Opgescheept?

Jaaa, daar zijn de nichtjes weer!
Op een mooie zonnige zondag, zo’n dag waarop het nog zomer is, maar waarop je de herfst al ruikt. We zien elkaar niet elke week, ook niet elke maand, maar nu zat er wel erg veel tijd tussen de laatste bijeenkomst en nu.

We komen in Delft bij elkaar, bij oudste nicht A. En binnen de kortste keren zitten we aan de koffie. Zo hoort het ook in een v.O.-familie. M verwent ons met een heerlijk krokant taartje van Maison Kelder.
Zij heeft trouwens ook de lunch verzorgd, omdat A nog niet zo goed ‘uit de voeten kan met haar nieuwe heup’. Uiteraard worden de kosten hoofdelijk omgeslagen, want zo is die v.O.-familie natuurlijk ook. Er komt een oude foto en dito brief tevoorschijn, door A opgeduikeld. Mochten we al gevreesd hebben dat het gesprek niet zou vlotten, dit is een prima aanleiding om het te hebben over de keurige handschriften van onze ouders. En over het schijnbaar moeiteloos produceren van leuke en goed leesbare teksten. Het levert vijf trotse dochters op.

Waarover spreken zij nog meer, daar rond die tafel? Tussen de lachsalvo’s door?
Over de enige tante van de familie, de moeder van jongste A, herstellend van een gebroken heup. Het valt niet mee om weer volledig op krachten te komen. Maar toch, still going strong op haar vijfentachtigste!
Over vakantie. We bewonderen de prachtige foto’s die in Afrika zijn gemaakt door M. (Ik wil nog graag een keer het hele album zien!).
Over kinderen en kleinkinderen. Heel spannend dat M binnenkort oma wordt.
Over werk en pensioen.
Over veranderende lijven en kleding, uiteraard. Over schoenen. Over laptops die je op je tenen kunt krijgen, zodat je je gloednieuwe pumps noodzakelijkerwijs maar weer opbergt.
Over gezondheid en over eten; het verschil tussen de pakketten van Hello Fresh en kant-en-klare magnetronmaaltijden.
En over het geloof; van twee kanten komt de vraag: “Wie bezoekt er nog een kerk?” We zijn van huis uit allemaal met het geloof opgevoed en opgegroeid; kan ieder van ons zich daar nog in vinden? En hoe dan? Zouden onze opa en oma erg teleurgesteld zijn in ons? Tja. Een boeiend gespreksonderwerp. Misschien kunnen we daar nog eens dieper op ingaan, bij een volgende ontmoeting.

Het brengt ons bij het eigenlijke doel van deze nichtjesdag: het organiseren van de familiereünie. Plannen en afspraken worden gemaakt en een datum geprikt. Dat betekent dat ‘het werk’ voor vandaag erop zit. Tijd voor (nog meer) ontspanning.

Vanaf acht hoog hebben we het al gezien: daar in de verte installeren mensen zich voor het op handen zijnde ‘Westlands Varend Corso’. Zo dichtbij? Dan willen we ook wel even gaan kijken. Het maakt de middag extra feestelijk, hoewel het jammer is voor oudste nicht, die dat stuk lopen nog niet ziet zitten. Nicht G is zo lief om haar gezelschap te houden en het spektakel, voor zover mogelijk, van bovenaf te bekijken. Wij drieën spoeden ons naar de vaart en genieten een tijdje van al het moois dat langs komt varen.

We laten de andere twee natuurlijk niet al te lang alleen. Trouwens, ook de lunch wacht. Heerlijke soep en broodjes, fruit en wijn.
We lachen ons snel door de afwas heen en dan waaieren we weer uit.

Onderweg dringt het gezegde zich op: Je vrienden kies je, met je familie zit je opgescheept.
“Nou, opgescheept”, denk ik, “deze meiden zou ik stuk voor stuk als vriendin kiezen.”
Maar gelukkig hoeft dat niet meer. Ze zijn het al!

——————————————————————————————————————-

Om verwarring te voorkomen: De volgorde van de nichten van ‘oud’ naar jong: A, G, C, A, M. De jongste A is dus niet ook de jongste nicht.
Met dank aan Oma Johanna, die uiteraard vernoemd moest worden, wat leidde tot drie A’s! De jongste nicht van ons groepje heb ik M genoemd, omdat zij dat zelf ook vaak doet. 🙂

Advertenties

Een brug naar het heden

20160814_171345 (1)

Het verleden dringt zich in hevige mate op. We lopen met zijn drieën over het Jaagpad naar Koudekerk aan de Rijn. Vanaf Hazerswoude Rijndijk, waar we bij nicht G de laatste voorbereidingen treffen voor de familiereünie in oktober, is het maar een klein stukje.

Waar het ons in de eerste plaats om te doen is, is de brug over de Rijn. Onze brug. En op deze zonnige zomerse zondagmiddag hoeven we natuurlijk niet lang te wachten voor we hem in werking zien. Al is het bijna een leven geleden, we voelen ons alle drie weer even klein. We weten onze opa veilig achter het grote wiel in het brugwachtershuisje. Straks komt hij even naar buiten met de hengel. Hij laat het klompje zakken, de schipper betaalt. Het speelt zich allemaal in een fractie van een seconde af.

20160814_155018

Drie klikjes, de smartphones kunnen weer worden opgeborgen. Onze herinnering ligt vast. Herinnering van toen. Herinnering van nu. Er is niemand die ons met liefdevolle strenge blik naar binnen noodt. Maar hij leeft, die opa. Ook al is hij al vijftig jaar dood.

Op de begraafplaats vinden we zijn grafsteen niet meer. Maar na goed zoeken vinden we wel die van oma: Johanna van Dorp. Nooit van haar leven hebben we haar bij de voornaam horen noemen. Hoe heette ze eigenlijk, onze oma? Van haar doopnaam zijn veel namen afgeleid: Anneke, Ans, Joke, Annemieke, Annie; een aantal nichtjes is vernoemd. Maar zij had geen naam, zolang we haar kenden. “Vrouw”, zei opa, of “Moeder”. Maar het was: Johanna. Ik laat de naam tot me doordringen, wil weten en besef dat dat niet kan. Het is voltooid verleden tijd.

20160814_155439

Dan lopen we terug over opa’s brug. We willen meer. Aan het eind van de Bruggestraat naar links. Het kruidenierswinkeltje waar onze grootouders met hun jong gezin hebben gewoond en gewerkt, is er natuurlijk niet meer. We hebben er nog een foto van, gelukkig. Maar het huis waarin ze daarna zijn gaan wonen, met een bijna voltooid gezin met tien kinderen staat er in volle glorie. Wie had dat kunnen denken? Het meer dan tachtig jaar oude pand is prachtig opgeknapt. En of we maar binnen willen komen. Het architectenechtpaar dat er woont, heeft alles met veel aandacht en liefde zoveel mogelijk in oude staat teruggebracht.

20160814_172903

Ik zie het voor me: hier heeft mijn vader als klein jochie gelopen, geslapen en gespeeld. Zijn klompjes in de bijkeuken, het bed op zolder. Heeft hij nog voor moeder aardappels uit de kelder gehaald?

img072

Het verleden komt nooit terug, maar toch lijkt het er wel een beetje op. Vijf nichtjes, elk met hun eigen leven, hun eigen gedachten, hun eigen herinneringen. Ze kloppen vaak niet helemaal, maar toch raken ze elkaar.

We mogen ons gelukkig prijzen met deze grootouders. Zij zullen het nooit weten, maar wij voelen de sterke band.

——————————————————————————————————————-Lees ook: Een foto met een verhaal (4):http://wp.me/p36K0e-iN

Spaans bloed?

Jan en Beatrix 1860

En zo zaten we op een zonnige zondag weer met ons vijven aan tafel. De regelmaat waarmee wij nichtjes onze bijeenkomsten organiseren staat garant voor gecontinueerde en zeer geanimeerde gesprekken over verleden en toekomst.
Ons persoonlijke verleden is interessant, omdat we daarvan niet alles met en van elkaar hebben meegemaakt. Doordat we dit (bij stukjes en beetjes) delen, leren we elkaar steeds beter kennen en begrijpen. Het is veilig genoeg om naast een lach, ook tranen te laten zien.

Maar wat ons een aantal jaren geleden samenbracht is het gezamenlijk verleden. En ook al heeft ieder dit vanuit haar eigen gezichtspunt ervaren en op eigen wijze ingevuld, verwerkt en opgeslagen, we kunnen er in vreugde op terugkijken. Ons collectieve geheugen is gebaseerd op de familiebezoekjes, verjaardagen en logeerpartijen. We kennen allemaal het Zuid-Hollandse boerenland, de weiden en de slootjes. We zijn de kinderen van het Rijngebied. Het bindende element is voor ons allen ‘de brug van opa’.
Onze eigenschappen en hebbelijkheden worden steevast gekoppeld aan die van onze gezamenlijke familie. “Dat is echt een ‘van O’-eigenschap!”, roepen we. En we lachen net zo hard als onze tantes ooit deden.

O, wat kijken we weer uit naar de reünie. Hoe ouder we zelf worden hoe leuker we het vinden om deze te organiseren en de familie weer even compleet te hebben. Voor zover dit nog kan natuurlijk, want er beginnen onder de neven en nichten ook gaten te vallen. De oudste neef en zijn vrouw zijn kortgeleden tachtig geworden. En onze enige tante vierde aan het begin van het jaar haar vierentachtigste verjaardag. De jaren gaan tellen. Een reden te meer om weer eens bij elkaar te komen op vertrouwde grond. Het groene hart, waar ooit de harten van opa en oma klopten met meer dan genoeg warmte en genegenheid om kinderen, aanhang en aanwas met liefde te omringen. Onze achternaam had niet beter gekozen kunnen zijn.

Bij nicht A, waar we aan de gulgedekte tafel zijn aangeschoven, staat een foto op de kast van een familietafereeltje, waarop opa en oma als jonge mensen, in de bloei van hun leven, in een zonnige tuin. Opa zoals wij hem kenden: streng, maar rechtvaardig. Ernstig voor de foto. En oma met een zweem van een glimlach. Jong nog, maar toch al zoals wij haar altijd zagen. Donker. En dan, plotseling, worden we ons daarvan bewust en roept een van ons: “Hoe kan het toch dat oma zo’n zuidelijk type is? Ze lijkt zo Spaans!” We zien het allemaal. Kijk haar zitten, kaarsrechtop met pikzwart haar, donkere ogen, zware wenkbrauwen. Ze zou, in die lange bloemetjesjurk, kunnen opspringen en de flamenco dansen. Waar komt dat toch vandaan? Die trekken hebben zich her en der verspreid in onze familie, dat is duidelijk te zien. En hoe zit het met het temperament?
Het roept vragen op. Wie heeft er een scheve schaats gereden? Nergens in de stamboom is zoiets te vinden, uiteraard. Daarin lezen we ook alleen maar oerdegelijke Hollandse namen. Het is niet ondenkbaar dat de tachtigjarige oorlog er debet aan is. Maar dit te achterhalen is onmogelijk.

Het woord is gevallen. De stamboom. Over een aantal van onze voorvaderen staan er bijzondere en interessante gegevens in vermeld, waar wij tijdens de komende reünie eens op een ludieke wijze aandacht aan zullen besteden. En we gaan hem ook bijwerken, besluiten we; na de laatste aanpassing van tien jaar geleden is er veel veranderd.

En zo gebeurt het dat ‘Het Blauwe Boek’ ter tafel verschijnt. We komen weer terecht bij de allereerst bekende van onze familie: de ‘couckebacker’ van bakkerij: De drie Duyfjens in Delft. Aan het eind van de zestiende eeuw. Ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog.

Dus oma, wie weet…….

——————————————————————————————————————-

Op de foto niet de ‘Spaanse’ oma, maar de ouders van opa.

For whom the bell tolls

20160310_125446

Ze woonde al dertig jaar alleen toen ik haar leerde kennen, de oma van mijn vriend en latere man. Een struise weduwe. Haar man overleed toen zij vijfendertig jaar was, in 1935. Ze bleef alleen achter met twee dochters. Het kapitale boerenbedrijf werd goed verkocht. Ze kon gaan rentenieren. En dat deed ze. Ik heb haar, zolang ik haar kende, nooit iets zien doen. Voor de huishouding had zij een dienstbode. Ze braadde vlees en kookte aardappels, de groente kwam uit een ‘bussie’. Koffie zette ze nooit meer, toen de Nescafé was uitgevonden; ‘een koppie Nes’ werd een gevleugelde uitdrukking.
Wat ze wel deed was handwerken. Breien, haken, naaien, borduren. Altijd had ze wel iets onder handen. Was het niet voor de kleinkinderen dan wel voor de jaarlijkse bazaar van de kerk.

Het geloof was haar steun en toeverlaat. En dat was een zegen voor haar toen haar oudste dochter door een verkeersongeval om het leven kwam. Dat haar kleindochter daarbij gehandicapt raakte, heeft ze alleen weten te aanvaarden dankzij haar geloof. Doordat zij hieraan zoveel houvast had, gunde ze dat iedereen. Dit leidde wel eens tot ongemakkelijke situaties, wanneer ze anderen probeerde het geloof op te dringen. Gelukkig legde ze zich wel, zij het zuchtend, bij de voldongen feiten neer. Maar ze zou het niet laten om voor de verloren zielen te bidden. Elke zondagochtend stak zij zich in haar goeie goed, werd de hoed vastgezet met een speld met parel, controleerde zij haar handtas op gezangboek, pepermunt, Eau de Cologne, zakdoek en portemonnee.

Toch zat ze niet alleen maar vroom te wezen in de kerk. Ze verleende hulp aan mensen die het nodig hadden. Van haar grote huis in het park stelde ze twee etages tegen lage huur beschikbaar. Ze leende geld uit tegen lage rente. Ze was gul en vriendelijk, haar huis was een zoete inval.

Toen ze naar het bejaardenhuis ging, werden haar spullen verdeeld over de familie. Zo kwam het, dat de oude Friese staartklok bij ons kwam te hangen. Nog twee jaar heeft hij gelopen en hield er toen mee op. We lieten het maar zo.

Op een ochtend, eind december, terwijl we aan het ontbijt zaten, ratelde het uurwerk. De klok sloeg één keer. We schrokken op, maar wisten direct wat er aan de hand was.

Oma had het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Ze was thuis gekomen. Even later ging de telefoon.

——————————————————————————————————————

De titel is geleend van het schitterende boek van Ernest Hemingway.

Gespiegeld

DSC02442

In deze oude spiegel oefende zij haar glimlach
Tot hij gebeiteld zat en weer was op te roepen
Zodat zij al de jaren die nog zouden komen
Vol vertrouwen tegemoet kon zien

Er waren toen nog geen tv-programma’s
Maar ze was wel het mooiste meisje van de klas
Zoveel mannen had ze kunnen krijgen
Zij koos gelukkig hem, die kort daarna mijn vader werd

Toen ik nog jong was heb ik haar gekend als op de foto
Dit beeld vervloog, ik zag haar ouder worden
Mijn vader wist het nog, hij borg haar in het klein
Tussen zijn munten en zijn bankbiljetten

Van elke boodschap die hij deed, was zij getuige
Ze zag de guldens wijken voor de euro
Toen hij te oud werd om haar met zich mee te dragen
Mocht zij zijn dagen slijten in het hoekje van de spiegel

Zo gaat het immers: groeien, bloeien en versterven
De cirkel rond, het leven was hen goedgezind
Talrijke zaden zijn gevormd en uitgestrooid
Wonderschone bloesem is er uit hen voortgekomen

Nichtjes, forever

20140119_160648

De reis verloopt zonder problemen. Zo ver is het ook niet, van Den Haag naar Leiden met de trein. Het laatste stuk met de bus is vervelend. Ze voelt zich bij het instappen al misselijk. Haar broer gaat snel op de lege bank achterin zitten. Ze wil niet voor hem onderdoen en als hij haar roept, gaat ze snel naar achteren. Ze voelt zich trots dat ze het gehobbel weer weet te trotseren.

Ze kijkt uit naar het bezoek en tegelijkertijd wil ze wel weer hollend naar huis. Maar er is geen ontkomen aan. Het is oma’s verjaardag. De eerste verjaardag na opa’s dood. Ze is bang dat de tantes gaan huilen. Of, nog erger, de ooms. Toen het bericht kwam van het vreselijke ongeluk, een paar maanden geleden, had ze haar vader voor het eerst zien huilen. Ze vond het eng, terwijl ze het ook heel goed begreep.

Ze zijn er. Het is nog maar een klein stukje lopen. Haar keel zit dichtgeschroefd, ze slikt. Ze kucht en schraapt. Zo raar als ze straks alleen maar een piepend geluidje laat horen. Er is geen weg meer terug. Ze moet zich kranig houden, zoals haar andere oma altijd zegt. En dat zal ze doen. Ze haalt diep adem. Ze is twaalf, ze kan het. Dit moet een goede dag worden. Voor haar oma, voor haar vader, voor haarzelf.

Het hekje piept een beetje nu opa het niet meer smeert. Het grind knerst. Gewoon, net als altijd. Roze cyclamens in de vensterbank. De groen geverfde voordeur. Ze zijn er. Hoewel iedereen hen al heeft zien aankomen, wil haar broer toch bellen. Een flinke ruk aan de trekbel. Met een grote grijns kijkt hij haar aan. Tante Rie doet de deur open. In de gang hangt de uitgesproken geur die ze zo goed kent. Die is van de oude brugwachterswoning meeverhuisd, lijkt het wel. Zeil, boenwas, petroleum en vaag nog de geur van de stroopwafels en de borstplaat die oma zelf heeft gemaakt. Aan de kleine kapstok met het spiegeltje in het midden hangen niet veel jassen; het is een mooie zonnige dag. Zij hangen alle vijf hun zomerjas op. Het spiegeltje is niet meer te zien.

Het is vol in de kamer. Iedereen is er. De koffie geurt. Ze hoort vooral het tinkelende geluid van de lepeltjes die hun rondjes draaien in de kopjes. Iedereen een zoen. De ooms maken een grapje, zoals altijd. Dat is gelukkig nog hetzelfde. De tantes bewonderen haar nieuwe jurk: heeft mama die gemaakt? Ook dat is niet veranderd. De stemmen komen van ver. Het is net of haar hoofd vol watten zit. Alles klinkt dof. Ze kijkt de kring rond. De afstand tussen haar en de familie lijkt wel op zijn minst een kilometer. Ze is er, en ze is er niet. Ze observeert de situatie. Die enorme afstand kan ze met geen mogelijkheid overbruggen. Daar is oma, heel klein in de verte. Zal ze schreeuwen? Gefeliciteerd, oma! Hier is de tekening die ik voor u heb gemaakt!

Iemand neemt haar handen in de hare. Ze kijkt naar het gezicht dat steeds dichterbij komt. Ze kan weer focussen. Kleine haartjes op de kin. Rimpeltjes rond de ogen. Het ronde brilletje. De lieve glimlach. “Had je een mooie tekening voor me gemaakt?” Langzamerhand komt ze terug in de kleine kamer. Geroezemoes vult de ruimte. Er klinkt een gierend gelach. Opa is dood, denkt ze, en iedereen lacht. Ze voelt zich verdrietig, maar ook opgelucht. “Kom kind”, zegt oma, “in de keuken staan nog stroopwafels. Gisteren gebakken. Neem er maar eentje mee naar de tuin. De nichtjes zijn op de bleek. Ze wachten op je.”

Over premature eikels, een ongeremde tante en een geheim

20150729_113247

Geheimen. Wie heeft ze niet.
Er is iets raars mee aan de hand. Geheimen die bewaard, zelfs gekoesterd worden, staan toch altijd te dringen om naar buiten te mogen. Weg uit het heim, het huis, waar ze zo veilig achter slot en grendel worden gehouden. Het broeit en gloeit. Net zolang tot er dan eindelijk iemand in vertrouwen wordt genomen: kun je een geheimpje bewaren? Daar gaat het geheid mis. Wat voor de één een geheim is, is voor de ander een spannend verhaal waar hij lekker mee kan scoren. Weg geheim.

In onze familie tieren de geheimen welig. Zoals in elke familie, waarschijnlijk. En elke keer wanneer wij, de vijf nichtjes, bij elkaar komen, worden die geheimen druk besproken en gedeeld. Onze jongste nicht, M, weet nog het meest. Die is vroeger regelmatig bijgepraat door haar moeder. We hangen dan ook aan haar lippen tijdens onze bijeenkomsten.

Het is altijd een hele toer om een geschikte datum te vinden voor een gezamenlijk treffen. Maar afgelopen zondag was het weer eens zover. Met zijn vieren (M, A, G, en C) zijn we met de auto van M op weg naar nicht AJ en haar moeder, onze laatste tante. Tijdens de rit van ruim een uur valt er al heel wat te kletsen. We rijden langs Hendrik Ido Ambacht en daar is de eerste roddel al. Toen oom K en tante J hun dertiende kind verwachtten waren de namen zo’n beetje op. Opa’s en oma’s waren allemaal al vernoemd. Wat nu? De plaatsnaam bracht uitkomst. Hendrik Ido zou het tweede kind in het gezin worden met een dubbele doopnaam. Natuurlijk is dit niet echt een roddel, en ook geen geheim, maar een leuk weetje. En bijzonder dat hij toevallig ook jarig is.
Nicht zet er flink de sokken in. Als we in de verte de namaak Sint Pieter boven de bomen zien uittorenen, weten we dat we er zo ongeveer zijn.

We laden het proviand voor de lunch uit. Nicht AJ is al een paar dagen in het huis van haar moeder. We scharen ons rond de tafel met koffie en overheerlijke appeltaart, volgens het geheime recept van nicht A. En verder gaat het gesprek weer. Over de tante die bij haar moeder bleef wonen, tot het laatst toe voor haar zorgde, zichzelf wegcijferde en toch op latere leeftijd nog aan de man kwam. Over de trouwdatum van opa en oma en de geboortedatum van hun eerste kind, drie maanden daarna. Over twee geloven op één kussen. Over…..

We hakken de lunch in tweeën en gaan doen waarvoor we eigenlijk zijn gekomen: Tante A bezoeken in het revalidatiecentrum. Daar zit de dame, chique gekleed, op ons te wachten in haar rolstoel. Een scheurtje in de heup is geen pretje, maar ze slaat zich dapper door alle ongemakken heen. Geen gepiep, maar een gezellig gesprek en interesse voor de bezoekende nichtjes. Een bijzondere vrouw.

We nemen haar mee naar buiten. Wat een ravage na de storm van gisteren. Takken, groen blad, de eerste eikels van het jaar, onvolgroeid van hun tak gerukt.
We strijken neer op een terras. En daar gebeurt het. Dochter zet haar moeder met rolstoel en al aan een tafeltje. Terwijl iedereen het zich gemakkelijk maakt, zien we plotseling het gezicht van tante verkrampen. Ze spert haar ogen wijd open, ze roept, klemt zich uit alle macht aan de leuning vast. En in razende vaart rolt ze achteruit, weg van de tafel. De rem! Vergeten! Gelukkig wordt er adequaat gehandeld en zit ze snel weer, licht trillend, achter haar kopje koffie.

Later, als tante weer veilig terug is en zij beloofd heeft een dutje te gaan doen, maken wij de rest van de lunch soldaat. Dan komt het gesprek op de merkwaardig gevulde fotolijst aan de muur. Een lijst met trouwfoto’s van alle ooms en tantes, keurig netjes gerangschikt. We zien onze ouders op hun best. Jong en mooi en stralend. De foto van de pas laat getrouwde tante ontbreekt. En vanaf de plaats die perfect zou zijn geweest voor haar trouwfoto, kijkt ons een onbekend echtpaar lachend aan. We zien totaal niets bekends. Wie vond het noodzakelijk om die foto erin te doen? En waarom? We kunnen het aan niemand meer vragen. Het gespeculeer is uiteraard niet van de lucht. Al met al voelen we ons behoorlijk voor de gek gehouden.

Dit is nu een echt familiegeheim. En dat zal het blijven ook. Er wordt geen tipje van de sluier meer opgelicht.

20150726_121407

De straat van de vissende kat

img098

Waarschijnlijk heeft iedereen wel een “oom Hans”. Een oom die net iets bijzonderder is dan de andere. Ik had er in ieder geval één. Hij stak met kop en schouders boven de andere ooms uit. Die hadden ook iets speciaals, interessante beroepen bijvoorbeeld. Of een auto. Misschien komen ze ook ooit nog eens aan bod, maar nu gaat het over deze oom. Er stond Mr. voor zijn naam. Hij was journalist. Een journalist die ook boeken schreef. Een oom die met andere schrijvers optrok. Een oom die mij op het spoor heeft gebracht van de druksels van H.N. Werkman, over wie ik mijn scriptie schreef op de kweekschool.

Het was 1965. Ik was geslaagd voor HBS-A. Oom Hans nam mij mee naar Parijs. Voor onderweg nam ik zijn zojuist verschenen boek mee: Moordenaarswerk. Alles was goed voorbereid. Mijn ouders kregen een kaart van hun zwager, met daarop in het kort hoe we naar Parijs zouden reizen (per trein) en waar we zouden verblijven (in een “net” hotel). En dat we na drie dagen door zouden gaan naar de Dordogne, waar mijn tante, nichtje en neefjes verbleven.
Mijn moeder naaide nog wat leuke jurken en een tas voor de vakantie. Een beetje speciaal ook; we gingen ten slotte naar Parijs, de stad van de mode!

O, Gare Du Nord! O, Champs Élysées! O, Rue Du Chat-qui-pêche! O, Quartier Latin! Het Louvre, het Luxembourg, de Tuillerieën. De Eiffeltoren, de boekenstalletjes langs de Seine. Montmartre, de Sacré Coeur. Alles heeft hij me laten zien, die bijzondere oom, die eigenlijk liever in zijn eigen kamer verbleef, tussen zijn vrienden de boeken. Maar die nu zijn nichtje kreeftensoep leerde eten, die haar meenam naar een Viëtnamees restaurant. Die ervoor zorgde dat we in een ander hotel terechtkwamen dan gepland, omdat wij niet in één bed wilden slapen (het idee!), maar in aparte kamers. Die ’s morgens bij het ontbijt de garçon riep, omdat er onder het kannetje hete melk een dikke klont kauwgom zat vastgeplakt.

Het was een bijzondere reis, waar ik nog steeds dierbare herinneringen aan bewaar. Ik ben naderhand nog vaker in Parijs geweest. Nooit meer was het als toen, die eerste keer. Altijd weer zag ik het vriendelijke gezicht van oom Hans en hoorde ik zijn prettige stem die mij vergastte op leuke anekdotes. En altijd keek ik uit naar dat smalle straatje, dat zo tot mijn verbeelding sprak: de Rue Du Chat-qui-pêche.

——————————————————————————————————————-

Met dank aan mede-blogger Wllm Kalb, die mij op het spoor zette van Oom Hans!

Gekleurde herinnering

kameleon

Ik kan niet zeggen dat ik dagelijks
Aan kameleons denk
Van die meegaande wezentjes
In elk geval wat hun kleur betreft

Maar nu vandaag
Leggen ze mij in de luren
Hebben ze mij in hun tang

Neef, die bivakkeert in verre streken
Stuurt een foto van zijn uitzicht:
’s Morgens vroeg in de groene boom
Voor het slaapkamerraam
Een zo mogelijk nog groenere kameleon

Ik sla de krant open en lees
Een gedicht van Tranströmer
-Nobelprijswinnaar
toch niet de eerste de beste-
Over een vroege junimorgen en
Herinneringen als perfecte kameleons

Toeval, zegt men dan
Ik waag het te betwijfelen
Anderen noemen het the flow

Hoe je er ook over denkt

Ik vind het knap dat zo’n klein beestje
Mij de hele dag in zijn greep heeft

Bijna verschiet ik van kleur

Groots en meeslepend

DSC08555

Groots
Is leven niet groots
Zonder moeite bewegen op het ritme
Van adem en lucht en zee en golf en
Het middelpunt zoeken ik ben het middelpunt
Stralend wervelend stralen
Als wijde Spaanse rokken
De vonken uit de tijd slaan

Nooit moe en doorgaan doorgaan
En zie de wereld draait en wij en wij
Wij zijn met velen
De tijd is kort dus kom
En dans en leef en proost en drink
De borrelende helderfrisse levenswijn

Tot het einde
Een veel te vroeg einde
Aan alles
Aan leven en vrouw zijn
En moeder en dochter

Muziek toch muziek veel muziek
En woorden op maat
Laat de wereld nog een keer zien
Dat ik leefde leefde

En leef

——————————————————————————————————————-

In Memoriam voor mijn achternichtje, dat ik niet heb gekend en die (te) jong overleed. Dank zij mooie, passende woorden, beelden en muziek, heb ik haar wel een beetje leren kennen op Goede Vrijdag. Ik bewonder haar levenslust, kracht en doorzettingsvermogen. De hoeveelheid zonnebloemen was overweldigend….