Wintergloed

wintergloed

De zon zakt langzaam
Achter de kale bomen van de begraafplaats
Boven de tuintjes stijgt de damp omhoog
Alle tuinders zijn al naar huis

Ik boen spa en hark schoon
En zet ze in het hoekje van de kas
Een voldaan gevoel
Gespit, geharkt, gesnoeid
Niet eerder leek het zomer in december

Ik stamp dikke klonten aarde
Van mijn schoenen
Met een paar prachtige pastinaken
Loop ik trots naar mijn fiets

In een laatste zonnestraal
Licht de verdorde hemelsleutel op
Wintergloed
Geluk op de vierkante meter

Advertenties

Tuinvereniging Zaandijk, een geschiedenis in notulen.

Deel 1. DE OPRICHTING

DSC00057

Op het bord boven de poort van ons tuincomplex staat de oprichtingsdatum van de tuinvereniging: 22 november 1938. Nu, in 2014, is de vereniging zesenzeventig jaar actief. In die periode is er enorm veel gebeurd, zowel in de Wereld als in het-wereldje-in-het-klein: Tuinvereniging Zaandijk.

DSC00091

De eerste vergadering wordt gehouden op 25 november 1938, ten huize van de voorzitter, de heer J. Pen. Dit is te lezen in het oude notulenboek, dat zorgvuldig bewaard is. Hierin hebben we een schat aan gegevens over de eerste jaren van de vereniging aangetroffen. Ik wil proberen om met behulp van deze geschiedenis-in-notulen de historie van onze vereniging te schrijven. Het wordt een vervolgverhaal. En heel misschien maak ik er een boekje van. In elk geval zal het met enige regelmaat op mijn blog verschijnen.
-Datgene wat cursief gedrukt is, is letterlijk uit de notulen overgenomen.-

DSC00093

Op de eerste bladzijde staat in keurig handschrift het verslag van die allereerste bestuursvergadering. Behalve de heer Pen waren aanwezig de heren C. Brinkman, K. Sikkes, en A. Hunze, die vermoedelijk de secretaris en daarmee notulist was. Bovendien is uitgenodigd de heer S. Woudt, van de Kooger Tuinvereniging: Hij verstrekt verschillende gegevens aangaande tuinwerk, enz.
Al vrijwel direct is de complete vergadering in mineurstemming, wanneer de brief van de heer van Exter ter tafel komt, waarin hij aangeeft zich terug te trekken als penningmeester, vanwege zijn doofheid. Ook de heer Rispens, die daarna is aangezocht, bedankt voor de eer. Gelukkig is de heer Has bereid om zich met de financiële zaken bezig te houden. Wij hopen dat hij zijn nieuwe functie met ambitie mag vervullen.
In de vergadering wordt besloten om circulaires, convocaties en contributiekaarten te laten drukken. Wat er verder is besproken melden de notulen niet, maar na verschillende besprekingen te hebben gehouden, sloot de voorzitter om half elf de eerste bestuursvergadering.

De volgende vergadering vindt plaats op 7 januari van het nieuwe, gedenkwaardige jaar 1939. De notulen worden voorgelezen en onveranderd goedgekeurd en ondertekend door de voorzitter, J. Pel. In dit verslag komt naar voren dat de heer C. Brinkman aanwezig is in zijn functie van gedelegeerde van de Stichting Werklozen Werk. De secretaris heeft verschillende nieuwe aanvragen gekregen om een tuin te mogen bewerken en daar kan vrijwel geheel aan worden voldaan. Helaas is er niet genoeg grond om nog meer aanvragen te honoreren; men moet geduld betrachten. Op deze tweede vergadering is aan de orde de vaststelling van het Reglement, hetgeen op de eerste Ledenvergadering verder besproken zal worden. De begroting is ook een duister punt, daar wij hoegenaamd niet over gegevens beschikken. Besloten wordt om voor de volgende vergadering de heer Woudt wederom uit te nodigen om inlichtingen dienaangaande. Uit de notulen van de daaropvolgende vergadering blijkt dat hij zich gaarne disponibel stelde, tot ons aller tevredenheid.

Op de Ledenvergadering zal blijken of men het eens is met de voorgestelde begroting. Er is flink bezuinigd op het zaad, maar er moeten ook zaken worden aangeschaft, onder andere een kruiwagen, baggerbeugel, walhaak en een rietmes. De prijsopgaaf van de heer Poulain blijkt te hoog, waarna besloten wordt dat de voorzitter en de secretaris naar Purmerend zullen afreizen, om de spullen te kopen. Verder meldt de heer Brinkman, dat behoudens goedkeuring der Gedeputeerde Staten, door de Gemeente Zaandijk nog meer tuingrond beschikbaar wordt gesteld, wat wij ten zeerste op prijs stellen, aangezien het gratis in bruikleen wordt gegeven. De voorzitter geeft de secretaris ter overweging om een dankbetuiging te richten aan B en W, voor de medewerking, wat hij ook zal doen.

Op dit punt komt voor het eerst de poort* ter sprake. Men wil een betere afsluiting van de tuin. Ieder moet een sleutel aanschaffen ter waarde van vijfentwintig cent. De penningmeester zal zich hiermee belasten.
Verder besluit men om degene bij wie de vergadering wordt gehouden een kleine vergoeding te geven voor thee en sigaren. De heer Brinkman wordt hartelijk bedankt voor het typen van de begroting. En de vergadering wordt om half elf gesloten.

*Het zal blijken dat ‘de poort’ regelmatig, tijdens al die jaren, een heet hangijzer zal zijn. En dat is hij nu nog steeds!

Belofte maakt schuld

DSC00057

“Heb je gezien hoe netjes de poort is?” Cees kijkt me hoopvol aan. “Hij is natuurlijk niet nieuw meer, die roestbak, maar opgeknapt is-ie.” Dat moest ik beamen, ik was er tenslotte net zelf doorheen gekomen. “Heel netjes gedaan, en zo’n frisgroene kleur. Mooi!” Maar hij was nog niet klaar, bromde hij. De zijkanten ging hij nog verven, maar dan moest eerst het prikkeldraad wat erom heen zit – helaas nodig om vernielzuchtige lui buiten de deur te houden – verwijderd worden. Iemand zou hem daarbij moeten helpen, daar ging hij zich niet in zijn eentje aan wagen.
En dan het bord, boven de poort. Dat ging mee naar huis. Dan kon hij dat op zijn gemak overschilderen. Die letters waren behoorlijk lastig; daar moest hij echt voor gaan zitten.

“Die nieuwe tuinder, waar je het laatst over had, komt-ie nou nog of hoe zit dat?”, vraagt hij een beetje bars. Ik had hem gevraagd bij het overhandigen van de sleutel te zijn, uit hoofde van zijn functie als tuincommissielid. Ik leg hem uit dat er wat nieuwe ontwikkelingen zijn, waardoor de nieuwe tuinder waarschijnlijk een betere plek zal kunnen krijgen. Er zijn mensen die stoppen met tuinieren, dus die tuinen komen vrij. Tuinen met een betere ligging en daardoor met veel meer zon dan op de eerder aangeboden tuin. Hij knikt, hij weet ervan. “Dus dat komt nog?” “Je hoort van me”, zeg ik, wat luider om de langs denderende trein te overstemmen.

Dan moppert hij nog een beetje over het slechte onderhoud van het schilderwerk van de kantine. – Een groot woord, trouwens, voor een hokje van vier bij drie. – Eens een schilder, altijd een schilder, dat blijkt maar weer. Hij wijst naar het kasje op zijn tuin. “Kijk, dat is ook oud, maar ik onderhoud het goed. Net een nieuw raam erin gezet en geschilderd. Zo houd je je spullen in orde.” Tenslotte wijst hij naar de brug. “Als we nou twee-en-een-halve liter groene verf aanschaffen, dan kan alles in één keer. Dan ziet het er voor de winter weer knap uit.” Ik verzeker hem dat ik het zal regelen.

“Dus die poort vind je netjes?”, wil hij nogmaals weten. “Ik heb er gisteren zelfs een foto van gemaakt”, zeg ik. “Kun je die niet op internet zetten?”, vraagt hij, met een grijns. “Ik schrijf er een blog over, oké Cees?” “Ja”, zegt hij, “ja, doe dat.”

En met een nog grotere grijns loopt hij naar zijn fiets.

——————————————————————————————————————-

Om privacyredenen is de naam Cees gefingeerd.

Blue rondo à la Turk

20140717_200341

Middag op de tuin
De zon brandt
Geen wolkje te bekennen
Drie mooie bedjes gemaakt en gezaaid
Palmkool en sla
Nieuw-Zeelandse spinazie
Drie grote gieters water
Genoeg gedaan voor vandaag

Ik pak mijn fiets
Het bruggetje over
Langs zonnige gulle tuinen
De maïs staat hoog
De zonnebloemen hoger
Kleur zover het oog reikt
Zoete beloftevolle geuren
Zoemers, brommers en fladderaars
Gaan zich te buiten
Wie hier niet gelukkig is….

Tegen het hek staan ze geleund
Ik weet dat hun magen knorren
Maar ze kijken vrolijk
En lachen met elkaar
Een Turkse grap
Ik maak een praatje
Ze voelen zich goed
Suikerfeest pas over twee weken
Een wrijft tevreden over zijn buik
Vijf kilo kwijt
Niet drinken is zwaar deze zomer
Maar voel je geen honger en dorst
Dan is alles voor niks

Voor ik het weet
Zit ik in een Turkse tuin
Bijna eet ik – onbeleefd –
De aangeboden vrucht
Hij voert een diepgaand gesprek
En offreert mij
Een interessant boek
Een cadeau
Wat ik beschroomd
Maar in grote dank aanvaard
Gedienstig plukt de vrouw wat kruiden
Ik geef haar -ze is blij-
Mijn verse bosje lathyrus

’s Avonds eet ik Turkse sla
Maar ik wacht niet
Tot na zonsondergang

——————————————————————————————————————-

Terwijl ik dit schreef, kwam deze muziek in mijn gedachten. Wij draaiden het grijs, vroeger…

Zeilen op het droge

hondsdraf

Hoe gaat dat soms
Je hebt een mening
Tenminste dat denk je
En voor je het weet
Heb je die eruit gefloept
O, wat weet je het zeker
En je verbaast je erover
Dat de ander het niet zo ervaart

Ze zegt
Ik weet dat niet
Wat jij beweert
Ik heb er nooit van mijn leven
Mee te maken gehad
Alles kan altijd
Anders zijn dan je denkt

Even wil ik tegensputteren
Haar de wind
Uit de zeilen nemen
De loef afsteken
Het is toch zo?
Maar dan ga ik overstag
En haal bakzeil
Ze heeft gelijk
Ik geef het haar volmondig toe
Met deze les
Zal ik mijn voordeel doen

We lachen naar elkaar
En wieden verder
Het onkruid staat kniehoog
Dat weten we allebei
Heel zeker

Een lief hart

400px-Pieter_Bruegel_the_Elder_-_The_Tower_of_Babel_(Vienna)_-_Google_Art_Project_-_edited

Hij is een Koerd. Een vriendelijke man. Ik ontmoet hem regelmatig op het volkstuincomplex. Hij houdt ervan een praatje te maken. Dat valt nog niet mee, een gesprek met hem voeren. Hij woont al zo’n twintig jaar in Nederland, maar de taal beheerst hij slecht. Soms is het gissen wat hij bedoelt en hij begrijpt ook niet alles wat wij zeggen. En daarbij gaat het uiteraard nog het meest om wat er ‘tussen de regels’ wordt gezegd. Hier hebben we te maken met een cultuurbarrière. Maar er is geen probleem wanneer het over de tuin gaat, een concreet onderwerp; met aanwijzen kom je ook een heel eind.

Hij werkt hard in zijn tuin. Hij kan goed tuinieren. Hij zaait veel, en geeft ook makkelijk plantjes weg. De paprika’s die wij vorig jaar aten, kwamen van hem. Ook is hij regelmatig bereid om je op een of andere manier van dienst te zijn met advies. Dit moet je nu zaaien, oogsten, planten, wieden. In het begin had ik het gevoel dat ik hem een beetje moest afhouden, dat hij te opdringerig zou worden. Maar niets van dat alles. Het is allemaal goed bedoeld. Kortom, hij stelt zich sociaal op, is vriendelijk. Een warme man, zoals een medetuinierster het uitdrukte.

Ook is hij op andere manieren handig. Een kas bouwen, daarvoor draait hij zijn hand niet om. Alle materialen komen van pas. Of het er een beetje netjes uit ziet, is van minder belang. Of het veilig is, je je handen er niet aan open haalt, ach, dat ook. Maar hij is bereid om kleine aanpassingen te doen, op verzoek.

Gisterochtend was ik op de tuin. Het was prachtig weer: licht en stil, warm en vrolijk. Vogels doen hun best op liefdesliedjes. Lieveheersbeestjes koesteren zich in het zonnetje op een warme steen. Heerlijk rustig is het. Hier en daar zijn mensen, zonder jas, bezig met spitten, harken, zaaien. Belofte van een nieuw, hopelijk vruchtbaar jaar.

Wanneer ik het onkruid naar de belt wil brengen, staat hij plotseling voor me op het pad. Zo goed en zo kwaad als het gaat ontspint zich een koetjes-en-kalfjesgesprek. Vind ik zijn tuin er niet mooi bijliggen? Alles gespit en geharkt. Bedjes gemaakt. In de opgeknapte kas heeft hij al het een en ander gezaaid, paprika’s onder andere. Bij hem is er geen sprietje onkruid meer te zien. En zo’n mooie dag! Zon!

Dan, ineens, komt het hoge woord eruit. Hij daar, hij wijst met zijn hoofd in de richting van een tuin, even verderop, heeft ruzie met hem gemaakt. ‘Hij daar’ had tegen hem geroepen, geschreeuwd alsof hij een kind was.

Ik weet waar hij op duidt. Twee dagen geleden was ik op de tuin en heb het zien en horen gebeuren. Maar het was geen ruzie, er was niemand boos, er werd ook niet geschreeuwd.
Toen de Koerd een enorme stapel metalen buizen achter het kruiwagenhok wilde dumpen, werd hij daarvan weerhouden. Een van de bestuursleden die dit zag, riep, naar hem toe lopend, dat dat niet de bedoeling was. Hij legde het ook uit: Het hele complex was net opgeruimd, een enorme container met troep was afgevoerd. Dus nu geen afval meer op die plaats, graag. Dat kan beter naar de oud-ijzerboer. Doordat dit zeer stellig werd geponeerd, leek het misschien of er boze woorden werden gebruikt.
Er is duidelijk sprake van een misverstand. En onbegrip. Maar ik laat hem zijn frustratie uiten.
“Ik wil altijd aardig zijn”, zegt hij tegen mij. Ik zie zijn donkere ogen glazig worden. Maar mensen moeten ook aardig tegen hem doen. Gewoon tegen hem praten, niet schreeuwen. En hij vertelt dat hij twaalf jaar gevangen heeft gezeten en is gemarteld; hij is politiek vluchteling. Als iemand zijn stem verheft, komt het verleden weer naar boven. Dat is niet goed voor zijn gezondheid, voor zijn hart. Hij is voor rede vatbaar, maar niet zomaar boos worden op hem.

Ik begrijp wat er aan de hand is. Hoe gevoelig hij is voor – vermeende – bevelen. Ik zeg dat ik met de bewuste persoon zal praten, maar ook dat ik zeker weet dat er geen kwaad achter zit. Dat ik ervan overtuigd ben dat het niet zo bedoeld is, als hij het heeft ervaren. Juist die persoon is geen ruziemaker, integendeel. Het komt goed, zeg ik. Ik zal zorgen dat jullie het met elkaar uitpraten.

Hij lacht. “Ik geen boos hart”, zegt hij, “ik lief hart.” En hij legt zijn hand op die plaats. Terwijl hij me paprikaplanten belooft, voel ik mijn ogen vochtig worden.

DSC09233

De foto van De Toren Van Babel, van Pieter Brueghel de Oude, komt van het internet.

Van de straat

tuin-bankjeHet gat in de heg was net groot genoeg om doorheen te kruipen. Ze trok de rugzak, die nog op de stoep lag, naar zich toe. De oude, rommelige tuin was een oase van rust vergeleken met de drukke straat. Ja, ook zo vroeg al; het was pas zes uur. Veel mensen waren al op.

Ze bukte voor een lange, doornige uitloper van de rozenstruik, stapte over de hoge varens heen. Ze snoof diep: heerlijk rook het hier. Dit was haar plek, besloot ze, terwijl ze ging zitten op het oude witte bankje voor het bouwvallige huis, dit zou ze aan niemand verklappen. Ze trok haar benen op en legde haar kin op de knieën. De zon wierp lange schaduwen. Het zou weer een warme dag worden.

Af en toe keek ze verwachtingsvol in de richting van het gat in de heg. Nog steeds niets. Waar bleef hij nou? Hij was nooit zo laat. “O”, dacht ze, “waarom mag hij niet gewoon thuis komen?” Maar nee, haar ouders waren er fel op tegen. Een zwerver, dat kon toch niet. Wat zouden de buren ervan zeggen?

Plotseling hoorde ze een bekend geluidje. En daar zag ze zijn krullenbol al door het gat steken. Vrolijk kwam hij naar haar toe. Ze kroelde hem door zijn warrige haar. Wat hield ze toch veel van hem.

Van het geld dat ze met haar krantenwijk verdiende had ze iets lekkers voor hem gekocht. Ze leegde haar waterflesje voor de helft in de gebarsten kom die ze achter het huis had gevonden. Eerlijk delen.

Ze zou meer doen, besloot ze. Zijn gezondheid was niet best. Die schurftige huid…. Morgen zou ze een afspraak maken bij de dierenarts. Als hij er wat beter uitzag, zou ze bij haar ouders nog eens een poging wagen.
“Wie weet, Boris.”, fluisterde ze in zijn vacht.

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijf-uitdaging van Plato. De opdracht is: Schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin het woord waar het om gaat niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: verwaarlozen.

De foto komt van het internet.

*******************************************************************************************************************
Meer WE-300 verhalen lezen? Klik op deze link: https://ajroc.wordpress.com/category/we-300/

Met dank aan Adam en Eva

We zullen eten van het vette der aarde
In het zweet ons’ aanschijn
zullen wij de grond bewerken
Wie niet werkt zal ook niet eten
Wat je zaait zul je oogsten

En zo lust ik er nog wel een paar.
Maar het is waar:

Moe maar voldaan
Aarde onder de nagels
De spa terug in de schuur
De hark op de juiste manier
Opgeborgen
Eén zaaibed onder glas
En één onder een
Bijzonder aardig
Plastic koepeltentje

De gezaaide zonnepitten
Zijn opgegraven
En leeggegeten
Zwart-witte schilletjes
Op een hoopje
Dus weer gezaaid
Maar dieper
Zou het helpen?

De regenton loopt over
Net als ik
Het hoofd in de zon
-Na gedane arbeid is het goed rusten-
(ja, nog één)
Terwijl de ene na de andere
Vinkenslag weerklinkt
En de merel keurend in de aarde pikt
Ook hij leeft van het vette der aarde

DSC06601

Mijn schepping

De zwarte aarde is nog woest en ledig
Een grote chaos op het kleine stukje land    
Er zijn nog geen creërende gedachten
Gereedschap ligt nog doelloos aan de kant

Nu eerst het water en de aarde scheiden
Een bedding maken voor wat groeien moet
De vette klei zal zich gewonnen geven
En maakt het harde werken goed

De zon dringt langzaam door de wolken
De maan vervaagt, een zachte wind steekt op
Ik heb zojuist de laarzen aangetrokken
En neem de eerste aarde op de schop

Degene die niet werkt zal ook niet eten
Dus spit en hark ik, leg de nieuwe zaden klaar
De rug gekromd, de handen uit de mouwen
En dromend van een goede oogst dit jaar

DSC04298

Vol gaat voor leeg

Compost in een kruiwagen scheppen is nog een hele kunst. Je kunt het met een vork doen, dat wordt aanbevolen, maar als onervaren tuinier merk je al snel dat dat niet zo eenvoudig is. En anders wordt het je wel duidelijk gemaakt: je bent niet sterk genoeg. Je bent ontmaskerd: een zwakke vrouw. Het is even slikken, maar als je die constatering rustig op je laat inwerken, dan bedenk je dat het je ook nog wel eens wat kan opleveren. En ja hoor, daar is al iemand die je zijn schop wil lenen.

Tien minuten voor één kruiwagen compost. Dat betekent: vanaf de tuin drie minuten lopen naar de enorme berg die op oranje dekkleden is uitgestort. Vier minuten scheppen, de kruiwagen zo vol mogelijk. Drie minuten duwen naar de tuin. Kruiwagen leegkiepen en het hele proces opnieuw. En zo twaalf ouwe-lullen-kruiwagens lang. Ja, onder deze compostvoertuigjes zijn twee extra wielen gelast. Dat zegt wat over de gemiddelde leeftijd van de tuinbezitter.

Tuin nummer 33 ligt behoorlijk achteraf. Het uitzicht op de begraafplaats is voor ons een voortdurend memento mori. Ja ja, maar voor het zover is, zullen we bonen gegeten hebben, piepers gerooid, peren gestoofd en bloemen in overvloed hebben zien bloeien. De druif zal prachtige trossen hebben voortgebracht en de potten bessengelei zullen in rijen in de kelderkast staan te pronken.

En wij? Ja, wij zullen blaren op de handen hebben, rouwranden onder de nagels, spierpijn in de ledematen, maar vooral zullen wij genieten van het voldane gevoel dat het werken in de tuin met zich meebrengt.

Zover is het nog niet. Hup! Over het bruggetje, dat steeds steiler lijkt te worden. Met volle kruiwagens die steeds zwaarder schijnen. En na twee uur heen en weer lopen vind je het helemaal niet erg om met je lege kruiwagen aan de kant te gaan voor iemand die met een volle aankomt. Soms ook nog met twee extra speciekuipen compost daar weer bovenop. Dat zijn de echte tuiniers, dat zie je zo. Wij kunnen daar niet aan tippen. Wij willen dat ook niet.

DSC02430

Ik krijg voorrang, als ik met mijn laatste volle kruiwagen de laatste bocht rond. Ik kieper hem leeg en zet hem terug in het schuurtje. Het wordt een mooi tuinjaar. We zullen oogsten wat we hebben gezaaid.