En dan nu Satie!

Come away

Een goed concept. Daar zijn vriendin H en ik het over eens, als we, een motterig regentje trotserend, door Edam wandelden. De twaalfde Pianowandeling. Voor ons de tweede.

Gelukkig staan de piano’s binnen. In de meest schattige huisjes, in kerken met zand op de vloer, in winkels, galeries en kassen. In het gemeentehuis speelt een jazzcombo, grijze mannen in het zwart. Het dak eraf is teveel gezegd, maar ze doen hun best. De sfeer is geweldig. “Wie is Loesje”, die heerlijke meezinger van de Ramblers, wordt door velen, op dringend verzoek van de zangeres, luidkeels meegezongen. Net als Loesje “voel ik in mijn hart een steek” als ik de wat oudere drummer zo vol vuur zijn drumstel zie en hoor bewerken.

Via een smalle gang betreden we een kamer in een woonhuis. Vrolijke klanken worden voortgebracht door twee quatre-main-spelende dames. De ‘Romantic Rag’ wordt helaas – even – onderbroken. Een dame in het publiek wil graag laten zien dat ook zij het pianospel beheerst en slaat, onhandig friemelend een ezelsoor achterlatend, de bladzij om. Daar hadden de dames niet op gerekend, ze raken in de war en het spel stokt. “Wij doen dit altijd zelf”, is het rustige commentaar en verder spelen zij. Inderdaad, beurtelings slaan zij om en dat gaat heel goed, zonder de minste hapering.

In De Vermaning (zand op de vloer) geen piano, maar orgelspel. In combinatie met alt- en tenorblokfluit. Een mooie combinatie, zowel voor het oor als het oog: met wat tegenlicht door een hoog raam een romantisch plaatje.
Het sieradenatelier van Mei Ling biedt ons de gelegenheid om een jonge vrouw achter de piano en voor de spiegel (mooi effect) te zien en te horen met heerlijke easy-listening nummers. In het kantoor van de makelaar klinkt Einaudi; met enige horten en stoten weliswaar, maar een kniesoor die daarop let. De pianist neemt met een vrolijk-verlegen glimlach het applaus in ontvangst.

En dan Satie. In het lichte atelier van Gea Karhof voel ik mij volstromen met die (te) lang vergeten klanken. Jaren geleden hoorde ik deze muziek voor het laatst live, voortgebracht door Reinbert de Leeuw. Ik beloof mezelf ter plekke dat ik de lp weer eens zal opzoeken. Én draaien. (En zo geschiedde)

Dat rondslenteren en hier en daar luisteren is natuurlijk ontzettend leuk, maar we zijn hier ook met een doel.
Dochter M van vriendin H zal, net als twee jaar geleden, zingen bij het pianospel van haar uitstekende begeleider T. Dus we haasten ons naar de kas van de plaatselijke bloemenwinkel. Kun je je een mooiere entourage wensen? Dit keer hoef ik me niet af te vragen of Schumann van kaas houdt. De geur is totaal anders dan twee jaar geleden, toen hen het kaaspakhuis was toegewezen. De liederen die M heeft gekozen, hebben, heel passend, te maken met bloemen, lente, de liefde en de dood. Uiteraard is Schumann aanwezig. Of zij Quilter heeft uitgezocht vanwege de hobby van haar moeder laten we in het midden. Zeker is dat hij een tekst van Shakespeare op muziek heeft gezet die het aanhoren meer dan waard is: Come away, come away, death. En dit gezongen door een jonge vrouw, dat vraagt om kippenvel.

Een kleine ode aan de zangeres zelf. De kas lijkt bijna te klein voor de krachtige, heldere en zuivere klanken die deze frêle vrouw ten gehore brengt. Het applaus is welverdiend. En dat vinden de vinkjes in het kooitje ook.

Advertenties

Proosten met de weduwe

DSC00253

Vriendin H en ik hadden hier reikhalzend naar uitgekeken: gewoon met zijn drieën koffie drinken op een doodgewone dag. Als vanouds. En eindelijk was het dan zover. Vriendin M, die ruim drie jaar in Ethiopië goed werk heeft verricht, samen met echtgenoot, is weer terug in de Zaanstreek. Beetje onwennig nog, want wat is het hier koud! En hun nieuwe huis is nog niet klaar, dus bivakkeert ze zolang bij kinderen en kennissen. Maar we kunnen elkaar weer gewoon spreken. We zijn niet meer afhankelijk van een krakkemikkige internetverbinding. We hoeven niet meer genoegen te nemen met bliksembezoekjes, waarin zij zoveel mogelijk mensen even wilde zien.

Er valt vandaag genoeg uit te wisselen. Over haar vrolijke kleinkind in eerste instantie; wat heeft ze hem lang niet gezien. Hier zitten drie trotse oma’s bij elkaar; de een nog verser dan de andere. En we constateren dat onze wereld zes mooie, lieve, speciale, unieke wezentjes rijker is geworden.

Maar er is zoveel meer dat uitwisseling behoeft. De plannen die we hebben voor de toekomst, bijvoorbeeld. Want toekomst hebben we! Er valt nog veel te zien, te lezen, te reizen. Maar ook vooral veel te kletsen, te delen, te lachen.

Voor ons begint het nieuwe jaar twee dagen eerder en midden op de dag. Ik heb een mooie fles koud gezet. We laten de champagne bescheiden ploppen. En ook al drinken we dit sprankelende vocht uit wijnglazen, de vreugde is er niet minder om. Plechtig proosten wij. Op het leven, op het nieuwe jaar en op onze jarenlange ijzersterke vriendschap.
Als de fles leeg is, nemen we wat giechelig afscheid. Gelukkig nu niet meer voor lang. Deze drie oma’s gaan een mooie tijd tegemoet!

En dat wens ik ook ieder die dit leest: Een heel goed, verrassend en mooi 2015!

Goede voornemens? Ik wel: champagneglazen kopen!

An Einem Dienstag Im Oktober

20141007_222612

Exact twee weken geleden, op net zo’n druilerige dag als vandaag, was het weer eens zover. We ‘moesten’ uit. Zoon Jaap van vriendin H had, onder zijn artiestennaam Jakob, een optreden in een -volgens J’s beschrijving, enigszins Oost-Duits aandoend- café in Amsterdam. Zonder zijn band “The Benelux” dit keer, zou hij een aantal eigen liedjes ten gehore brengen. Ik had al een voorproefje gehad en het klonk goed, op het mobieltje van zijn moeder. Leuk dus. Hoorde ik een Leonard Cohen-achtig timbre? Verrassend. En zo trokken de twee ‘overjarige groupies’ op die regenachtige avond naar de hoofdstad.

Het was stil in Amsterdam en voor we het wisten stonden we voor “De Nieuwe Anita”. Met wat fantasie leek het inderdaad wel een klein beetje op het café in Berlijn aan de Kastanienallee, waar we een aantal jaren geleden op bobbelige fauteuils aan wrakke tafeltjes dikke linzensoep met zuurdesembrood aten. Na enig nadenken herinnerden we ons de prachtige naam: “An Einem Sonntag Im August”. Voor iedereen die nog eens van plan is naar Berlijn af te reizen: het is een absolute must. Goed om je heen kijken, niet bang zijn voor losse stroomdraden, maar genieten. Van de omgeving, van de mensen. Van goed eten en drinken tegen schappelijke prijzen. En vergeet ook niet de toiletten te bezoeken: fabelhaft!
Maar nu, ‘An Einem Dienstag Im Oktober’, betraden wij om half tien ‘de Anita’ en vielen midden in het optreden van een alleraardigst duo. Het wachten was nu op Jakob.

Jaap is een rasartiest; schrijft zijn eigen teksten, zingt, begeleidt zichzelf op gitaar en piano, bespeelt het publiek, is een echte charmeur. Voor twee nummers had hij oud-bandleden (van de verschillende bandjes waarin hij speelde) gevraagd een aandeel te leveren. En zo verschenen er onverwacht vier koperblazers die op ingetogen, maar toch heldere en bevlogen wijze een bijzondere kleur aan het optreden gaven. Een gouden vondst. Het was uiteraard niet de opzet, maar het gaf een Kift-achtig cachet aan het geheel. De oordopjes die nog in onze tas zaten van het optreden van de band in Paradiso, waren deze keer absoluut niet nodig; het was alles rustig, vriendelijk en beheerst. En bijzonder aangenaam en amusant.

Zijn zus M, die haar verjaardag vierde, trakteerde op bier en wijn. We proostten op beiden: op de muziek en op het nieuwe levensjaar.

Voor ons vertrek wierpen we nog een hoopvolle blik op de toiletten: ze haalden het niet bij die in het Berlijnse café. Het enige minpuntje van een genoeglijke avond.

Mozart, Dumas en een fikse boete

20140920_160634

Woest en onstuimig leven: we doen nog steeds ons best, vriendin MD en ik. Afgelopen zaterdag deden we een hernieuwde poging.

Met de kaartjes voor “Die Entführung aus dem Serail” (veelbelovende titel in dit verband!) mogen we gratis met de tram. De ZaterdagMatinee in het Concertgebouw zal deze Duitse opera van Mozart brengen en we hebben er zin in.
Het is nog wel een hele toer om op het terras van Het Stedelijk op tijd een broodje geserveerd te krijgen, zo druk is het op deze stralende dag in september. De obers genieten ook van het prachtige weer, zijn in voor een gezellig praatje en maken zich, terecht, niet al te druk. Maar kom op, ons motto getrouw zijn we nergens bang voor: living on the edge!

Dus schuiven we om vijf voor half twee de zaal in. Een passender entourage voor dit “Singspiel” uit 1782, waarin, volgens keizer Jozef ll, Mozart zich te veel had uitgeleefd (“Zuviel Noten”, lieber Mozart), is nauwelijks te bedenken. Met de ogen dicht kun je je makkelijk wanen in het Wenen van de achttiende eeuw. Het sfeertje uit de film Amadeus is zo opgeroepen.

Het flinterdunne verhaal, waar Mozart op een inventieve manier mee aan de haal is gegaan, wordt met veel liefde, plezier en enthousiasme gebracht. Zo mooi om te ervaren hoe de reactie van het publiek effect heeft op de zangers: ze trekken echt alles uit de kast, om het oneerbiedig te zeggen.
Het orkest speelt de prachtige en krachtige melodieën met volle inzet, terwijl men zich met groot plezier ook aan een flink aantal grapjes te buiten gaat. De dirigent, René Jacobs, volgt volledig de tekst en de muziek van “toen”, maar toch is zijn zeer inventieve inbreng niet te verwaarlozen. Het is een sublieme voorstelling, waarin de jonge zangers het publiek verbijsterd doen staan van hun kunnen.
Heerlijk is het om dit virtuoze spel te zien, te horen, te beleven. Bijna vier uur lang genieten; het is onbegrijpelijk dat tijd ineens niet lijkt te bestaan. Wel zijn er twee pauzes, waarin, ook niet onbelangrijk, een heerlijk wijntje wordt geschonken en waarin je leuk mensen kunt kijken. Kortom, een heerlijke middag, waar we intens van genieten, en velen met ons.

Om half zes, knipperend tegen het zonlicht, steken wij, met gevaar voor eigen leven (!) de van Baerlestraat over. Het Museumplein, in dit licht, met uitzicht op het Rijksmuseum: wat een schoonheid. Zijn we nog lyrisch vanwege de omhulling door de schitterende muziek? Betoverd door Mozart? We voelen ons krachtig en tot veel in staat.

DSC09156

Het Stedelijk is tot zes uur open. En o, loflied op de museumkaart, we gaan dus nog even naar binnen. Een compleet contrast met onze culturele consumptie van amper een kwartier geleden is de expositie van Marlène Dumas. Wat heerlijk om hier die trap op te lopen, de geuren op te snuiven, de kleurige neonverlichting te zien. We “doen” dit op een holletje. Even snuffelen aan datgene waar heel museaal Nederland de mond van vol heeft. En waar ik zelf, eerlijk is eerlijk, nooit zo weg van was. Het blijkt echter zeer de moeite waard: woest en onstuimig tot kalm en ingetogen werk. Gelukkig is de afspraak om de expositie rustig te bekijken allang gemaakt. Een herkansing, binnenkort.

20140920_174045

Tijd om te gaan. Richting Leidseplein. Het borrelt. Weet je nog? Hier zagen we Ramses Shaffy de weg oversteken, zo dronken als wat. Wat vonden wij hem leuk! En hier waren we met vriendin K, die midden op de weg een dansje maakte. En o, ja, daar kwam jij toch ook, bij Zorba De Buddha, die disco waar je tot diep in de nacht kon swingen? En die expositie van Mondriaan, weet jij dat nog? O, ja, ergens aan de Amstel was dat. Daar, bij die pinautomaat raakte jij in gesprek met die Ier, weet je nog welke goede tips hij je gaf? En daar, op dat terras dronken we koffie. Nee, dat gepikte kopje heb ik niet meer. Daar aten we pizza. Ja, we weten het allemaal nog. En meer dan dat. Al die herinneringen aan een leven dat ook toen al niet woest en onstuimig was. Maar we hebben ons best gedaan.

Laat ook maar. We eten pizza op het terras van het tentje waar we dat een half leven geleden al deden, drinken wijn, halen nog meer herinneringen op.

Woest en onstuimig stappen we in de tram: de verkeerde ingang. We worden streng en vermanend toegesproken door de conducteur. Nooit mogen we dit meer doen, op straffe van een boete van tachtig euro! Giechelend ploffen we neer op een bankje achterin. Als twee jonge meiden, die niet al een heel leven achter zich hebben.
Zuviel Noten. Jazeker!

Perdre le Nord

DSC09827

Het noorden van ons land had nooit zo’n aantrekkingskracht op mij. Het leek me te vlak, te weids, te leeg. Te stil ook. Te veel natuur.

Een mens is echter nooit te oud om te leren of te ervaren, dus toen vriendin H mij uitnodigde een paar dagen bij haar in de caravan te logeren, in Pieterzijl, ging ik daar graag op in. En na twee dagen fietsen door slechts een klein stukje van de noordelijke provincies, stel ik mijn vooroordeel graag bij. Natuurlijk was het prachtige zonnige weer in ons voordeel. Maar ook bleek het landschap lieflijker dan ik me had kunnen indenken en minder onherbergzaam en vlak.

DSC09825

Het weidse Groninger land heeft mijn hart gestolen. Rijdend over een kilometers lang pad tussen wuivend koren, zie ik het terpdorpje Niehove steeds groter worden. “O”, denk ik, “dit lijkt wel het buitenland.” Ik haast me mezelf terecht te wijzen. Hoezo buitenland? Kun je er niet gewoon vanuit gaan dat ook het eigen land veel te bieden heeft?! Dat het hier ook mooi is en bijzonder?

Ja, denk ik, dat is waar, en dat weet ik natuurlijk ook wel. Ik moet het anders formuleren. Ik kijk anders. Ik kijk, alsof ik in het buitenland ben: oplettender, hongerig bijna. Omdat ik hier vermoedelijk niet zo snel meer zal komen. Ik kijk, om niet meer te vergeten. Kijk met mijn zintuigen en mijn geheugen op scherp; deze beelden wil ik zo weer kunnen oproepen.

Oud land met geschiedenis. Van alle kanten wordt het ons aangereikt: kerkjes, havens, herbergen, fabrieken. In vervallen staat, hersteld, gerestaureerd. Onder de nieuwe bestrating kun je nog de oude, holle weg vermoeden. Je hoort de paardenhoeven, de karrenwielen knersend over de klinkers, de voerman die zijn bevelen bromt. Terug in de tijd. Het kan.

DSC09812

Ook maak ik kennis met een stukje Friesland. Achteraf heeft het me verbaasd hoeveel verschil er is tussen de twee provincies. Dat grenzen zo allesbepalend zijn (geweest?) voor het leven van de bevolking. Denkbeeldige lijnen op de kaart die een groep mensen met hun eigenheid bij elkaar houden. Verschillen in levensonderhoud, in taal, in wonen.

Terwijl ik vroeger makkelijker alles voor waar aannam, vind ik nu veel van die zogenaamd vaststaande feiten wonderbaarlijk en bijzonder. Ik vraag me meer dingen af dan vroeger. Verwondering, wordt wel gezegd, is het begin van de wijsheid. Zou het dan toch?…..

DSC09823

De middag in het stadje Dokkum staat in het teken van de geschiedenis van H. Voor haar is het een trip down memory lane. Hier woonde haar familie: grootouders, tantes en ooms. Alle huizen zijn nog goeddeels in de staat, waarin zij ze heeft gekend. Haar eigen geboortehuis staat er nog alsof er niets is gebeurd, de afgelopen vijfenzestig jaar. De betonnen bank, waarop haar ouders elkaar ooit de liefde verklaarden, is weliswaar een paar honderd meter verplaatst, maar nog intact. Nu kijk je vanaf de steenharde zitting niet meer uit op een stinkslootje, maar op de Dokkumer Ee met aan de overkant het huis van een geliefde oom.

Pieterzijl

Het kan niet anders dan dat H’s voorliefde voor Jugendstil in deze noordelijke plaats is ontloken. Prachtige, goed bewaarde, kleurige decoratie tooit de statige huizen in de zonovergoten straten.

Terug door de weiden. Koeien, kalfjes aan de uier. Schapen bij het likblok. De vervallen schoorsteen van een steenfabriek. Wilde peen, pastinaak. Pluizen van het wilgenroosje. Hele wouden van uitgebloeide reuzenberenklauw. Wolken en water, bruggen en bootjes.

DSC09809

Het waren mooie dagen, met dank aan H. Herinneringen staan als een huis. Ik mis de weidse natuur van het noorden – een beetje.

Fietsend door Groningen

DSC09838

Echt, het bestaat
Goudgeel wuivend koren
Zover je kijken kunt
Het buigt en ruist
En de zoete geuren
Zijn voor ons

Het wegje in het koren
Kerstboek, kinderboek
Herinneringen op afroep beschikbaar

Strogele balen opgetast
De wagen volgeladen
Hier zal de voorspelde regen
Geen vat op krijgen
Voor de bui de buit binnen

Innig tevreden met deze dag, dit uur
Moment van verstilling
Om me heen en in mij

Fietsend met een lekker gangetje
De wind in de rug
Mijn schaduw vooruit
Denk ik het leven te vatten

Dat had ik gedacht….

DSC09840

Een uurtje van niks

DSC09695

Dat ene uurtje in de middag
Aan het eind
Zo tussen vier en vijf
Geen land mee te bezeilen
Ook niet wanneer je
Net als ik
Die tijd doorbrengt in de
Intercity van Breda naar Rotterdam
Met uitzicht op rivieren
Weilanden
Waar koeien worden gemolken
En konijnen van gras genieten
Oortjes boven het maaiveld

De middag net ten einde
De avond in het verschiet
Alles gedaan
En voor de rest geen plannen
Een uurtje van niks
Unheimisch zelfs

Iemand speelt Redemption Song
Op zijn afgebladderde gitaar
En gaat met de pet rond
Mijn hart krimpt ineen
Als ik zijn blijdschap zie
Om het kleingeld dat ik makkelijk kan missen
Het maakt het er niet beter op

Wat is het toch
Dat dat uur altijd zo naargeestig maakt
Terwijl ik daar
Geen goede reden voor kan aanvoeren
Na een volle welbestede dag

De overstap doet wonderen
De zilveren wolk geeft nieuwe moed
En ook al komt de muziek uit boxen
Vrolijk is het wel
Het voorproefje op het North Sea Jazz
We missen de trein
En nemen een volgende

Late zon in de coupé
Het lijkt wel een feestje
Wij hebben kleine flesjes witte wijn
Twee jongens drinken bier
We proosten en delen onze nootjes
Het is goed
Er zit weer toekomst
In het restje van de dag

Eenvoudige invuloefening

verwaarloosde tuinHet had te lang geduurd, vond ze. Eerder zag ze nog wel eens de buurman, die zijn witte keffertje uitliet. Een glimp van de buurvrouw die de stofdoek uitklopte. Maar al weken leek het uitgestorven bij de buren. Er klonken geen kribbige, ruziënde stemmen meer. De gebruikelijke etensluchtjes had ze al tijden niet geroken. Het ziekelijke hoestje van de buurvrouw niet gehoord. De auto stond niet meer op de vertrouwde plaats in de straat. De gordijnen bleven dag en nacht gesloten. De voortuin veranderde zo langzamerhand in een wildernis. Nee, ze vertrouwde het totaal niet.

Aanbellen was niet zo’n goed idee, wist ze uit ervaring. Te vaak was zij door de altijd geïrriteerde man geschoffeerd. Ze mochten haar niet zo. Eigenlijk mochten ze niemand uit het knusse jaren tachtig buurtje. Ze waren buitenbeentjes en stelden zich ook zo op. Ze leefden hun eigen leven in hun eigen wereldje. Met niemand iets te maken, wel zo rustig.

Op een mooie maartse middag toen zij met haar breiwerk in de tuin zat, hoorde ze dat de achterdeur bij de buren van het slot werd gedraaid. Uit het gekuch kon ze opmaken dat het de buurman was, die zich in de tuin waagde. Hij scharrelde wat rond in de schuur en veegde het straatje aan. Heel gewone handelingen eigenlijk. Maar het gaf haar een unheimisch gevoel.

De dagen die volgden hield zij scherp in de gaten of ze iets hoorde of zag. Als ze de deur uitging en langs het huis liep, zag ze de gordijnen bewegen: ze werd bekeken. De overburen, dacht ze, misschien hebben die iets gezien. Op haar vraag kreeg ze een ontkennend antwoord, maar men deelde in haar zorgen. Zo langzamerhand begon het rond te zoemen in het buurtje.

Op een ochtend werd een gedeelte van de straat met rood/wit lint afgezet. De politie liep af en aan. Ze begreep dat haar unheimische gevoel terecht was geweest.

Ze wilde niet thuis blijven. Snel pakte ze haar fiets uit de schuur. Toen ze door het steegje reed, moest ze plotseling remmen voor een klein wit hondje. Het wurmde zich grommend tussen de verrotte planken van de schutting door. Haar hart stond bijna stil, toen ze zag wat hij tussen zijn kaken meezeulde.

De foto komt van het internet.
——————————————————————————————————————–

Precies een jaar geleden: Blauw meisje

Hakken in Artis

20140321_132946

Alles in het leven kent een eerste keer. De eerste ademhaling. Het eerste lachje. Het eerste stapje. Het eerste woord. Alles wat je voor de eerste keer doet, heeft iets magisch.

Dat geldt ook voor de workshop beeldhouwen in Artis, die vriendin MW en ik in de negentiger jaren volgden.
Hoewel we geen van beiden ooit in steen hadden gehakt, leek het ons fantastisch. De zoon van MW en zijn vriendje vonden het hilarisch dat zijn moeder en ik (hun leerkracht in groep acht), zouden gaan hakken. Zij verstonden er iets heel anders onder: een dansstijl uit de gabberscene. Ze deden het schaterlachend voor: dit zagen ze ons nog niet doen. Gelijk hadden ze.

Vol verwachting togen wij op een ochtend in juli naar Amsterdam. De zeer ervaren beeldhouwers, afkomstig uit Tengenenge in Zimbabwe, wachtten de groep op bij het nijlpaardenhuis. Daar stonden grote kratten met brokken steen uit hun thuisland. Zoeken en keuren. Maar aan de buitenkant viel niet te zien welke kleur ons beeld uiteindelijk zou krijgen. De stenen waren allemaal bruinig of grijs. We kozen beiden een mooi stuk serpentijn. Niet al te groot. We moesten het tenslotte zelf dragen; het beeld zou na drie dagen in de tas mee naar huis gaan.

Daarna zochten we gereedschap uit. In een grote kist lagen hamers, beitels, raspen, schaven in alle soorten en maten. En, zeiden onze leraren, het beeld zit al in de steen. Leg het maar op de bok en dan goed kijken, dan zie je het vanzelf en hoef je het er alleen nog maar uit te hakken. “Alleen nog maar…”

Maar het was waar. Ineens was het er, het idee, het beeld. Na de nodige en vooral nuttige aanwijzingen gingen de mannen zelf ook aan de slag en wij, tien vrouwen, bikten, raspten en schaafden er lustig op los.
Steeds duidelijker werd er zichtbaar wat er in de steen verborgen zat. Het beeld kreeg vorm, gestalte.

Op de derde dag was het zover: de beelden mochten ‘gewassen’ worden. Met zijn allen om een grote zinken teil met water. Het beeld nat maken en met steeds fijner schuurpapier schuren: glad, gladder, gladst, terwijl onze vingers steeds rimpeliger werden. Nog steeds wisten we niet precies welke kleur ons beeld zou hebben. Dat zagen we pas toen de laatste behandeling werd toegepast: verhitten met een gasbrander en inwrijven met was. Bijenwas met citroen. En dan poetsen tot de glans zich prijsgeeft.

Wat voelden we ons de koning te rijk en apetrots toen we met ons eerste geurende en glanzende beeld in de trein zaten, terug naar huis.

Na die keer zijn we nog vaker gaan hakken in Artis. We hebben nog vaker beelden uit de steen tevoorschijn zien komen. Nog vaker met een zwaar gewicht op schoot in de trein gezeten. We kregen er steeds meer slag van. Het lukte steeds beter het geheim van de steen te ‘ontraadselen’.
Maar nooit meer was het zo spannend en wonderbaarlijk als die eerste keer.

Lundi Bleu, maar niet wat u denkt!

img070

En zo ging de Engels/Amerikaanse hype, Blue Monday, soepeltjes over in een wonderschone avond met een humoristische Franse slag, waarin Strijkorkest Lundi Bleu de hoofdrol speelde…..

Of ik mee wilde naar een concert, waar dochter M zou zingen met haar koor Convivium, vroeg vriendin H. Daar hoefde ik niet lang over te denken: altijd leuk! Dus togen we vroeg in de avond naar Amsterdam, naar het Orgelpark.

Het Orgelpark is gevestigd in de voormalige Parkkerk, grenzend aan het Vondelpark. Een groot aantal orgels is hier samengebracht. Elders waren deze overtollig, kwamen niet tot hun recht, stonden te verstoffen, enzovoort. Hier zijn ze liefdevol opgenomen en op deze wijze worden ze ook bespeeld.

Vanuit de donkere straat stappen wij een warm verlichte ruimte binnen. We hebben niet gereserveerd, want wie gaat er nu op zo’n dag naar een concert, dachten wij argeloos. We krijgen de laatste twee kaartjes.

Terwijl we wachten op, volgens de tekst op de flyer, een mix van troostrijke strijkersmuziek, orgel, accordeon en zang, laat ik mijn blik door de in frisse kleuren geschilderde ruimte gaan: inderdaad, prachtige, bijzondere orgels, rondom. Wat veel! Indrukwekkend! Rechts van ons een strak orgel, wat ik meen te herkennen: zo’n orgel heb ik in mijn jeugd veel gezien en gehoord, in de Adventkerk in Den Haag. Zou het? Ik kan het me bijna niet voorstellen.

DHadvent

Bijna vol is de zaal, wanneer Daniël Koopmans het woord neemt. Het concert van Lundi Bleu heeft ons, naar hij veronderstelt, gered “van de rest van de avond futloos op de bank doorbrengen, alwaar wij net in uiterste vertwijfeling een bak met Euroshopper lasagne naar binnen hebben gewerkt”. De toon is gezet. Alle muziek die gedurende de avond ten gehore zal worden gebracht, heeft een melancholieke ondertoon. De vette knipoog naar, ja hij wrijft het ons nog maar weer eens in, de blauwe maandag, de meest deprimerende dag van het jaar. Zo zullen we ervaren dat het nog niet zo slecht met ons is gesteld.

Het koor opent de avond met De Profundis van Glück. Ze zullen na de pauze nog een keer terugkomen met Gabriel Fauré: Cantique De Jean Racine. Prachtig gezongen en als altijd op bezielende wijze gedirigeerd.

De strijkers spelen, zonder dirigent, de schitterende Elegie uit de Strijkersserenade van Tsjaikovsky.
Van Caspar Terra is de compositie: Blauwe maandag: dood en verderf, verdriet en pijn. Heerlijk als het er zo dik bovenop ligt.

Op het Van Stratenorgel wordt een waanzinnige compositie ten gehore gebracht. Dit geweldige spel ontlokt bewondering en een glimlach.

20140120_200451

Iedereen in het publiek is zwaar onder de indruk van Astor Piazzolla’s prachtige, opzwepende Invierno porteño, waarin Johan Olof de sublieme solist is. De Radio 4-luisteraars kunnen dit zondagochtend al hebben gehoord.

20140120_211930

Na de pauze genieten we van een onvervalste Amsterdamse smartlap. De witte rozen die Jantje kocht waren uiteindelijk niet voor het nieuwe zusje; ze kwamen op moeders en zusjes graf.
De gedragen Suite voor strijkers van Leoš Janácek wordt geïllustreerd met hilarische tekeningen, ter plekke gemaakt door Suus van den Akker en via de beamer geprojecteerd op een groot scherm. Twee uitersten, ernst en humor, op vindingrijke wijze samengebracht en alles klopt.

De enige onvoorziene ‘valse noot’ in het geheel is misschien de gesprongen kam van een van de violen. Gelukkig kon de violiste dit snel repareren en wist de presentator te vertellen dat zoiets slechts een keer in je leven gebeurt. Maar dan uiteraard wel op… uiteraard, Blue Monday.

Spectaculair is het laatste stuk: Concert voor orgel, pauken en strijkers, van Poulenc. Wat een kracht, bezieling en enthousiasme! Het applaus spreekt voor zich.

20140120_200517

Wanneer ik, eenmaal thuis, de website van het Orgelpark bezoek, ontdek ik, dat ik de hele avond inderdaad in één ruimte heb vertoefd met het Van Leeuwenorgel uit mijn jeugd. Dus toch! Wat een heerlijk toeval!

——————————————————————————————————————–

Lees ook:
Houdt Schumann van Kaas? http://wp.me/p36K0e-52
Bach in de Bullekerk. http://wp.me/p36K0e-4S