Bijna niets

IMG_20150201_163927

Een late zondagmiddag en ik fiets
Mijn lange schaduw achterna
Rondom de polder als een vlakke schijf
Ooit geloofde men de aarde plat

Perfecte stilte voor de avond valt
De dag dooft in hoog tempo uit
Nog een keer breekt de wolkenlucht
Voor een gordijn van zonneschijn

Klein en onwetend voel ik mij
De schijn van leven lijkt mij echt
Een reiger krijst mij kermend terug
Banden zoeven op de natte weg

Voorbarig

DSC00264

In de tuin ligt een rest sneeuw
Met tussen de gul gestrooide zaden
Afdrukken van vogelpootjes
Van de halve appel
Is alleen de leeg gepikte schil nog over

De tortels hebben de lente in hun kop
Gekoer op de pergola
Knus tegen elkaar aan

Het roodborstje jaagt zijn rivaal
De tuin uit en pikt in een moeite door
Havermoutvlokken uit het schaaltje
Een pimpelmees verdwijnt
In de bijna lege pindakaaspot

Het vochtige hout van de schutting
Dampt in de zon

Ik zit voor het raam
Met het cryptogram uit de zaterdagkrant
IJsbloemen vul ik in
En mijmer over
Opbollende witte zomergordijnen
In een verkoelend windje
Op een warme zomerdag

—————————————————————————————————————–

De foto van de broedende meeuw van Emo Verkerk is gemaakt in het Gemeentemuseum in Den Haag.

Geen grap

DSC09448

Die stoere vogel
Luid kwetterend op het schuurtje
Lokt de poezen uit de buurt
Het dak op
Een rover
Wordt er gezegd
Met afgrijzen

Maar hoe zorgzaam
Sopt hij
Om zijn kroost te voeden
De harde stukjes stokbrood
In de waterbak

Zo zijn best gedaan
En dan toch
Twee kleintjes
Over de rand van het nest
De dood
Gevonden in de goot

Slechts een onsje veren
Met een dood vogeltje erin

Vroeger kenden we een mop
Die over even lange pootjes ging

Ik zag het nu zelf
Toen ik het ekstertje
Al helemaal af en op kleur
Ja, ook het markante blauw
Voorzichtig in het grafje legde

Even lang

Een pond veren…

DSC09131

In zoveel gedaantes
Toont hij zich, de reiger
In het voorjaar
Met hongerige moed
Stoer stappend langs
De rijkgevulde slootjes
In de polder
Geduld, geduld
En dan snel en slikken
Een vis als adamsappel

Op zomerdagen
De vleugels uitgespreid
Een briesje onder de oksels
Soezend in zonnige weilanden
Maar altijd de blik op scherp
De krachtige snavel gereed

De herfst boetseert hem
Tot een gebogen oud mannetje
Geleund tegen de wind
Opgetrokken schouders
Slordige fladderveren op de borst
Het kuifje verwaaid

Een schreeuw
En dat is echt klapwieken
Wat zijn sterke vleugels doen
Pijlsnel en hoog
De ranke poten gestrekt
Voorzichtig neerstrijkend weer
Of hij op eieren landt

En nu dan winter
Een grijze dag
Langs het grijze asfalt
Een hoopje grijze veren
Een pond misschien
Maar vliegen is er niet meer bij

De vogel is gevlogen

——————————————————————————————————————–

Bert Schierbeek schreef ooit het gedicht:
een pond veren
vliegt niet als
er geen vogel in zit

Hoe waar dat is, heb ik vanmiddag ervaren toen ik de reiger vond. Hij zag er weerloos uit; de snavel verborgen. Geknakt en gebroken (in tegenstelling tot de kaardenbol….)
Ik houd van reigers. Hij rust nu onder een stenen vis in mijn tuin.

DSC09135

De harde werkelijkheid

DSC08808

Een grijze dag
Een grijs uur
De grijze zwaan
Dobbert op het grijze water
Alleen
Even verderop
De oude zwanen
Statig en stralend wit
Weerspiegeld
Oplichtend
Een schijn van zon

Zo gaat dat dus
Nou jongen
Jullie zijn nu groot
Oud en wijs genoeg
Om je eigen kostje
Bij elkaar te scharrelen

Nog niet al te ver
Van het vertrouwde nest
Maar toch
Slobberen doe je in je eentje

De zorgeloze zomer is voorbij
De winter wacht

Voor L

DSC07956-001

Zwoele zomermiddag
Zeven zachte jonge zwanen
En hun zorgzame ouders
In een klein slootje
Loom peddelend
Door het kroos

De jongen onbevangen
Beetje dobberen
Beetje slobberen
Nieuwsgierig naderbij

De ouders waakzaam
Weerbaar en wijs
Denkbeeldige frons
In het voorhoofd

En ik
Dankbaar voor dit beeld
Van eeuwige trouw en
Toewijding aan het leven
Druk af
En vervolg mijn weg

Roodborstje tikt

Nu het zulk koud weer is, met ijs op de sloten en sneeuw zover het oog reikt, is het belangrijk om de vogels bij te voeren. En ze laten het zich maar al te graag welgevallen. De eenden vechten om een lekker hapje. Daar raken ze bedreven in, want om het kwartier komt er wel iemand met een volle zak oud brood. De zwanen gedragen zich waardiger, maar halen hun snavel er niet voor op.

DSC06371

In de tuin wordt er alleen gekibbeld door de spreeuwen. Er kan er maar één tegelijk uit de pindakaaspot eten, maar ze willen het allemaal. Het recht van de sterkste heerst hier. De kool- en pimpelmezen halen acrobatische toeren uit aan de vetbollen. De kauwen pakken het handiger aan. Met hun snavel trekken ze de bol aan het touwtje omhoog tot op de tak, poot erop en smullen maar. De Vlaamse gaai heeft goed naar de kleintjes gekeken. Hij durft het aan om aan het snoer pinda’s te gaan hangen en ze zo open te breken. Je moet er wat voor over hebben. De merels scharrelen op de grond. Ze eten wat zaden en brood. Ook de havermout, die speciaal wordt gestrooid voor het roodborstje vinden ze heerlijk. De halve appel vindt gretig aftrek; ook daar wordt door de spreeuwen om geruzied. Toch is het al met al een vredig tafereel.

 DSC05378

Gistermiddag zat ik het allemaal eens te bekijken, toen het oude kinderliedje werkelijkheid werd. Had ik geen havermout gestrooid? Of was het al op? Het roodborstje fladderde zachtjes tegen de achterdeur op en tikte met zijn snaveltje tegen het raam.