De Zaandijker kerk in volle glorie

Het is al een tijdje aan de gang in het oude wijkje, een paar straten bij mij vandaan: slopen, breken, graven, egaliseren. En renoveren. Zo kwam het stokoude Zaandijker kerkje letterlijk steeds meer aan het licht.

Toen ik twintig jaar geleden (alweer!) in dit aardige dorpje (natuurlijk, het is een onderdeel van Zaanstad, maar toch) kwam wonen, zag ik vanuit mijn keukenraam het blauwe lichtje op de kerktoren. Ik vond het wel mooi, onder de rook van de kerk te wonen.
Het oude, vervallen gebouw heeft mij altijd aangesproken. Het was een echte kerk zoals kinderen die tekenen: een schip en een toren. Kerkdiensten werden er al lang niet meer gehouden. Zelfs is er een tijdje een paintballcentrum in gevestigd geweest. Dat vond ik raar en zonde van het gebouw. Heiligschennis. Daarna stond het leeg.

Het blauwe lichtje was verdwenen. Het verval sloeg enorm toe. Ramen werden ingegooid. Het was onduidelijk wat er allemaal in dat gebouw gebeurde. En eigenlijk wilde ik dat liever niet weten ook.

Tot er vorige zomer ineens met grof geschut sloopwerk werd verricht. Nee, niet de kerk ging eraan, maar de lelijke gebouwen rondom (wie kent nog de term: punaisebouw?)
De kerk werd in de steigers gehesen en daarna flink onder handen genomen, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. Er werd natuurlijk druk gespeculeerd over wat er met het gebouw zou gaan gebeuren. Stukje bij beetje hebben we de metamorfose kunnen volgen. Deze week werd het laatste gedeelte van de buitenmuur wit geschilderd. En zijn er leibomen omheen geplant. Het terrein is opgeruimd. De klok loopt weer (nog niet op tijd, maar voor de kerk is het noch te vroeg, noch te laat).

Vanochtend reed ik er langs, met de fietstassen vol boodschappen. Ik zag dat de deur wagenwijd openstond. Afstappen dus. Een vriendelijk bordje nodigde uit tot binnenkomen. Het was zelfs mogelijk de toren te beklimmen. Wel via zo’n enge metalen gaatjestrap, maar dat is ook wel weer een uitdaging. Het uitzicht was in elk geval fantastisch.

Binnen rook het heerlijk naar lak en er werd nog driftig getimmerd en gezaagd. De laatste hand voordat de officiële opening vrijdag plaatsvindt. Buiten voor de voordeur staan tien brievenbussen. Tien appartementen zijn er gerealiseerd voor een project begeleid wonen.

Zo heeft de kerk haar leidinggevende functie uiteindelijk toch weten te behouden.

——————————————————————————————————————-
Oplettende lezertjes zullen het woordje hammerbeam op een van de foto’s zijn tegengekomen. Dit is een speciale manier van het aanbrengen van dakspanten, heb ik van een behulpzame bezoeker begrepen. Deze kerk is een van de weinige waarin dat te nog zien is, blijkt. Zo komt de plafondversiering goed tot zijn recht. Hier is dat slechts een randje in ossenbloed rood, maar dat is in elk geval goed zichtbaar.

Verwondering in de Zaanstreek

dsc04991
Na de mooie tv-serie Tuinen van Verwondering, wordt het hoog tijd voor een serie blogjes over de bijzondere tuinen in mijn eigen omgeving. Natuurlijk, maar helaas, zijn er in dit Zaanse gebied geen tuinen van enorme afmetingen te vinden, maar in het klein valt er veel te genieten. En er is genoeg om je over te verwonderen.

Haaldersbroek is zo’n karakteristieke plek. Hier vind je oude (maar ook nieuwe) Zaanse huizen, een oud schoolgebouwtje – nu woonhuis – en een enkele kleine boerderij. Een daarvan bezocht ik in de jaren tachtig met enige regelmaat. Hier bevond zich namelijk galerie Bramkha, door Jan Kees Vergouw opgericht in 1984. De naam herinnert aan zijn vader, Abraham Vergouw, een niet onverdienstelijk schilder en beeldhouwer, die de laatste jaren van zijn leven werkte in het atelier van zijn zoon. Vele (Zaanse) kunstenaars werden hier in de gelegenheid gesteld hun werk te tonen. Op de zondagmiddagen was het bezoeken van de exposities een leuk uitje, dat ik vooral met Ina ondernam.

Dit is al lang verleden tijd. Ina is gestorven en in 1992 sloot de galerie zijn deuren. De naam ‘Bramkha’ (Brams plek) zal niet veel mensen meer wat zeggen.

Toch is gelukkig niet alles verdwenen; de beeldentuin, naast het huis, is nog volledig intact. Als eerbetoon van Jan Kees Vergouw aan zijn vader. Hoe vaak ik er ook langskom op mijn wandelingen, hoe vertrouwd de plek ook is, het verveelt nooit. In alle seizoenen, alle weersomstandigheden, op de verschillende momenten van de dag, steeds weer ziet de tuin er anders uit. De betonnen beelden blijven boeien. De tijd doet hen goed.

dsc04396

En toch lijkt het steeds weer dat de tijd stilstaat: het gras groeit, de bomen botten uit, dor blad dwarrelt her en der – stoïcijns houden de beelden op hun eigen plek de blik van de bezoeker gevangen. Streng en speels. Een organisch geheel. Al meer dan veertig jaar.

dsc04399

Zo ook vandaag. Ik scheur mij los. Al filosoferend sla ik linksaf. Langs weiden en water. Hier liggen de woonboten, aan tot kleine paradijsjes vertroetelde tuintjes. Ook hier valt het blad. Dat wat verscholen was, komt genadeloos aan het licht. En zo sta ik dan plotseling oog in oog met een uit de kluiten gewassen voorwerp, dat ik maar al te goed ken.

kaasschaaf

Met een vette grijns en in opperste verwondering vervolg ik mijn weg.

De Haremakerai

haremakerai

Na de teleurstellende ervaring bij de kapper van een tijdje geleden, besluit ik mijn heil te zoeken bij een andere zaak. Want hoe je het ook wendt of keert, haar blijft groeien. En zoals ik al eerder schreef – ik vind het zo leuk om deze uitdrukking van mijn moeder weer te gebruiken – op een gegeven moment kijk je ’s morgens in de spiegel en denk je: wat ziet dat haar er lijzig uit, daar moet de schaar in!

De afspraak is snel gemaakt. Ik kan terecht bij de Haremakerai, een salon in de buurt, die wordt gerund door een oud-leerling. Een leuke bijkomstigheid. Deze jonge vrouw heeft het goed voor elkaar. Het lieve bescheiden meisje dat twintig jaar geleden bij mij in de klas zat, heeft haar droom verwezenlijkt: een eigen kapperszaak met vier man (vrouw!) personeel, waar ze haar creativiteit kwijt kan en waar ze stagiaires opleidt, zodat ook haar andere passie, het onderwijs, een plaats in haar leven heeft kunnen krijgen.

De gevel is, hoe kan het ook anders, fris ‘Zaans’ groen geschilderd. Het bijzondere logo is een ontwerp van haar kunstzinnige zus. Je vindt de karakteristieke items van de Zaanstreek erin terug: de industrie, de wind, de walvisvaart en uiteindelijk, waar het hier tenslotte om gaat: de haren.

logo-h

Wat een vondst om je kapperszaak De Haremakerai te noemen! Een echte Zaanse naam en precies zoals de rasechte Zaankanters ‘harenmakerij’ uitspreken. Zaanser kan bijna niet.
Dit vraagt wellicht om enige uitleg. In de oliemolens van de Zaanstreek gebruikte men bij het persen paardenharen matten. Deze werden gemaakt van het haar van staarten en manen in de enige ‘harenmakerij’ die dit gebied rijk was en die op zo’n vijftig meter afstand van de kapsalon heeft gestaan. In de zestiger jaren van de vorige eeuw is dit pand in zijn geheel naar de nabij gelegen Zaanse Schans getransporteerd, waar het nog steeds bewoond wordt.

klaas-harenmaker

Eindelijk is het vrijdag. Ik ben wat aan de vroege kant en ga aan de grote leestafel zitten. De ruimte is netjes en gezellig ingericht; schoon, licht, warm, creatief, met een bijzondere touch.
Er worden twee kleine jongens geknipt. En ‘mijn’ kapster is nog bezig met een klant. Er liggen recente tijdschriften, er wordt een heerlijk kopje koffie geserveerd. Er staat een rekje met informatie over activiteiten in de Zaanstreek. Een folder van Kledingbank Zaanstad stop ik in mijn tas. Ik voel me hier op mijn gemak; het is net een gezellige huiskamer.

Dan neem ik plaats voor de grote spiegel. De excuses omdat het wat is uitgelopen, wuif ik weg; ik heb de tijd. En het kan gebeuren. Het is mensenwerk en dat kan niet in een keurslijf worden geperst. Bovendien kan het ook in mijn voordeel werken, wanneer er optimaal aandacht aan de klant wordt besteed.

We bekijken hoeveel eraf kan. Niet te kort, vindt ook zij. Dan begint het avontuur, waar ik me vol vertrouwen aan overgeef. Zorgvuldig en met aandacht wordt er geknipt. Het lijkt net of er niets gebeurt, zo vanzelfsprekend voelt het aan, maar toch zie ik steeds meer grijze plukjes op de zwarte kapmantel vallen. Na een half uurtje schud ik op verzoek mijn hoofd. Simpele, maar doeltreffende methode, zo valt het haar op een natuurlijke manier op zijn plaats. Ze controleert of er nog wat uitsteekt, knipt de laatste haartjes weg, et voilà! Zo strak en recht is mijn haar nog nooit geknipt.

Was het proces bij het bedrijf van Klaas Harenmaker een goed bewaard geheim, voor de Haremakerai geldt dat niet. Al snap ik absoluut niet hoe deze vrouw in een handomdraai met kam en schaar een perfect zittend, tot volle tevredenheid stemmend kapsel tevoorschijn tovert.

Met een goed gevoel sta ik even later buiten. De nieuwe afspraak is gemaakt. En ze heeft gelukkig beloofd me in het vervolg te tutoyeren.

rook

Over de oorspronkelijke harenmakerij:
http://onh.nl/nl-NL/verhaal/1859/voormalige-harenmakerij-uit-de-18e-eeuw

Als de Russen komen

dsc04871

De Russische buurt in Zaandam is een begrip. Tussen de markt en de Hogendijk ligt een vreemde mengeling van huizen verscholen. Het dertig jaar geleden opgezette nieuwbouwwijkje lijkt in redelijk goede staat. De gevels zijn in diverse tinten ‘Zaans groen’ geschilderd, wat wel een frisse aanblik geeft.

dsc04892

De oorspronkelijke woningen uit het begin van de vorige eeuw bestaan uit slecht onderhouden kleine huurhuizen en wat grotere koopwoningen. Die laatste krijgen nog wel eens een verfje, maar echt fanatiek onderhoud wordt er niet gepleegd, zo te zien.

dsc04864

Het oudste pand is het behuizinkje van Gerrit Kist, een timmerman uit de achttiende eeuw. Hier heeft Peter de Grote een aantal dagen doorgebracht. Het is dan ook terecht het Tsaar Peterhuisje genoemd. Met zijn twee meter drie moest de Russische vorst zich opvouwen in een krappe bedstee. En hij ging gebukt door de lage deur. Hij schijnt het niet erg te hebben gevonden; zijn kamer thuis, in Sint Petersburg, was niet groot en zeer eenvoudig ingericht met simpele houten meubels. Het huisje staat onder een soort stolp, een huisje in een huisje, zodat het goed geconserveerd blijft.

dsc04872

Het is niet direct een buurt die uitnodigt tot een fijne wandeling. “Maar”, moet iemand bij de gemeente hebben gedacht, “daar gaan we iets aan doen.” Na de bouw van het nieuwe winkelcentrum, de Hermitage (!) leek het wel een goed idee om de Russische buurt er ook wat meer bij te betrekken. Te beginnen bij de straatnaambordjes.

Dus toen ik er deze week toevallig doorheen fietste, vielen mij die grote, glanzende, fonkelnieuwe bordjes wel degelijk op. Daar heeft iemand zijn stinkende best op gedaan. Uitgezocht wie al de Russen waren die op de oude bordjes vermeld stonden en er nog wat verhelderende informatie aan toegevoegd.
Tja, vraag je je dan af, waarom is er niet een commissietje benoemd om de boel te controleren en een beetje bij te sturen.

dsc04866

Zo lees ik op het bordje bij de Tolstoistraat dat de goede man een aantal ‘epossen’ heeft geschreven. Altijd gedacht dat het meervoud epen was, maar inderdaad, het blijkt dat epossen ook mag. En verder heb ik ooit geleerd dat een epos een heldendicht is. Nu zijn Anna Karenina en Oorlog en Vrede wel prachtige (vuistdikke) romans, maar beslist geen epen! Even verderop in de straat staat een beeld van een stevige, gedrongen tuinkabouter, die bij nadere beschouwing Tolstoi blijkt te moeten voorstellen. Hij bewaakt met strenge blik een reusachtig tafelvoetbalspel.

dsc04869

Het Sacharov’plein’ (vergelijk dit met de immense pleinen in Moskou en Sint Petersburg!) is een speeltuintje, waar ik mijn kleinkinderen niet zou laten spelen. Je weet niet wat er allemaal rondzwerft aan troep.

dsc04875

De Czarinastraat, die de Hogendijk met de markt verbindt, is een aaneenschakeling van koffieshops. En overal ligt afval. Huizen zijn verveloos en vies. Nee, mooie naambordjes kunnen het armoedige en sleetse van het wijkje helaas niet verhullen.

dsc04877

Jammer, jammer. Als ‘de Russen komen’, moeten we ze maar via het Krimp (what’s in a name) naar het Tsaar Peterhuisje loodsen, langs de ‘Moestuin van Monet’. En niet via die gribus van de Russische buurt.

dsc04882

Ik heb me er evengoed wel vermaakt. Er is altijd meer te zien dan je denkt. En de fantasie gaat snel met me op de loop. Een vrouw met hoofddoek hangt uit een raam, zoals ik me dat voorstel bij de vrouwen uit Russische romans. Een oude baas in het zwart lijkt zo weggelopen uit Schuld en Boete. Het zwartglanzende water van de Dijksloot zou zomaar een Petersburgse gracht kunnen zijn…..

dsc04886

Het onooglijke straatje, Het Vorstenbosch, waar ik ooit deelnam aan dichtersavonden in een souterrain, leidt naar een klein gemaal, dat in het stille water wordt weerspiegeld.
Het blad op straat glanst rood en goud in de zon.
Toch een vorstelijk buurtje.

dsc04885

————————————————————————————————

Over ‘De Moestuin van Monet’: http://wp.me/p36K0e-yd

In spin…..

DSC00983Het was nogal zoeken geweest, maar hier zouden ze het wel een tijdje kunnen uithouden, dachten ze. De vlucht hierheen had behoorlijk lang geduurd, maar het was het absoluut waard geweest. Dit was een prachtige plek, deze oude, rustige woonwijk. Het mooi aangelegde parkje met de waterpartij en de grote bomen was precies wat ze zochten. Een zonnig grasveld met een bankje. Zo af en toe werd er een hond uitgelaten, maar de troep werd meestal in een plastic zakje meegenomen. Kortom, lang hoefden ze niet na te denken. Het besluit werd genomen en al snel waren ze gesetteld.

Na korte tijd bleek dat deze oase een enorme aantrekkingskracht had. Veel gelijkgestemden kwamen een kijkje nemen, in de hoop zich hier ook te kunnen vestigen. Gelukkig vond niemand het erg om dicht op elkaar te wonen, dus het werd al snel een drukke, gezellige boel. Men liep bij elkaar in en uit en nam het niet zo nauw met het mijn en dijn. Een soort commune werd er gevormd; heel gunstig ook voor als er straks kinderen zouden komen. Want dat hoopten ze allemaal, natuurlijk. Nageslacht, daar was het de meesten toch wel om begonnen.

DSC09466Het nageslacht kwam. Het groeide voorspoedig. De boom in het park, waarin zich de duizenden spinselmotten hadden gevestigd, werd volkomen kaal gevreten. Er was geen blaadje meer te bekennen. De kleintjes groeiden als kool. Eenmaal volgevreten werd het tijd om zich te verpoppen. Kilometers en kilometers zijde werd er gesponnen; zij vierden hun puberteit.
De hele boom werd feestelijk ingepakt van top tot wortel. In dikke klonten hingen de rupsjes te draaien en te kronkelen in enorme zijden zakken.

Nu was het wachten geblazen. De ouders konden tevreden zijn; hun taak zat erop. Ze hadden het goed gedaan. Een nieuw leger spinselmotten was in aantocht.

——————————————————————————————————————
UIT SPUIT? Nee hoor. Er is geen gif aan te pas gekomen gelukkig. Nadat de nieuwe horde motten zich had verspreid, liep de boom vanzelf weer uit. Al twee jaar hoop ik dat het weer gebeurt; het gaf zo’n mooi Marten Toonderachtig effect……

——————————————————————————————————————-
Dit is een verhaal in de categorie WE-300 (voor meer verhalen klik op de link), een schrijfuitdaging van Plato: schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag worden genoemd. Deze keer was het verboden woord: ontgroenen.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Spelletje van het universum?

img086

Begin van de avond, zeven uur. Ze ruimt net de laatste resten van de afwas op als de bel gaat. Ze pakt werktuiglijk de portemonnee uit haar tas en doet de deur open. De vrouw met de rode collectebus kent ze wel. Zo’n zes keer per jaar belt Ria aan voor een collecte. De goede ziel. Zelf heeft ze het ook niet makkelijk, ‘maar een ander kan het nog moeilijker hebben’, is haar stelregel. Terwijl ze een muntstuk door de brede gleuf laat glijden, vraagt ze: “Alles goed?” Ria heeft op dat sein gewacht en brandt los. Over de moeilijkheden thuis. Ziek en zeer, en de krappe beurs. Maar ook dat ze goede hoop heeft dat ze met de kerst uit de schuldsanering zullen zijn. En dat ze bijna klaar is, nog drie adressen. Het is koud en donker, het wordt tijd om het rondje af te maken en naar huis te gaan.

Ze draait de deur op slot. Deze vrouw kent ze al zo lang. Ze heeft Ria’s zoon in de klas gehad. Een bijzondere jongen. Geen geweldige leerling, maar aardig. Té aardig, misschien? Beïnvloedbaar, dat ook. Af en toe komt ze Peter nog wel eens tegen. Hij is altijd vriendelijk, net als zijn moeder. Al lang het huis uit, maar hij heeft nog steeds zijn leven niet op orde. Gelukkig is het uit met zijn vriendin, vertelde Ria bij een van de vorige collectes. Die had hem het ziekenhuis in gestoken.

Altijd zijn er moeilijkheden geweest. Toen Peter nog maar tien jaar was, overleed zijn vader aan kanker. Het heeft de jongen voor het leven getekend. De nieuwe man van Ria is een goeierd, maar heeft niet al te veel in zijn mars. Geen echt probleemgezin, meer een gezin met problemen. Het nakomertje, de halfbroer van Peter, leert moeilijk en gaat naar een speciale school buiten de streek. Het is altijd sappelen. Kleine baantjes, een krantenwijk, schoonmaken. Maar wel de wil om het zoveel mogelijk zelf op te lossen. Wat niet altijd lukt, uiteraard. Je zou het ze zo graag gunnen.

Hoe lang is het nu geleden dat Peter bij haar in groep acht zat? Achttien jaar? Ze komt hem wel eens tegen. Altijd zwaait hij vriendelijk. Hij zwerft van het ene onderkomen naar het andere. Er hangt een zweem van onvermogen om hem heen.

Ja, de collecte voor het Leger des Heils brengt heel wat gedachten op gang.

Dan wordt het vijf december, Sinterklaas. Is dat niet het feest van elkaar anoniem ergens mee verrassen? Van geld door een raam gooien, zodat het precies in de schoentjes van drie maagden terecht komt? Ze zal een briefje van twintig in een envelop doen en bij Ria in de brievenbus gooien. Simpel gedichtje erbij, groeten van Sint. Geen haan die ernaar kraait. Ze woont in de buurt, dus het is zo gepiept.

Het is avond. De envelop ligt klaar. Er zit niets meer in haar portemonnee, dus maakt ze aanstalten om naar de pinautomaat te lopen. Dan gaat de bel. Ze doet open en kijkt in het verlegen lachende gezicht van Peter. Ze heeft hem zeker een jaar niet gezien. Nog nooit heeft hij bij haar aangebeld. Ze kijkt hoogst verbaasd. Nog verbaasder is zij, wanneer het tot haar doordringt welke vraag hij haar stelt: “Juf, heeft u misschien twee tientjes voor me? Ik ben helemaal blut en dinsdag krijg ik weer geld, dan betaal ik u meteen terug.” “En je moeder….?” “Mijn moeder heeft ook geen geld, niemand heeft geld…”, klinkt het mat. “Kan het? Twee tientjes? Ik zal mijn identiteitskaart bij u achterlaten als u wilt….”

Ze begrijpt er niets van. Wat is dit voor spelletje dat het universum met hen speelt? Twee tientjes, twintig euro had ze in gedachten voor zijn moeder. Ze zegt hem, dat ze het de volgende dag voor hem heeft klaarliggen. De zoon heeft het misschien nog harder nodig? “Voor eten”, zegt hij nog, “en de huur.” Hij wrijft zijn koude handen. “Wil je wat eten?”, vraagt ze, “heb je honger?” “Nee, dank je wel, juf. Ik ga. Je krijgt het echt dinsdag terug. En fijne Sinterklaas. Tot morgen.” Met hoog opgetrokken schouders beent hij weg in de donkere avond, god mag weten waarheen.

En zij is nog steeds niet van haar verbazing bekomen.

——————————————————————————————————————-
De volgende ochtend pint ze twintig euro. Om tien uur staat hij op de stoep. Ze tekenen een contractje en spreken af dat dit een eenmalige actie is. Gehaast fietst hij weg. “Voor eten?”, denkt ze, “voor de huur?” Twijfel bekruipt haar.

Ze maakt een kop thee. Blindelings pakt ze een zakje uit de doos. En weer speelt de verbazing haar parten.

20151206_093644

——————————————————————————————————————-

De namen zijn gefingeerd.

Koiere en Kaike

Nou, nou, nou. Wat een drukte in mijn anders zo rustige straatje. De ene na de andere auto wordt geparkeerd. Als alle parkeerhavens vol zijn, dan gewoon op de stoep, in de bocht, op het gras, tussen de struiken. Even verderop, op de Lagedijk is de Kaike en Koieremarkt. Voor degenen die het Zaans niet beheersen: kijken en kuieren. Overal hangen de plaatselijke vlaggen aan de gevels. Feest! Het is aan mij niet besteed, dit soort feestjes. Ik voel me een beetje ontheemd. Zoveel mensen. Een gehaaste blik in de ogen; stel je voor dat dat ene koopje net voor je neus wordt weggekaapt. Maar ik gun het ze van harte. Gezellig is het zeker, als je ervan houdt. Ik hoop dat ze het droog houden; het is traditiegetrouw een regenachtige dag.

DSC00981

Tegen de middag zie ik aan de overkant, aan de andere kant van het slootje, steeds kleine groepjes mensen lopen. Stevige schoenen aan. Rugzak op. Heuptasje om. Papier in de hand. Een wandeltocht, begrijp ik. Er wordt gestopt, de beschrijving wordt nog eens gelezen, een paar meter teruggelopen, nee, het was toch goed. De sokken er weer in. Verstand op nul, blik op oneindig. Ach nee, dit laatste klopt niet, natuurlijk. De blik moet gericht op het papier, zodat er van lekker rondkijken niet veel zal komen. Ernstig. Wandelen is een serieuze bezigheid. Jammer, want dit is een leuk stukje Zaanstad. Maar, ieder zijn meug.

DSC00982

Daartussendoor, in dezelfde richting, mensen met plastic tasjes. Die lopen anders. Ontspannen, rustig. Juist! Die komen van de jaarmarkt en hebben hun slag geslagen. Ze kletsen gezellig met elkaar. Kijken vrolijk. Drie paar sokken voor een tientje. En er waren lekkere hapjes, goede koffie en Zaans bier. Het was weer gezellig, ondanks de regen.

DSC00983

Ook in deze richting, maar dan op het schelpenpad langs het slootje, de mensen die hun hond uitlaten. Die lopen weer anders. Ze slenteren een beetje, laten de hond snuffelen en zijn behoefte doen. Met de handen in de zakken kijken ze uit naar andere hondenbezitters. Hebben oog voor de omgeving.

Deze laatste manier bevalt me het meest. Een beetje achter je neus aan, of die van je hond, natuurlijk. Beetje kijken. Er is altijd wel wat te zien, ook al heb je dezelfde route al honderd keer gelopen. Waterhoentjes met het laatste nest jongen van dit jaar. Een zwanenpaar dat statig ronddrijft. Prachtige witte waterlelies.

DSC00938

Zo zou het hele leven moeten zijn. Een beetje koiere, een beetje kaike. Niet al te serieus. Van tijd tot tijd wat lekkers eten en drinken. Een paar goeie nieuwe sokken. En mochten er wat diepere gedachten komen bovendrijven, dan mag je hopen dat er af en toe iemand naast je loopt, die begrijpend kijkt als je je zielenroerselen verwoordt.
En dat mag best een hond zijn.

Katjeliem, koeienvla en een tandeloze boer

koeiensnuit

Het was zo’n dag die opstijgt uit de kou van de nacht en die zich langzaam ontvouwt tot een zomerse heerlijkheid met zon en een windje, geuren van vlierbloesem en hondsroos, een strakblauwe lucht, die om schapenwolkjes vraagt. Afgelopen woensdag genoot ik ervan.

Nadat de kapster had geconstateerd dat mijn haar wel heel hard was gegroeid en nu eindelijk echt grijzer begon te worden, toog ze aan het werk met wassen, knippen en föhnen. Onderwijl werd ik getrakteerd op de verhalen over haar bijna tweejarige zoontje en de vakantieplannen. Met een fris en vol hoofd vertrok ik voor de volgende missie.

de Liefde

Een half uurtje fietsen naar een rustiek gedeelte van Zaandam -om een boek op te halen dat mijn oudste kleinzoon via Marktplaats had besteld- was voldoende om de overbodige informatie van die ochtend weer kwijt te raken.
Nu naar huis? Geen denken aan. Langs de zonovergoten dijk rijd ik naar Westzaan.

Vermaning

Het dorp strekt zich aan weerskanten van de weg als een lang lint uit. Prachtige oude boerderijen, kleine bedrijfjes, grappige huizen, een school. De Doopsgezinde Vermaning, die mooie oude kerk, schemert tussen de linden door. Af en toe een doorkijkje met zicht op de weilanden en slootjes. Idyllisch landschap.

doorkijkje

Altijd wanneer ik daar fiets, zie ik het leven voor me zoals het in het begin van de twintigste eeuw moet zijn geweest. Ik stel me mijn opa voor met zijn timmerbedrijf. En oma die de hoge ramen met een ragebol te lijf gaat. Maar wanneer er een vrachtwagen langs dendert, wordt die droom ruw verstoord.

"oma's huis"

Vandaag zie ik voor het eerst de foeilelijke huizen van het nieuwbouwwijkje, dat als een puist aan het dorp is vast gebouwd, qua kleur en stijl totaal niet in het geheel passend. Waarom is hier toestemming voor gegeven? Heeft er iemand bij de gemeente zitten slapen?

Zaanse huisjes

Op plaatsen waar je het niet zou verwachten worden er stapels Zaanse huisjes neergezet en op plaatsen waar je dát juist zou verwachten, wordt er maar wat aangeknoeid. Ik fiets er snel langs, maar dat neemt niet weg, dat de met lichtgrijze plastic “planken” beklede huizen op mijn netvlies zijn opgeslagen. Je zult hier maar tegenover wonen.

lelijk grijs

Snel verder. Een bordje langs de weg: Rustpunt. Ik ben er al bijna voorbij, als ik denk: RUSTpunt. Dus afstappen en een kopje koffie drinken.

rustpunt

Binnen doe ik mijn bestelling. Op het bankje buiten zit een echtpaar. Uit Groningen, blijkt al gauw, want het wordt gewoon aanschuiven. “Pas op hoor”, zegt de vrouw, “er zit katje-lijm op de bank. Eigenlijk zeggen wij: katje-liem. Hoe noemen ze dat hier?” Ik kijk. Hars noemen wij dat. Haar mans broek zit al onder, dus hij moet eraan geloven wanneer ze van de boerin een fles wasbenzine en een doekje krijgt aangereikt. In het winkeltje koop ik een stuk boerenkaas. Een groet en verder maar weer.

Idyllisch landschap? Als je goed kijkt is er van alles te zien wat er niet hoort. “De nieuwe tijd, net wat u zegt”. Je kunt er best omheen of langs kijken, maar het is wel de realiteit.

windmolens
gevangenis

Ik doe mijn beklag bij drie jonge koeien, pinken denk ik; ze zijn zo nieuwsgierig. Wel hebben ze van die vreselijke oorbellen, maar hoorns hebben ze ook. En dat doet me genoegen.

duo de drie koeien

We maken een praatje. Dat wil zeggen, ik praat en zij geven af en toe antwoord. Er wordt veel gesnoven, natte neuzen komen over het hek, er wordt gepiest en gepoept en vooral heel geïnteresseerd gekeken. En jaloers gereageerd op mijn belangstelling voor de ander. “Pas op, ze bijten!”, roept een tandeloze boer met een vette grijns. Ik grijns terug.

6 minuten gaans

Een mooie oude kreet op een bordje bij het Relkepad, dat naar de molen Het Prinsenhof voert: 6 minuten gaans. Wie zegt zoiets nou nog. Maar alleen zo kun je kort maar krachtig duidelijk maken, dat je zes minuten door het weiland moet banjeren, langs een slootje met kwakende kikkers, een maaiende boer en (weer) nieuwsgierige koeien om bij de molen uit te komen.

Het Prinsenhof

Bruidsparen maken wel van de mogelijkheid gebruik om daar hun feest te vieren. Wat vooral leuk is voor gasten op naaldhakken en voor hen die zijn vergeten een zaklamp mee te nemen voor de terugweg in het pikkedonker.

rietorchis

De rest van het tochtje trap ik stevig door. Ik stap alleen nog even af om een rietorchis te fotograferen. En die prachtig tere bloempjes van de smalle weegbree.

smalle weegbree

Dan ben ik weer thuis en eet een boterham met heerlijke Stolwijker kaas.

Stolwijker kaas

Het goede doel

20150519_195937

“Mevrouw…” Ik stap van mijn fiets bij het stoplicht en kijk opzij. Een jongetje van een jaar of acht staat op de vluchtheuvel te midden van een heleboel troep. Hij kijkt me met zijn grote grijsblauwe ogen ernstig aan en vraagt, terwijl hij een verlepte stengel van een kamerplant als een vlag omhoog houdt: “Wilt u misschien iets kopen?” Ik zit niet direct te springen om een geroest tuinschepje, een uitgeharde meniekwast, wat oude schroeven, een afgedankte spijkerbroek of een verdroogde kamerplant. Hij ziet dat ik aarzel, dus hij besluit wat zwaarder geschut in stelling te brengen. “We halen geld op voor Azië, voor de aardbeving.” ‘We’, dat blijken hij en zijn vriendje. Ze verkopen allebei spullen voor het goede doel. “Het is heel erg daar. Dat heb ik op school gehoord, dus we dachten…..” “Is het een actie van school?” Ik haal mijn portemonnee tevoorschijn. “Ja”, zegt hij hoopvol, “de hele school doet eraan mee.” Ik zeg hem dat ik niets nodig heb, maar hem gewoon wat geld geef. Dat ik het een erg goede actie van hem vind.

Terwijl hij het muntje dankbaar in ontvangst neemt, komt er een vrouw aanlopen. “Wat is dit? Wat ben jij aan het doen?”, vraagt zij hem. En mij: “Waarom geeft u hem geld?” Allebei willen we graag uitleggen wat er aan de hand is. Hij begint en vertelt van de actie voor Azië. “We hadden het erover met Nieuwsbegrip.” En ik: “Het is geweldig dat hij zo betrokken is. Daarom gaf ik wat. En ik heb niet echt iets nodig uit het aanbod…..” De vrouw schiet in de lach. Ze is zijn moeder. Zijn vader is schilder en werkt vlakbij. Daar waar die container staat, achter het hek. De uitgestalde spullen had hij daar vandaan. Nu snap ik die oude kwast en de besmeurde spijkerbroek. Vader komt erbij staan en wordt op de hoogte gesteld. Drie paar ogen kijken vertederd naar het kleine mannetje. “Kom”, zegt moeder, “we gaan naar huis, eten.” En mij verzekert ze dat ze erop zal toezien dat het geld op school in de pot zal gaan. Voor Nepal. De oude spullen verdwijnen weer in de container. Met elkaar zullen ze een andere, schonere actie bedenken.

Ik fiets naar huis met een grote glimlach op mijn gezicht. Er is nog hoop voor de wereld.