In spin…..

DSC00983Het was nogal zoeken geweest, maar hier zouden ze het wel een tijdje kunnen uithouden, dachten ze. De vlucht hierheen had behoorlijk lang geduurd, maar het was het absoluut waard geweest. Dit was een prachtige plek, deze oude, rustige woonwijk. Het mooi aangelegde parkje met de waterpartij en de grote bomen was precies wat ze zochten. Een zonnig grasveld met een bankje. Zo af en toe werd er een hond uitgelaten, maar de troep werd meestal in een plastic zakje meegenomen. Kortom, lang hoefden ze niet na te denken. Het besluit werd genomen en al snel waren ze gesetteld.

Na korte tijd bleek dat deze oase een enorme aantrekkingskracht had. Veel gelijkgestemden kwamen een kijkje nemen, in de hoop zich hier ook te kunnen vestigen. Gelukkig vond niemand het erg om dicht op elkaar te wonen, dus het werd al snel een drukke, gezellige boel. Men liep bij elkaar in en uit en nam het niet zo nauw met het mijn en dijn. Een soort commune werd er gevormd; heel gunstig ook voor als er straks kinderen zouden komen. Want dat hoopten ze allemaal, natuurlijk. Nageslacht, daar was het de meesten toch wel om begonnen.

DSC09466Het nageslacht kwam. Het groeide voorspoedig. De boom in het park, waarin zich de duizenden spinselmotten hadden gevestigd, werd volkomen kaal gevreten. Er was geen blaadje meer te bekennen. De kleintjes groeiden als kool. Eenmaal volgevreten werd het tijd om zich te verpoppen. Kilometers en kilometers zijde werd er gesponnen; zij vierden hun puberteit.
De hele boom werd feestelijk ingepakt van top tot wortel. In dikke klonten hingen de rupsjes te draaien en te kronkelen in enorme zijden zakken.

Nu was het wachten geblazen. De ouders konden tevreden zijn; hun taak zat erop. Ze hadden het goed gedaan. Een nieuw leger spinselmotten was in aantocht.

——————————————————————————————————————
UIT SPUIT? Nee hoor. Er is geen gif aan te pas gekomen gelukkig. Nadat de nieuwe horde motten zich had verspreid, liep de boom vanzelf weer uit. Al twee jaar hoop ik dat het weer gebeurt; het gaf zo’n mooi Marten Toonderachtig effect……

——————————————————————————————————————-
Dit is een verhaal in de categorie WE-300 (voor meer verhalen klik op de link), een schrijfuitdaging van Plato: schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag worden genoemd. Deze keer was het verboden woord: ontgroenen.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Spelletje van het universum?

img086

Begin van de avond, zeven uur. Ze ruimt net de laatste resten van de afwas op als de bel gaat. Ze pakt werktuiglijk de portemonnee uit haar tas en doet de deur open. De vrouw met de rode collectebus kent ze wel. Zo’n zes keer per jaar belt Ria aan voor een collecte. De goede ziel. Zelf heeft ze het ook niet makkelijk, ‘maar een ander kan het nog moeilijker hebben’, is haar stelregel. Terwijl ze een muntstuk door de brede gleuf laat glijden, vraagt ze: “Alles goed?” Ria heeft op dat sein gewacht en brandt los. Over de moeilijkheden thuis. Ziek en zeer, en de krappe beurs. Maar ook dat ze goede hoop heeft dat ze met de kerst uit de schuldsanering zullen zijn. En dat ze bijna klaar is, nog drie adressen. Het is koud en donker, het wordt tijd om het rondje af te maken en naar huis te gaan.

Ze draait de deur op slot. Deze vrouw kent ze al zo lang. Ze heeft Ria’s zoon in de klas gehad. Een bijzondere jongen. Geen geweldige leerling, maar aardig. Té aardig, misschien? Beïnvloedbaar, dat ook. Af en toe komt ze Peter nog wel eens tegen. Hij is altijd vriendelijk, net als zijn moeder. Al lang het huis uit, maar hij heeft nog steeds zijn leven niet op orde. Gelukkig is het uit met zijn vriendin, vertelde Ria bij een van de vorige collectes. Die had hem het ziekenhuis in gestoken.

Altijd zijn er moeilijkheden geweest. Toen Peter nog maar tien jaar was, overleed zijn vader aan kanker. Het heeft de jongen voor het leven getekend. De nieuwe man van Ria is een goeierd, maar heeft niet al te veel in zijn mars. Geen echt probleemgezin, meer een gezin met problemen. Het nakomertje, de halfbroer van Peter, leert moeilijk en gaat naar een speciale school buiten de streek. Het is altijd sappelen. Kleine baantjes, een krantenwijk, schoonmaken. Maar wel de wil om het zoveel mogelijk zelf op te lossen. Wat niet altijd lukt, uiteraard. Je zou het ze zo graag gunnen.

Hoe lang is het nu geleden dat Peter bij haar in groep acht zat? Achttien jaar? Ze komt hem wel eens tegen. Altijd zwaait hij vriendelijk. Hij zwerft van het ene onderkomen naar het andere. Er hangt een zweem van onvermogen om hem heen.

Ja, de collecte voor het Leger des Heils brengt heel wat gedachten op gang.

Dan wordt het vijf december, Sinterklaas. Is dat niet het feest van elkaar anoniem ergens mee verrassen? Van geld door een raam gooien, zodat het precies in de schoentjes van drie maagden terecht komt? Ze zal een briefje van twintig in een envelop doen en bij Ria in de brievenbus gooien. Simpel gedichtje erbij, groeten van Sint. Geen haan die ernaar kraait. Ze woont in de buurt, dus het is zo gepiept.

Het is avond. De envelop ligt klaar. Er zit niets meer in haar portemonnee, dus maakt ze aanstalten om naar de pinautomaat te lopen. Dan gaat de bel. Ze doet open en kijkt in het verlegen lachende gezicht van Peter. Ze heeft hem zeker een jaar niet gezien. Nog nooit heeft hij bij haar aangebeld. Ze kijkt hoogst verbaasd. Nog verbaasder is zij, wanneer het tot haar doordringt welke vraag hij haar stelt: “Juf, heeft u misschien twee tientjes voor me? Ik ben helemaal blut en dinsdag krijg ik weer geld, dan betaal ik u meteen terug.” “En je moeder….?” “Mijn moeder heeft ook geen geld, niemand heeft geld…”, klinkt het mat. “Kan het? Twee tientjes? Ik zal mijn identiteitskaart bij u achterlaten als u wilt….”

Ze begrijpt er niets van. Wat is dit voor spelletje dat het universum met hen speelt? Twee tientjes, twintig euro had ze in gedachten voor zijn moeder. Ze zegt hem, dat ze het de volgende dag voor hem heeft klaarliggen. De zoon heeft het misschien nog harder nodig? “Voor eten”, zegt hij nog, “en de huur.” Hij wrijft zijn koude handen. “Wil je wat eten?”, vraagt ze, “heb je honger?” “Nee, dank je wel, juf. Ik ga. Je krijgt het echt dinsdag terug. En fijne Sinterklaas. Tot morgen.” Met hoog opgetrokken schouders beent hij weg in de donkere avond, god mag weten waarheen.

En zij is nog steeds niet van haar verbazing bekomen.

——————————————————————————————————————-
De volgende ochtend pint ze twintig euro. Om tien uur staat hij op de stoep. Ze tekenen een contractje en spreken af dat dit een eenmalige actie is. Gehaast fietst hij weg. “Voor eten?”, denkt ze, “voor de huur?” Twijfel bekruipt haar.

Ze maakt een kop thee. Blindelings pakt ze een zakje uit de doos. En weer speelt de verbazing haar parten.

20151206_093644

——————————————————————————————————————-

De namen zijn gefingeerd.

Koiere en Kaike

Nou, nou, nou. Wat een drukte in mijn anders zo rustige straatje. De ene na de andere auto wordt geparkeerd. Als alle parkeerhavens vol zijn, dan gewoon op de stoep, in de bocht, op het gras, tussen de struiken. Even verderop, op de Lagedijk is de Kaike en Koieremarkt. Voor degenen die het Zaans niet beheersen: kijken en kuieren. Overal hangen de plaatselijke vlaggen aan de gevels. Feest! Het is aan mij niet besteed, dit soort feestjes. Ik voel me een beetje ontheemd. Zoveel mensen. Een gehaaste blik in de ogen; stel je voor dat dat ene koopje net voor je neus wordt weggekaapt. Maar ik gun het ze van harte. Gezellig is het zeker, als je ervan houdt. Ik hoop dat ze het droog houden; het is traditiegetrouw een regenachtige dag.

DSC00981

Tegen de middag zie ik aan de overkant, aan de andere kant van het slootje, steeds kleine groepjes mensen lopen. Stevige schoenen aan. Rugzak op. Heuptasje om. Papier in de hand. Een wandeltocht, begrijp ik. Er wordt gestopt, de beschrijving wordt nog eens gelezen, een paar meter teruggelopen, nee, het was toch goed. De sokken er weer in. Verstand op nul, blik op oneindig. Ach nee, dit laatste klopt niet, natuurlijk. De blik moet gericht op het papier, zodat er van lekker rondkijken niet veel zal komen. Ernstig. Wandelen is een serieuze bezigheid. Jammer, want dit is een leuk stukje Zaanstad. Maar, ieder zijn meug.

DSC00982

Daartussendoor, in dezelfde richting, mensen met plastic tasjes. Die lopen anders. Ontspannen, rustig. Juist! Die komen van de jaarmarkt en hebben hun slag geslagen. Ze kletsen gezellig met elkaar. Kijken vrolijk. Drie paar sokken voor een tientje. En er waren lekkere hapjes, goede koffie en Zaans bier. Het was weer gezellig, ondanks de regen.

DSC00983

Ook in deze richting, maar dan op het schelpenpad langs het slootje, de mensen die hun hond uitlaten. Die lopen weer anders. Ze slenteren een beetje, laten de hond snuffelen en zijn behoefte doen. Met de handen in de zakken kijken ze uit naar andere hondenbezitters. Hebben oog voor de omgeving.

Deze laatste manier bevalt me het meest. Een beetje achter je neus aan, of die van je hond, natuurlijk. Beetje kijken. Er is altijd wel wat te zien, ook al heb je dezelfde route al honderd keer gelopen. Waterhoentjes met het laatste nest jongen van dit jaar. Een zwanenpaar dat statig ronddrijft. Prachtige witte waterlelies.

DSC00938

Zo zou het hele leven moeten zijn. Een beetje koiere, een beetje kaike. Niet al te serieus. Van tijd tot tijd wat lekkers eten en drinken. Een paar goeie nieuwe sokken. En mochten er wat diepere gedachten komen bovendrijven, dan mag je hopen dat er af en toe iemand naast je loopt, die begrijpend kijkt als je je zielenroerselen verwoordt.
En dat mag best een hond zijn.

Katjeliem, koeienvla en een tandeloze boer

koeiensnuit

Het was zo’n dag die opstijgt uit de kou van de nacht en die zich langzaam ontvouwt tot een zomerse heerlijkheid met zon en een windje, geuren van vlierbloesem en hondsroos, een strakblauwe lucht, die om schapenwolkjes vraagt. Afgelopen woensdag genoot ik ervan.

Nadat de kapster had geconstateerd dat mijn haar wel heel hard was gegroeid en nu eindelijk echt grijzer begon te worden, toog ze aan het werk met wassen, knippen en föhnen. Onderwijl werd ik getrakteerd op de verhalen over haar bijna tweejarige zoontje en de vakantieplannen. Met een fris en vol hoofd vertrok ik voor de volgende missie.

de Liefde

Een half uurtje fietsen naar een rustiek gedeelte van Zaandam -om een boek op te halen dat mijn oudste kleinzoon via Marktplaats had besteld- was voldoende om de overbodige informatie van die ochtend weer kwijt te raken.
Nu naar huis? Geen denken aan. Langs de zonovergoten dijk rijd ik naar Westzaan.

Vermaning

Het dorp strekt zich aan weerskanten van de weg als een lang lint uit. Prachtige oude boerderijen, kleine bedrijfjes, grappige huizen, een school. De Doopsgezinde Vermaning, die mooie oude kerk, schemert tussen de linden door. Af en toe een doorkijkje met zicht op de weilanden en slootjes. Idyllisch landschap.

doorkijkje

Altijd wanneer ik daar fiets, zie ik het leven voor me zoals het in het begin van de twintigste eeuw moet zijn geweest. Ik stel me mijn opa voor met zijn timmerbedrijf. En oma die de hoge ramen met een ragebol te lijf gaat. Maar wanneer er een vrachtwagen langs dendert, wordt die droom ruw verstoord.

"oma's huis"

Vandaag zie ik voor het eerst de foeilelijke huizen van het nieuwbouwwijkje, dat als een puist aan het dorp is vast gebouwd, qua kleur en stijl totaal niet in het geheel passend. Waarom is hier toestemming voor gegeven? Heeft er iemand bij de gemeente zitten slapen?

Zaanse huisjes

Op plaatsen waar je het niet zou verwachten worden er stapels Zaanse huisjes neergezet en op plaatsen waar je dát juist zou verwachten, wordt er maar wat aangeknoeid. Ik fiets er snel langs, maar dat neemt niet weg, dat de met lichtgrijze plastic “planken” beklede huizen op mijn netvlies zijn opgeslagen. Je zult hier maar tegenover wonen.

lelijk grijs

Snel verder. Een bordje langs de weg: Rustpunt. Ik ben er al bijna voorbij, als ik denk: RUSTpunt. Dus afstappen en een kopje koffie drinken.

rustpunt

Binnen doe ik mijn bestelling. Op het bankje buiten zit een echtpaar. Uit Groningen, blijkt al gauw, want het wordt gewoon aanschuiven. “Pas op hoor”, zegt de vrouw, “er zit katje-lijm op de bank. Eigenlijk zeggen wij: katje-liem. Hoe noemen ze dat hier?” Ik kijk. Hars noemen wij dat. Haar mans broek zit al onder, dus hij moet eraan geloven wanneer ze van de boerin een fles wasbenzine en een doekje krijgt aangereikt. In het winkeltje koop ik een stuk boerenkaas. Een groet en verder maar weer.

Idyllisch landschap? Als je goed kijkt is er van alles te zien wat er niet hoort. “De nieuwe tijd, net wat u zegt”. Je kunt er best omheen of langs kijken, maar het is wel de realiteit.

windmolens
gevangenis

Ik doe mijn beklag bij drie jonge koeien, pinken denk ik; ze zijn zo nieuwsgierig. Wel hebben ze van die vreselijke oorbellen, maar hoorns hebben ze ook. En dat doet me genoegen.

duo de drie koeien

We maken een praatje. Dat wil zeggen, ik praat en zij geven af en toe antwoord. Er wordt veel gesnoven, natte neuzen komen over het hek, er wordt gepiest en gepoept en vooral heel geïnteresseerd gekeken. En jaloers gereageerd op mijn belangstelling voor de ander. “Pas op, ze bijten!”, roept een tandeloze boer met een vette grijns. Ik grijns terug.

6 minuten gaans

Een mooie oude kreet op een bordje bij het Relkepad, dat naar de molen Het Prinsenhof voert: 6 minuten gaans. Wie zegt zoiets nou nog. Maar alleen zo kun je kort maar krachtig duidelijk maken, dat je zes minuten door het weiland moet banjeren, langs een slootje met kwakende kikkers, een maaiende boer en (weer) nieuwsgierige koeien om bij de molen uit te komen.

Het Prinsenhof

Bruidsparen maken wel van de mogelijkheid gebruik om daar hun feest te vieren. Wat vooral leuk is voor gasten op naaldhakken en voor hen die zijn vergeten een zaklamp mee te nemen voor de terugweg in het pikkedonker.

rietorchis

De rest van het tochtje trap ik stevig door. Ik stap alleen nog even af om een rietorchis te fotograferen. En die prachtig tere bloempjes van de smalle weegbree.

smalle weegbree

Dan ben ik weer thuis en eet een boterham met heerlijke Stolwijker kaas.

Stolwijker kaas

Het goede doel

20150519_195937

“Mevrouw…” Ik stap van mijn fiets bij het stoplicht en kijk opzij. Een jongetje van een jaar of acht staat op de vluchtheuvel te midden van een heleboel troep. Hij kijkt me met zijn grote grijsblauwe ogen ernstig aan en vraagt, terwijl hij een verlepte stengel van een kamerplant als een vlag omhoog houdt: “Wilt u misschien iets kopen?” Ik zit niet direct te springen om een geroest tuinschepje, een uitgeharde meniekwast, wat oude schroeven, een afgedankte spijkerbroek of een verdroogde kamerplant. Hij ziet dat ik aarzel, dus hij besluit wat zwaarder geschut in stelling te brengen. “We halen geld op voor Azië, voor de aardbeving.” ‘We’, dat blijken hij en zijn vriendje. Ze verkopen allebei spullen voor het goede doel. “Het is heel erg daar. Dat heb ik op school gehoord, dus we dachten…..” “Is het een actie van school?” Ik haal mijn portemonnee tevoorschijn. “Ja”, zegt hij hoopvol, “de hele school doet eraan mee.” Ik zeg hem dat ik niets nodig heb, maar hem gewoon wat geld geef. Dat ik het een erg goede actie van hem vind.

Terwijl hij het muntje dankbaar in ontvangst neemt, komt er een vrouw aanlopen. “Wat is dit? Wat ben jij aan het doen?”, vraagt zij hem. En mij: “Waarom geeft u hem geld?” Allebei willen we graag uitleggen wat er aan de hand is. Hij begint en vertelt van de actie voor Azië. “We hadden het erover met Nieuwsbegrip.” En ik: “Het is geweldig dat hij zo betrokken is. Daarom gaf ik wat. En ik heb niet echt iets nodig uit het aanbod…..” De vrouw schiet in de lach. Ze is zijn moeder. Zijn vader is schilder en werkt vlakbij. Daar waar die container staat, achter het hek. De uitgestalde spullen had hij daar vandaan. Nu snap ik die oude kwast en de besmeurde spijkerbroek. Vader komt erbij staan en wordt op de hoogte gesteld. Drie paar ogen kijken vertederd naar het kleine mannetje. “Kom”, zegt moeder, “we gaan naar huis, eten.” En mij verzekert ze dat ze erop zal toezien dat het geld op school in de pot zal gaan. Voor Nepal. De oude spullen verdwijnen weer in de container. Met elkaar zullen ze een andere, schonere actie bedenken.

Ik fiets naar huis met een grote glimlach op mijn gezicht. Er is nog hoop voor de wereld.