De laatste keer

CafebezoekOf ik hem nog gezien heb? Lekker wijntje trouwens, proost! Ja, wat versta je onder gezien. Als het aan mij ligt, zie ik hem helemaal niet meer. Nee, ja, de laatste keer… Ach wat zal ik ervan zeggen. Gezien…. Ik laat sowieso het licht liever uit, dus gezien, nee. Maar ja, ik had zoiets van, als ik het nu niet doe, dan is het helemaal zo’n raar einde. Dus.

Nee, hij had het niet door. Nee joh, wat dacht je, een man hè? Brains en body, maar verder… Verbaasd was hij wel, uiteindelijk. Nee, geen tekst. Die man had totaal geen tekst! Dus toen ik het zei, hè, nou of hij het in, waar was het ook alweer? Keulen? Nou, of hij het daar hoorde bliksemen. Ja, snap jij dat nou?

Jij nog wijn? Lekker wijntje, vind je niet? Nou, dan bestellen we toch nog een fles? Je bent maar een keer jong, zeg ik altijd. Hij ook, trouwens, veel te jong eigenlijk. Daar begin ik niet meer aan. Een kind nog. Ja, wat je zegt, daar kun je nog behoorlijk last mee krijgen, haha!

Ja, donker haar, donkere ogen. Daar val ik op. Zoiets als hij daar. In die hoek. Strak shirtje, je ziet zijn wasbordje erdoorheen. Ja, zoals hij. Die daar zit te flirten met dat sletje.

Hij nam het wel goed op, dat moet ik hem nageven. Ik had er misschien wel meer last van dan hij. Hè? Nou, het is al niet makkelijk om het te zeggen. En als meneer dan doodleuk zijn spullen pakt en er zonder een zinnig gesprek vandoor gaat, ja, dat is op zijn minst….

Denk je? Misschien met iemand van zijn eigen leeftijd, haha. Kan niet alleen zijn, natuurlijk.
Schenk nog maar een keer in. Ik jaloers? Op die griet? Pfffff!

—————————————————————————————————————–

Dit is een verhaal in de categorie WE-300 (klik op de link voor meer verhalen in deze categorie), een schrijfuitdaging van Plato (http://platoonline.wordpress.com/; hier kun je meer leuke, bijzondere, ontroerende WE-verhalen vinden). Je schrijft een verhaal van 300 woorden, waarin HET woord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: leuteren….

Het schilderij, Cafébezoek, is van Joost Doornik. (gevonden op internet)

Pijnlijk genoeg

tandartsAls kind werd hij al eenzelvig genoemd. Hij vermaakte zich met niets en had zijn eigen verhalen. Hij was graag alleen. – Tegenwoordig zou zo’n kind bestempeld worden als autistisch. – Hij ging daarom ook niet graag mee op bezoek. Maar zijn ouders vonden dat hij zich daar overheen moest zetten. Een jongen moet flink zijn. Voor zijn zusje werden andere maatstaven gehanteerd.

Sommige bezoekjes vonden niet meer dan een keer of drie per jaar plaats. Aan zijn enige tante bijvoorbeeld. Altijd ongetrouwd gebleven en totaal niet geïnteresseerd in kinderen. Vreselijk vond hij het daar. Hij nam altijd een boek mee; al lezend sloot hij zich af.

Maar het ergst zag hij op tegen de bezoekjes die hij alleen met zijn moeder en zusje aflegde. Een keer in de zomer en een keer in de winter. Zijn zusje had daar, net als hij, ook een vreselijke hekel aan, maar omdat er altijd iets leuks tegenover stond, gingen ze zonder opvallend gemor mee.
Hij weet nog goed hoe er dan over hen gepraat werd. Met open mond luisterden ze naar de onbegrijpelijke gesprekken die er over hun hoofden heen werden gevoerd. Die ongezellige koude kamer. En die penetrante geur!
Tijdens zijn puberteit probeerde hij zo goed en zo kwaad als het ging deze bezoekjes te omzeilen. Meestal lukte het.

Eenmaal volwassen besloot hij geen contacten meer te leggen zonder dat er een uiterste noodzaak toe was. Maar nu was die noodzaak er. Al dagenlang voelde hij dat er geen ontkomen meer aan was. Pijnlijk genoeg.
Hij kondigde zijn bezoek telefonisch aan. Hij kon direct terecht. Het zweet stond in zijn handen toen hij de kamer betrad. Hij groette beleefd. Er werd hem een comfortabele stoel aangeboden.

“Zo meneer, doet u uw mond maar wijd open. Hopelijk bent u goed verzekerd; dat wordt een kunstgebit.”

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijf-uitdaging van Plato. De opdracht is: Schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin het woord waar het om gaat niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: verwaarlozen.

De foto komt van het internet.

*******************************************************************************************************************
Meer WE-300 verhalen lezen? Klik op deze link: https://ajroc.wordpress.com/category/we-300/

In the Looking Glass

droogkapNadat de laatste klant was vertrokken, veegde hij de plukken haar bij elkaar, ordende de flesjes versteviger en de bussen haarlak en spoelde de wasbak schoon. Het was een drukke dag geweest. Vrijdag. Dan kwamen de dametjes uit het dorp hun haar laten doen. Zondag in de kerk zag je dan allemaal dezelfde grijze permanentjes onder de hoedjes uitpiepen. Ach, hij deed het met liefde. En zijn vrouw nam een groot deel voor haar rekening. Maar op sommige dagen, zoals vandaag, moest hij moeite doen om een goed gesprek op gang te houden. Kappers staan bekend om hun spraakzaamheid, maar Gerard was een dromer en niet altijd in staat tot een koetjes-en-kalfjesgesprek.

Hij plofte in een stoel en staarde in de spiegel. Was hij dat? Een middelbare man, grijzend aan de slapen? Kapper in een dorp waar nooit iets gebeurde. Keurig getrouwd en twee kinderen. Door de week de zaak en in het weekend het gezin en de familie. Terwijl…. Hij schudde zijn hoofd. Niet aan denken nu. Hij was kunstzinnig aangelegd. Bruidskapsels waren zijn specialiteit. De vrouwen die door hem gekapt waren, konden voor de dag komen in het gemeentehuis en de kerk.

Weer dwaalden zijn gedachten af. Naar die klant van vorige week. Dat prachtige, blonde, halflange haar. Wassen en knippen, hij was zorgvuldig te werk gegaan. Het gesprek vlotte buitengewoon; over kunst, musea, Amsterdam, uitgaan…. Telkens ontmoetten hun ogen elkaar in de spiegel. Mooie ogen, zag Gerard. Een lieve glimlach.
“Mag ik je bellen?”, vroeg hij bij het afrekenen. “Woon je hier?” “In Amsterdam”, was het antwoord. “Bel maar liever niet, dat vind mijn vriend niet leuk”. Voor het laatst ontmoetten hun ogen elkaar. De jongen draaide zich resoluut om en liep naar de deur.
“O Tessa”, riep Gerard vertwijfeld uit, “hoe moet dat nu met ons?”

WE-300 is een schrijf-’uitdaging’ van Plato (http://platoonline.wordpress.com).
Schrijf een verhaal van 300 woorden waarin een door Plato bedacht woord niet mag voorkomen, maar het moet wel duidelijk zijn dat het verhaal erom draait. In dit geval was het verboden woord: schakelen.

Aan de poort

img039

Met haar zuster was geen land te bezeilen geweest. Ik verzin er zelf wel wat op, dacht ze, terwijl ze haar pumps uitschopte en de rode japon in de kast hing. Desnoods ging ze rondleidingen door het huis organiseren, tegen een flinke vergoeding. Het landgoed zou weer opbloeien als nooit tevoren. Ze viste Het Sleuteltje uit haar bh en hing het aan een zilveren ketting aan de spiegel. De sleutel tot het nieuwe leven, dacht ze trots.

De bel weerklonk door de marmeren gang. De eerste gasten voor de rondleiding. Hé, daar was één van de dames, die in de trein zo vreselijk de slappe lach hadden. Die van de rode koffer. Ze moest maar doen of ze haar niet herkende. Haar verbazing steeg tot recordhoogte toen ook de vrouw met de bruine rugzak binnenstapte. Zij was samen met iemand die ze Boris noemde. “Professioneel zijn”, sprak ze zichzelf toe.

Hij kon het nog steeds niet verkroppen. Die tuin ging hem aan het hart. Zomaar aan de dijk gezet, na al die jaren trouwe dienst. Op zijn gammele fiets reed hij dagelijks naar het landgoed. Het was een kwelling, maar hij kon het niet laten. Het schuurtje was niet afgesloten. Daar stond de benzine van de motormaaier. Er lagen wat oude lappen…… een koud kunstje.

In het totaal uitgebrande landhuis ontdekte de rechercheur de verkoolde lichamen van elf mensen. Hij hoopte dat zijn collega weer voldoende hersteld was van zijn posttraumatische stressstoornis.

Met een minzaam glimlachje ontving Petrus de dertien mensen aan de poort. Merkwaardig getal, dacht hij nog. Daar was toch al eens eerder gedoe mee geweest? Vier vrouwen en twee mannen vielen op door hun besmuikte blikken. Daar klopte iets niet. Hij sprak koelbloedig, de sleutel ronddraaiend om zijn wijsvinger: “Stelletje slappelingen, het lijkt me beter dat jullie naar de Hel gaan.”

De-hel-Dante-Alighieri

Lees ook de bijdragen van: Rebelse Huisvrouw (http://www.rebelsehuisvrouw.nl/boeien/) en Letterzetter(http://letterbak.wordpress.com/2013/07/23/verrassing/) en de vervolgen, want zij zitten ook in het complot.

Deel 1: Wladiwostok (http://wp.me/p36K0e-8r)
Deel 2: Lady in Red (http://wp.me/p36K0e-8E)

(WE-300 is een schrijf’uitdaging’ van Plato (http://platoonline.wordpress.com).
Schrijf een verhaal van 300 woorden waarin een door Plato bedacht woord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: boeien.)