Niet ver

De ochtend ruikt naar herfst
Mussengetjilp, verder is het stil
Wat moet bloeien bloeit
Gemijmer bij een kop thee

Een heel leven als een dag
Die van gisteren bijvoorbeeld
Toen ik achterop -voeten op de stepjes
Mijn kinderhanden om zijn riem-
Door herfstig bos mijn jonge vader
Vergezelde naar de moestuin

Terwijl hij fluitend dor blad wegharkte
Andijvie en bieten oogstte
Volgde ik de aangestampte paadjes

De laatste zomerdagen
Niet ver van de boom valt een appel
Mijn kleindochter verheugt zich
Wieden en oogsten straks

De verjaardag

Jongens, vertel me, waar zijn nu toch ineens
Die lieve mollige handjes gebleven
Die gretig grepen naar speelgoed en koekjes
Ik lette zeker even niet op

En mannen, ook wil ik graag weten
Waar zijn die voetjes, in kleurige slofjes
Waarop jullie nieuwsgierig de wereld betraden
Ik heb waarschijnlijk iets gemist

En trouwens, hoe zit het met dat kleine lijfje
In schattig-stoere kleertjes
Bolle wangetjes en buikje, waar zijn ze nu
Had ik mijn ogen soms in mijn zak?

Jongens, zeg maar niets, zo gaat het dus
Het is verrassend jullie te zien groeien
Leuke peuters veranderen in leuke pubers
Ik kijk verrukt mijn ogen uit

Mijn tijd krimpt, jullie tijd rekt uit
Ik kijk terug, mijmer over vroeger
Jullie gaan in volle vaart het leven tegemoet
Met groot vertrouwen zie ik het gebeuren

Ships that pass en een babypakje

Het is niet druk bij de baby-afdeling van de Hema. Wij zijn met zijn tweeën. De dame pakt een babypakje van het rek en voelt aan het mouwtje. Ik ben op hetzelfde uit. “Leuk hè, die vosjes”, zeg ik, terwijl ik de goede maat zoek. “Ja”, zegt ze, “maar ik twijfel. Het kindje wordt in juli geboren, is het dan niet te warm met die lange mouwtjes?” “Ach, er zijn altijd wat koelere dagen, het lijkt mij dat het wel kan.”

De vrouw kijkt me aan. “Mijn dochter is zwanger. Ik ben zo blij voor haar!” Haar ogen vullen zich. “Hè, nu schiet ik vol. Het is ook zo bijzonder. Eenenveertig en een kinderwens. Maar geen partner. Wel naar gezocht hoor, maar ach, het lukte niet. En nu is ze toch in verwachting. Van een heel aardige man, een homo. Ook alleen en met een kinderwens.” “O, wat fantastisch. Wat dapper ook, dat ze die keuze heeft gemaakt!” “Ja, en ze wonen – toevallig ook weer – niet ver van elkaar en ze willen het kind samen opvoeden. Maar ze gaan niet samenwonen, natuurlijk. Dus”, besluit ze, “dan moet ik nu ook twee pakjes kopen. Neutraal, want ze weten nog niet wat het wordt. Deze kan ook, toch?” Ik knik. “Ik heb nog drie kleinkinderen, waar ik heel blij mee ben, maar dit vind ik zo mooi, ik had het nooit verwacht. En, ik val in herhalingen, maar ik ben vooral ook zo blij voor haar.” Ze legt twee pakjes over haar arm en kijkt me aan. Ze is nog lang niet uitgepraat. “Mag ik u een kop koffie aanbieden?”, flap ik eruit. “Ja, leuk, graag! Dan reken ik dit eerst even af.”

Even later warmen we onze handen aan een grote kop cappuccino. Het gesprek gaat gewoon verder, of we al jaren goede vriendinnen zijn, terwijl we elkaar blijven aanspreken met ‘u’. Levensverhalen worden uitgewisseld. We herkennen veel van elkaar. De seventies, weet u wel. Raakvlakken zijn er meer dan genoeg voor een levendig gesprek. Over werk, opleiding, relaties. Bizar eigenlijk, dat we dat zomaar met elkaar delen, maar op een of andere manier voelt het heel vertrouwd. Het is ook grappig, er valt veel te relativeren en te lachen.

Na een minuut of twintig lepelen we de laatste restjes schuim uit ons kopje. We nemen afscheid. Misschien komen we elkaar nog weer eens tegen, maar zo niet dan is het ook goed.

Voor nu is het gedicht van Henry Wadsworth Longfellow heel toepasselijk. Zo benoemen we deze ontmoeting ook en wensen elkaar veel geluk.

Ships that pass in the night
And speak each other in passing
Only a signal shown and a
Distant voice in the darkness
So on the ocean of life we pass
And speak one another
Only a look and a voice, then
Darkness again and a silence

O, jongens!

Waar was ik
Toen jullie bolle babybuikjes
Verdwenen als sneeuw voor de zon
En jullie veranderden
In gespierde spijkers

Waar was ik
Toen het spelen met autootjes,
Lego en dieren
Plotseling veranderde
In belangstelling voor het echte leven

Waar was ik
Toen het voorlezen van filosofische
Kinderboekjes
Veranderde in diepzinnige gesprekken
Over het heelal

Waar was ik
Toen “Mag het speelgoed
Tot morgen blijven staan?”
Veranderde in gedachten
Over geld verdienen, nu en later

O, jongens, de tijd vliegt
En ook jullie gaan veel sneller dan ik
Kan bijhouden

Maar gelukkig
Ik was er wel toen jullie gisteren opstonden
En ik zag het weer
Tot mijn grote vreugde

Ochtendhaar!

Stil genieten

De stilte was oorverdovend. Zo’n gewone uitdrukking. Maar soms voelt het toch echt zo. ‘Soms’ was de woensdag na de logeerpartij van mijn drie kleinkinderen in hun voorjaarsvakantie.

Terwijl ik de knutselspullen bij elkaar zocht en ze daarna met monopoly en damspel naar de logeerkamer bracht, miste ik de gezellige gesprekken. De enthousiaste uitroepen, de lieve vragen: “Hé oom, mag ik…..?”, en dan moet het wel een heel gek voorstel zijn, wil ik er geen toestemming voor geven. De pop baden in de afwasteil? Natuurlijk! ‘Melk’ maken van maïzena en water voor in de fles van de pop? Ook dat is goed. Koekjes bakken? Gezellig. Nóg een aflevering van Buurman en Buurman? Van de familie van der Ploeg? Vanzelfsprekend. Een half uur ‘op de tablet’? Ja hoor. Een vierde potje monopoly? Graag. Een kleurplaat uitprinten? Ga je gang, je weet hoe het werkt.
Zo verliepen er twee heerlijke dagen.

Ook de uitdrukking ‘stille getuigen’, is nogal belegen en versleten. Maar dit keer kwam ik er zoveel tegen; kleine getuigen van kleine gebeurtenissen.

Een druppel ‘hele goeie’ haargel op de badkamerspiegel.
Drie washandjes gebroederlijk naast elkaar op de radiator.
Drie lege tandenborstelbekers.
Een gekraakte, maar niet opgegeten walnoot in de schaal.
Een Pokémonkaart onder een hoofdkussen.
De ‘bijzondere’ schelp waar ineens een klein stukje van af is. Net als van de neus van het spekstenen nijlpaardje.
De nog nadruppende pop die in de keuken op de radiator zit op een stapeltje keukenpapier.
De lege verpakking van de maïzena in de keukenkast.
Een tictacje op de vloer voor de achterbank in de auto. In gedachten hoor ik de vraag: “Hoeveel mag je er?” De vraag die alleen gesteld wordt door kleindochter. De jongens houden zich bezig met de vraag wie er (eerlijk) aan de beurt is om het doosje open te maken en de snoepjes uit te delen. Ieder twee!
Een per ongeluk in de auto achtergelaten knuffeltje. Heel zielig natuurlijk. Zowel voor het knuffeltje als voor de liefhebbende eigenaresse.
Maar het mooiste en het liefste vind ik de tekst op het whiteboard in de keuken. Geschreven met een bijna lege stift, maar daarom niet minder dierbaar. Ik maak een foto…..

…… en dan pak ik de stofzuiger en zuig de restjes anijshagel op.

Zo klaar als een klontje

dsc04856

Ze is zeven jaar. De wereld is zo klaar als een klontje. What you see is what you get.

“Ik zie een wolkenkrabber, kijk, daar worden de wolken gemaakt.” We zitten in de trein naar Amsterdam. Haar broer van negen ziet waar ze naar wijst. Hij trekt zijn wenkbrauwen op. Een schoorsteen braakt dikke, witte wolken uit. “Nee joh, dat is rook van een fabriek. Wolkenkrabbers bestaan niet in Nederland.” En hij somt op in welke landen je zulke bouwwerken kunt zien. Zijn zus is het wel gewend, een veelweter als broer. Ze kijkt mij aan met een blik die boekdelen spreekt. Het zal best waar zijn wat hij vertelt, toch blijft ze bij haar standpunt. De magie mag nog niet verdwijnen. Ik laat haar in de waan, terwijl ik me erover verbaas dat er nog geen verhandeling komt over hoe wolken ontstaan. “Wat goed dat jij zoveel weet”, zeg ik tegen de kleine wijsneus tegenover mij en wijs kleindochter op de klimhal waar we nu langs rijden. Hier kun je leren klimmen, tot hoog in de wolken. Ze knikt.

Ze is nu acht. Haar wereld kantelt al, maar toch zijn er nog dingen waarover je je enorm kunt verbazen. Waar je ongecompliceerd blij van kunt worden. Gelukkig.

Ze zitten met zijn drieën achterin de auto. Er wordt een schema bijgehouden van wie er in het midden mag zitten. Zij zit nu aan de kant. De neefjes willen op de terugweg na de logeerpartij naast elkaar zitten, ze voelen zich zo verbonden. We rijden de brug over, links en rechts de fabrieken langs de Zaan. Ze zucht. “Rooook…..”, zegt ze dromerig. Ze heeft tenslotte een goed geheugen, die stomme fout van een jaar geleden zal ze niet meer maken. “CO2!”, roept haar neef van elf. Er volgt een verhandeling over luchtvervuiling, de ozonlaag en waar het allemaal toe kan leiden. Er klinkt instemmend gemompel naast hem. “Mooi hè, die rookwolken in het lamplicht”, zeg ik tegen haar. En tegen de kleine wijsneus achter mij: “Wat goed dat jij zoveel weet.”

Ja, denk ik, de wereld is voor jullie alle drie zo klaar als een klontje; het is maar net hoe je het bekijkt. Toch hoop ik dat de verwondering blijft.

Brief aan mijn kleindochter

N P

Lieve grote kleine meid,

Als ik van al de foto’s die ik van jou heb een fotoboek zou maken, kreeg dat de titel: Het meisje met de duizend gezichten. De mensen die ik het zou laten zien, zouden het bijna niet geloven, maar ik kan ze verzekeren dat het steeds om hetzelfde meisje gaat. Hoe je kijkt, is op elke foto weer anders. Bovendien zie je soms ook alleen maar je achterhoofd, omdat je dan he-le-maal geen zin hebt om op de foto te gaan.

Ik verbaas me soms over al die verschillende gezichtsuitdrukkingen: lief, wijs, uitdagend, kinderlijk, quasi volwassen, ernstig, vrolijk, schattig, speels, verlegen, boos, verdrietig, dromerig, vrouwelijk, vermaakt, grappig, uitbundig, ingekeerd, geïnteresseerd, nukkig, innemend, doortastend, stoer. En dit dan nog weer op heel veel verschillende manieren. Zo kom ik makkelijk aan de duizend gezichten van mijn kleindochter. Dat dit allemaal in jou zit….

Vandaag moet ik denken aan die dag acht jaar geleden dat je werd geboren. Een klein, piepklein meisje. Het eerste wat ik van je zag, was je kleine kopje met pikzwarte haartjes. Je wist ons, zo klein als je was, nog even op het verkeerde been te zetten, -je eerste practical joke- maar dat duurde niet lang. Al heel snel liet je zien wie je was: een lief, klein, innemend hummeltje met een grote eigen wil.

Je bent nog steeds lief en innemend, niet meer zo klein, maar jouw eigen wil kan niemand ontgaan. Je bent een meisje dat telkens weer verrast en verbaast. Jouw moeder kent je natuurlijk heel goed, maar ik weet zeker dat ook zij nog wel eens voor verrassingen komt te staan.

Lieve meid, in deze brief kan ik je natuurlijk goede raad geven. Ik zou je ideeën aan de hand kunnen doen, waardoor sommige dingen in je leven makkelijker zullen gaan. Maar ik doe het niet. Niet dat jij er niet naar zou luisteren, maar omdat ik weet, dat jij de dingen het liefst op je eigen manier doet. En tot nu toe gaat dat heel goed.

Je hebt een groot gevoel voor schoonheid. Je staat op een positieve manier in het leven; je haalt eruit wat erin zit.
Dat is de basis van al je mogelijkheden, je ideeën, je invallen, je inventiviteit, je oplossingen, je grapjes, je serieuze voorstellen, je dromerijen, je berusting (soms….), je creativiteit, je enthousiasme, je originaliteit, je handigheid, je aandacht. Je liefde.
Het maakt je een open boek.

Maar het maakt je vooral: mijn lieve kleindochter. Ik heb maar één wens: blijf dat nog heel lang!

Heel veel liefs,
Oma.

——————————————————————————————————————-

En natuurlijk heb ik de kleinzoons ook ooit een brief geschreven: https://ajroc.wordpress.com/2015/06/25/brief-aan-mijn-kleinzoons/

Kunstkennertje

20160229_124800

Hij houdt van lijstjes
De behendigste voetballer
De beste keeper
De snelste wielrenner
Maar ook
De tien beroemdste schilderijen

Een daarvan gaan wij bekijken
Het staat op nummer acht
Hij droomt ’s nachts dat hij voor het grote doek staat
Zal hij de beschadigingen
Nog kunnen zien?
Zal hij de schilder op het doek herkennen?

De plattegrond in de hand
Loopt hij bijna rechtstreeks naar de juiste zaal
En daar, aan het eind
Hangt breeduit waar hij zich zo op had verheugd
De Nachtwacht

Je ziet niks meer van de krassen
Zegt hij, bijna opgelucht
Wel ziet hij twee keer Rembrandt
En de kapitein vindt hij het mooist geschilderd

Als hij later directeur wordt van dit museum
Koopt hij De Volharding der Herinnering
Van Salvador Dali

Maar nu is hij nog even verdiept
In de Bedreigde Zwaan van Asselijn
Die op zijn eigen lijstje komt
Van de tien mooiste schilderijen ever

Alles op zijn tijd

img135

—————————————————————————————————————–

De afbeelding van het schilderij De Bedreigde Zwaan komt van het internet.

Cadeautje

rose
Ze zet een vrolijk feesthoedje op
En kijkt me uitdagend aan
Ze fluit schel een paar tonen
Grijnst
En huppelt weg in haar roze tule jurk

Naar buiten
Waar gele bladeren feestelijk
Opwaaien in de wind
Ze duikt op achter de heg
En wervelt weer naar binnen

De frisse buitenlucht volgt haar op de voet
En vlecht zich door haar lange haar

De kaarsjes op de taart
Spiegelen in de grote dromerige ogen
Haar blik dwaalt door de ruimte

Ik probeer hem te vangen
Het lukt
Nu steekt ze haar tong door het gat
Waar gisteren nog een melktand
Aan een zijden draadje hing

De Mona-Lisa-glimlach van een meisje
Van zeven
Een waardevol geschenk

Iets harder dan anders

IMG-20151114-WA0005

Het is feest
Kleinzoon wordt tien jaar
Een leeftijd met twee cijfers
Wat vliegt de tijd

We noemen hem natuurlijk groot
Dat vindt hij fijn
Maar wij zijn stiekem blij
Dat hij nog onbevangen kind is

Er is snoep en taart
De roze nepchampagne borrelt in de glazen
Lang zal hij leven, zingen we
Uit volle borst en misschien net iets harder
Dan andere jaren

Wij volwassenen weten hoever het kan komen
Als onverschilligheid de boventoon voert
En levens geen waarde hebben

Hier knalt alleen een ballon
En hoor je het repeterend getik
Van de sjoelstenen
Kaarsjes branden op de taart
De bloemen zijn voor de stralende moeder

Vrolijk gelach, blije gezichten
Kinderen met toekomst
In wie de levenslust bruist

O, laat hen toch gespaard blijven
Voor ’s werelds ongekende wreedheid
En laat hun hele leven
Als het kan
Een roze feestje zijn