Familie met een kouwe kant?

Familie.
Wat is dat toch voor een fenomeen. Wij duiden een speciale groep mensen al mijn hele leven aan met ‘familie’. Zo wordt er door je ouders over gepraat. Je weet wie er allemaal bij horen en denkt er verder niet over na. Tot het moment dat je het als iets bijzonders begint te ervaren. Omdat je ouder wordt en je je realiseert dat er meer mensen zijn zoals jij. Met hetzelfde bloed, dezelfde wortels, dezelfde eigenaardigheden.

In het etymologisch woordenboek kom ik het volgende tegen: familie mnl. familie ‘onderhorigen’ en (zelden) ‘huisgezin’ < lat. Familia ‘personeel’. De minder beschaafde vorm famielje < fra. Famille (14e e.)

Ja, dan weet je eigenlijk nog niets. Ik wil namelijk weten hoe dat zit met die groep mensen die zo verschillen van elkaar, maar toch bij elkaar horen, zich verwant voelen. Die elkaar misschien niet zo goed kennen, maar die wel drommels goed weten van wie ze afstammen: van die opa en oma, waar ze op verjaardagen en in vakanties kwamen. Aan wie ze speciale herinneringen bewaren. Koesteren, misschien wel.

En ja, als ik de van Dale opsla, lees ik het volgende: familie [de, v] verzameling van bloedverwanten van dezelfde naam die uit eenzelfde stamvader zijn geboren.

Dat begint er meer op te lijken.
Want dat wordt gevoeld en gedeeld.

Het is gek: toen wij jong waren, onze ouders dus ook, zagen wij elkaar op verjaardagen van opa en oma. We speelden verstoppertje in huis (opa was jarig op 20 februari en oma op 9 maart, koud buiten…) en leerden zo spelenderwijs woorden die thuishoorden in een familie waar de bouwkunde en bouwkunst hoog in het vaandel stond en ook werd gepraktiseerd. Loggia, vestibule, erker bijvoorbeeld. De deur tussen de vestibule en de gang was voor een deel van glas-in-lood. Ik voel nog de handgreep en de zwaarte van de deur. Verstoppen in de vestibule had alleen maar zin wanneer je je heel klein maakte, op je knieën op de kokosmat. Verstoppen in de slaapkamer van opa en oma deed je niet. Het kwam niet eens in je op. Wel in de kamer met de loggia. Dat het allemaal mocht. Misschien omdat de volwassenen dan tenminste even rustig met elkaar konden praten; de mannen en de vrouwen in gescheiden groepen. De zilverkleurige haard zachtjes snorrend. De schemerlampen aan.

Wanneer de bel ging, wisten wij het allemaal: daar was de bakker met dozen vol belegde broodjes. Heerlijk! Een geroffel op de trap en wij kinderen waren weer beneden en verdrongen ons om de tafel. De geur van de verse bolletjes. Het geritsel van het papier. De knapperige korstjes. Het overdadige beleg. Er was rosbief. Alleen het woord al. Dat hoorde thuis in een sprookje. Wat een traktatie. Krentenbollen voor toe. Dit was echt feest.

Ja, het is gek. Nu, zoveel jaren later- sommigen zijn al zo oud als opa en oma in onze herinnering- zal er weer een ontmoeting plaatsvinden. Pogingen om een reünie te organiseren zijn in een vergevorderd stadium. Nee, we zullen geen verstoppertje spelen voor elkaar. De lunch zal bestaan uit lekkere broodjes, die wij bedaard zullen nuttigen. We kennen veel meer moeilijke woorden dan toen, maar dat vinden we nu gewoon, daar laten we ons niet op voorstaan. We zullen ons verbazen over misschien wel vijftig tinten grijs. Maar verder zal alles zijn zoals ‘vroeger’: nichtjes en neefjes bij elkaar. Alleen is er nu nog maar één tante…

In Van Dale wordt ook nog ‘de koude kant’ van de familie genoemd. Zo’n nare uitdrukking. Ik weet zeker dat zoiets niet bestaat. Althans niet bij ons. Warm en betrokken, dat is iedereen in deze familie. Het is fantastisch, dat we elkaar weer opnieuw leren kennen. Dat we elkaar binnenkort weer zullen zien.

Opa en oma, jullie kunnen trots zijn op het nageslacht!

Advertenties

Over premature eikels, een ongeremde tante en een geheim

20150729_113247

Geheimen. Wie heeft ze niet.
Er is iets raars mee aan de hand. Geheimen die bewaard, zelfs gekoesterd worden, staan toch altijd te dringen om naar buiten te mogen. Weg uit het heim, het huis, waar ze zo veilig achter slot en grendel worden gehouden. Het broeit en gloeit. Net zolang tot er dan eindelijk iemand in vertrouwen wordt genomen: kun je een geheimpje bewaren? Daar gaat het geheid mis. Wat voor de één een geheim is, is voor de ander een spannend verhaal waar hij lekker mee kan scoren. Weg geheim.

In onze familie tieren de geheimen welig. Zoals in elke familie, waarschijnlijk. En elke keer wanneer wij, de vijf nichtjes, bij elkaar komen, worden die geheimen druk besproken en gedeeld. Onze jongste nicht, M, weet nog het meest. Die is vroeger regelmatig bijgepraat door haar moeder. We hangen dan ook aan haar lippen tijdens onze bijeenkomsten.

Het is altijd een hele toer om een geschikte datum te vinden voor een gezamenlijk treffen. Maar afgelopen zondag was het weer eens zover. Met zijn vieren (M, A, G, en C) zijn we met de auto van M op weg naar nicht AJ en haar moeder, onze laatste tante. Tijdens de rit van ruim een uur valt er al heel wat te kletsen. We rijden langs Hendrik Ido Ambacht en daar is de eerste roddel al. Toen oom K en tante J hun dertiende kind verwachtten waren de namen zo’n beetje op. Opa’s en oma’s waren allemaal al vernoemd. Wat nu? De plaatsnaam bracht uitkomst. Hendrik Ido zou het tweede kind in het gezin worden met een dubbele doopnaam. Natuurlijk is dit niet echt een roddel, en ook geen geheim, maar een leuk weetje. En bijzonder dat hij toevallig ook jarig is.
Nicht zet er flink de sokken in. Als we in de verte de namaak Sint Pieter boven de bomen zien uittorenen, weten we dat we er zo ongeveer zijn.

We laden het proviand voor de lunch uit. Nicht AJ is al een paar dagen in het huis van haar moeder. We scharen ons rond de tafel met koffie en overheerlijke appeltaart, volgens het geheime recept van nicht A. En verder gaat het gesprek weer. Over de tante die bij haar moeder bleef wonen, tot het laatst toe voor haar zorgde, zichzelf wegcijferde en toch op latere leeftijd nog aan de man kwam. Over de trouwdatum van opa en oma en de geboortedatum van hun eerste kind, drie maanden daarna. Over twee geloven op één kussen. Over…..

We hakken de lunch in tweeën en gaan doen waarvoor we eigenlijk zijn gekomen: Tante A bezoeken in het revalidatiecentrum. Daar zit de dame, chique gekleed, op ons te wachten in haar rolstoel. Een scheurtje in de heup is geen pretje, maar ze slaat zich dapper door alle ongemakken heen. Geen gepiep, maar een gezellig gesprek en interesse voor de bezoekende nichtjes. Een bijzondere vrouw.

We nemen haar mee naar buiten. Wat een ravage na de storm van gisteren. Takken, groen blad, de eerste eikels van het jaar, onvolgroeid van hun tak gerukt.
We strijken neer op een terras. En daar gebeurt het. Dochter zet haar moeder met rolstoel en al aan een tafeltje. Terwijl iedereen het zich gemakkelijk maakt, zien we plotseling het gezicht van tante verkrampen. Ze spert haar ogen wijd open, ze roept, klemt zich uit alle macht aan de leuning vast. En in razende vaart rolt ze achteruit, weg van de tafel. De rem! Vergeten! Gelukkig wordt er adequaat gehandeld en zit ze snel weer, licht trillend, achter haar kopje koffie.

Later, als tante weer veilig terug is en zij beloofd heeft een dutje te gaan doen, maken wij de rest van de lunch soldaat. Dan komt het gesprek op de merkwaardig gevulde fotolijst aan de muur. Een lijst met trouwfoto’s van alle ooms en tantes, keurig netjes gerangschikt. We zien onze ouders op hun best. Jong en mooi en stralend. De foto van de pas laat getrouwde tante ontbreekt. En vanaf de plaats die perfect zou zijn geweest voor haar trouwfoto, kijkt ons een onbekend echtpaar lachend aan. We zien totaal niets bekends. Wie vond het noodzakelijk om die foto erin te doen? En waarom? We kunnen het aan niemand meer vragen. Het gespeculeer is uiteraard niet van de lucht. Al met al voelen we ons behoorlijk voor de gek gehouden.

Dit is nu een echt familiegeheim. En dat zal het blijven ook. Er wordt geen tipje van de sluier meer opgelicht.

20150726_121407

Levensles

img168

De essentie is altijd gebleven
Van goede wil, afstandelijk en
Zoals ze hier zit op deze vreemde stoel
Verbloemde onzekerheid
Ongemakkelijk in wit

Dit meisje dat nog lang niet wist
Waar het leven toe zou leiden
Genoot alleen nog maar van spel
Zwaaien aan de ringen, hoger
Dan haar zusters
Buitelen aan de rekstok, beter
Dan haar broers
Touwtje springen, sneller
Dan iedereen

Toen ik haar leerde kennen
Was zij mijn moeder, liever
Dan alle andere

Het leven zelf had haar geleid
Spel doen vergaan tot ernst

Maar
Op foto’s wist zij nu te lachen

En zij weende

img125

In de logeerkamer staat al een paar jaar een doos foto’s van mijn ouders. Die moeten eindelijk eens worden uitgezocht, vind ik. Het is er echt zo’n dag voor. Een grijze dag.
Van alles gaat er door mijn handen: vakantiekiekjes, foto’s van de afscheidsreceptie van het werk, de moestuin, familiebijeenkomsten, feestjes met vrienden. Foto’s van vage kennissen, althans voor mij, kunnen wel weg. Van de vakantiefoto’s houd ik een enkele over. Familiefoto’s zijn leuk, die bewaar ik. Uiteindelijk moet het een handzaam stapeltje worden, wat klein- en achterkleinkinderen een leuk, representatief beeld geeft van een stel bijzondere mensen: hun opa en oma, i.c. overgrootouders.

Onder in de doos ligt een foto die ik maar al te goed herken. Oud en verfomfaaid. Het is een klassenfoto uit, naar ik schat, 1957. De vierde klas. Drieënveertig kinderen, tweeënveertig en een half, eigenlijk. Zo nauw keek de fotograaf kennelijk niet. Een stampvolle klas. Maar te hanteren. Armen over elkaar en luisteren. De fotograaf lijkt midden onder het werk te zijn binnengekomen. Drie meisjes gaan daar plichtsgetrouw gewoon mee door, vier kinderen hebben de armen maar over elkaar gedaan. De grapjas vooraan heeft één hand onder zijn pullover.

Het is niet goed uit de foto op te maken in welk jaargetijde hij is gemaakt. Zomerjurken, wintertruien, korte en lange broeken. Misschien najaar, afgaand op de kleding van de juf. Vrolijke kinderen; waarschijnlijk lachend om de grap van de fotograaf. Aardige kinderen ook? De meeste wel, maar toch weet ik ook dat er werd gepest. Het donkere meisje, dat met kop en schouders boven iedereen uitsteekt, moest het vaak bezuren. Ze kwam bij ons in de vierde klas (van de Dr. Albert Schweitzerschool in Den Haag) toen het schooljaar al een tijdje bezig was.

Dr Albert Schweitzerschool

Er werd wat geschoven met kinderen en ze werd naast mij geplaatst. Uit Indonesië kwam ze. Ik weet nog hoe bijzonder ik dat vond, zo ver! (We waren natuurlijk ook niets gewend, toen…) Ze was heel aardig en vrolijk. Ze kon prachtig tekenen. En ik herinner me ook de mooie sinterklaassurprise, die ze maakte. We raakten al snel bevriend. De naam Tielman werd door sommige jongetjes nogal eens pesterig verbasterd tot ‘pielman’, wat me erg boos maakte, maar waar ik niets van durfde te zeggen. Ik moest er tegen de anderen ook niet over beginnen dat ik met haar wel eens bij haar Indische oma kwam. Volgens sommige meisjes was dat een heks, die je wilde vergiftigen. Niemand was nog gewend aan de kleuren en geuren van het typisch Indische interieur en het vreemde eten. Maar oma was een lief, klein vrouwtje; ze had het allerbeste met ons voor. Spekkoek; ik kende het niet, maar het was heerlijk. Het was er warm en gezellig, ook al was het soms moeilijk haar gebroken Nederlands te verstaan.
Achteraf denk ik dat Hedi familie was van de Tielman Brothers, misschien wel de dochter van één van hen. Maar dat is -helaas- nooit duidelijk geworden.

De juffrouw. Zij heeft me, onbewust, geïnspireerd het onderwijs in te gaan. Ze gaf goed en leuk les. Ze had er op een natuurlijke manier de wind onder. Haar bordtekeningen waren prachtig, ze was zeer creatief. We zongen veel. En wat was ze lief. Ik geloof zelfs, dat er jongetjes verliefd op haar waren.
Nu zie ik dat ze nog heel jong was. Toch was zij in onze ogen een vrouw van de wereld. Een vrouw met geheimen. Op een of andere manier straalde ze dat uit. En op een middag wisten we het zeker. We stonden om half twee gewoontegetrouw in de rij buiten op het plein te wachten tot ze ons kwam halen. Tot onze verbazing werden we niet door haar, maar door “het hoofd der school” naar binnen geloodst. We hingen onze jassen op en gingen wat onzeker het lokaal in: wat zou er zijn? Was ze ziek?

Ze stond stil bij het raam en staarde naar buiten. In haar hand een verfrommelde zakdoek. En zij weende.
En wij, wij wisten allemaal honderd procent zeker dat er liefde in het spel was.

Phia

Ik ruk me los. De foto’s van mijn ouders doe ik in een kleinere doos. De schoolfoto neem ik mee naar beneden. De trip down memory-lane mag nog even duren. Ik zoek in mijn poesiealbum (letterlijk uitspreken, a.u.b.!) naar haar bijdrage. Ik heb het gedicht, dat ze vermoedelijk zelf schreef, altijd heel bijzonder gevonden. Natúúrlijk schreef ze poëzie. En ze plakte geen poesieplaatjes in, maar maakte zelf een tekening. Met ballpoint, wat we ook bijzonder vonden. Een roos met doorns. Symbolisch bedoeld? En dat krasje, rechtsonder naast de steel, is dat een vraagteken? Vanaf het moment dat ik het onder ogen kreeg heb ik me dat afgevraagd. Nooit zal ik het weten. Juffrouw Phia van Kuilenburg zal voor eeuwig een raadsel blijven.

——————————————————————————————————————

Klik op deze link voor meer foto’s met een verhaal

De foto van de Dr. Albert Schweitzerschool komt van het internet.

‘Selfie’ avant la lettre

img118

Al zo lang ik mij kan herinneren hadden wij een fototoestel. Mijn vader fotografeerde graag. Voor dat doel had hij een zogenoemd boxje aangeschaft. Een enorme uitgave voor mijn ouders, want echt breed hadden ze het niet. Elk dubbeltje werd omgedraaid. Maar dit was kennelijk een must. Wij werden alle drie regelmatig vereeuwigd. Dus er moest ook geld zijn voor het ontwikkelen en afdrukken van het filmpje. Ik zie nog het spoeltje voor me, met de zwarte metalen uiteinden en het roze papier. En o, zo voorzichtig moest je zijn; als er licht bij kwam, was alles voor niets geweest. Je bracht het volle filmpje naar de fotograaf. Dan werd het rolletje opgestuurd naar de laboratoria van Agfa of Kodak. Een week wachten, op zijn minst. Dan, eindelijk, op zaterdagmiddag, werden de foto’s opgehaald. Wij wachtten in spanning. En daar kwam het stapeltje vierkante zwart-wit foto’s met witte rand. Niet met je vingers op de foto’s! Mooie herinneringen. Pure nostalgie.

Boxje

De digitale fotografie heeft grote veranderingen gebracht. Tegenwoordig kun je zelf thuis je foto’s afdrukken. Uiteraard in kleur. Of je maakt gebruik van de direct-klaar-service van een grote winkelketen. Heb je geen haast, dan haal je ze na twee dagen op. Thuis maak je een digitaal fotoboek. Dan is het nog wel spannend. Is het echt zo geworden als je je had voorgesteld? Zitten er toch nog fouten in de tekst die je zo zorgvuldig tien keer had doorgelezen? Maar heel vaak laat je al die foto’s op de computer staan. Fotograferen is gewoon geworden.

De selfies vliegen je tegenwoordig, nee niet om de oren, maar in de ogen. Het lijkt een rage van deze tijd, maar het is natuurlijk helemaal niet nieuw.

Ook al zolang ik mij kan herinneren zat er een zogenaamde zelfontspanner op het fototoestel. Je stelde het gezelschap op, stelde het toestel in, zorgde dat je er zelf zo snel mogelijk bij stond en lachen maar. Dat lachen lukte altijd; dit hele gedoe gaf een prettig gevoel van spanning en plezier. Ondanks dat het best wat kostte, werd er ‘voor de zekerheid’ vaak nog een tweede foto gemaakt, soms in een net iets andere opstelling. Je zag pas na het afdrukken of alles gelukt was. Bij onze laatste familiereünie hebben we deze truc ook weer eens toegepast. Het verschil met vroeger is, dat je nu direct kunt zien of de foto goed is. En binnen de kortste keren zit hij in je mailbox.

Het verschil met een selfie is natuurlijk dat je die zelf maakt van jezelf, zonder zelfontspanner. Helemaal niet spannend meer, gewoon met je telefoon, die je in de stand ‘zelfportret’ zet. En terwijl je vroeger je foto’s alleen aan familie en vrienden liet zien, stuur je je selfie nu de wereld in en die mag door iedereen bekeken worden.
Maar ook hier is weer een ontwikkeling te zien. Met zijn tweeën heet het een ‘saampie’. In een tuintijdschrift worden mensen aangemoedigd een ‘moesfie’ te maken. Zo ontstaan er steeds meer varianten.

Lang geleden maakten mijn broer, zijn vriend en ik, een foto, die je nu met goed fatsoen wel een ‘groepie’ zou kunnen noemen. Ouders niet thuis, jongste broertje in bed en wij trokken – letterlijk – alles uit de kast om met het eerder genoemde boxje van mijn vader een foto te maken. Het leukste was de setting bedenken. De rode wijn is koude thee. Ik draag de lila tafzijden jurk van mijn moeder en haar schoenen. Het nette pak van mijn vader slobbert om het lijf van vriend. En de outfit van mijn broer komt uit de verkleedkist.

Nu nog weet ik hoe leuk het was. We lagen dubbel van het lachen (die uitdrukking bestond toen nog niet eens, we hadden, denk ik, ‘een toffe avond’), terwijl broer het toestelletje inschakelde en zorgde dat hij razendsnel in een dienstbare houding kwam te staan. Gezichten moeizaam in de plooi en wachten op de flits. Twee lampjes hadden we maar; ook die waren kostbaar.

Alles was opgeruimd toen onze ouders thuiskwamen. Ja, we hadden twee foto’s gemaakt. Maar pas toen het rolletje was afgedrukt kwam de ware toedracht aan het licht en mocht er, vooruit dan maar, voor ieder een afdruk van worden gemaakt.

Dat waren nog eens tijden.

——————————————————————————————————————-

Klik op deze link voor meer foto’s met een verhaal

De foto van het boxje komt van het internet.

De magische wereld van het kind

Pictures

Zoals ieder jaar sta ik rond deze tijd even stil bij het overlijden van mijn moeder. Het is elf jaar geleden, de scherpe kantjes van het verdriet zijn er wel af. Toch mis ik haar. Niet voortdurend, af en toe. Dat kan zo maar opeens: door het zien van een bloeiende struik, het horen van bepaalde muziek, een uitdrukking, een liedje in mijn hoofd. En natuurlijk wanneer ik mijn kleindochter zie. Dat kleine meisje heeft haar “overoma” niet gekend. Net zo min als mijn twee kleinzoons, trouwens.

Ik zie overeenkomsten in uiterlijk, maar ook in karakter. Wanneer ik haar uitbundig zie schateren, zie ik mijn moeder. Maar ook wanneer ze zich uitleeft met sop en een afwasborstel en het hele aanrecht blank staat – inclusief de keukenvloer. Het woord zeepsop hebben wij haar nooit geleerd; ze kent het van nature.

Twee jaar geleden, ze is net drie jaar, als ze hier logeert met haar broer en haar neef, word ik geconfronteerd met een opmerkelijk voorval.

De jongens zijn verdiept in hun spel; het ridderkasteel staat midden in de kamer, goeieriken en slechteriken bestoken elkaar met lansen en zwaarden. Paarden galopperen; gevangenen worden zonder pardon opgesloten. De koning bekijkt dit alles vanaf grote hoogte. Boven in de toren, waar hij het goud bewaakt. Af en toe rijdt er een auto rond. Wilde dieren kijken toe. Magische wereld, waarin alles mogelijk is.

Het kleine meisje laat plotseling haar spel in de steek en kruipt op haar knieën op een stoel. Als een bovenbuurvrouw over het balkon, hangt ze op haar onderarmen geleund op de schoorsteenmantel. Ze staart naar de twee foto’s die daar staan. Op de linker zie je mijn vader als zesjarig jochie tussen zijn twee broertjes in. Op de andere zit mijn moeder als meisje van een jaar of tien, lange vlechten, boek op schoot. Kinderfoto’s, ruim tachtig jaar oud. Ik sla mijn kleindochter gade, zeg niets om de betovering niet te verbreken. Dan wendt ze zich af en wil zich van de stoel laten glijden. Ik zie mijn kans schoon, wil weten. Wat zag ze? Wat ging er in dat hoofdje om? “Vind je ze leuk, die foto’s?” “Nee, stom”, antwoordt ze resoluut (tenslotte nog maar amper de leeftijd van twee jaar ontstegen), draait zich weer naar de foto’s en wijst: “Die is dood en die is dood en die is dood.” Mijn mond valt open; ze wijst ze precies goed aan, één van de drie broertjes is nog in leven. Maar, kinderen? In de wereld waarin zij leeft, ga je toch alleen maar dood als je heel oud bent? Of als je een slechterik bent die een goede ridder belaagt?

Voor ik van mijn verbazing ben bekomen, duikt ze met haar hoofd in de poppenwagen. De plicht roept, de pop heeft honger en moet nodig een schone luier.

De magische wereld van het kind. Boeken zijn erover volgeschreven. En ik krijg hier een praktisch lesje over hoe dat werkt: ze wéét gewoon.

Vorige week was ze hier nog even op bezoek. Vijf jaar is ze nu. De eerste zwemles zit erop; trots vertelt ze erover.
Opeens staart ze weer naar de foto’s op de schoorsteenmantel. “Oma”, vraagt ze, “wie zijn dat, op die foto’s?” Ik vertel het haar: op de linker foto mijn vader en zijn broers en op de andere mijn moeder. Ik zie dat ze moeite moet doen om zich dat goed voor te stellen: ik, een oma, die het kind is van twee kinderen die al dood zijn.

Heel langzaam verdwijnt de magie uit het leven, helaas.

Een foto met een verhaal (4)

img061

Toen mijn broer G en schoonzusje M vorige week op bezoek waren, maakten wij een rondje over de Zaanse Schans. Het was zo’n schoongewaaide dag. De lucht was prachtig, het land wijds. De molens draaiden er lustig op los. Het grijze water van de Zaan spiegelde de rijke Zaanse huizen aan de overkant. De wind was koud. Handen in de zak, kraag omhoog.

De deur van het allereerste winkeltje van Albert Heijn staat wagenwijd open. Hoe vaak je daar ook binnen bent geweest, het spreekt nog steeds tot de verbeelding. De geur van specerijen voert mij terug tot de tijd dat ik bij de grootouders van moeders kant het huis binnen stapte, waar dezelfde kruidige geur hing. En het kost maar weinig moeite ons voor te stellen dat mensen nog stroop kochten in een kan. Suiker in een bruine papieren zak. Dat gort, boekweit, peulvruchten uit een bak werden geschept en afgewogen. Net als de koffiebonen, die je thuis met de hand maalde in de koffiemolen. De nachtlichtjes staan op de toonbank, naast de weegschaal met de gewichten.
Honderd jaar geleden ging het zo. Vanuit onze comfortabele situatie kijken we met lichte weemoed terug naar die tijd.

We vervolgen onze wandeling. M zet er stevig de pas in. De molens voorbij. Een reiger staat onverstoorbaar in het ijskoude water. Het gele riet wuift.

Weer thuis, aan de warme thee, haal ik de foto tevoorschijn, die ik van nicht A kreeg op de reünie in oktober. Het is een leuk tafereeltje: een vrouw poseert met drie jonge kinderen voor een winkeltje: Kruideniers- en Grutterswaren. Het woord Purol geeft aan dat er waarschijnlijk ook wat eenvoudige drogisterijartikelen verkocht worden. Wat had ik daar graag eens naar binnen gegluurd, net als ik vanmiddag deed bij Albert Heijn.

Maar op de foto is genoeg te zien. De jonge vrouw met het witte schort is onze oma van vaders kant, heeft nicht mij verteld. Natuurlijk wisten we wel – het staat in de stamboom vermeld – dat opa ooit een tijdje kruidenier was, maar wij kenden hem als brugwachter. En die drie kinderen als oom en tantes. Later kwamen er nog acht kinderen bij. Aan de plooitjes in de kleding te zien, is er al weer een op komst. Het grootste kind hoort niet bij de familie. Een buurmeisje misschien, of een hulpje. Het kind, bij moeder op de arm, zou later de moeder worden van nicht A.
Het zal 1915 zijn geweest; honderd jaar geleden! Toen was oma vierentwintig jaar oud.
Wij hebben haar altijd alleen maar in zwarte kleding gezien, maar de haardracht is nooit veranderd.

Naast de winkel is het piepkleine huisje. Via het klompenhok kom je binnen. Dat het erf aan het water ligt (de Rijn?) kun je zien aan de stoep, helemaal links op de foto. De emmers zijn geschrobd en staan omgekeerd te drogen. En aan de muur van het buurhuis hangt, gedeeltelijk voor het raam, het rek waarop de vloerkleden worden geklopt. De bomen zijn kaal. Ik heb het gevoel dat het voorjaar in de lucht zit.

De achterkant van deze foto zorgt voor meer verrassingen: er staan lijntjes op gedrukt; het is een ansichtkaart! Iemand heeft erop geschreven: Moeder met Rob, Jans, Ma en Ko Zonneveld. Het lijkt opa’s handschrift. In de linkerbovenhoek staat 3x. En helemaal links, tegen de rand staan de naam en het adres van de fotograaf: Eduard Sanders.

img063

Het is inmiddels avond geworden. Broer en schoonzus zijn vertrokken. De naam van de fotograaf blijft door mijn hoofd spoken. Wanneer ik die heb ingetikt op de computer ontrolt zich een heel leven. Een bijzonder leven. Een afgebroken leven.
Dit keer heeft de foto zelfs meer dan één verhaal.

——————————————————————————————————————

Een foto met een verhaal (1): http://wp.me/p36K0e-2E
Een foto met een verhaal (2): http://wp.me/p36K0e-5a
Een foto met een verhaal (3): http://wp.me/p36K0e-aq

Foto met opdracht

img020

Ziehier de vier broers
Ze mogen er zijn
Mijn vader en drie ooms
Gerangschikt naar hun leeftijd

Fris gewassen en geschoren
Gekapt naar de laatste mode
Keurig in het pak
Een schone boord
De stropdas perfect gestrikt
Glimmend gepoetste schoenen

De jongste lijkt ernstig
De anderen zien het zonniger in
Alle vier – voor de grap? –
de handen op de rug
En wat is in hemelsnaam
De decoratie op de revers

Wanneer was dit en waar
Welke gelegenheid
Wie was de fotograaf

Het lot van kinderen
Bij het doorbladeren
Van de vergeelde fotoboeken
Die de ouders achterlieten

Ik ken het nog uit mijn schooltijd
De opdracht in het taalboek
Bedenk bij de plaatjes
Een verhaal

Lichaamstaal

(Overpeinzingen bij een krantenfoto 2)

img001

De grote wereldleider
En zijn secondant
Hun lichaamstaal spreekt boekdelen

Eén hand aan de telefoon
Een ferme greep
De voet met
De glanzend gepoetste schoen
Op de rand van het
Eveneens
Spiegelend gepoetste bureau
Ik spring erbovenop
Het beeld van het paard
Daarachter
Benadrukt dat nog eens te meer
En dan de hand
De rechter
In stelling
En helemaal gereed

De ander luistert
Hand voor de mond
De peinzende blik
Op oneindig
Ik zie ik zie

De vlam van de overwinning
Al ingelijst aan de muur

(Lees ook: Overpeinzingen bij een krantenfoto: http://wp.me/p36K0e-2L)

Een foto met een verhaal (2)

DSC07798

Op het kleine fotootje met de kartelrand staan mijn opa, mijn vader en mijn oudste broer. Ze zitten met zijn drieën op de rotan bank. Mijn vader heeft zijn overhemdsmouwen opgerold en hij draagt een stropdas. Mijn broer draagt een bloes met korte mouwen en een korte broek. En sandalen, net als mijn vader, met sokken. Opa is in pak. En hij draagt dichte schoenen. Alledrie hebben een bril op. Tot zover een gewoon familiekiekje, gemaakt in de zomer, eind vijftiger jaren.

Op het tafeltje staat een vaasje met rozen; het is de verjaardag van mijn vader, begin juli. Mijn moeder, met haar gevoel voor stijl, heeft het gezellig gemaakt in huis. Ik weet dat mijn vader zich vanochtend behulpzaam heeft getoond. Hij zou de slagroom kloppen, voor op de koffie. Niemand heeft het kunnen proeven. In zijn ijver klopte hij de slagroom tot boter. Ach, het is allang vergeven en vergeten.
Op het tafeltje ligt een pakje sigaretten. Zo te zien Gladstone. Ik vind het fijn dat het een kartonnen doosje is en niet zo’n pakje North State, van zilverpapier en cellofaan. Die doosjes gebruiken wij voor een spelletje: De vierkante boven- en onderkant knippen wij in twee helften en dan komen ze op het stapeltje tussen het elastiekje. Op school, in het speelkwartier spelen wij het spel, meestal in tweetallen: om de beurt trek je een kaartje. Degene die een aansluitend kaartje laat zien, mag ze allebei hebben. Zo spaar je hele stapels, tot het elastiekje op knappen staat.
Onder het tafeltje ligt een stripboek. Daarin heeft mijn broer net nog liggen lezen. Hij heeft het zichzelf geleerd en leest in alle denkbare houdingen alles wat hij te pakken kan krijgen. Hij houdt van leren. Hij leert graag iets uit het hoofd. De Bijbelboeken, bijvoorbeeld, of de namen van de zonen van Jacob. Hij oefent vaak in bed en als hij het onder de knie heeft, gaat hij naar de woonkamer om het mijn ouders te laten horen. Het levert hem soms een dubbeltje op, zo trots is mijn vader dan. Ook is hij heel goed in rekenen. De tafels kent hij in een mum van tijd op zijn duimpje. En ’t liefst de moeilijkste het eerst, de rest is een peulenschil.

Opa vindt dat leuk. Mijn vader heeft hem natuurlijk verteld dat zijn oudste zoon de Bijbelboeken uit zijn hoofd kan opzeggen. Dat wordt gewaardeerd. Niet alleen omdat het om de Bijbel gaat; ijver wordt zeer op prijs gesteld. En het is uiteindelijk de bedoeling dat je wat bereikt in het leven.
Er wordt gelachen; de opgestoken wijsvinger van opa duidt erop dat hij een van zijn favoriete woordgrapjes te berde heeft gebracht.

Ja, opa. Ongemerkt hebben wij veel van hem geleerd. Hij moest eens weten hoe groot zijn invloed is geweest op ons leven. En wat die briljante kleinzoon met zijn ijver en zijn inzicht heeft bereikt.

Zie ook: Een foto met een verhaal http://wp.me/p36K0e-2E