Op de sofa

FreudEerlijk gezegd vraag ik me af of dit nog zin heeft. Deze gesprekken. Beter wordt het toch niet. Ik zal altijd wel zo blijven. Niemand gelooft me, zelfs u niet. Ook u denkt dat er nog wel iets te veranderen valt. Te verbeteren. Maar ik weet het zeker; je kunt het toch zien? Hoe dik ik ben?

Vroeger had ik er niet zo’n erg in. Op de basisschool was er eigenlijk nog niks aan de hand. Dat heb ik toch al eens verteld? Dat mijn zusje tien keer mooier was dan ik, kon me niet zoveel schelen. En dat ze honderd keer slimmer was ook niet. Ik trok met jongens op. Ik wist waar de goede klimbomen stonden, waar je hutten kon bouwen. Vuurtje stoken. Dat was een mooie tijd.

Tot groep acht. Ik kreeg borsten. Mijn gezicht werd voller. Ik kreeg een dikke kont. Ja, bij andere meisjes gebeurde dat ook. Maar niemand werd zo dik als ik. Op de middelbare school werd het nog erger. In elk spiegelend oppervlak kon ik het zien. Ik barstte uit mijn kleren. Mijn moeder zag het niet. Die zag eigenlijk helemaal niets. Nee, sinds mijn vader ervandoor ging, was ze alleen nog maar met zichzelf bezig. Zij zou hier moeten zitten, eigenlijk.

Ja, ze heeft wel gezorgd dat ik hier terecht kwam. Dat klopt. Maar ik wil niet meer. Elke dag die weegschaal. Elke week die gesprekken met u. Kan het niet wat minder? Ze laten me hier niet met rust.

Ik kan er niet meer tegen. Ik moet eten van ze. Ze zitten erbovenop als ik mijn boterham smeer. Boter! Pindakaas! Ik walg van die vette boel. En uitkotsen mag niet. De hele dag wordt er op me gelet. Eten! Ik kan niet meer. Ziet u dan niet hoe dik ik ben?

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het sleutelwoord niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: afdingen.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Het plaatje van de sofa van Freud komt van het internet.

Advertenties