Oer(d)gevoel

dsc04576

Het zand in mijn schoenen
De schelpen in de vensterbank
De eikels in de schaal
De koffer in de gang
De kilometers in mijn benen
Het gloeien van mijn gezicht
De kleuren op mijn netvlies
De geluiden in mijn hoofd
De warmte van vriendschap
In mijn hart
En de herinneringen in de maak

Een goed verstaander weet
Dat een paar dagen Ameland
Voldoende zijn
Voor dit geluksgevoel

Advertenties

En dan nu Satie!

Come away

Een goed concept. Daar zijn vriendin H en ik het over eens, als we, een motterig regentje trotserend, door Edam wandelden. De twaalfde Pianowandeling. Voor ons de tweede.

Gelukkig staan de piano’s binnen. In de meest schattige huisjes, in kerken met zand op de vloer, in winkels, galeries en kassen. In het gemeentehuis speelt een jazzcombo, grijze mannen in het zwart. Het dak eraf is teveel gezegd, maar ze doen hun best. De sfeer is geweldig. “Wie is Loesje”, die heerlijke meezinger van de Ramblers, wordt door velen, op dringend verzoek van de zangeres, luidkeels meegezongen. Net als Loesje “voel ik in mijn hart een steek” als ik de wat oudere drummer zo vol vuur zijn drumstel zie en hoor bewerken.

Via een smalle gang betreden we een kamer in een woonhuis. Vrolijke klanken worden voortgebracht door twee quatre-main-spelende dames. De ‘Romantic Rag’ wordt helaas – even – onderbroken. Een dame in het publiek wil graag laten zien dat ook zij het pianospel beheerst en slaat, onhandig friemelend een ezelsoor achterlatend, de bladzij om. Daar hadden de dames niet op gerekend, ze raken in de war en het spel stokt. “Wij doen dit altijd zelf”, is het rustige commentaar en verder spelen zij. Inderdaad, beurtelings slaan zij om en dat gaat heel goed, zonder de minste hapering.

In De Vermaning (zand op de vloer) geen piano, maar orgelspel. In combinatie met alt- en tenorblokfluit. Een mooie combinatie, zowel voor het oor als het oog: met wat tegenlicht door een hoog raam een romantisch plaatje.
Het sieradenatelier van Mei Ling biedt ons de gelegenheid om een jonge vrouw achter de piano en voor de spiegel (mooi effect) te zien en te horen met heerlijke easy-listening nummers. In het kantoor van de makelaar klinkt Einaudi; met enige horten en stoten weliswaar, maar een kniesoor die daarop let. De pianist neemt met een vrolijk-verlegen glimlach het applaus in ontvangst.

En dan Satie. In het lichte atelier van Gea Karhof voel ik mij volstromen met die (te) lang vergeten klanken. Jaren geleden hoorde ik deze muziek voor het laatst live, voortgebracht door Reinbert de Leeuw. Ik beloof mezelf ter plekke dat ik de lp weer eens zal opzoeken. Én draaien. (En zo geschiedde)

Dat rondslenteren en hier en daar luisteren is natuurlijk ontzettend leuk, maar we zijn hier ook met een doel.
Dochter M van vriendin H zal, net als twee jaar geleden, zingen bij het pianospel van haar uitstekende begeleider T. Dus we haasten ons naar de kas van de plaatselijke bloemenwinkel. Kun je je een mooiere entourage wensen? Dit keer hoef ik me niet af te vragen of Schumann van kaas houdt. De geur is totaal anders dan twee jaar geleden, toen hen het kaaspakhuis was toegewezen. De liederen die M heeft gekozen, hebben, heel passend, te maken met bloemen, lente, de liefde en de dood. Uiteraard is Schumann aanwezig. Of zij Quilter heeft uitgezocht vanwege de hobby van haar moeder laten we in het midden. Zeker is dat hij een tekst van Shakespeare op muziek heeft gezet die het aanhoren meer dan waard is: Come away, come away, death. En dit gezongen door een jonge vrouw, dat vraagt om kippenvel.

Een kleine ode aan de zangeres zelf. De kas lijkt bijna te klein voor de krachtige, heldere en zuivere klanken die deze frêle vrouw ten gehore brengt. Het applaus is welverdiend. En dat vinden de vinkjes in het kooitje ook.

Waterlicht, een waar sprookje

20150513_220158

Een goed jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met het werk van Daan Roosegaarde. Op de televisie kreeg hij de gelegenheid zijn Lotus-Dome te presenteren en de werking ervan toe te lichten. Toen bleek dat het Rijksmuseum hem de gelegenheid bood de Dome tentoon te stellen, hoefde ik er niet lang over na te denken: dit wilde ik graag zien en meer nog, ervaren.

DSC09187

Fascinerend vond ik het. De donkere ruimte werd bijna geheel in beslag genomen door de enorme bol, voorzien van honderden bloemen van een speciaal door studio Roosegaarde ontwikkelde folie. Door de warmte die de bezoekers uitstraalden, gingen deze bloemen open en licht vulde de zaal. Het was moeilijk om je ervan los te maken. Het licht, het knisperende geluid, het geheimzinnige van de entourage. Een sprookjesachtig geheel. Nog twee keer ben ik teruggegaan naar het Rijks; alle keren was het even bijzonder.

Eind van dat jaar werd er door zijn studio het oplichtende fietspad in Nuenen gerealiseerd. Sterrelicht gevangen in asfalt, geïnspireerd door Van Gogh. Dit in het echt te zien staat nog op mijn verlanglijstje.

20150513_215403

Maar nu was er dicht bij huis weer een gelegenheid om binnen te stappen in een sprookjeswereld. ‘Waterlicht’, een gigantische installatie op het Museumplein in Amsterdam. De gedachte hierachter is de kwetsbaarheid van ons land. Zonder dijken zou Nederland voor een groot deel onder water staan (iedereen kent in dit verband waarschijnlijk wel de uitdrukking Amersfoort aan Zee). Wij in het westen leven onder de zeespiegel. Daan Roosegaarde verzon zijn zoveelste sprookje. Door middel van blauw licht en rook kreeg hij het voor elkaar ons te laten ervaren hoe hoog het water zou staan. Hoe het zou golven en ons overspoelen.

20150513_215150

De zon was nog maar amper onder, toen het spektakel losbarstte. Prachtig was het, indrukwekkend mooi. Naarmate de avond vorderde, liep het plein voller. Honderden telefoons maakten duizenden foto’s. Iedereen was vrolijk, opgetogen, geïnteresseerd.
Het was heerlijk om er gewoon maar te staan tussen al die mensen. Het letterlijk over je heen te laten komen. Zelfs wanneer je je realiseerde dat het licht het water verbeeldde, waaronder wij gevangen zaten, dan nog was het een vredig en rustgevend gevoel.

20150513_215007

In de verte het Rijksmuseum, als een sprookjeskasteel. De huizen langs het plein leken hoger dan ooit. Een weldadig geroezemoes, gegons van stemmen.

Het was hem weer gelukt. Weer wist Daan Roosegaarde ons even uit ons gewone gedoetje op te tillen en te laten geloven in het sprookje van de verbeelding. Ik ben nu al benieuwd naar het volgende.

Kijken is (de) kunst

DSC00094

De mist maakt van de koeien de aanzet tot een tekening: een donker streepje rug en kop in het omfloerste groen. Vage aanduiding van struikgewas, een enkele boom. Hier en daar lichten de kassen van het Westland oranjegeel op. Wateringen, Kwintsheul, Poeldijk, Naaldwijk, poëtische namen. Al met al goed om in de stemming te komen voor een bezoek aan het Stedelijk Museum in Schiedam.

We laten de grijze wereld voor een paar uur achter ons wanneer we, tussen de reusachtige pilaren door, het neoclassicistische gebouw betreden en rechtstreeks de kapel van het voormalige Sint Jacobs Gasthuis binnenlopen. De preekstoel is prominent aanwezig achter de balie. De museumwinkel met de gebruikelijke gadgets is hier gesitueerd evenals het museumcafé met gezellige zitjes en een leestafel.

In de linkervleugel (waar ooit de oude mannelijke Schiedammers hun dagen konden slijten) moeten we zijn. Hier komen de woorden van de oude dichter Kloos tot leven: “Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten.” Hier is het domein van de drieëntachtigjarige kunstenaar herman de vries (zonder hoofdletters, een residu van de zestiger jaren, vermoed ik), die een beetje god is. Een bescheiden, vriendelijke god, zoals kinderen hem waarschijnlijk voorstellen: grijs haar en een grote grijze baard.

DSC00115

De gedachte schept het beeld. De gedachte brengt een ordening aan in de chaos. herman de vries heeft zijn gedachten en de natuur geordend tot kunstwerken. Onbedoeld bedoeld, onnatuurlijk natuurlijk. Een god die zijn eigen wereld schept. Een wereld waar alles klopt, omdat alles mogelijk is. Spelen met licht en donker. Gebruik maken van het enorme aanbod van de natuur. Alles is voorhanden. Je moet het alleen willen zien. Kijken is de kunst. Zien nog veel meer.

DSC00096

Het werk zet je in eerste instantie aan het denken: heeft hij die blokjes met opzet zo geplaatst, is de schaduwwerking zo bedoeld? Maar het denken maakt al heel snel plaats voor ervaren. Kijken, kijken, kijken. Opgaan in het beeld. Verrast, verbaasd, verrukt, verheugd. Gaandeweg ontdek je als vanzelf dat er veel aan het toeval wordt overgelaten. Hoe iets in de ruimte is geplaatst. Hoe iets op papier is terecht gekomen. Maar toch ook weer niet altijd; er zijn duidelijke aanwijzingen dat de hand van de meester zich heeft geroerd. Nadrukkelijk in een bepaald ritme gedwongen blaadjes, nauwkeurig uitgestalde sikkels, op de juiste afstand geplaatste schaaltjes met specerijen. De toevalstreffer is dan bijvoorbeeld de puntige uitloper van het blad en het extra lange steeltje. Of de dikte van de takken, de grootte van de doorns. Het verschil in grootte van het blad van de sikkel.

DSC00116

DSC00102

Indrukwekkend is een wand totaal gevuld met plastic mapjes met daarin plantjes op een velletje papier. Deze komen van een stukje grond van 16 dm2, 40 bij 40 centimeter. Fantastisch hoe hij dat heeft gerubriceerd -volgens een strak systeem- want elk plantje kun je op zijn eigen plaats weer terugvinden. Zo’n klein stukje grond, uitvergroot tot een hele wand. De vergankelijkheid de baas, hier is het goed geconserveerd.

DSC00108

Vergankelijkheid. Dat is het uitgangspunt van herman de vries. Dat is wat hij ons wil tonen. Waar hij ons van wil doordringen. De verandering die plaatsvindt in de natuur, door de natuur. Want een geplet blikje dat roest en scheurt door de inwerking van de elementen en de tijd, kan ook in een lijstje terechtkomen.

Vergankelijkheid is af te lezen uit een opstelling van schedels en botten van dieren. Of van vreemd gevormde takken en stronken. Hiervan kan de opstelling elke tentoonstelling weer anders zijn, net als de verandering die plaats vindt in de natuur. Toeval. Niets is blijvend.

DSC00114

Aarde in vele kleuren en verschillende soorten as smeert hij ritmisch uit over grote vellen papier en lijst het in. Honderden lijstjes zijn gevuld met takjes, blaadjes, steentjes, schelpen.

Op drie grote vellen papier zie je hoeveel bladeren zijn appelboom heeft losgelaten om respectievelijk een, twee en drie uur ’s middags. De bladeren zorgen zelf voor de compositie, het oog van de kunstenaar ontdekt hierin de schoonheid. Zijn intentie verheft het tot kunst en zijn handen voltooien het werk op ambachtelijke wijze. De toeschouwer, de kijker vervolmaakt het door zijn aandacht.

DSC00097

Heel bijzonder is de installatie: rosa damascena. Het topstuk van de tentoonstelling, een vloer vol rozen in knop. De aangename geur verspreidt zich door de gehele vleugel. En dat is de bedoeling; meerdere zintuigen worden aangesproken, ook de reuk wordt bij het ervaren van het kunstwerk ingeschakeld. Aardetinten rondom. Opgaan in het geheel. Heel stil worden. En beseffen hoe vergankelijk we zijn.

DSC00112

De weg terug in omgekeerde richting. De koeien zijn heel. Het gras is groen. Langs de kant van de weg ligt geel blad ongeordend uitgespreid in de bermen.

——————————————————————————————————————-

En natuurlijk wilden wij, als nuchtere Hollanders, ook weten hoeveel rozen….? Honderdacht pond. Door herman de vries eigenhandig uitgestrooid.

De moestuin van Monet

DSC00035

Zaanstad heeft een grote aantrekkingskracht op toeristen en dat is niet zo verwonderlijk. Er is veel leuks te zien, van De Zaanse Schans in het noorden tot het Tsaar Peterhuisje in het zuiden. Met langs die route schitterende pakhuizen, bijzondere fabrieken en pittoreske huisjes. En natuurlijk de Zaan. Meestal let ik er niet zo op, sjees erlangs op de fiets op weg om een boodschap te doen. Soms stel ik me op als toerist en zie dan bijzondere dingen. Laatst keek ik door de ogen van drie kleine toeristjes: de kleinkinderen.

Toen zij in de herfstvakantie bij mij logeerden, belandden we in een gedeelte van Zaandam waar ik niet meer zo vaak kom: de Russische buurt. Hier vind je, aan de Krimp, het Tsaar Peterhuisje dat in een soort van glazen stolp te bezichtigen valt. Omdat het maandag was zat het hek potdicht, jammer genoeg. Ook de buitenkant is al mooi, maar het bekijken van het piepkleine huisje waar die reus van een Tsaar ooit overnachtte leek hen zo leuk, dat het op ons verlanglijstje is gezet. Het bordje met Cyrillisch schrift naast de deur trok vooral de aandacht van de twee jongens: ze konden het ‘gewoon lezen’ en probeerden het woord voor ‘dinsdag’ fonetisch in hun geheugen te prenten.

Van De Krimp liepen we richting Zaan. (Dat wil zeggen: ik liep, zij renden!) Het is een mooi oud buurtje. En hoewel er hier en daar onvermijdelijk nieuwbouw ontstaat, is de sfeer niet verpest en kun je je met gemak voorstellen dat zo’n belangrijke Rus hier heeft rondgelopen.

20141013_161040

Gewend als de kinderen zijn aan het kleine slootje voor mijn deur, vonden ze het uitzicht over de brede Voorzaan fascinerend. De grijsblauwe wolkenlucht boven spiegelend water, huisjes van de Prins Hendrikkade in de verte, de aangemeerde schepen: het leek wel een schilderij.

DSC00030

Wie hier ook van genoot, maar dan bijna anderhalve eeuw geleden was degene die er ook daadwerkelijk een schilderij van maakte: Monet. In 1871 verbleef deze beroemde Franse schilder vier maanden in de Zaanstreek. En in die periode (van 2 juni tot 8 oktober) maakte hij vijfentwintig schilderijen. Hij was enthousiast over “de verrukkelijke boten, de molens en de kleuren van de huizen”.

DSC00033

We vervolgden onze wandeling over de Hogendijk en bewonderden Het Blauwe Huis, dat door Monet vereeuwigd werd. Je kunt de knalblauwe muur onmogelijk missen. Prachtig vonden de kinderen het. Later kwamen we er achter dat dit Monets lievelingsschilderij was: waarschijnlijk omdat dit het enige werk is waarop hij zijn vrouw en zoontje heeft afgebeeld.

DSC00027

En er lag nog een verrassing op ons te wachten. Niet ver daar vandaan ontdekten we, achter met doeken bespannen hekken, de Moestuin van Monet.

DSC00028

Voordat we afdaalden naar deze oase van rust, bekeken we de reusachtig afgedrukte schilderijen en lazen we de recepten. Het sprak enorm tot hun verbeelding; het gaf ze het gevoel dat ze de schilder een beetje leerden kennen.

DSC00045

Daarna liepen we door het poortje de trap af naar het terrein tussen Hogendijk en Krimp. Hier is door buurtbewoners een fantastische tuin gecreëerd: grote bakken met groenten, vruchten, kruiden en bloemen.

DSC00049

Bieten en prei, boerenkool, salie, lavas, tomaten, aardbeien, frambozen. Een klein ‘blauw huisje’ met boeken, die je gratis mee kunt nemen. Een regenwatercontainer met kraan. En interessante weetjes over Monet, die uit de losse hand op de bakken geschilderd zijn. Gezellige zitjes. De Zaanse Dichterskring heeft gezorgd voor bijpassende gedichten, die her en der in de tuin zijn opgehangen.

DSC00050

Als klap op de vuurpijl een heuse datsja, waardoor we weer in Russische sferen werden gebracht.
Even voorbij dit ‘Russische’ buitenhuisje verlieten we de tuin. Voor vandaag genoeg gezien. Na een groet aan Tsaar Peter op zijn sokkel, midden op de Dam en de belofte om nog eens terug te komen, togen we weer naar huis.

Het was een welbestede, gezellige, leerzame middag. En ik dank de jongens en de kleine meid dat ik met ze mee mocht op een ontdekkingstochtje door mijn eigen stad.

An Einem Dienstag Im Oktober

20141007_222612

Exact twee weken geleden, op net zo’n druilerige dag als vandaag, was het weer eens zover. We ‘moesten’ uit. Zoon Jaap van vriendin H had, onder zijn artiestennaam Jakob, een optreden in een -volgens J’s beschrijving, enigszins Oost-Duits aandoend- café in Amsterdam. Zonder zijn band “The Benelux” dit keer, zou hij een aantal eigen liedjes ten gehore brengen. Ik had al een voorproefje gehad en het klonk goed, op het mobieltje van zijn moeder. Leuk dus. Hoorde ik een Leonard Cohen-achtig timbre? Verrassend. En zo trokken de twee ‘overjarige groupies’ op die regenachtige avond naar de hoofdstad.

Het was stil in Amsterdam en voor we het wisten stonden we voor “De Nieuwe Anita”. Met wat fantasie leek het inderdaad wel een klein beetje op het café in Berlijn aan de Kastanienallee, waar we een aantal jaren geleden op bobbelige fauteuils aan wrakke tafeltjes dikke linzensoep met zuurdesembrood aten. Na enig nadenken herinnerden we ons de prachtige naam: “An Einem Sonntag Im August”. Voor iedereen die nog eens van plan is naar Berlijn af te reizen: het is een absolute must. Goed om je heen kijken, niet bang zijn voor losse stroomdraden, maar genieten. Van de omgeving, van de mensen. Van goed eten en drinken tegen schappelijke prijzen. En vergeet ook niet de toiletten te bezoeken: fabelhaft!
Maar nu, ‘An Einem Dienstag Im Oktober’, betraden wij om half tien ‘de Anita’ en vielen midden in het optreden van een alleraardigst duo. Het wachten was nu op Jakob.

Jaap is een rasartiest; schrijft zijn eigen teksten, zingt, begeleidt zichzelf op gitaar en piano, bespeelt het publiek, is een echte charmeur. Voor twee nummers had hij oud-bandleden (van de verschillende bandjes waarin hij speelde) gevraagd een aandeel te leveren. En zo verschenen er onverwacht vier koperblazers die op ingetogen, maar toch heldere en bevlogen wijze een bijzondere kleur aan het optreden gaven. Een gouden vondst. Het was uiteraard niet de opzet, maar het gaf een Kift-achtig cachet aan het geheel. De oordopjes die nog in onze tas zaten van het optreden van de band in Paradiso, waren deze keer absoluut niet nodig; het was alles rustig, vriendelijk en beheerst. En bijzonder aangenaam en amusant.

Zijn zus M, die haar verjaardag vierde, trakteerde op bier en wijn. We proostten op beiden: op de muziek en op het nieuwe levensjaar.

Voor ons vertrek wierpen we nog een hoopvolle blik op de toiletten: ze haalden het niet bij die in het Berlijnse café. Het enige minpuntje van een genoeglijke avond.

Lundi Bleu, maar niet wat u denkt!

img070

En zo ging de Engels/Amerikaanse hype, Blue Monday, soepeltjes over in een wonderschone avond met een humoristische Franse slag, waarin Strijkorkest Lundi Bleu de hoofdrol speelde…..

Of ik mee wilde naar een concert, waar dochter M zou zingen met haar koor Convivium, vroeg vriendin H. Daar hoefde ik niet lang over te denken: altijd leuk! Dus togen we vroeg in de avond naar Amsterdam, naar het Orgelpark.

Het Orgelpark is gevestigd in de voormalige Parkkerk, grenzend aan het Vondelpark. Een groot aantal orgels is hier samengebracht. Elders waren deze overtollig, kwamen niet tot hun recht, stonden te verstoffen, enzovoort. Hier zijn ze liefdevol opgenomen en op deze wijze worden ze ook bespeeld.

Vanuit de donkere straat stappen wij een warm verlichte ruimte binnen. We hebben niet gereserveerd, want wie gaat er nu op zo’n dag naar een concert, dachten wij argeloos. We krijgen de laatste twee kaartjes.

Terwijl we wachten op, volgens de tekst op de flyer, een mix van troostrijke strijkersmuziek, orgel, accordeon en zang, laat ik mijn blik door de in frisse kleuren geschilderde ruimte gaan: inderdaad, prachtige, bijzondere orgels, rondom. Wat veel! Indrukwekkend! Rechts van ons een strak orgel, wat ik meen te herkennen: zo’n orgel heb ik in mijn jeugd veel gezien en gehoord, in de Adventkerk in Den Haag. Zou het? Ik kan het me bijna niet voorstellen.

DHadvent

Bijna vol is de zaal, wanneer Daniël Koopmans het woord neemt. Het concert van Lundi Bleu heeft ons, naar hij veronderstelt, gered “van de rest van de avond futloos op de bank doorbrengen, alwaar wij net in uiterste vertwijfeling een bak met Euroshopper lasagne naar binnen hebben gewerkt”. De toon is gezet. Alle muziek die gedurende de avond ten gehore zal worden gebracht, heeft een melancholieke ondertoon. De vette knipoog naar, ja hij wrijft het ons nog maar weer eens in, de blauwe maandag, de meest deprimerende dag van het jaar. Zo zullen we ervaren dat het nog niet zo slecht met ons is gesteld.

Het koor opent de avond met De Profundis van Glück. Ze zullen na de pauze nog een keer terugkomen met Gabriel Fauré: Cantique De Jean Racine. Prachtig gezongen en als altijd op bezielende wijze gedirigeerd.

De strijkers spelen, zonder dirigent, de schitterende Elegie uit de Strijkersserenade van Tsjaikovsky.
Van Caspar Terra is de compositie: Blauwe maandag: dood en verderf, verdriet en pijn. Heerlijk als het er zo dik bovenop ligt.

Op het Van Stratenorgel wordt een waanzinnige compositie ten gehore gebracht. Dit geweldige spel ontlokt bewondering en een glimlach.

20140120_200451

Iedereen in het publiek is zwaar onder de indruk van Astor Piazzolla’s prachtige, opzwepende Invierno porteño, waarin Johan Olof de sublieme solist is. De Radio 4-luisteraars kunnen dit zondagochtend al hebben gehoord.

20140120_211930

Na de pauze genieten we van een onvervalste Amsterdamse smartlap. De witte rozen die Jantje kocht waren uiteindelijk niet voor het nieuwe zusje; ze kwamen op moeders en zusjes graf.
De gedragen Suite voor strijkers van Leoš Janácek wordt geïllustreerd met hilarische tekeningen, ter plekke gemaakt door Suus van den Akker en via de beamer geprojecteerd op een groot scherm. Twee uitersten, ernst en humor, op vindingrijke wijze samengebracht en alles klopt.

De enige onvoorziene ‘valse noot’ in het geheel is misschien de gesprongen kam van een van de violen. Gelukkig kon de violiste dit snel repareren en wist de presentator te vertellen dat zoiets slechts een keer in je leven gebeurt. Maar dan uiteraard wel op… uiteraard, Blue Monday.

Spectaculair is het laatste stuk: Concert voor orgel, pauken en strijkers, van Poulenc. Wat een kracht, bezieling en enthousiasme! Het applaus spreekt voor zich.

20140120_200517

Wanneer ik, eenmaal thuis, de website van het Orgelpark bezoek, ontdek ik, dat ik de hele avond inderdaad in één ruimte heb vertoefd met het Van Leeuwenorgel uit mijn jeugd. Dus toch! Wat een heerlijk toeval!

——————————————————————————————————————–

Lees ook:
Houdt Schumann van Kaas? http://wp.me/p36K0e-52
Bach in de Bullekerk. http://wp.me/p36K0e-4S

Helmond, een stad vol verrassingen

DSC08892

Een uitje op kosten van de NS, wie wil dat nou niet? Vriendin H en ik besloten onze vrij-reizen-dag zo goed (lees duur) mogelijk te besteden. Vanuit de Zaanstreek naar Helmond is een flinke reis. Het lukte bijna zoals we hadden gepland. Doordat de trein vanuit onze woonplaats net iets te laat kwam (de trein naar Amsterdam vertrekt over enkele minuten…. Ja, ja, heeft enkele minuten vertraging, zullen jullie daar bij de NS bedoelen), ging het overstappen in de hoofdstad iets minder soepel, zodat we flexibel en creatief onze reis moesten voortzetten.

Helmond, een bende bij het station. Alles ligt opgebroken. Na enig gezoek vinden we de juiste richting naar het centrum. Daar eerst koffie. Met vlaai, denken wij. Verkeerd gedacht; we worden vriendelijk maar beslist terecht gewezen: dit is Brabant, voor Limburg hadden we in Eindhoven richting Weert moeten gaan. Ter compensatie een heerlijk gebakje van de plaatselijke banketbakker. De Brabantse gezelligheid is voel- en hoorbaar. En, lekker opgewarmd, durven we het aan met de verrassingstocht te beginnen.

DSC08854

Natuurlijk was het optimaal profiteren van de NS niet onze enige reden om deze stad te bezoeken. Architectonisch schijnt er ook heel wat te zien te zijn. En jawel. Net buiten het centrum ontdekken we de kubuswoningen van Piet Blom. Andere kleurstelling dan in Rotterdam: daar geel, hier groen. Een mooie opstelling in een halve cirkel op een pleintje.

DSC08866

Door de hele binnenstad is een beeldenroute aangelegd. Intrigerende beelden en beeldjes. We verbazen ons steeds meer; wat we ook hadden verwacht van Helmond, dit zeker niet.

DSC08871

Het Gemeentemuseum is verdeeld over twee locaties: een oud gedeelte, wat heel toepasselijk in een kasteel gevestigd is en een totaal nieuw gebouw, de Boscotondohal. Het kasteel bezoeken we het eerst. Daar bekijken we de vaste expositie over het ontstaan van Helmond, de collectie Stadshistorie. Veel deurtjes, luikjes, geluiden. Veel zelf doen, interactief, zoals dat tegenwoordig heet. Voor kinderen (kids, volgens het gidsje….) heel begrijpelijk en leuk. En dit is de grote doelgroep. Hele schoolklassen kunnen hier hun hart ophalen.

DSC08880

Op de bovenverdieping, met de licht krakende parketvloer, wacht ons weer een verrassing. Hier is de collectie ‘Mens en Werk’ te vinden: schilderijen, tekeningen, foto’s, van de 19e eeuw tot nu. Bekende schilders uit binnen- en buitenland zijn hier vertegenwoordigd: Jan en Charley Toorop, Bart Van Der Leck, Cas Oorthuijs, Käthe Kollwitz, Pisarro. De robuuste opstelling geeft het geheel een ambachtelijke uitstraling. We drinken, nee, we slurpen het in. Als het hierbij zou blijven, waren we al dik tevreden, met dit aan de NS ontfutselde uitje. Maar we gaan voor het totaal.

DSC08885

Na een heerlijke lunch – ja, we moeten nog even – staat het nieuwe museum, De Boscotondohal, op het programma. Een prachtige plek, ook deze buurt is architectonisch zeer de moeite waard. Je verwacht niet, en dat is natuurlijk een verkeerde aanname, begrijpen wij direct, dat er hier, in het zuiden, zulk bijzonder werk te vinden is. Maar waarom ook niet. Onze vooroordelen stellen we direct bij.

Voor de balie staat op een standaard een dik fotoboek over Mandela. Als eerbetoon aan deze geweldige man. Het is nog maar een week na zijn overlijden. Later zullen we zien dat er in dit museum nog een link naar hem te vinden is.
We hebben niet heel veel tijd meer om uitgebreid de expositie: Kanaalwerken te bekijken, maar we starten vol goede moed. Weer worden we aangenaam verrast. Moderne kunst in zijn beste gedaante. De opstelling over het graven van de Zuid-Willemsvaart (door Theo van Keulen) spreekt zeer tot de verbeelding. En de foto’s die dit begeleiden, getuigen van een groot gevoel voor humor van de kunstenaar; we zien bevriende kunstenaars, die voor de foto bereid waren om een gat in hun eigen tuin te graven.

DSC08893

Vooral prachtig vind ik het laboratorium van Olaf Mooij. In drie geschakelde metalen stellingkasten staat van alles op sterk water. Goed kijken is een must: het zijn apothekerspotten met plastic autootjes, maar ook met sinaasappelnetjes, stekkertjes! Speelgoedauto’s in nog meer gedaantes, als fossiel bijvoorbeeld.

DSC08900

DSC08901

Ook de werken die van glanzend satijnen paspelband in elkaar zijn gezet zijn prachtig. De werking van het licht heeft een bijzonder levendig effect en geeft diepte en schaduw. Martin Fenne, geïntrigeerd door het moeizame bestaan van vluchtelingen in Nederland, maakte deze opvallende creaties.

DSC08910

In een aantal werken, o.a. in dat van Misja van Daal (ooit ontwerper van dessins), zien we een verwijzing naar de Vliscofabriek, die hier in Helmond gevestigd is. Hier worden de stoffen met Afrikaanse prints ontworpen en gefabriceerd. Veel vrouwen in Afrika zijn er gek op en maken hun kleding graag van deze uit Nederland afkomstige stoffen. En ziehier de aangekondigde link naar Mandela.

DSC08905

We blijven tot sluitingstijd. Het is inmiddels donker. Op de route naar het station lopen we langs de Vliscofabriek. De laatste verrassing van vandaag.

We voelen ons als de twee winkelende vrouwen, het beeldje dat we aan het begin van de dag al zagen. Maar onze bagage is van immateriële aard. Hier kunnen we weer lange tijd op teren.

DSC08867

Sven Ratzke, Diva Diva’s

sven-ratzke-diva-diva-s_1

Hij trad al op in het theater in mijn eigen stad. Achteraf ben ik blij dat ik er toen niet naartoe kon, naar Sven Ratzke met de show Diva Diva’s. Het DeLaMar in Amsterdam is een veel betere entourage voor een man zoals hij. Daar komt hij pas goed tot zijn recht. Daar wordt hij begrepen en gewaardeerd.

Vriendin/ex-collega M en ik hebben buiten een groot aantal verschillen (ik houd niet van voetbal) ook een aantal overeenkomsten. De liefde voor bepaalde boeken bijvoorbeeld, voor series als Borgen, en niet te vergeten De Kift.
Ik had nog niet veel gezien en gehoord over Sven Ratzke, maar het was genoeg om te vermoeden dat wij dat allebei heel goed en leuk zouden vinden. Zij vond het uitje een geschikt verjaarscadeau voor mij. En, ik ben haar zeer dankbaar, dat was het zeker!

Het DeLaMar is een prachtig theater. Brede trappen, rood pluche, schitterende foto’s van artiesten aan de wanden langs de met rood tapijt beklede trappen. Helder licht, blinkend zwart marmer, glanzend chroom. Alleen dat was al de moeite waard. Maar er was meer. En daar kwamen we voor.

We begeven ons naar de Mary Desselhuijs-zaal. Verwachtingsvol wurmen wij ons rij acht in, tot in het midden, stoel 13 en 14. Hoe symbolisch! Stampvol is de zaal; dat belooft wat.
Het toneel: een vleugel, een lichtbak, een rookapparaatje. Een karaf water, een glas. Een microfoon op een standaard. Eenvoudig. De artiest, de pianist; zij moeten het doen, geen overbodige attributen om hun performance kracht bij te zetten. Ze hebben het niet nodig, zal al spoedig blijken.

Sven Ratzke komt op, maakt contact met de zaal. Dit zal hij tijdens de rest van de avond verder uitbouwen, tot iedereen van hem houdt.
De show begint. Hij praat, zingt, danst, schmiert. Dit is theater op zijn best. Zo was het in de twintiger jaren in Berlijn; hij weet die sfeer raak te treffen. Diva’s komen werkelijk tot leven. Hij weet alles van ze en schroomt niet met saillante details op de proppen te komen. Heerlijk. Dit is genieten. Wat een stijl. Wat een performer, wat een entertainer. Tegelijkertijd neemt hij ook zichzelf op de hak. Dat is de kracht van de ware kunstenaar: jezelf niet al te serieus nemen, maakt je juist zeer geloofwaardig.

Aan de vleugel zijn begaafde begeleider Charley Zastrau. Getooid met een pet à la Gilbert O’Sullivan, zal hij de hele avond, twee uur lang, zijn jazzy spel ten gehore brengen. Alsof het hem zo maar ontglipt, of het geen moeite kost. Met een verlegen blos wanneer hij door Sven in het middelpunt van de belangstelling wordt gezet.

Zo trekken gedurende de avond aan ons voorbij: Shirley Bassey, Eartha Kitt, Nina Simone, Judy Garland, Dusty Springfield, Cher, Marlene Dittrich, Hildegard Knef, Anita Ekberg. Als hij hun liedjes zingt, zie je een ware transformatie tot stand komen. Zijn mimiek, timbre, en vooral zijn handen, die prachtige slanke handen, ondersteunen zijn vertolking. Zijn vrolijkheid en humor werken aanstekelijk. Ratzke krijgt het voor elkaar de zaal kevergeluiden te laten maken, te laten zingen. Het is een warm bad, waarin zeshonderd mensen tegelijk zich wentelen, zich schoonwassen van de dagelijkse beslommeringen.

Het zwarte glitterpak voor de pauze, zowel als het witte daarna, met bontstola’s en al, zijn ontworpen door Frans Molenaar. De zwarte en de witte laarsjes met hakken zijn van de hand van Jan Jansen. Ere wie ere toekomt, Ratzke maakt er geen geheim van.

In de pauze genieten wij van het prachtig uitgedoste publiek. Markante figuren met bijzondere hoedjes, chique kleding, schitterende opzichtige kostuums. Handkussen worden, spaarzaam weliswaar, uitgedeeld. Mensen spreken met elkaar over tentoonstellingen, over kunst. Bewegen zich omzichtig op wiebelhakken. Veren tasjes, kanten netjes in het haar. En, zegt M, een kapitaal aan brillen.

De tweede helft begint. Sven Ratzke stort zich er weer volop in. We zien de diva’s in hun glitter en glamour, maar ook in hun triest verval over de Bühne paraderen en strompelen.

Het eind van de show is een verrassing. Rustig, vóór op het podium, in volle concentratie, vertolkt hij het prachtige lied van Ramses Shaffy: Laat Me. Eerbetoon aan de grote zanger, die ook door iedereen in het hart gesloten werd. En wellicht aan Herman Pieter de Boer, die het lied schreef en die onlangs is overleden. Doodstil is het. Het is voelbaar hoe het publiek hierdoor gegrepen wordt.

Een overweldigend applaus is zijn beloning. Hij komt terug met een toegift van twintig minuten. De magie heeft zijn werk gedaan. Hij houdt van zijn publiek, het publiek houdt van hem. Hij heeft ons even opgetild uit het gewone aardse bestaan. Het leven was een paar uur lang alleen maar zitten, kijken, luisteren en genieten. Opgaan in het hier en nu. Daar kan geen dure cursus tegenop.

Sven Ratzke, onvolprezen theaterdier, bedankt!

Jong en Young

20131120_222401-1

Woensdagavond. In de miezerige regen naar het station. Maar het optreden van de band van zoon Jaap van vriendin H laat ik me niet ontlopen. We verbazen ons over de chique aankleding van de trein. Dat zie je er aan de buitenkant niet aan af. Er is meer beenruimte. De glazen tussenwandjes zien er fris uit en zijn voorzien van robuuste bronzen handgrepen. Het icoontje op het raam betekent gelukkig dat je mag praten. En zo kletsen we ons door de reis heen. Ver is het niet. Al snel zijn we op Amsterdam Centraal. De tram komt er direct aan en brengt ons naar het Leidseplein.

Hooguit vijf minuten lopen en daar is het doel van de reis: Paradiso. Een kaartje kopen betekent ook lidmaatschap voor een maand aanschaffen. Nou ja, wie weet. Misschien bevalt dit zo goed dat het naar meer smaakt.

We komen voor de band The Benelux. Vanavond wordt hun nieuwe album gepresenteerd. We nemen een voorschotje op de nabije toekomst en kopen een cd en een lp. De T-shirts houden we voor gezien; zoiets dragen wij niet meer, een tekst schuin over de borst. Dat we hier zijn is al bijzonder, vinden wij. De twee oudste vrouwelijke bezoekers, op het eerste gezicht althans, een plastic glas rode wijn in de hand.

Als ware artiesten laten de leden van de band nogal op zich wachten. Maar wanneer de halve zaal vol rook wordt geblazen, kan het niet lang meer duren. En ja hoor! Als jonge honden springen de vier het podium op en het spektakel begint. We kijken elkaar aan; het klinkt goed. Krachtige stem, ruige muziek, een sterke beat. Hoe zal dat voelen voor H, je kind daar zo te zien zingen. Vragen kan ik het haar niet, althans het heeft geen zin, nu.

Het blijft leuk, nadat ik twee sets oordopjes heb gehaald, beneden bij de ingang. Op aanraden van Jaaps zus, M. Beter zo. Het wordt drukker nu het concert in de grote zaal is afgelopen en sommige bezoekers nog een afzakkertje komen nemen ‘bij ons’. Rode plastic trays met daarin acht biertjes worden over de hoofden heen vervoerd. De bezoekers blijven over het algemeen droog, maar de vloer begint geleidelijk aan te glanzen van het vocht.

Het slotnummer. Twee toegiften. En eindelijk kunnen de ouders hun zoon, broer en zus hun broer begroeten. Hij wordt gefeliciteerd met de release van het nieuwe album, gecomplimenteerd met de geweldige show. En dan wordt het voor ons tijd om te gaan.

De laatste trein. Dat is lang geleden. Ja, we worden bezadigd, lijkt het wel. Maar dit, deze avond raakte aan woest en onstuimig. In elk geval wat de muziek betreft. Drie wat oudere mannen zitten aan de overkant van het gangpad. Het woord pensioen valt. Maar daar wordt snel overheen gepraat: ze hadden een geweldige avond in De Melkweg: A tribute to Neil Young. Een van hen bladert in het boekje: Forever Young. Ze vragen naar de lp: van welke band?

Bijzonder hoe dit samenkomt: een jonge band, die haar nieuwe plaat promoot en een doorgewinterde muzikant eren op één en dezelfde avond.
En H? Ja, ze had zich met enige verbazing gerealiseerd dat het haar zoon was, die daar op dat podium in Paradiso de sterren van de hemel stond te zingen.