Wintergloed

wintergloed

De zon zakt langzaam
Achter de kale bomen van de begraafplaats
Boven de tuintjes stijgt de damp omhoog
Alle tuinders zijn al naar huis

Ik boen spa en hark schoon
En zet ze in het hoekje van de kas
Een voldaan gevoel
Gespit, geharkt, gesnoeid
Niet eerder leek het zomer in december

Ik stamp dikke klonten aarde
Van mijn schoenen
Met een paar prachtige pastinaken
Loop ik trots naar mijn fiets

In een laatste zonnestraal
Licht de verdorde hemelsleutel op
Wintergloed
Geluk op de vierkante meter

Groet van de grutto

DSC00627

Om met Poehbeer te spreken
Vandaag was mijn lievelingsdag:

De magnolia even verderop
Barst stralend open in bloei
De treurwilgen langs de sloot
Hullen zich gestaag in meer teer lentegroen
De twee goudvissen in het vijvertje
Warmen zij aan zij hun rug in de zon
Een jong rood katertje ziet het
Met verbaasde amberkleurige ogen aan

Twee geraniums overleefden de winter
En krijgen verse aarde om het te vieren
De eksters rusten in de appelboom
Vol ijver bouwden zij hun nest

De narcissen op de tuintafel
Verrassen mij met hun onstuitbare bloei

Heerlijk frisse lentelucht
Voelbare warmte van de zon

Maar het meest nog is het een poeh-dag
Omdat om tien voor half drie
De eerste grutto zich opeens laat horen

Zelfs met zo’n lange vlucht in de vleugels
Valt het hem niet te zwaar om
Zijn roepnaam met kracht over ons uit te storten
We zullen het weten

Grutto grutto grutto
De lente is nu pas echt begonnen

Hoe rood wil je het hebben?

20140403_134955

Tomatenzaad en wat geduld
De perfecte basis
Voor tomatenplantjes
Na de rijke bloei
Tomaten in overvloed
Geregen aan keurige trossen
Geurig, rijp en rood
Precies die kleur
Waarvan men zegt
Tomaatrood

Uit bietenzaad breken
Tere plantjes in rood en groen
Die onder de grond
In het diepste geheim
Transformeren tot stevige knollen
Rode biet, rode kroot
Bietenrood

Geraniumzaad
In warme, vochtige aarde
Metamorfose tot de ware gedaante
Geranium in spe
Vertederend, ontroerend
Met een volmaakt geschulpt blaadje
Hunkerend naar zijn trofee
De bloem
Geraniumrood

Zo beschrijven wij
Oneindig veel schakeringen
Van kleur

Maar
Neem het woord niet in de mond
Om de essentie te duiden

Hoe kleur aan ons verschijnt
Is niet in woorden te vatten

Het wordt slechts blozend stamelen
Zo rood
Had je het liever niet gehad

Een lief hart

400px-Pieter_Bruegel_the_Elder_-_The_Tower_of_Babel_(Vienna)_-_Google_Art_Project_-_edited

Hij is een Koerd. Een vriendelijke man. Ik ontmoet hem regelmatig op het volkstuincomplex. Hij houdt ervan een praatje te maken. Dat valt nog niet mee, een gesprek met hem voeren. Hij woont al zo’n twintig jaar in Nederland, maar de taal beheerst hij slecht. Soms is het gissen wat hij bedoelt en hij begrijpt ook niet alles wat wij zeggen. En daarbij gaat het uiteraard nog het meest om wat er ‘tussen de regels’ wordt gezegd. Hier hebben we te maken met een cultuurbarrière. Maar er is geen probleem wanneer het over de tuin gaat, een concreet onderwerp; met aanwijzen kom je ook een heel eind.

Hij werkt hard in zijn tuin. Hij kan goed tuinieren. Hij zaait veel, en geeft ook makkelijk plantjes weg. De paprika’s die wij vorig jaar aten, kwamen van hem. Ook is hij regelmatig bereid om je op een of andere manier van dienst te zijn met advies. Dit moet je nu zaaien, oogsten, planten, wieden. In het begin had ik het gevoel dat ik hem een beetje moest afhouden, dat hij te opdringerig zou worden. Maar niets van dat alles. Het is allemaal goed bedoeld. Kortom, hij stelt zich sociaal op, is vriendelijk. Een warme man, zoals een medetuinierster het uitdrukte.

Ook is hij op andere manieren handig. Een kas bouwen, daarvoor draait hij zijn hand niet om. Alle materialen komen van pas. Of het er een beetje netjes uit ziet, is van minder belang. Of het veilig is, je je handen er niet aan open haalt, ach, dat ook. Maar hij is bereid om kleine aanpassingen te doen, op verzoek.

Gisterochtend was ik op de tuin. Het was prachtig weer: licht en stil, warm en vrolijk. Vogels doen hun best op liefdesliedjes. Lieveheersbeestjes koesteren zich in het zonnetje op een warme steen. Heerlijk rustig is het. Hier en daar zijn mensen, zonder jas, bezig met spitten, harken, zaaien. Belofte van een nieuw, hopelijk vruchtbaar jaar.

Wanneer ik het onkruid naar de belt wil brengen, staat hij plotseling voor me op het pad. Zo goed en zo kwaad als het gaat ontspint zich een koetjes-en-kalfjesgesprek. Vind ik zijn tuin er niet mooi bijliggen? Alles gespit en geharkt. Bedjes gemaakt. In de opgeknapte kas heeft hij al het een en ander gezaaid, paprika’s onder andere. Bij hem is er geen sprietje onkruid meer te zien. En zo’n mooie dag! Zon!

Dan, ineens, komt het hoge woord eruit. Hij daar, hij wijst met zijn hoofd in de richting van een tuin, even verderop, heeft ruzie met hem gemaakt. ‘Hij daar’ had tegen hem geroepen, geschreeuwd alsof hij een kind was.

Ik weet waar hij op duidt. Twee dagen geleden was ik op de tuin en heb het zien en horen gebeuren. Maar het was geen ruzie, er was niemand boos, er werd ook niet geschreeuwd.
Toen de Koerd een enorme stapel metalen buizen achter het kruiwagenhok wilde dumpen, werd hij daarvan weerhouden. Een van de bestuursleden die dit zag, riep, naar hem toe lopend, dat dat niet de bedoeling was. Hij legde het ook uit: Het hele complex was net opgeruimd, een enorme container met troep was afgevoerd. Dus nu geen afval meer op die plaats, graag. Dat kan beter naar de oud-ijzerboer. Doordat dit zeer stellig werd geponeerd, leek het misschien of er boze woorden werden gebruikt.
Er is duidelijk sprake van een misverstand. En onbegrip. Maar ik laat hem zijn frustratie uiten.
“Ik wil altijd aardig zijn”, zegt hij tegen mij. Ik zie zijn donkere ogen glazig worden. Maar mensen moeten ook aardig tegen hem doen. Gewoon tegen hem praten, niet schreeuwen. En hij vertelt dat hij twaalf jaar gevangen heeft gezeten en is gemarteld; hij is politiek vluchteling. Als iemand zijn stem verheft, komt het verleden weer naar boven. Dat is niet goed voor zijn gezondheid, voor zijn hart. Hij is voor rede vatbaar, maar niet zomaar boos worden op hem.

Ik begrijp wat er aan de hand is. Hoe gevoelig hij is voor – vermeende – bevelen. Ik zeg dat ik met de bewuste persoon zal praten, maar ook dat ik zeker weet dat er geen kwaad achter zit. Dat ik ervan overtuigd ben dat het niet zo bedoeld is, als hij het heeft ervaren. Juist die persoon is geen ruziemaker, integendeel. Het komt goed, zeg ik. Ik zal zorgen dat jullie het met elkaar uitpraten.

Hij lacht. “Ik geen boos hart”, zegt hij, “ik lief hart.” En hij legt zijn hand op die plaats. Terwijl hij me paprikaplanten belooft, voel ik mijn ogen vochtig worden.

DSC09233

De foto van De Toren Van Babel, van Pieter Brueghel de Oude, komt van het internet.

Kaardenbol

DSC05746

Statig en stijf rechtop
De stekelige stengel langgerekt
Verheven boven het kleine grut
In de zomerse tuin
Vangt zij de stralen van zon en regen
De zachtlila bloempjes in kransen

Vanuit het midden
Bloeit zij in fasen
Niet te veel ineens
Beheerst, bedachtzaam bijna

Gezweef en gezoem rondom
Ze weten haar te vinden
Vlinders, hommels, bijen
Terwijl deze zich wijden
Aan de magie van het leven
Bestuiven, bevruchten
Begerig naar nectar
Vinden in bladerbekkens
In verzameld regenwater
Vele vliegers en kruipers
De dood

Ook zij sterft tenslotte
Barstensvol zaden
Vogelverwennerij

Door de wind geschud
Verspreidt zij haar nageslacht
Over de donkere, koude aarde
Geknakt, niet gebroken

De toekomst is dichterbij
Dan gedacht
Leven genesteld in dood

DSC09030

——————————————————————————————————————

Een jaar geleden mijn eerste blog: Sneeuw, http://wp.me/s36K0e-sneeuw

Blue monday

DSC08114

Er is altijd
Een geluk bij een ongeluk

De andijvie
Zo zorgvuldig gezaaid
Gekoesterd

Staat vandaag ineens
Op stevige stengels
Voorzichtig
In bloei

Dus
Geen andijviesla
Geen andijviestamp
Ook niet gekookt
Met een sausje

Maar genieten
Van
De blauwe bloempjes
Reikend naar het blauw
Van de hemel

Mijmerend
Welk blauw
Is het blauwst?

Met dank aan Adam en Eva

We zullen eten van het vette der aarde
In het zweet ons’ aanschijn
zullen wij de grond bewerken
Wie niet werkt zal ook niet eten
Wat je zaait zul je oogsten

En zo lust ik er nog wel een paar.
Maar het is waar:

Moe maar voldaan
Aarde onder de nagels
De spa terug in de schuur
De hark op de juiste manier
Opgeborgen
Eén zaaibed onder glas
En één onder een
Bijzonder aardig
Plastic koepeltentje

De gezaaide zonnepitten
Zijn opgegraven
En leeggegeten
Zwart-witte schilletjes
Op een hoopje
Dus weer gezaaid
Maar dieper
Zou het helpen?

De regenton loopt over
Net als ik
Het hoofd in de zon
-Na gedane arbeid is het goed rusten-
(ja, nog één)
Terwijl de ene na de andere
Vinkenslag weerklinkt
En de merel keurend in de aarde pikt
Ook hij leeft van het vette der aarde

DSC06601

Mijn schepping

De zwarte aarde is nog woest en ledig
Een grote chaos op het kleine stukje land    
Er zijn nog geen creërende gedachten
Gereedschap ligt nog doelloos aan de kant

Nu eerst het water en de aarde scheiden
Een bedding maken voor wat groeien moet
De vette klei zal zich gewonnen geven
En maakt het harde werken goed

De zon dringt langzaam door de wolken
De maan vervaagt, een zachte wind steekt op
Ik heb zojuist de laarzen aangetrokken
En neem de eerste aarde op de schop

Degene die niet werkt zal ook niet eten
Dus spit en hark ik, leg de nieuwe zaden klaar
De rug gekromd, de handen uit de mouwen
En dromend van een goede oogst dit jaar

DSC04298

Koningin van de nacht

Jaren geleden kreeg ik van mijn goede vriendin Ina een stekje van een vetplant, een soort grote lidcactus. Hoe hij heet weet ik niet, zei ze, maar als je hem liefdevol verwaarloost, bloeit hij ’s zomers met prachtige, geurende bloemen. Maar.. alleen ’s nachts. En één bloem tegelijk.

Zo gebeurde. Nadat het stekje eerst liefdevol was verzorgd -het moest natuurlijk wel gaan wortelen- liet ik het min of meer aan zijn lot over. Het resultaat was een grote plant, die na drie jaar besloot te gaan bloeien. Als een koningin van de nacht. De minimale knopjes die in april verschenen, waren uitgegroeid tot enorme bloemen, die door het hele huis hun zoete geur verspreidden.

Op mijn beurt gaf ik weer stekjes door. Mijn moeder, met haar groene vingers, wist er een enorme plant van te kweken, die op het hoogtepunt wel twintig knoppen voortbracht en soms zelfs met meerdere bloemen tegelijk bloeide. Zij wist me te vertellen dat het hier ging om een tropische plant met de naam… “koningin van de nacht”.
Toch legde deze plant na verloop van vele jaren het loodje. Ook die van mij.

Dat op verschillende plaatsen de oerplant van Ina doorleeft, bleek twee jaar geleden. Vriendin M zou voor een aantal jaren naar Afrika vertrekken. Of ik voor haar “koningin” wilde zorgen.

Vorige zomer bloeide de plant met negen bloemen. Ik heb weer een stekje.

DSC06424