Stil genieten

De stilte was oorverdovend. Zo’n gewone uitdrukking. Maar soms voelt het toch echt zo. ‘Soms’ was de woensdag na de logeerpartij van mijn drie kleinkinderen in hun voorjaarsvakantie.

Terwijl ik de knutselspullen bij elkaar zocht en ze daarna met monopoly en damspel naar de logeerkamer bracht, miste ik de gezellige gesprekken. De enthousiaste uitroepen, de lieve vragen: “Hé oom, mag ik…..?”, en dan moet het wel een heel gek voorstel zijn, wil ik er geen toestemming voor geven. De pop baden in de afwasteil? Natuurlijk! ‘Melk’ maken van maïzena en water voor in de fles van de pop? Ook dat is goed. Koekjes bakken? Gezellig. Nóg een aflevering van Buurman en Buurman? Van de familie van der Ploeg? Vanzelfsprekend. Een half uur ‘op de tablet’? Ja hoor. Een vierde potje monopoly? Graag. Een kleurplaat uitprinten? Ga je gang, je weet hoe het werkt.
Zo verliepen er twee heerlijke dagen.

Ook de uitdrukking ‘stille getuigen’, is nogal belegen en versleten. Maar dit keer kwam ik er zoveel tegen; kleine getuigen van kleine gebeurtenissen.

Een druppel ‘hele goeie’ haargel op de badkamerspiegel.
Drie washandjes gebroederlijk naast elkaar op de radiator.
Drie lege tandenborstelbekers.
Een gekraakte, maar niet opgegeten walnoot in de schaal.
Een Pokémonkaart onder een hoofdkussen.
De ‘bijzondere’ schelp waar ineens een klein stukje van af is. Net als van de neus van het spekstenen nijlpaardje.
De nog nadruppende pop die in de keuken op de radiator zit op een stapeltje keukenpapier.
De lege verpakking van de maïzena in de keukenkast.
Een tictacje op de vloer voor de achterbank in de auto. In gedachten hoor ik de vraag: “Hoeveel mag je er?” De vraag die alleen gesteld wordt door kleindochter. De jongens houden zich bezig met de vraag wie er (eerlijk) aan de beurt is om het doosje open te maken en de snoepjes uit te delen. Ieder twee!
Een per ongeluk in de auto achtergelaten knuffeltje. Heel zielig natuurlijk. Zowel voor het knuffeltje als voor de liefhebbende eigenaresse.
Maar het mooiste en het liefste vind ik de tekst op het whiteboard in de keuken. Geschreven met een bijna lege stift, maar daarom niet minder dierbaar. Ik maak een foto…..

…… en dan pak ik de stofzuiger en zuig de restjes anijshagel op.

Zo klaar als een klontje

dsc04856

Ze is zeven jaar. De wereld is zo klaar als een klontje. What you see is what you get.

“Ik zie een wolkenkrabber, kijk, daar worden de wolken gemaakt.” We zitten in de trein naar Amsterdam. Haar broer van negen ziet waar ze naar wijst. Hij trekt zijn wenkbrauwen op. Een schoorsteen braakt dikke, witte wolken uit. “Nee joh, dat is rook van een fabriek. Wolkenkrabbers bestaan niet in Nederland.” En hij somt op in welke landen je zulke bouwwerken kunt zien. Zijn zus is het wel gewend, een veelweter als broer. Ze kijkt mij aan met een blik die boekdelen spreekt. Het zal best waar zijn wat hij vertelt, toch blijft ze bij haar standpunt. De magie mag nog niet verdwijnen. Ik laat haar in de waan, terwijl ik me erover verbaas dat er nog geen verhandeling komt over hoe wolken ontstaan. “Wat goed dat jij zoveel weet”, zeg ik tegen de kleine wijsneus tegenover mij en wijs kleindochter op de klimhal waar we nu langs rijden. Hier kun je leren klimmen, tot hoog in de wolken. Ze knikt.

Ze is nu acht. Haar wereld kantelt al, maar toch zijn er nog dingen waarover je je enorm kunt verbazen. Waar je ongecompliceerd blij van kunt worden. Gelukkig.

Ze zitten met zijn drieën achterin de auto. Er wordt een schema bijgehouden van wie er in het midden mag zitten. Zij zit nu aan de kant. De neefjes willen op de terugweg na de logeerpartij naast elkaar zitten, ze voelen zich zo verbonden. We rijden de brug over, links en rechts de fabrieken langs de Zaan. Ze zucht. “Rooook…..”, zegt ze dromerig. Ze heeft tenslotte een goed geheugen, die stomme fout van een jaar geleden zal ze niet meer maken. “CO2!”, roept haar neef van elf. Er volgt een verhandeling over luchtvervuiling, de ozonlaag en waar het allemaal toe kan leiden. Er klinkt instemmend gemompel naast hem. “Mooi hè, die rookwolken in het lamplicht”, zeg ik tegen haar. En tegen de kleine wijsneus achter mij: “Wat goed dat jij zoveel weet.”

Ja, denk ik, de wereld is voor jullie alle drie zo klaar als een klontje; het is maar net hoe je het bekijkt. Toch hoop ik dat de verwondering blijft.

Brief aan mijn kleindochter

N P

Lieve grote kleine meid,

Als ik van al de foto’s die ik van jou heb een fotoboek zou maken, kreeg dat de titel: Het meisje met de duizend gezichten. De mensen die ik het zou laten zien, zouden het bijna niet geloven, maar ik kan ze verzekeren dat het steeds om hetzelfde meisje gaat. Hoe je kijkt, is op elke foto weer anders. Bovendien zie je soms ook alleen maar je achterhoofd, omdat je dan he-le-maal geen zin hebt om op de foto te gaan.

Ik verbaas me soms over al die verschillende gezichtsuitdrukkingen: lief, wijs, uitdagend, kinderlijk, quasi volwassen, ernstig, vrolijk, schattig, speels, verlegen, boos, verdrietig, dromerig, vrouwelijk, vermaakt, grappig, uitbundig, ingekeerd, geïnteresseerd, nukkig, innemend, doortastend, stoer. En dit dan nog weer op heel veel verschillende manieren. Zo kom ik makkelijk aan de duizend gezichten van mijn kleindochter. Dat dit allemaal in jou zit….

Vandaag moet ik denken aan die dag acht jaar geleden dat je werd geboren. Een klein, piepklein meisje. Het eerste wat ik van je zag, was je kleine kopje met pikzwarte haartjes. Je wist ons, zo klein als je was, nog even op het verkeerde been te zetten, -je eerste practical joke- maar dat duurde niet lang. Al heel snel liet je zien wie je was: een lief, klein, innemend hummeltje met een grote eigen wil.

Je bent nog steeds lief en innemend, niet meer zo klein, maar jouw eigen wil kan niemand ontgaan. Je bent een meisje dat telkens weer verrast en verbaast. Jouw moeder kent je natuurlijk heel goed, maar ik weet zeker dat ook zij nog wel eens voor verrassingen komt te staan.

Lieve meid, in deze brief kan ik je natuurlijk goede raad geven. Ik zou je ideeën aan de hand kunnen doen, waardoor sommige dingen in je leven makkelijker zullen gaan. Maar ik doe het niet. Niet dat jij er niet naar zou luisteren, maar omdat ik weet, dat jij de dingen het liefst op je eigen manier doet. En tot nu toe gaat dat heel goed.

Je hebt een groot gevoel voor schoonheid. Je staat op een positieve manier in het leven; je haalt eruit wat erin zit.
Dat is de basis van al je mogelijkheden, je ideeën, je invallen, je inventiviteit, je oplossingen, je grapjes, je serieuze voorstellen, je dromerijen, je berusting (soms….), je creativiteit, je enthousiasme, je originaliteit, je handigheid, je aandacht. Je liefde.
Het maakt je een open boek.

Maar het maakt je vooral: mijn lieve kleindochter. Ik heb maar één wens: blijf dat nog heel lang!

Heel veel liefs,
Oma.

——————————————————————————————————————-

En natuurlijk heb ik de kleinzoons ook ooit een brief geschreven: https://ajroc.wordpress.com/2015/06/25/brief-aan-mijn-kleinzoons/

Kunstkennertje

20160229_124800

Hij houdt van lijstjes
De behendigste voetballer
De beste keeper
De snelste wielrenner
Maar ook
De tien beroemdste schilderijen

Een daarvan gaan wij bekijken
Het staat op nummer acht
Hij droomt ’s nachts dat hij voor het grote doek staat
Zal hij de beschadigingen
Nog kunnen zien?
Zal hij de schilder op het doek herkennen?

De plattegrond in de hand
Loopt hij bijna rechtstreeks naar de juiste zaal
En daar, aan het eind
Hangt breeduit waar hij zich zo op had verheugd
De Nachtwacht

Je ziet niks meer van de krassen
Zegt hij, bijna opgelucht
Wel ziet hij twee keer Rembrandt
En de kapitein vindt hij het mooist geschilderd

Als hij later directeur wordt van dit museum
Koopt hij De Volharding der Herinnering
Van Salvador Dali

Maar nu is hij nog even verdiept
In de Bedreigde Zwaan van Asselijn
Die op zijn eigen lijstje komt
Van de tien mooiste schilderijen ever

Alles op zijn tijd

img135

—————————————————————————————————————–

De afbeelding van het schilderij De Bedreigde Zwaan komt van het internet.

Cadeautje

rose
Ze zet een vrolijk feesthoedje op
En kijkt me uitdagend aan
Ze fluit schel een paar tonen
Grijnst
En huppelt weg in haar roze tule jurk

Naar buiten
Waar gele bladeren feestelijk
Opwaaien in de wind
Ze duikt op achter de heg
En wervelt weer naar binnen

De frisse buitenlucht volgt haar op de voet
En vlecht zich door haar lange haar

De kaarsjes op de taart
Spiegelen in de grote dromerige ogen
Haar blik dwaalt door de ruimte

Ik probeer hem te vangen
Het lukt
Nu steekt ze haar tong door het gat
Waar gisteren nog een melktand
Aan een zijden draadje hing

De Mona-Lisa-glimlach van een meisje
Van zeven
Een waardevol geschenk

Iets harder dan anders

IMG-20151114-WA0005

Het is feest
Kleinzoon wordt tien jaar
Een leeftijd met twee cijfers
Wat vliegt de tijd

We noemen hem natuurlijk groot
Dat vindt hij fijn
Maar wij zijn stiekem blij
Dat hij nog onbevangen kind is

Er is snoep en taart
De roze nepchampagne borrelt in de glazen
Lang zal hij leven, zingen we
Uit volle borst en misschien net iets harder
Dan andere jaren

Wij volwassenen weten hoever het kan komen
Als onverschilligheid de boventoon voert
En levens geen waarde hebben

Hier knalt alleen een ballon
En hoor je het repeterend getik
Van de sjoelstenen
Kaarsjes branden op de taart
De bloemen zijn voor de stralende moeder

Vrolijk gelach, blije gezichten
Kinderen met toekomst
In wie de levenslust bruist

O, laat hen toch gespaard blijven
Voor ’s werelds ongekende wreedheid
En laat hun hele leven
Als het kan
Een roze feestje zijn

Brief aan mijn kleinzoons

img017

Dit is een brief aan mijn twee favoriete kleinzoons. Hij is voor beiden. Ik had beloofd een keer een blog te schrijven, speciaal voor hen. Het is natuurlijk niet een echt persoonlijke brief. Die zou ik gewoon met de hand schrijven, in een envelop doen, er een mooie postzegel op plakken en via slakkenpost laten bezorgen.
Ik hoor ze al zeggen: “Maar oma, je hebt toch maar twee kleinzoons?” Precies, jongens, zo is het. Twee geweldige kleinzoons. Allebei verschillend. Allebei favoriet.

Lieve jongens,

Het schooljaar is bijna voorbij. In het afgelopen jaar heb ik jullie zien groeien van eind-groep-vier-jochies tot begin-groep-zes-knullen. Ik bedoel dat jullie een stuk wijzer zijn geworden. Dat merk ik bijvoorbeeld aan jullie onbetaalbare one-liners, de antwoorden die jullie geven, de vragen die jullie stellen, aan jullie blik, humor (goeie moppen!) en spel. Natuurlijk zag ik dat vroeger ook bij jullie moeders, maar het lijkt wel of al die zaken veel meer opvallen bij je kleinkinderen. Gek genoeg.

Jullie gaan nu eerst fijn vakantie vieren. Geen school, geen verplichtingen, niet op tijd je bed uit en opschieten, maar nieuwe ervaringen opdoen, reizen, spelen, zwemmen, voetballen en luieren.

Jullie zijn heel veel in mijn gedachten. Ik zie hoe goed en leuk jullie worden opgevoed. Het is dus eigenlijk overbodig, maar ik wil jullie toch wat tips geven; oma’s goede raad…..
Daar komt-ie:

1. Doe alles wat je doet zo goed als je kunt. Het leven is geen wedstrijdje; je hoeft niet beter te zijn dan een ander. Doe alles op jouw manier, maar wel zo goed mogelijk. Met aandacht. Dat geldt ook voor later, als je een beroep moet kiezen. Word je voetballer? Atleet? Bioloog? Autocoureur? Zorg dat je heel goed wordt. Maar ook als je vuilnisman zou worden, word een goede vuilnisman. (Weet je trouwens dat vuilnismannen onmisbaar zijn? Dat als zij er niet waren er overal troep zou liggen, en er erge ziektes zouden uitbreken? Punt 1a is dan ook: Kijk nooit op anderen neer.)

2. Wees eerlijk. Iedereen doet weleens iets wat niet goed is, wat niet de bedoeling was, wat achteraf gezien een beetje dom was. Kom er gewoon voor uit. De waarheid is altijd waar.

3. Maak fouten. Er wordt vaak gezegd: van je fouten leer je. Oké, maak gewoon een heel rijtje sommen fout, weer wat geleerd. Nee, zo werkt het natuurlijk niet. Van het verbeteren van je fouten leer je. Daar sluit punt 4 op aan, kijk maar:

4. Durf te vragen. Weet je iets niet, of niet zeker? Vraag het. Aan je ouders, je meester of juf, je nichtjes, je zusje, je tante of oom. Of gewoon aan je oma, natuurlijk 😉 Wie vraagt wordt wijs. En dat is mooi meegenomen, toch?

5. Kwets niemand. Wees aardig. Ik zal niet zeggen dat je geen ruzie meer mag hebben. Dat is namelijk onmogelijk. Engeltjes wonen in de hemel. Op aarde wonen mensen en die doen wel eens lelijk tegen elkaar. Als het je niet gelukt is tijdens een ruzie op je woorden te letten, denk er dan even over na. Misschien kun je je excuses aanbieden, sorry zeggen. Zeg eens iets aardigs tegen iemand, zomaar. Geef een complimentje. Je zult zien, je krijgt ze ook terug. (In mijn oude poëziealbum staat een heel kort gedichtje, maar het is heel waar: Wie goed doet, goed ontmoet.)

6. Wees jezelf. Je hoort heel vaak dat mensen dat zeggen. Ik zeg het nu ook tegen jullie, terwijl ik niet eens goed weet wie ik zelf ben. Weet jij wie je zelf bent? Ken jij jezelf heel goed? Misschien jullie wel, hoor! Volgens mij gaat het erom dat je niet zomaar iets doet wat iemand anders voorstelt, als je niet het gevoel hebt dat je het er helemaal mee eens bent. Als het niet goed voor je voelt, doe het dan niet. Vraag jezelf af: past dit wel bij mij? Hoort dit bij mij? Word ik hier blij van? Wordt een ander hier blij van?

7. Blijf lachen! Nou, dat was wel een beetje veel hè? Allemaal van die serieuze dingen. Maar het leven is uiteindelijk helemaal niet zo serieus. Er valt genoeg te lachen. Lachen maakt het hele leven licht.

En dan tot slot nog dit:
Ken je die mop van die twee jongens die bij hun oma gingen logeren? Nou, die hadden zoveel plezier. Ze speelden de hele dag, lieten goeieriken het winnen van slechteriken, voetbalden op het pleintje, aten stapels pannenkoeken, lagen uren in bed te keten, wilden appel met honing en kaneel als ze niet konden slapen, ontwierpen legobouwsels, tekenden woeste monsters, zochten zakken vol kastanjes. Maar ze werden ook langzamerhand te groot voor de plastic kinderbordjes. Ze konden best zelf de weg naar het pleintje vinden, zonder oma. Ze waren bezig op te groeien tot de bijzondere mensen die ze hun hele leven al waren……. Dat is toch echt een goeie grap. Of niet?

Dag jongens, een fijne vakantie.

Veel liefs van oma.

Toch nog onverwacht…

DSC05661

Zijn donkere ogen zijn nog vochtig
Als hij met een zucht en een naschokkend lijfje
Aan tafel gaat zitten en
De stiften uitzoekt die hij gebruiken wil
Om het doosje te versieren

Op het aanrecht ligt op een wit schaaltje
De liefste vis die hij ooit had
Het staartje dat haar zoveel jaren
Als een sluier volgde
Niet meer dan een streepje in een restje vocht
Het lamplicht slaat vonken uit de oranje schubben
Wat weet zij van het groot verdriet
Van de leegte die zij achterlaat

Zonnebloem ik hou van jou
En in hoge blauwe golven zwemt zij
Om de dood te bezweren

Zijn vader haalt de schep
Uit de schuur
Onder de sering is een mooi plekje
Voor een klein vissengraf

En volgende week of overmorgen al
Zal hij vriendschap sluiten
Met een nieuwe vis

IMG_20150114_171239

Confusions about a goldfish

download (1)

Kleinzoon A is met vakantie en daarom pas ik op zijn goudvissen. Nou is oppassen een groot woord. Zonnebloem en Zonnetje zwemmen uit zichzelf rustig rond. Ze springen niet uit de bak en ze doen verder ook niets waar ik me mee zou moeten bemoeien of me zorgen over zou moeten maken. Het enige wat er van me wordt verwacht, is ’s morgens wat vlokken uit een potje in het water strooien. En de bak een keer schoonmaken in die veertien dagen dat ze hier zijn. A was een beetje bang dat Zonnebloem dood zou gaan tijdens zijn afwezigheid, maar ze zwemt vrolijk rond. De aanwijzingen die hij had gegeven over doosjes en begraven hoef ik niet uit te voeren. Niets wijst erop dat ze de pijp aan Maarten wil geven. Integendeel, ze is zo levendig als een vis.

Als ik ’s morgens beneden kom en de kamerdeur open doe, zwemmen ze direct naar voren, naar het hoekje. Daar blijven ze hangen, tot ik wat voer in het water strooi. Ik wens ze smakelijk eten, ze zwemmen naar boven en beginnen aan hun ontbijt. Ik heb het gevoel dat er een soort van communicatie is, maar dat is misschien wel wat ik wil zien.

Vanochtend was ik het hele voerritueel vergeten. Stom, maar er wordt gezegd dat een vis wel een paar dagen zonder voer kan. Dus zo erg was het niet. De vissen in mijn minivijvertje krijgen ook maar eens in de drie dagen te eten.
Erger was natuurlijk dat zij er wel op gerekend hadden. Hoe ik dat weet? Toen ik vanmiddag de kamer in kwam, en als vanzelf naar de bak keek, zag ik beide vissen voor het glas (plastic) hangen, met grote vragende ogen. – Dat vragende vul ik zelf in – Ik maakte mijn fout goed en gaf ze waar ze recht op hadden. Kan een vis tevreden kijken? Zeker! De vlokjes gingen erin als koek.

Meteen moest ik denken aan John Kongos, die zo’n prachtige tekst heeft geschreven over “the goldfish in his bowl“. In de zeventiger jaren hebben we die plaat grijs gedraaid. Ik zet het nummer weer eens op (sweet memories) en bedenk hoe wonderlijk het leven in elkaar zit.
Ik weet dat ik hun god niet ben, zo goed ken ik de tekst wel. Maar, zouden ze Kerst hebben gevierd?

De moestuin van Monet

DSC00035

Zaanstad heeft een grote aantrekkingskracht op toeristen en dat is niet zo verwonderlijk. Er is veel leuks te zien, van De Zaanse Schans in het noorden tot het Tsaar Peterhuisje in het zuiden. Met langs die route schitterende pakhuizen, bijzondere fabrieken en pittoreske huisjes. En natuurlijk de Zaan. Meestal let ik er niet zo op, sjees erlangs op de fiets op weg om een boodschap te doen. Soms stel ik me op als toerist en zie dan bijzondere dingen. Laatst keek ik door de ogen van drie kleine toeristjes: de kleinkinderen.

Toen zij in de herfstvakantie bij mij logeerden, belandden we in een gedeelte van Zaandam waar ik niet meer zo vaak kom: de Russische buurt. Hier vind je, aan de Krimp, het Tsaar Peterhuisje dat in een soort van glazen stolp te bezichtigen valt. Omdat het maandag was zat het hek potdicht, jammer genoeg. Ook de buitenkant is al mooi, maar het bekijken van het piepkleine huisje waar die reus van een Tsaar ooit overnachtte leek hen zo leuk, dat het op ons verlanglijstje is gezet. Het bordje met Cyrillisch schrift naast de deur trok vooral de aandacht van de twee jongens: ze konden het ‘gewoon lezen’ en probeerden het woord voor ‘dinsdag’ fonetisch in hun geheugen te prenten.

Van De Krimp liepen we richting Zaan. (Dat wil zeggen: ik liep, zij renden!) Het is een mooi oud buurtje. En hoewel er hier en daar onvermijdelijk nieuwbouw ontstaat, is de sfeer niet verpest en kun je je met gemak voorstellen dat zo’n belangrijke Rus hier heeft rondgelopen.

20141013_161040

Gewend als de kinderen zijn aan het kleine slootje voor mijn deur, vonden ze het uitzicht over de brede Voorzaan fascinerend. De grijsblauwe wolkenlucht boven spiegelend water, huisjes van de Prins Hendrikkade in de verte, de aangemeerde schepen: het leek wel een schilderij.

DSC00030

Wie hier ook van genoot, maar dan bijna anderhalve eeuw geleden was degene die er ook daadwerkelijk een schilderij van maakte: Monet. In 1871 verbleef deze beroemde Franse schilder vier maanden in de Zaanstreek. En in die periode (van 2 juni tot 8 oktober) maakte hij vijfentwintig schilderijen. Hij was enthousiast over “de verrukkelijke boten, de molens en de kleuren van de huizen”.

DSC00033

We vervolgden onze wandeling over de Hogendijk en bewonderden Het Blauwe Huis, dat door Monet vereeuwigd werd. Je kunt de knalblauwe muur onmogelijk missen. Prachtig vonden de kinderen het. Later kwamen we er achter dat dit Monets lievelingsschilderij was: waarschijnlijk omdat dit het enige werk is waarop hij zijn vrouw en zoontje heeft afgebeeld.

DSC00027

En er lag nog een verrassing op ons te wachten. Niet ver daar vandaan ontdekten we, achter met doeken bespannen hekken, de Moestuin van Monet.

DSC00028

Voordat we afdaalden naar deze oase van rust, bekeken we de reusachtig afgedrukte schilderijen en lazen we de recepten. Het sprak enorm tot hun verbeelding; het gaf ze het gevoel dat ze de schilder een beetje leerden kennen.

DSC00045

Daarna liepen we door het poortje de trap af naar het terrein tussen Hogendijk en Krimp. Hier is door buurtbewoners een fantastische tuin gecreëerd: grote bakken met groenten, vruchten, kruiden en bloemen.

DSC00049

Bieten en prei, boerenkool, salie, lavas, tomaten, aardbeien, frambozen. Een klein ‘blauw huisje’ met boeken, die je gratis mee kunt nemen. Een regenwatercontainer met kraan. En interessante weetjes over Monet, die uit de losse hand op de bakken geschilderd zijn. Gezellige zitjes. De Zaanse Dichterskring heeft gezorgd voor bijpassende gedichten, die her en der in de tuin zijn opgehangen.

DSC00050

Als klap op de vuurpijl een heuse datsja, waardoor we weer in Russische sferen werden gebracht.
Even voorbij dit ‘Russische’ buitenhuisje verlieten we de tuin. Voor vandaag genoeg gezien. Na een groet aan Tsaar Peter op zijn sokkel, midden op de Dam en de belofte om nog eens terug te komen, togen we weer naar huis.

Het was een welbestede, gezellige, leerzame middag. En ik dank de jongens en de kleine meid dat ik met ze mee mocht op een ontdekkingstochtje door mijn eigen stad.