Herkenning

DSC00344

Dat jij het nu net moest zijn hier op mijn arm
Met dat stille lachje kleine rakker
Ik ken jou al langer dan vandaag

Jij gestold stof van lichtjaren ver
Vond mijn schoot blindelings
Op de tast en zo zeker als
Een plus een drie is

Stof, fijn glinsterend sterrenstof
Goud voor het haar en mangaan voor het oog
Waaierde uit, ving licht, sprankjes hoop

Jezus, wat goed dat je hier bent
Mijn God
Dat wij elkaar kennen is zo zeker
Als zonlicht weerkaatst op de maan

De dans is begonnen en wij
Wisselende gedaantes
Kijken en zien en
Wervelen mee in weerwil van onszelf

En lachen, geen schaterend niets
Maar fijntjes, herkennend lachen
Oog in oog genietend voor even
Het weten in een flits en voorbij

Verbergen wij onze tranen tot later
Als er geen later meer is
Als het hout ons kluistert aan de aarde
En de nacht zich over het gebeente ontfermt

Advertenties

Verbroken betovering

001

Elke kerst komen ze weer even boven
De beelden van vroeger

De tafel versierd met takjes en rood lint
Krentenbrood met roomboter bij het ontbijt
Een sneeuwmankaars op een schoteltje
Naast ons kinderbord

Een bijzondere kerstdienst
Het kindje Jezus was geboren
Je geloofde het niet – je wist het zeker
Je hoorde zelfs de engelen zingen
En zag de herders aanbidden in de stal

’s Middags de kerstboomkaarsjes aan
Een emmer water in de buurt
Genoeg geoefend om de kerstliedjes
Op de blokfluit te kunnen spelen
Iedereen zong
Moeder las het kerstverhaal

Thee en een chocoladekransje met musket
Wat mijn broer aan wapens deed denken
Maar bij ons heerste vrede
We keken naar de kaarsjes
Die mochten opbranden tot het metalen knijpertje
Spannend als een takje knetterend schroeide
Dat is hars, zeiden wij en voelden ons kenners

Tijd voor het kerstdiner
Soep, een hoofdgerecht en ook nog een toetje
Mijn vader knipte de touwtjes door
En sneed de rollade
Nadat hij het grote mes had aangezet

Opblijven, een spelletje pim-pam-pet
En weten dat het de volgende dag
Nog steeds niet helemaal
Voorbij zou zijn

Wel anders
De betovering verbroken
Het uitgeholde restje sneeuwman
Als bewijs van de vergankelijkheid

Maar daarvan was je je nog niet bewust
Ook niet van het feit
Dat de herinnering voor altijd was geplant

Kerstglitter

DSC08920

Kerst, wat glitter en wat groen
De warme geuren van gezelligheid
Even rusten, even niets méér doen
Dan drijven op ’t verglijden van de tijd

En waar een eind is, is een nieuw begin
De uitersten zullen elkaar steeds raken
Het leven heeft ten allen tijde zin
Je moet er iets van zien te maken

Een gezellige kersttijd en een goed 2014!

Herodes op herhaling?

Maria

De kerstgroep was gebladderd en geblakerd
Nadat de vlammen in de school waren gedoofd
Jozef knielde zeer eerbiedig zonder hoofd
En ’t kindje Jezus was te heet gebakerd

Maria’s blik was uitgeblust en dof
De os en ezel keken enigszins verwaterd
Naar koningen die reeds waren genaderd
Hun geschenken niet veel meer dan stof

Een herder bracht het kind verkoolde broden
En telde stil zijn schapen zonder vacht
Dit alles kon gebeuren in één nacht

De beeldjes zijn met engelengeduld
Gelijmd, geschilderd en verguld
Weer was het niet gelukt het kind te doden

Overstag

bezoekHet was maar een klein dorpje, dus je kon niet veel verborgen houden. Er werd gekletst. Over iedereen, maar de laatste tijd vooral over hem. Hij was zijn hele leven al een buitenbeentje geweest. Hij had zich erbij neergelegd. Veel zou er niet veranderen. Hij verdiende zijn brood met zijn handen; vakwerk leverde hij. Dat wist ook iedereen. Klanten had hij genoeg. Zelfs uit het buitenland kwamen bestellingen.

Hij tuurde door de open deur van de werkplaats. Nog nooit had wachten zo lang geduurd. Werken was beter, het gaf afleiding. Een moeilijk klusje eiste al zijn aandacht op. Voor even. De onrust nam weer volledig bezit van hem. Hoe had dit zo kunnen lopen? Eerlijkheid was zijn motto. Had hij zich vergist? Had zijn blinde vertrouwen hem parten gespeeld? Hij smeet zijn gereedschap op de grond. Hoe goed kende hij haar eigenlijk?

De reis duurde nu al een week. Naarmate ze dichter bij huis kwam, viel de tocht haar zwaarder. Familiebezoek, had ze tegen hem gezegd. Het was nog waar ook. Hij had haar bevreemd aangekeken: “Waarom nu?” Ze hadden wel wat anders aan hun hoofd. Ze had zich zo gelukkig gevoeld. Overweldigd. Had ze niets moeten zeggen? Het geheim moeten bewaren? Maar ze was toch altijd zo eerlijk geweest? Goeie genade, ze voelde zich bijna wanhopig. Waarom accepteerde hij het niet?

Hij nam een besluit. Als het dan zo was, dan moest hij zich er maar in schikken. Terwijl hij zich bukte om zijn hamer op te rapen, zag hij haar kleine voeten, onder het stof. Hij richtte zich op. Zag haar ogen die angstig, afwachtend keken, vanonder de blauwe hoofddoek.

Hij nam haar in zijn armen, teder als altijd. “Jezus, Maria”, fluisterde hij schor, “laten we dat kind een thuis geven.”

img047

——————————————————————————————————————–

Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. Schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin een bepaald woord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: kerstpiekeren.

De illustraties komen uit het schitterende prentenboek: De Geboorte, van Julie Vivas

(N.B. Waarschijnlijk begrijpt iedereen wel dat Maria, blij verrast, haar aardse lover vriendelijk doch dringend verzocht zijn mond te gaan spoelen…..)