoto’s, ruim tachtig jaar oud. Ik sla mijn kleindochter gade, zeg niets om de betovering niet te verbreken. Dan wendt ze zich af en wil zich van de stoel laten glijden. Ik zie mijn kans schoon, wil weten. Wat zag ze? Wat ging er in dat hoofdje om? “Vind je ze leuk, die foto’s?” “Nee, stom”, antwoordt ze resoluut (tenslotte nog maar amper de leeftijd van twee jaar ontstegen), draait zich weer naar de foto’s en wijst: “Die is dood en die is dood en die is dood.” Mijn mond valt open; ze wijst ze precies goed aan, één van de drie broertjes is nog in leven. Maar, kinderen? In de wereld waarin zij leeft, ga je toch alleen maar dood als je heel oud bent? Of als je een slechterik bent die een goede ridder belaagt?

Voor ik van mijn verbazing ben bekomen, duikt ze met haar hoofd in de poppenwagen. De plicht roept, de pop heeft honger en moet nodig een schone luier.

De magische wereld van het kind. Boeken zijn erover volgeschreven. En ik krijg hier een praktisch lesje over hoe dat werkt: ze wéét gewoon.

Vorige week was ze hier nog even op bezoek. Vijf jaar is ze nu. De eerste zwemles zit erop; trots vertelt ze erover.
Opeens staart ze weer naar de foto’s op de schoorsteenmantel. “Oma”, vraagt ze, “wie zijn dat, op die foto’s?” Ik vertel het haar: op de linker foto mijn vader en zijn broers en op de andere mijn moeder. Ik zie dat ze moeite moet doen om zich dat goed voor te stellen: ik, een oma, die het kind is van twee kinderen die al dood zijn.

Heel langzaam verdwijnt de magie uit het leven, helaas.

Een pond veren…

DSC09131

In zoveel gedaantes
Toont hij zich, de reiger
In het voorjaar
Met hongerige moed
Stoer stappend langs
De rijkgevulde slootjes
In de polder
Geduld, geduld
En dan snel en slikken
Een vis als adamsappel

Op zomerdagen
De vleugels uitgespreid
Een briesje onder de oksels
Soezend in zonnige weilanden
Maar altijd de blik op scherp
De krachtige snavel gereed

De herfst boetseert hem
Tot een gebogen oud mannetje
Geleund tegen de wind
Opgetrokken schouders
Slordige fladderveren op de borst
Het kuifje verwaaid

Een schreeuw
En dat is echt klapwieken
Wat zijn sterke vleugels doen
Pijlsnel en hoog
De ranke poten gestrekt
Voorzichtig neerstrijkend weer
Of hij op eieren landt

En nu dan winter
Een grijze dag
Langs het grijze asfalt
Een hoopje grijze veren
Een pond misschien
Maar vliegen is er niet meer bij

De vogel is gevlogen

——————————————————————————————————————–

Bert Schierbeek schreef ooit het gedicht:
een pond veren
vliegt niet als
er geen vogel in zit

Hoe waar dat is, heb ik vanmiddag ervaren toen ik de reiger vond. Hij zag er weerloos uit; de snavel verborgen. Geknakt en gebroken (in tegenstelling tot de kaardenbol….)
Ik houd van reigers. Hij rust nu onder een stenen vis in mijn tuin.

DSC09135

Oud en nieuw

IMG-20131226-WA0002

Ik ben net binnen, wanneer de telefoon gaat. Ze neemt op: “Ja, ik vraag het wel. Nee, nog niet. Nou, dag.” Lichtelijk geïrriteerd zet ze een kopje koffie voor me neer. Ik trek mijn wenkbrauwen op. “Jaaa”, moppert ze, “ik heb zo’n ding, je weet wel, zo’n telefoon.” “Een smartphone? Laat eens zien.” “Ik heb hem gekregen, maar ik kan er niks mee. Die simkaart moet maar weer in mijn oude toestel.”

Hij is van hetzelfde merk als die van mij; ik help haar een beetje op weg. Een kwartier later maakt ze een foto van een kerststukje op het dressoir en verstuurt die via whatsapp aan de zoon, die haar ‘dat ding’ cadeau deed. “Dit ben ik straks weer vergeten hoor!” “Geeft niet, voorlopig ben ik hier nog.” Maar de grootste weerstand is weg, zie ik. En de irritatie ook.

We drinken koffie en zijn, zoals altijd, binnen de kortste keren in een diepzinnig gesprek verwikkeld. De dood is een gegeven in haar leven: haar man, haar dochter. En nu, vorige week, overleed haar zus. Haar toespraak is een wondertje van eenvoud, en zo mooi geschreven. Geen overbodigheden, een gevoelig aandenken aan een verbondenheid die zelfs de dood niet scheidt. Het raakt me diep.

De zon breekt door, wanneer we op Oud Eik en Duinen aankomen. De bloemen van de crematie zijn op het graf van hun vader gelegd. De as zal daar worden bijgezet. We vegen wat dood blad weg, herschikken de kransen. En dan zien we het ineens: de dode berkenstam, vol met grote zwammen. Ze haalt de telefoon uit haar zak en maakt een foto. Ook van de prachtige bloemen op het graf.

Eenmaal thuis verstuurt ze de foto’s aan haar zoon.
Ze is een vrouw van zevenentachtig. Ze staat nog volop in het leven.

IMG-20131226-WA0001

De foto’s zijn gemaakt door H.B., met haar nieuwe telefoon en naar mij verstuurd via whatsapp 😉

De ultieme zekerheid

DSC08944

Er zijn heel wat dingen in het leven die zo vanzelfsprekend zijn, dat je je er niets over afvraagt.

Elke ochtend wordt het weer licht. Soms wat later, soms wat vroeger, maar je kunt erop rekenen.

Als ik uit het raam kijk, dan staat daar, bij het water, een treurwilg. Soms kaal, soms in blad. Maar het is een gegeven, ik kan erop vertrouwen.

Wanneer ik de schuurdeur opendoe, zie ik mijn fiets. Die staat daar gewoon. Soms een lekke band, maar meestal kan ik er zo op wegrijden.

Als ik zes minuten loop, kom ik bij het station, waar ik de trein kan nemen. Naar Amsterdam, bijvoorbeeld. Kijk, hier begint het beeld al te wankelen. Zo vanzelfsprekend is dat niet, maar we gaan uit van de goede bedoelingen van de NS.

En als ik iets wil weten over een bepaald boek, ga ik naar de boekhandel, waar ik een buitengewoon aardige, erudiete en belezen man aantref. Zijn aanwezigheid is een gegeven. Ik weet dat hij graag helpt om het juiste boek te vinden of te bestellen. Hij kan suggesties doen. Je kunt met hem praten over bijzondere schrijvers. Schrijvers die je gelezen moet hebben. Bijzondere boeken. Poëzie. Literatuur. Hij weet wat de moeite waard is en wat je niet per se hoeft te lezen.

Jan. Ik weet dat hij zo heet. Als de andere medewerkers er niet meer uitkomen, wordt hij erbij geroepen. Het is leuk om bij hem een bestelling te doen. Alles heeft hij gelezen. Vol vuur vertelt hij over die titel, waar jij je zinnen op hebt gezet.

Tot vandaag. Van mijn goede vriendin H mag ik voor mijn verjaardag een cadeau uitkiezen. Er zijn drie mogelijkheden, waaruit een keuze gemaakt kan worden. Eén van de opties is een bepaald boek. Het staat in het schap, ik blader het door, maar laat ik eens vragen of Jan….
Ik zie hem niet in de winkel. Vrije dag misschien? Eind van de week kom ik wel terug, denk ik, terwijl ik richting uitgang loop.

Ik passeer een tafel. Op het zwarte kleed een gedicht, een kaars, een roos, een foto….. Ja, hij is het. Die grijze krullen, die lach. Maar….Het kán gewoon niet. Hij hoort daar te zijn. In levende lijve. Niet in een lijstje, met daaronder twee data. Nog jong. Té jong in elk geval. Bijna had hij de leeftijd om te gaan genieten van datgene wat hij nog niet had gelezen. Hij had nog meer van die prachtige gedichten kunnen schrijven. Hij had….

Maar nee. Terwijl ik bedenk dat de ultieme zekerheid in zijn leven is vervuld, voel ik dat er in mijn leven weer een zekerheid is weggevallen.

flits

Sterven in juni

Waarom zou je sterven in juni? Na de voorzichtige start in mei is de natuur nu echt op dreef. De zon heeft zijn grootste kracht; de dagen zijn zo lang als het maar kan. Een zoele wind voert de zoete geuren van de zomer mee. Het leven is vol beloften.

Maar er sterven mensen in juni. Mijn vader stierf in juni. Met een gelukzalige, tevreden glimlach op het bleke gelaat. Klaar met het leven, dat er niet makkelijker op werd. Goed geleefd; zo goed mogelijk. Naar eer en geweten. Alle talenten benut. Een huwelijk met ups en downs, maar liefdevol. Drie kinderen met toewijding groot gebracht. Vijf kleinkinderen liefde en aandacht gegeven. Drie achterkleinkinderen vertederd op schoot genomen.

Een leven met mensen. Met God. Met boeken. Filosofisch, sociaal, intelligent, betrokken. Verwondering. Bewondering voor alles wat leeft. De natuur als leidraad. Het boerenleven als ideaal. Maar alles met een knipoog; humor is een groot goed.

Mijn vader stierf in juni. De maand van volop leven. De maand van groei en bloei. De oogst al zichtbaar.
In de moestuin laat ik mijn gedachten de vrije loop. De schrepel die hij in zijn tuin gebruikte in de hand, het onkruid te lijf. Ik leg bonen, aard de aardappels aan. Zaai wortels naast uien. De vragen die ik hem nog had willen stellen worden woordeloos uitgesproken. Doe ik het zo goed? Antwoord komt altijd. Het stemt me dankbaar.

Het is niet makkelijk
Te sterven in juni
Terwijl
Het leven uit zijn voegen barst
Maar je weet
Dat het klaar is
Je schikt je in het
Onvermijdelijke
Je geeft je over
Je laat je gaan

En wij verstild
Nu definitief
Op eigen benen
Goed toegerust
Maar toch
De eerste stappen
Onwennig en onvast

Not April is the cruelest month
But June

En vader, weet je nog
Van toen
Die dag dat je mij
Mijn ware naam onthulde
Op een stukje papier
Gescheurd van de krant
In jouw vertrouwde
Verzorgde handschrift
Een document

Nooit zo genoemd
En toch
Een beetje opnieuw geboren

DSC07855

In memoriam Johannes
10 juli 192121 juni 2010

Afscheid van een dierbare

Je bent overrompeld door verdriet en je wilt zo graag een mooie, passende rouwadvertentie laten plaatsen in de krant. Toch lukt het niet altijd om datgene wat je wilt zeggen, duidelijk te verwoorden. Misschien wil je het te mooi maken. Daardoor gaat de tekst de mist in en staat er iets heel anders dan eigenlijk de bedoeling was……. Helaas.

DSC07118

Onderstaande fragmenten zijn de oogst van een jaartje rouwadvertenties lezen in Trouw:

Na een kort ziekbed heeft de Here thuisgehaald onze lieve en zorgzame …..

Op 94-jarige leeftijd heeft God nu ook Thuisgehaald onze ……

Na een mooi leven hebben wij afscheid moeten nemen van …..

De Heere heeft op zijn tijd thuisgehaald in de gezegende leeftijd van 94 jaar, onze …..

Na een vol en rijk leven hebben wij afscheid genomen van …..

Tot ons verdriet hebben wij, in de leeftijd van 86 jaar, afscheid moeten nemen van …….

Heden nam de Here tot Zich, in de gezegende leeftijd van 98 jaar, onze lieve ….

Na een periode van gestaag afnemende gezondheid heeft de Heere tot Zich genomen…….

Intens verdrietig, maar in grote dankbaarheid voor haar bijzondere persoonlijkheid, delen wij u mede dat God, na een noodlottige val, tot zich heeft genomen ………

Verdrietig, maar dankbaar voor al het goede dat zij ons gegeven heeft, hebben wij, na een kort ziekbed afscheid moeten nemen van ……..

Na een energiek leven, vol aandacht, zorg en begrip voor anderen, delen wij u mede dat, toch nog onverwacht van ons is heengegaan ……..