Alles zou anders worden

Of ik een recensie over haar boek wilde schrijven. Dit berichtje bereikte me vorige week. Oud-leerling vraagt ex-juf om iets te schrijven. Hoe kan ik weigeren? Ooit droeg ik haar op om teksten te produceren. Een soort koekje van eigen deeg dus.

Ik maak kennis met Miriam van Tunen als ze bij mij in groep 8 komt. Een goedlachs meisje. Humor, fantasie en… een paardenmeisje pur sang. Ze krijgt me een keer zover dat ik meega naar de manege en zelfs op een paard(je) door de bak ‘rijd’.

Maar kinderen groeien op, gaan hun eigen weg. Zo hoort dat, ze verdwijnen uit je blikveld. Toch gebeurt het af en toe dat je weer even iemand ziet of spreekt. Dat is met haar het geval. En nu dus, ping!, een berichtje via Messenger. En ja, Miriam, ik vind jou zo de moeite waard dat die recensie er komt.

Het bewuste boek: Van Achter De Kast, moet daarvoor weer even uit de kast komen. Ik sla het open. En… ik ben weer verkocht. Al lezend loop ik naar de bank en voor de tweede keer lees ik het boek in één adem uit. Weer ben ik geraakt door de vlotte schrijfstijl. Weer verbaas ik mij. Weer word ik boos. Weer moet ik erg lachen. Weer raak ik ontroerd door de laatste bladzijde.

Maar, die ‘kast’? Inderdaad, uit de kast komen, daarover gaat het boek. Een ‘laatbloeier’, – haar woorden – op het gebied van homoseksualiteit, die al een enorme strijd met zichzelf heeft gevoerd, komt uit de kast in een zeer christelijke omgeving. De reacties op haar openheid zijn hartverscheurend. De consequenties niet minder. Er volgt een grote worsteling. Alweer. En grote veranderingen volgen. De veilige plekken blijken niet zo veilig als gedacht; in het werk, in de vriendenkring, ze moet zich verdedigen en verantwoorden. Het feit dat geaardheid geen keuze is, schijnen veel mensen niet te kunnen begrijpen. Oordelen en afkeuring is haar deel.

Gelukkig weet ze zich staande te houden. En hoe! Ze ervaart grote steun van de familie, al zijn ook daar verdrietige momenten. Maar haar enorme innerlijke kracht en vertrouwen, haar oplossingsgerichtheid, haar durf en haar humor zorgen ervoor dat ze uiteindelijk ervaart dat alles anders zal worden.

Kortom, ‘Van Achter De Kast’ is een boek dat je gelezen moet hebben. Niet alleen een must voor de ‘beginnende’ LHTB-er; iedereen die zaken van levensbelang voor zichzelf moet uitzoeken zal hierin kunnen lezen dat je, als je je hart volgt, uiteindelijk het geluk zult vinden. Het pad gaat niet over rozen, het is niet geasfalteerd, het is behoorlijk bochtig en het eindpunt is niet in zicht. Maar je moet door. En uiteindelijk komt het goed. Heel goed!

——————————————————————————————————————-

Bezoek ook de website van Miriam van Tunen: http://www.mvtunen.nl/

Advertenties

De laatste keer

CafebezoekOf ik hem nog gezien heb? Lekker wijntje trouwens, proost! Ja, wat versta je onder gezien. Als het aan mij ligt, zie ik hem helemaal niet meer. Nee, ja, de laatste keer… Ach wat zal ik ervan zeggen. Gezien…. Ik laat sowieso het licht liever uit, dus gezien, nee. Maar ja, ik had zoiets van, als ik het nu niet doe, dan is het helemaal zo’n raar einde. Dus.

Nee, hij had het niet door. Nee joh, wat dacht je, een man hè? Brains en body, maar verder… Verbaasd was hij wel, uiteindelijk. Nee, geen tekst. Die man had totaal geen tekst! Dus toen ik het zei, hè, nou of hij het in, waar was het ook alweer? Keulen? Nou, of hij het daar hoorde bliksemen. Ja, snap jij dat nou?

Jij nog wijn? Lekker wijntje, vind je niet? Nou, dan bestellen we toch nog een fles? Je bent maar een keer jong, zeg ik altijd. Hij ook, trouwens, veel te jong eigenlijk. Daar begin ik niet meer aan. Een kind nog. Ja, wat je zegt, daar kun je nog behoorlijk last mee krijgen, haha!

Ja, donker haar, donkere ogen. Daar val ik op. Zoiets als hij daar. In die hoek. Strak shirtje, je ziet zijn wasbordje erdoorheen. Ja, zoals hij. Die daar zit te flirten met dat sletje.

Hij nam het wel goed op, dat moet ik hem nageven. Ik had er misschien wel meer last van dan hij. Hè? Nou, het is al niet makkelijk om het te zeggen. En als meneer dan doodleuk zijn spullen pakt en er zonder een zinnig gesprek vandoor gaat, ja, dat is op zijn minst….

Denk je? Misschien met iemand van zijn eigen leeftijd, haha. Kan niet alleen zijn, natuurlijk.
Schenk nog maar een keer in. Ik jaloers? Op die griet? Pfffff!

—————————————————————————————————————–

Dit is een verhaal in de categorie WE-300 (klik op de link voor meer verhalen in deze categorie), een schrijfuitdaging van Plato (http://platoonline.wordpress.com/; hier kun je meer leuke, bijzondere, ontroerende WE-verhalen vinden). Je schrijft een verhaal van 300 woorden, waarin HET woord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: leuteren….

Het schilderij, Cafébezoek, is van Joost Doornik. (gevonden op internet)

Van de straat

tuin-bankjeHet gat in de heg was net groot genoeg om doorheen te kruipen. Ze trok de rugzak, die nog op de stoep lag, naar zich toe. De oude, rommelige tuin was een oase van rust vergeleken met de drukke straat. Ja, ook zo vroeg al; het was pas zes uur. Veel mensen waren al op.

Ze bukte voor een lange, doornige uitloper van de rozenstruik, stapte over de hoge varens heen. Ze snoof diep: heerlijk rook het hier. Dit was haar plek, besloot ze, terwijl ze ging zitten op het oude witte bankje voor het bouwvallige huis, dit zou ze aan niemand verklappen. Ze trok haar benen op en legde haar kin op de knieën. De zon wierp lange schaduwen. Het zou weer een warme dag worden.

Af en toe keek ze verwachtingsvol in de richting van het gat in de heg. Nog steeds niets. Waar bleef hij nou? Hij was nooit zo laat. “O”, dacht ze, “waarom mag hij niet gewoon thuis komen?” Maar nee, haar ouders waren er fel op tegen. Een zwerver, dat kon toch niet. Wat zouden de buren ervan zeggen?

Plotseling hoorde ze een bekend geluidje. En daar zag ze zijn krullenbol al door het gat steken. Vrolijk kwam hij naar haar toe. Ze kroelde hem door zijn warrige haar. Wat hield ze toch veel van hem.

Van het geld dat ze met haar krantenwijk verdiende had ze iets lekkers voor hem gekocht. Ze leegde haar waterflesje voor de helft in de gebarsten kom die ze achter het huis had gevonden. Eerlijk delen.

Ze zou meer doen, besloot ze. Zijn gezondheid was niet best. Die schurftige huid…. Morgen zou ze een afspraak maken bij de dierenarts. Als hij er wat beter uitzag, zou ze bij haar ouders nog eens een poging wagen.
“Wie weet, Boris.”, fluisterde ze in zijn vacht.

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijf-uitdaging van Plato. De opdracht is: Schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin het woord waar het om gaat niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: verwaarlozen.

De foto komt van het internet.

*******************************************************************************************************************
Meer WE-300 verhalen lezen? Klik op deze link: https://ajroc.wordpress.com/category/we-300/

De advertentie

DSC08774Ze was een vrouw met een brede belangstelling. Maar vooral was ze geïnteresseerd in mensen. Die combinatie van eigenschappen deed haar belanden in de verpleging en in de politiek. Haar huwelijk was min of meer een noodzakelijk kwaad. Er kwamen twee aardige mensenkinderen uit voort – haar woorden.

Ze begon een nieuwe relatie en haar blik verruimde zich nog meer; alles op esoterisch gebied kreeg haar aandacht, naast religie en het humanisme. Haar leven werd één grote zoektocht naar de zin van het leven. Onverzadigbaar. Ze verzamelde boeken, ideeën, stromingen, geneeswijzen, mensen. Ze bleef op de hoogte van de politiek, zonder er actief aan deel te nemen. Ze hield bij welke films er draaiden, welke boeken er uitkwamen. Ze bezocht lezingen, spirituele bijeenkomsten, godsdienstige vieringen. Ze stortte zich op de symboliek van het Hebreeuws, de tarot, astrologie.
Terwijl haar geestelijke bagage groeide, moest ze op fysiek gebied inleveren. De ziekte met de grootste verwoestende eigenschap diende zich aan. Tot twee keer toe belandde zij voor een rigoureuze ingreep in het ziekenhuis.

Het huwelijk verbrak zij zelf, vanwege haar expansiedrift. De tweede relatie werd, vanwege dezelfde reden, verbroken door haar vriend. Hij was, net als zij, geïnteresseerd in het spirituele. Maar in plaats dat dat hen verbond, zorgde het voor verwijdering: voor haar was het nooit genoeg. Helaas had ze dit pas te laat in de gaten. De ellenlange gesprekken ’s avonds laat, na de zoveelste cursus, maakten haar overduidelijk dat de grens was bereikt. Hij plaatste in het geheim een contactadvertentie in de krant.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Zij wilde niet alleen blijven. Ze zocht een gelijkgestemde man. Die zaterdag kocht ze De Volkskrant.

Op het moment dat de brief in de brievenbus gleed, wist ze dat ze op deze advertentie nooit had moeten reageren.

——————————————————————————————————————-

Dit is een bericht in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. (Zie http://platoonline.wordpress.com/, hier kun je ook andere leuke, spannende, ontroerende verhalen lezen) In de tekst van 300 woorden mag een bepaald woord niet voorkomen, terwijl het duidelijk moet zijn dat het daar wel om draait. In dit geval was het verboden woord: verhalen

Andere berichten in de categorie WE-300:
Leve de EEG! (verhalen)
Zonnebloemen (verwennen)
Soezen (verwennen)
De brief (spinnen)
In The Looking Glass (schakelen)
Struikelen over het verleden (schakelen)

Soezen

soezenAl vanaf zijn vroegste jeugd hield hij van mollig. Het liefst lag hij als baby tegen de volle, zachte, warme boezem van zijn oma. Als kleuter speelde hij altijd met wat steviger meisjes. Zij vonden hem ook leuk. En aardig. Vaak nam hij van huis stiekem snoep mee, om hen te verrassen.

Hij groeide op tot een leuke puber. Vriendelijk voor iedereen, maar nog steeds met een voorkeur voor dikke meisjes. Die genoten van zijn aandacht en zijn gulheid. Het was een aangenaam tegenwicht tegen het gepest door klasgenoten vanwege hun omvang.

Toen hij als student een aantal maanden om Tracey heen had gedraaid, en haar rijkelijk had voorzien van marsen en frisdrank bij de automaat, vond hij het tijd worden om haar verkering te vragen. Gretig ging zij hierop in.

Hij vestigde zich als arts. De bruiloft werd gevierd en het stel trok in een riante bungalow. De praktijk liep zo goed, dat Tracey niet hoefde te werken. Wat werd ze in de watten gelegd. Elke dag nam hij dozen gebak voor haar mee van de banketbakker. En koken hoefde niet: hij zorgde voor pizza’s, of iets van de snackbar.

Toen zij niet meer kon lopen, liet hij een extra verstevigd bed voor haar maken. Ook begon zij nu om eten te vrágen. Met liefde nam hij het voor haar mee. Hij wist alles van calorieën; hoe meer Tracey, hoe heerlijker hij het vond.
Zijn verdriet was daarom groot, toen hij op een middag thuiskwam met een grote doos soezen en zijn vrouw met gebroken ogen tegen de kussens geleund zag. Ontroostbaar was hij.

Het was een sobere begrafenis. Hij hield een korte toespraak en klampte zich in zijn wanhoop vast aan de uitvaartleidster. Hij drukte zijn gezicht in haar volle, warme boezem. Liefste, kom, ik heb nog soezen, sprak hij gesmoord….

——————————

Dit is een verhaal in de serie WE-300. Een schrijfuitdaging van Plato (http://platoonline.wordpress.com/, hier kun je ook andere leuke, spannende, ontroerende verhalen lezen). De bedoeling is een verhaal te schrijven van 300 woorden, waarin een bepaald woord niet mag voorkomen, terwijl het wel duidelijk moet zijn dat het daarom gaat. In dit geval was het verboden woord: verwennen

Zie ook andere berichten in de categorie WE-300, bijvoorbeeld:
De brief: http://wp.me/p36K0e-bl
In The Looking Glass: http://wp.me/p36K0e-9N
Struikelen over het verleden: http://wp.me/p36K0e-9U

Foto van internet

In the Looking Glass

droogkapNadat de laatste klant was vertrokken, veegde hij de plukken haar bij elkaar, ordende de flesjes versteviger en de bussen haarlak en spoelde de wasbak schoon. Het was een drukke dag geweest. Vrijdag. Dan kwamen de dametjes uit het dorp hun haar laten doen. Zondag in de kerk zag je dan allemaal dezelfde grijze permanentjes onder de hoedjes uitpiepen. Ach, hij deed het met liefde. En zijn vrouw nam een groot deel voor haar rekening. Maar op sommige dagen, zoals vandaag, moest hij moeite doen om een goed gesprek op gang te houden. Kappers staan bekend om hun spraakzaamheid, maar Gerard was een dromer en niet altijd in staat tot een koetjes-en-kalfjesgesprek.

Hij plofte in een stoel en staarde in de spiegel. Was hij dat? Een middelbare man, grijzend aan de slapen? Kapper in een dorp waar nooit iets gebeurde. Keurig getrouwd en twee kinderen. Door de week de zaak en in het weekend het gezin en de familie. Terwijl…. Hij schudde zijn hoofd. Niet aan denken nu. Hij was kunstzinnig aangelegd. Bruidskapsels waren zijn specialiteit. De vrouwen die door hem gekapt waren, konden voor de dag komen in het gemeentehuis en de kerk.

Weer dwaalden zijn gedachten af. Naar die klant van vorige week. Dat prachtige, blonde, halflange haar. Wassen en knippen, hij was zorgvuldig te werk gegaan. Het gesprek vlotte buitengewoon; over kunst, musea, Amsterdam, uitgaan…. Telkens ontmoetten hun ogen elkaar in de spiegel. Mooie ogen, zag Gerard. Een lieve glimlach.
“Mag ik je bellen?”, vroeg hij bij het afrekenen. “Woon je hier?” “In Amsterdam”, was het antwoord. “Bel maar liever niet, dat vind mijn vriend niet leuk”. Voor het laatst ontmoetten hun ogen elkaar. De jongen draaide zich resoluut om en liep naar de deur.
“O Tessa”, riep Gerard vertwijfeld uit, “hoe moet dat nu met ons?”

WE-300 is een schrijf-’uitdaging’ van Plato (http://platoonline.wordpress.com).
Schrijf een verhaal van 300 woorden waarin een door Plato bedacht woord niet mag voorkomen, maar het moet wel duidelijk zijn dat het verhaal erom draait. In dit geval was het verboden woord: schakelen.