Gespiegeld

DSC02442

In deze oude spiegel oefende zij haar glimlach
Tot hij gebeiteld zat en weer was op te roepen
Zodat zij al de jaren die nog zouden komen
Vol vertrouwen tegemoet kon zien

Er waren toen nog geen tv-programma’s
Maar ze was wel het mooiste meisje van de klas
Zoveel mannen had ze kunnen krijgen
Zij koos gelukkig hem, die kort daarna mijn vader werd

Toen ik nog jong was heb ik haar gekend als op de foto
Dit beeld vervloog, ik zag haar ouder worden
Mijn vader wist het nog, hij borg haar in het klein
Tussen zijn munten en zijn bankbiljetten

Van elke boodschap die hij deed, was zij getuige
Ze zag de guldens wijken voor de euro
Toen hij te oud werd om haar met zich mee te dragen
Mocht zij zijn dagen slijten in het hoekje van de spiegel

Zo gaat het immers: groeien, bloeien en versterven
De cirkel rond, het leven was hen goedgezind
Talrijke zaden zijn gevormd en uitgestrooid
Wonderschone bloesem is er uit hen voortgekomen

Advertenties

De laatste kus

20151102_110353

Hij was mild geworden. Zijn lange leven had hem vele lessen geleerd. Vroeger was hij een opstandig en opvliegend persoon geweest. En niet altijd even tactvol. Zijn vrouw en kinderen hadden het nogal eens moeten ontgelden. Waren vaak slachtoffer geworden van zijn humeur. Hij was er de man niet naar om het uit te praten, of te zeggen dat het hem speet. Nee, ze moesten het allemaal zelf maar ontdekken. Vaak wisten ze de link niet direct te leggen en leek het cadeautje dat ze kregen uit de lucht te vallen. De boeketten voor zijn vrouw op zaterdag waren bedoeld om een week zwijgen, boze opmerkingen, of stuurse blikken goed te maken. Het was zijn manier. Met de medische kennis van nu zou er wel een stempel op hem zijn gedrukt. In zijn tijd moest hij er zelf maar uit zien te komen. En zijn omgeving ook.

Maar nu was hij mild. Zachtaardig en vriendelijk. Het verplegend personeel was zeer over hem te spreken. Een aimabele man, werd hij genoemd. Hij schikte zich in zijn doofheid. In het afhankelijk zijn van een rolstoel. In het wachten. Altijd maar wachten. Op een kopje koffie, het eten, het wassen en de gang naar het toilet. Dit was zijn leven nu.

Leven. Hij wist dat hij aan het laatste stukje bezig was. Dikwijls verzonk hij in gedachten en wist situaties op te roepen uit een ver verleden. Het lot was hem gunstig gezind geweest. Al vaak had hij op de rand van de dood gebalanceerd. Die keer dat hij als kind in de rivier dook en vast bleef zitten in de modder. Hij werd gered en overleefde. Die keer dat hij een ernstige longziekte had. De operatie slaagde, hij moest een rib missen – maar dacht hij soms, dat moest Adam ook – en genas. Die keer dat hij werd opgepakt door de Duitsers. Dat ze hem lieten gaan, was hem nog steeds een raadsel. De bypasses die hij dertig jaar geleden had gekregen. Hij herstelde volledig.

Ja hij had een goed leven achter de rug. Kinderen, kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. Grote verwachtingen had hij van de jongens. Het kleine meisje had hij nog niet gezien. Ze leek zoveel op zijn overleden vrouw, had hij gehoord.

Maar ze kwam. Ze werd opgetild om hem een kus te geven. Het werd zijn laatste kus.

Die nacht sliep hij in met een glimlach op de lippen. Voorgoed.

Sterven in juni

Waarom zou je sterven in juni? Na de voorzichtige start in mei is de natuur nu echt op dreef. De zon heeft zijn grootste kracht; de dagen zijn zo lang als het maar kan. Een zoele wind voert de zoete geuren van de zomer mee. Het leven is vol beloften.

Maar er sterven mensen in juni. Mijn vader stierf in juni. Met een gelukzalige, tevreden glimlach op het bleke gelaat. Klaar met het leven, dat er niet makkelijker op werd. Goed geleefd; zo goed mogelijk. Naar eer en geweten. Alle talenten benut. Een huwelijk met ups en downs, maar liefdevol. Drie kinderen met toewijding groot gebracht. Vijf kleinkinderen liefde en aandacht gegeven. Drie achterkleinkinderen vertederd op schoot genomen.

Een leven met mensen. Met God. Met boeken. Filosofisch, sociaal, intelligent, betrokken. Verwondering. Bewondering voor alles wat leeft. De natuur als leidraad. Het boerenleven als ideaal. Maar alles met een knipoog; humor is een groot goed.

Mijn vader stierf in juni. De maand van volop leven. De maand van groei en bloei. De oogst al zichtbaar.
In de moestuin laat ik mijn gedachten de vrije loop. De schrepel die hij in zijn tuin gebruikte in de hand, het onkruid te lijf. Ik leg bonen, aard de aardappels aan. Zaai wortels naast uien. De vragen die ik hem nog had willen stellen worden woordeloos uitgesproken. Doe ik het zo goed? Antwoord komt altijd. Het stemt me dankbaar.

Het is niet makkelijk
Te sterven in juni
Terwijl
Het leven uit zijn voegen barst
Maar je weet
Dat het klaar is
Je schikt je in het
Onvermijdelijke
Je geeft je over
Je laat je gaan

En wij verstild
Nu definitief
Op eigen benen
Goed toegerust
Maar toch
De eerste stappen
Onwennig en onvast

Not April is the cruelest month
But June

En vader, weet je nog
Van toen
Die dag dat je mij
Mijn ware naam onthulde
Op een stukje papier
Gescheurd van de krant
In jouw vertrouwde
Verzorgde handschrift
Een document

Nooit zo genoemd
En toch
Een beetje opnieuw geboren

DSC07855

In memoriam Johannes
10 juli 192121 juni 2010