Met geen pen te beschrijven

pennen

Zoveel indrukken tijdens de korte reis
En geen pen om het te beschrijven
Daphne, zie ik op de bon
Heeft me net een kop koffie gebracht
Ergens ver weg driehoog aan de overkant
Loopt een man in zwart pak wit overhemd
Ongedurig voor het raam heen en weer
Ik verbeeld me dat ik bezorgde trekken zie

Later daal ik af
In de kelder is de verzameling
Van Rudi Fuchs te zien
Hij noemt het: Opwinding
Ongetwijfeld zal hij het zo hebben ervaren
In zijn tijd als directeur van het Stedelijk
Maar mij verwart het
Ik had gehoopt op een paar oude bekenden
Iets waar mijn herinnering aan haakt
Maar het is armoe troef wat dat betreft

Een Franse vrouw zegt na lang kijken
Naar een grote rode vlek op een doek
Ik probeer het te begrijpen
Er klinkt dreinerig verlangen in haar stem
Haar metgezel haalt de schouders op
In stilte lopen ze naar de roltrap

Buiten is het ook al grijs
Geen lyrische ontboezemingen vandaag
Ik ga naar huis en tik dit stukje
Volgende keer beter
Dan neem ik ook weer een pen mee

Advertenties

Bridget, Banksy en een bizarre film.

20160726_111941

Deze week onderging ik drie totaal verschillende kunstuitingen, die op een of andere manier iets met elkaar te maken hebben. Wat zijn de overeenkomsten? In de eerste plaats dat deze drie activiteiten (bezoek aan Gemeentemuseum in Den Haag, Beurs van Berlage, Amsterdam en Filmhuis, Zaandam) in dezelfde week plaatsvonden. Maar dat kun je uiteraard ook gewoon toeval noemen.

Dan misschien dat het modewoordje ‘bizar’ van toepassing is op alle drie? Evenals het feit dat de drie kunstenaars doelbewust de toeschouwers op het verkeerde been weten te zetten?
Of gewoon het feit dat ik ze per se, coûte que coûte met elkaar in verband wil brengen? Omdat alle drie de kunstenaars een bijzondere kijk op kunst hebben? Of vanwege het feit dat ik de twee tentoonstellingen en de film mede door de ogen van een ander bekeek? En alles daardoor gedeeld en dus anders beleefde?

20160727_114247

Ach, laten we het maar houden op de illusie, waar het hele leven tenslotte op is gebaseerd. Dus zeker ook de kunst, die daar weer een afspiegeling van is. Een schilderij is niet meer dan verf op doek, zegt kunsthistorica Saskia Goddijn. Wat er verder gebeurt doen we zelf. Het is onze invulling- wat we erin zien, wat we voelen, hoe we erover denken. Sommige mensen worden heel onrustig, wanneer de kunstenaar zijn werk labelt: zonder titel. Kunst moet zijn (volgens Kloos): de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. In het verlengde daarvan, vanuit de toeschouwer gezien zal kunst dan moeten zijn: de allerindividueelste ervaring van de allerindividueelste emotie. Vertalen is verraden, zegt men in de Joodse cultuur. Geldt dit ook voor het ‘vertalen’ van kunstuitingen? Is interpreteren dodelijk voor de kunst? Kan daaruit volgen dat alle verklarende kunstboeken waardeloos zijn? Gevaarlijk terrein! Ik wil daar geen oordeel over vellen.

Genoeg gefilosofeerd. Over naar de kunst. Bridget Riley, Banksy en Anders Thomas Jensen.

Bij Bridget Riley is de illusie de beweging in haar werk. Vanuit iedere hoek is het weer anders, bewegen de lijnen, waarvan je weet dat ze vastliggen op papier of doek.

Bridget

Bij Banksy is het de illusie van de kunstenaar zelf; hij bestaat, dat blijkt. Maar wie is hij? De illusie die hij schept is vaak de combinatie van beeld en tekst. We worden volkomen op het verkeerde been gezet.

Banksy1

Ook bij Anders Jensen gaat het om de illusie. Wat is film anders? Maar hij verstaat de kunst om in die illusie een tweede te scheppen en daarin een derde. Een soort matroesjka.

Doordacht, doorwrocht en bereken(en)d, geldt voor Bridget Riley. Ontwerpen op ruitjespapier en deze uitgewerkt op grote doeken. Haar vroegste werk stamt uit de jaren zestig. Maar het zal een levenswerk blijken. De titel van de tentoonstelling is dan ook: Bridget Riley, The Curve Paintings. 1961 – 2014. Op-art. Die stroming vonden we verrassend in de zestiger jaren. Maar nu nog steeds is het verrassend en verfrissend! Werk waar je vrolijk van wordt. Maar ook stil. Het is leuk dit met “de oude vriendin” te zien. Zij is nu bijna negentig, slechts een paar jaar ouder dan de kunstenares. En enthousiast dat ze is! Af en toe hoor ik haar roepen: dit is enig! Met haar smartphone fotografeert ze de bijzondere werken. Ik vraag me opeens af of ik dat over twintig jaar nog net zo zal doen.

Doordacht, doorwrocht en maatschappijkritisch past bij het werk van Banksy. De onbekende bekende. Zijn kunst wordt gepresenteerd in het voormalige kapitalistische ‘bolwerk’, de Beurs van Berlage; dat moet voor hem toch even slikken zijn. Zit hij al te broeden op een antwoord? Op een van de muren aan het Damrak op dit monumentale gebouw? Ik kijk nu ook door de ogen van mijn jongste dochter. Het geeft er een speciale dimensie aan. Ook al omdat we dit soort uitjes niet meer zo vaak hebben. En ik zie dat zij weer kijkt met haar prachtige kinderen in gedachten.

20160727_114802

Regisseur Anders Thomas Jensen, kunstenaar op een totaal andere manier, met een totaal ander medium. Men and Chicken is een werkelijk absurde film. Het woordje ‘bizar’ is hier zeker op zijn plaats. Het verhaal is grandioos, en gaat uit van een gegeven waar iedereen waarschijnlijk wel eens zijn gedachten over heeft laten gaan: genetische manipulatie. Terwijl je na de eerste beelden vermoedt dat het er zeer ruig aan toe zal gaan, blijkt er toch ook begrip, goedwillendheid en een zekere warmte te zijn tussen de vijf merkwaardige broers, over wie de film in feite gaat. De plot is groots. Je voelt bijna letterlijk de puzzelstukjes op hun plaats vallen. Meer zal ik er niet over melden, om het verhaal niet weg te geven. “Ga deze film zien!”, is het enige dat ik er nog over wil zeggen. En ook, dat ik deze film zag met (de voor sommigen inmiddels bekende) Ina in gedachten. Ze kan er niet meer bij zijn, maar zij raadde tien jaar geleden de film ‘Adam’s Apples’ aan, van dezelfde regisseur. Menig keer hoorde ik haar schallende lach. Het toeval bracht een gezamenlijke vriendin (die ook ooit was getipt) naar het filmtheater, zodat we na afloop nog even konden proosten op Ien.

men and chicken

Als laatste verbindende factor tussen deze drie kunstenaars zou ik willen noemen: de Humor. De kurk waar het hele leven op drijft!

Tenslotte. Dit was een vermoeiend en tegelijkertijd energiegevend weekje. Zozeer zelfs, dat ik vandaag ook zelf maar eens de kwast ter hand heb genomen. Het plafond van de badkamer ziet er weer piekfijn uit. En nee, geen optische of andere illusies. Gewoon wit.

——————————————————————————————————————-

De afbeelding van de film Men and Chicken komt van het internet.

Een portje met Ina

img178

Lieve Ina,

Wat is het lang geleden, Ien, dat we elkaar spraken. Je bent al zo lang uit ons blikveld verdwenen. Maar toch, elke keer dat wij, van het oude, ter ziele gegane droomgroepje, elkaar zien, valt jouw naam op een goed moment. Er is altijd wel een aanleiding voor: iets wat zich ter plekke voordoet, iets wat we hebben gelezen of gezien, situaties waarin we soms verzeild raken, moeizame vriendschappen, verborgen liefdes. “Ina zou zeggen…….”, roepen we dan. Een gevleugelde uitdrukking inmiddels. Je hebt ons wat dat betreft veel nagelaten. Hoewel we je missen, worden we altijd vrolijk van de herinneringen die we ophalen.

We hebben heel wat met elkaar meegemaakt. Jouw verjaardagen, bijvoorbeeld, met heel veel vrienden op het balkon van je piepkleine flat. De cake die je sneed met het mes waarmee je net de knoflook had gesnipperd voor de hartige taart. Diezelfde taart waaruit we na het bakken nog een stukje folie van het bladerdeeg visten. De zachte kaas die je te vroeg uit de koelkast had gehaald. Het zal wel de stress van de verjaardag zijn geweest, hoewel jij je nooit echt gek liet maken. Maar je had wel een gloeiende hekel aan huishoudelijke klussen. Altijd was er een goede fles wijn, werd er geproost op Het Leven, werd er gelachen, vierde de gezelligheid hoogtij. Toch werd ook dan een serieus gesprek niet uit de weg gegaan. Je genoot intens van zulke momenten. En wij ook. En nooit hebben we gemerkt dat je zoveel ouder was dan wij.

Je zou nu – over een weekje – vijfentachtig zijn geworden. Maar zeven jaar geleden hield jij het hier voor gezien.

Soms vraag ik me af hoe het zou zijn geweest, als je nog had geleefd. Over welke boeken we het zouden hebben, welke films, welke filosofieën. Hoe we elkaar over en weer hadden kunnen inspireren. Maar ik blijf er niet te lang bij stil staan, hoor Ien. “Dat laten we maar open”, was een van je geliefde uitdrukkingen. En daar houd ik me aan.

Door die relativerende opstelling kon je een moeilijk leven aan. Want dat wisten we natuurlijk allemaal, dat je niet de makkelijkste weg had gekozen. Maar je las een mooie, toepasselijke tekst, mediteerde daarover, deed een dansje en dan was je in staat om te accepteren wat er op je pad kwam. Dan ging het weer. En de warmte van jouw eigen omgeving deed de rest; je omringde jezelf met boeken, bloemen, kaarsen, persoonlijke details. Jouw gave om binnen no time een gezellig en warm thuis te creëren, was benijdenswaardig.

Jouw thuis is nu ergens anders. Jij alleen weet waar. En wij weten haast wel zeker dat je “daar” je eigen sfeer creëert. Jouw kennende had je je er terdege op voorbereid.
Wij hebben je los moeten laten. Dat heb je ons altijd voorgehouden en je kunt wat dat betreft trots op ons zijn.

Alleen, Ina, wat zou ik graag nog een keer een glaasje port met je willen drinken bij De Karpershoek……..

——————————————————————————————————————-

Ook over Ina: https://ajroc.wordpress.com/2014/04/09/luchtpost/

Het roze tasje

tasje

Al keuvelend lopen ze in de richting van de tram, waarin ik me net heb geïnstalleerd. Twee grijze heren van dik in de zeventig, schat ik. Terwijl de eerste redelijk vief instapt en vlot incheckt, hijst nummer twee zich moeizamer de tram in. Nadat hem door de conducteur is verzekerd dat dit lijn vijf is, hoor ik het incheckpiepje. Hij schuifelt verder en zijgt neer naast zijn reisgenoot, schuin voor mij, aan de overkant van het pad. Is de eerste man een onopvallende verschijning in een wat slobberige grijze broek en dito jack, de laatst ingestapte is wel enige beschouwing waard. Wat op het eerste gezicht orthopedisch schoeisel lijkt, blijkt bij nader inzien een paar moderne zwarte Ugg’s. Echte. Daarboven een hippe strakke zwarte broek. Een dure zwarte suède jas. Een donkerrode zijden sjaal. Een pet met een -voor mij onbekend- merkje. Hij leunt losjes met zijn rechterhand op de wandelstok die tussen zijn voeten steun vindt. Met zijn linkerhand houdt hij een cadeautasje in evenwicht op zijn knie.

Ze wanen zich onbespied, maar ik zit binnen gehoorsafstand en kan het gesprek ongevraagd volgen. De modernste van de twee blijkt een 3D-bril te hebben aangeschaft, die hij gebruikt in combinatie met zijn mobiele telefoon. In geuren en kleuren doet hij de installatietechniek uit de doeken. En de talloze mogelijkheden. Maar vooral het plezier dat hij er al van heeft gehad. Door musea struinen vanuit je luie stoel. Het heeft iets weg van de 3D-bril in de bioscoop, weet je wel? Het gesprek gaat verder over computers, iPhone’s en tablets. En dit alles met welluidende, licht geaffecteerde stemmen. Fitte oude bazen, goed op de hoogte en duidelijk genietend van alle moderne snufjes.

Het donkerrode elastiek, vastgemaakt aan de schouderriem van de luxe zwarte tas en verdwijnend tussen de rits, intrigeert me. Is er toch iets echt oude-mannetjes-achtigs aan deze chique heer? Bij het naderen van hun eindbestemming zie ik het gebeuren: het elastiek wordt uit de tas getrokken en aan het eind daarvan bungelt de ov-kaart. Verlies-proof.

Halte Concertgebouw. Daar gaan ze. Een stok, een hand op een schouder. Als de tram zijn weg vervolgt, zie ik ze oplettend de straat oversteken.
Het doel van hun tocht is niet besproken tijdens de reis. Het roze tasje wordt enigszins nonchalant meegedragen, bungelend aan twee vingers, alsof het niet bij ze hoort.

Wie zal de gelukkige zijn?

——————————————————————————————————————-

De foto komt van het internet.

Kunstkennertje

20160229_124800

Hij houdt van lijstjes
De behendigste voetballer
De beste keeper
De snelste wielrenner
Maar ook
De tien beroemdste schilderijen

Een daarvan gaan wij bekijken
Het staat op nummer acht
Hij droomt ’s nachts dat hij voor het grote doek staat
Zal hij de beschadigingen
Nog kunnen zien?
Zal hij de schilder op het doek herkennen?

De plattegrond in de hand
Loopt hij bijna rechtstreeks naar de juiste zaal
En daar, aan het eind
Hangt breeduit waar hij zich zo op had verheugd
De Nachtwacht

Je ziet niks meer van de krassen
Zegt hij, bijna opgelucht
Wel ziet hij twee keer Rembrandt
En de kapitein vindt hij het mooist geschilderd

Als hij later directeur wordt van dit museum
Koopt hij De Volharding der Herinnering
Van Salvador Dali

Maar nu is hij nog even verdiept
In de Bedreigde Zwaan van Asselijn
Die op zijn eigen lijstje komt
Van de tien mooiste schilderijen ever

Alles op zijn tijd

img135

—————————————————————————————————————–

De afbeelding van het schilderij De Bedreigde Zwaan komt van het internet.

Munch : Van Gogh, voor het laatst

img096
Het is een luxe om niet al te ver van Amsterdam te wonen. Zodra het in je hoofd opkomt, kun je de trein pakken en een museum bezoeken.

In november ga ik op een vroege zondagochtend naar het vernieuwde van Goghmuseum voor de tentoonstelling Munch : Van Gogh. De “eftelingrij” is nog niet al te lang, en met een vooraf uitgeprint toegangsbewijs moet het mogelijk zijn om snel binnen te komen. En dat lukt.

Er is een enorme hoeveelheid personeel aangetrokken om alles in goede banen te leiden. Iedereen gaat door de juiste poortjes, over de juiste trappen naar de juiste ingang. Want denk niet dat een uitgang ook ingang is! Daar zit namelijk een jongen – die natuurlijk ook maar doet wat hem is opgedragen – op een krukje mensen weg te jagen die door de openstaande deuren naar binnen willen. Stel dat je halverwege de tentoonstelling begint! Tegen de stroom in!

Ik begin dus netjes bij het begin. Mijn blik wordt direct al getrokken door twee schilderijen die ik noch aan van Gogh, noch aan Munch kan toeschrijven. Het blijken schilders die Munch hebben geïnspireerd. Ik ben verkocht. Christian Krohg en Hans Heyerdahl maken een verpletterende indruk. Kwam ik niet voor de aangekondigde schilders? Voor nota bene Munch in een Nederlands museum. Ja, maar…..

Ik scheur me los en dwing mezelf de korte film te bekijken, waarvan ik de nodige toelichting verwacht. Dat valt een beetje tegen. Over van Gogh is inmiddels redelijk veel bekend, over Munch had ik nog wel meer willen weten.
Maar als ik zijn schilderijen daarna op me laat inwerken, wordt mij toch een heel verhaal verteld. Vooral verduidelijkend is zijn schets met begeleidende tekst waaruit blijkt hoe het schilderij “De Schreeuw” is ontstaan. Een paar woorden zijn al genoeg om de sfeer van dat moment, dat uur, die dag op te roepen. En nee hoor, niet de persoon schreeuwt, het is de natuur:
Wanhoop.
Ik wandelde over de weg met twee vrienden – toen ging de zon onder. De hemel werd plotseling bloedrood en er sloeg een golf van weemoed door me heen. Ik bleef staan en leunde tegen het hek, dodelijk vermoeid. Boven de blauwzwarte fjord hingen bloed en vlammentongen. Mijn vrienden liepen verder, ik bleef trillend van angst achter – en voelde een luide, eindeloze schreeuw door de natuur gaan.

Die weemoed en wanhoop is als een roofvogel, die zich in zijn hart heeft vastgebeten, zich in zijn ziel heeft genesteld, en zijn verstand heeft verduisterd. Ook hiervan in de vitrine een schets met tekst.

Munch en Van Gogh. Ik betrap mezelf erop dat alleen de eerste mijn volledige aandacht krijgt. De beide schilders leefden voor een deel in dezelfde tijd. Ze hebben elkaar echter nooit ontmoet. Het komt op mij een beetje geforceerd over om ze expliciet ter vergelijking bij elkaar te hangen. Ook al lijden beiden aan geestelijke onrust, toch is hun werk totaal verschillend. Van Gogh schildert over het algemeen naar de natuur, voor Munch is het psych(olog)ische veel vaker het uitgangspunt. Een bekende uitspraak van hem is dan ook: “Ik schilder niet wat ik zie, maar wat ik zag!”

Hoe goed bedoeld ook, ik vind de trend die je tegenwoordig in een tal van musea aantreft, niet altijd even gelukkig gekozen. Er worden steeds weer (vermeende?) verbanden gelegd. Schilders met elkaar vergeleken, aan elkaar gekoppeld. Invloeden toegedicht, waarvan ik me soms afvraag of het wel klopt. Ik vind het vaak rommelig en moet te veel schakelen.
Uiteraard wordt de kunstenaar beïnvloed: door anderen, door de tijdgeest, door de omgeving, maar toch blijft zijn kunst heel persoonlijk en is deze niet met die van anderen te vergelijken.

Die manier van verbanden leggen, overeenkomsten of verschillen zoeken zal wel met de huidige tijd te maken hebben: alles wordt gecommuniceerd, gedeeld en becommentarieerd. Het moet lekker luchtig zijn. Iedereen moet overal over kunnen meepraten, zijn mening over kunnen ventileren. (Tja. Een beetje zoals ik nu dus ook doe…….)

Ik houd van een chronologische opbouw van een tentoonstelling, zodat je de ontwikkeling van de kunstenaar ziet aan zijn eigen werk. Ik vind het dan ook grappig op de site van het museum te lezen, dat dit ook gold voor beide schilders:
Vincent en Edvard hadden ieder voor zich grote plannen voor hun belangrijkste werken. Ze wilden ze als een samenhangend geheel laten zien, als een serie. Daardoor zouden hun schilderijen meer betekenis krijgen.

Toch heeft het Van Gogh gekozen voor een meer thematische indeling. Het zij zo.

Hans_heyerdahl_fiskergutten_1886

Gisteren realiseerde ik me ineens dat de tentoonstelling op zijn einde loopt. Nog één keer rondlopen en de verse sneeuw van Munch zien. Een schetsje maken van de roofvogel. Maar vooral….. me nog één keer verlustigen aan zijn inspiratiebronnen: Krohg en Heyerdahl. Nog één keer de jongen aandachtig naar zijn hengel zien staren. Nog één keer de uitgeputte moeder en haar vol overgave slapende, rozige baby zien. Ik kan er weer tijden tegen!

Christian_Krohg-Sovende_mor_med_barn_1883

——————————————————————————————————————-

De afbeeldingen van de schilderijen van Krohg (Slapende moeder met kind) en van Heyerdahl (Vissersjongen) komen van het internet.

Film over Edvard Munch: https://www.eyefilm.nl/film/edvard-munch?program_id=11778818

Barbara Hepworth

img082

In Dé Beeldhouwschool, in Amsterdam, vindt het plaats: een theatermonoloog over Barbara Hepworth. “Een leven in beeld”, gebracht door Annemiek Lelijveld. Daar zitten we dan, op een vrijdagavond in een atelier ‘Onder de Bogen’, op een houten stoeltje. Met nog zo’n twintig anderen. Kleinschalig. Gewoon op de wit uitgeslagen stenen vloer. Goed geveegd, voor de gelegenheid. Geen resten steen, geen gruis, geen stof. De bokken bedekt met paarse kleden.

20151127_194153

Er staat een stoel en een tafeltje met een fles en een glas, sigaretten, foto’s, een boek. Aan de wand hangen foto’s en wasgoed. Op een bok staat een gepolijste sculptuur met een rond gat. Een lamp schijnt er precies doorheen. En op het witte oppervlak kunnen via een laptop en beamertje beelden geprojecteerd worden.

20151127_195941

Het publiek bestaat voornamelijk uit mensen die hier les nemen. Dat kun je aan de meesten wel zien; artistieke types. Een klein publiek. Vriendelijk. Intiem.

Ook het toneel is een intiem gebeuren. Speler en publiek zitten op korte afstand van elkaar, op gelijke hoogte. Dit doet niets aan af aan het spel. Integendeel, het lijkt alsof wij even bij deze bijzondere beeldhouwster op bezoek zijn.
Soms vergeet je zelfs dat hier een actrice aan het woord is. Het voelt zo echt. Zij ís Barbara. Met hoofddoekje, lange witte blouse, zwarte broek. Sigaret. Ze zingt kinderliedjes, spreekt over haar liefdes, haar kinderen, haar twijfels, haar wensen, haar verlangen, en vooral haar werk.

Zij neemt ons in vertrouwen. Maakt ons deelgenoot van haar veelbewogen leven. Een man, een kind. Een scheiding. Een nieuwe man en kinderen, een drieling. Weer een scheiding. Het oudste kind dat sterft. Het voortdurend heen en weer geslingerd worden tussen de moederlijke zorg en de behoefte, of eigenlijk meer de noodzaak om beelden te scheppen. Steeds meer en steeds groter.
En de drang om als vrouw een plaats te veroveren in de weerbarstige mannenwereld van de beeldhouwkunst. De kracht die dat kost en het doorzettingsvermogen zijn bijna onmenselijk. Maar het lukt haar.

20151127_210628

Met de witte sculptuur in haar armen danst ze door de ruimte. Zo lijkt het leven licht. Beter gezegd: het schijnt licht. En de steen ook. Het geeft een goed beeld van een sterke vrouw: de lichtheid van het bestaan kan zeer bedrieglijk zijn; ze had het niet makkelijk. Maar je kunt ook een zekere lichtheid brengen in de zwaarte. Uithollen dus, die steen!

Zonder hoofddoek, haar in de war en met bril, is de actrice verteller. Buitenstaander, eigenlijk. Ze toont ons foto’s van sculpturen, vertelt over de gedachte daarachter, de idee.
De tegenwerking ook. De moeilijkheden en de pogingen die te overwinnen. De tijdgeest. Zou een vrouw die zulke enorme stenen, zulke zware boomstammen weet te bewerken, niet haar eigen leven in de hand kunnen nemen, in vorm kunnen dwingen?

Zo komen we stukje bij beetje alles te weten over het verloop van het boeiende en vruchtbare, maar bij tijden ook zeer moeilijke leven van Barbara Hepworth.
One of the greatest.

img084

Tramlijn begeerte

plu
De man stapte in de tram bij de halte Concertgebouw. Ze keek op van haar e-reader en registreerde direct: een morsige man. Wat stond hij daar nou toch te klungelen. Al zijn zakken te bekloppen voor hij zijn ov-kaart te pakken had. Hij bestudeerde hem uitvoerig en hield hem tegen de scanner. Het piepje weerklonk en de kaart verdween in de binnenzak van zijn jasje. Dat jasje! Vlekkerig en gekreukt. Maar toch. Je kon zien dat het maatwerk was. Een duur colbertje. Lang geleden gekocht, waarschijnlijk. Er zat niet veel vorm meer in. Doordat het los hing had ze zicht op de vaalgrijze, pluizige lamswollen trui. Dat was ook geen goedkope aanschaf geweest, ooit. Daaronder een blauw-wit gestreept overhemd. Natuurlijk. Weinig fantasie. De ribfluwelen broek zat slobberig om zijn benen. De cognackleurige leren schoenen hadden betere tijden gekend. Toch waren het peperdure Van Bommels.

En zij. Zij zat daar in haar keurige rok, een gloednieuwe zwarte panty en kekke laarsjes. Chique regenjas. Verzorgd als altijd.

Ze voelde dat hij keek. Het was verleidelijk. Ze keek terug. Nu pas zag ze de bruine versleten leren aktentas in zijn linkerhand. Hij was leraar, vermoedde ze. En alleen. Nooit getrouwd, behalve misschien met zijn werk. Ze wist het bijna zeker. Ze was gespecialiseerd. Ze liet haar blik langzaam omhoog glijden. Zijn gezicht was wat pafferig. Slecht geschoren. Zijn waterige blauwe ogen hadden iets droefs.

O, had ze maar niet gekeken. Nu bleef dit beeld haar de hele middag bij. Dit was iets waar ze niet tegen kon. Ze wilde dit soort mannen altijd redden. Die innerlijke drang was bijna te sterk. Ze wist tegelijkertijd dat er geen redden aan was. Ervaring, noemde ze dat. Ze had het al eens geprobeerd. Meerdere keren zelfs. Ze wist ook dat de pijn die ze nu voelde zou slijten. Langzaam zou wegebben. En dat ze dan weer zo’n morsige man zou treffen. Later. Ergens.

Halte De Boelelaan. Hij stapte uit. Zie je wel, ze had het goed geraden. Docent aan de VU natuurlijk.

Haar wereldbeeld stortte met donderend geraas ineen, toen ze zag hoe hij zich in de armen wierp van de bloedmooie vrouw die aan de overkant van de straat stond te glimlachen. Ze zoenden hartstochtelijk. Onder een knalrode paraplu verdwenen ze.

Verkeerd gegokt. Een ander soort pijn verbijtend, wist ze het zeker: een volgende keer zou ze direct in actie komen. En hoe!

——————————————————————————————————————-
Het plaatje komt van het internet.

Waterlicht, een waar sprookje

20150513_220158

Een goed jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met het werk van Daan Roosegaarde. Op de televisie kreeg hij de gelegenheid zijn Lotus-Dome te presenteren en de werking ervan toe te lichten. Toen bleek dat het Rijksmuseum hem de gelegenheid bood de Dome tentoon te stellen, hoefde ik er niet lang over na te denken: dit wilde ik graag zien en meer nog, ervaren.

DSC09187

Fascinerend vond ik het. De donkere ruimte werd bijna geheel in beslag genomen door de enorme bol, voorzien van honderden bloemen van een speciaal door studio Roosegaarde ontwikkelde folie. Door de warmte die de bezoekers uitstraalden, gingen deze bloemen open en licht vulde de zaal. Het was moeilijk om je ervan los te maken. Het licht, het knisperende geluid, het geheimzinnige van de entourage. Een sprookjesachtig geheel. Nog twee keer ben ik teruggegaan naar het Rijks; alle keren was het even bijzonder.

Eind van dat jaar werd er door zijn studio het oplichtende fietspad in Nuenen gerealiseerd. Sterrelicht gevangen in asfalt, geïnspireerd door Van Gogh. Dit in het echt te zien staat nog op mijn verlanglijstje.

20150513_215403

Maar nu was er dicht bij huis weer een gelegenheid om binnen te stappen in een sprookjeswereld. ‘Waterlicht’, een gigantische installatie op het Museumplein in Amsterdam. De gedachte hierachter is de kwetsbaarheid van ons land. Zonder dijken zou Nederland voor een groot deel onder water staan (iedereen kent in dit verband waarschijnlijk wel de uitdrukking Amersfoort aan Zee). Wij in het westen leven onder de zeespiegel. Daan Roosegaarde verzon zijn zoveelste sprookje. Door middel van blauw licht en rook kreeg hij het voor elkaar ons te laten ervaren hoe hoog het water zou staan. Hoe het zou golven en ons overspoelen.

20150513_215150

De zon was nog maar amper onder, toen het spektakel losbarstte. Prachtig was het, indrukwekkend mooi. Naarmate de avond vorderde, liep het plein voller. Honderden telefoons maakten duizenden foto’s. Iedereen was vrolijk, opgetogen, geïnteresseerd.
Het was heerlijk om er gewoon maar te staan tussen al die mensen. Het letterlijk over je heen te laten komen. Zelfs wanneer je je realiseerde dat het licht het water verbeeldde, waaronder wij gevangen zaten, dan nog was het een vredig en rustgevend gevoel.

20150513_215007

In de verte het Rijksmuseum, als een sprookjeskasteel. De huizen langs het plein leken hoger dan ooit. Een weldadig geroezemoes, gegons van stemmen.

Het was hem weer gelukt. Weer wist Daan Roosegaarde ons even uit ons gewone gedoetje op te tillen en te laten geloven in het sprookje van de verbeelding. Ik ben nu al benieuwd naar het volgende.

An Einem Dienstag Im Oktober

20141007_222612

Exact twee weken geleden, op net zo’n druilerige dag als vandaag, was het weer eens zover. We ‘moesten’ uit. Zoon Jaap van vriendin H had, onder zijn artiestennaam Jakob, een optreden in een -volgens J’s beschrijving, enigszins Oost-Duits aandoend- café in Amsterdam. Zonder zijn band “The Benelux” dit keer, zou hij een aantal eigen liedjes ten gehore brengen. Ik had al een voorproefje gehad en het klonk goed, op het mobieltje van zijn moeder. Leuk dus. Hoorde ik een Leonard Cohen-achtig timbre? Verrassend. En zo trokken de twee ‘overjarige groupies’ op die regenachtige avond naar de hoofdstad.

Het was stil in Amsterdam en voor we het wisten stonden we voor “De Nieuwe Anita”. Met wat fantasie leek het inderdaad wel een klein beetje op het café in Berlijn aan de Kastanienallee, waar we een aantal jaren geleden op bobbelige fauteuils aan wrakke tafeltjes dikke linzensoep met zuurdesembrood aten. Na enig nadenken herinnerden we ons de prachtige naam: “An Einem Sonntag Im August”. Voor iedereen die nog eens van plan is naar Berlijn af te reizen: het is een absolute must. Goed om je heen kijken, niet bang zijn voor losse stroomdraden, maar genieten. Van de omgeving, van de mensen. Van goed eten en drinken tegen schappelijke prijzen. En vergeet ook niet de toiletten te bezoeken: fabelhaft!
Maar nu, ‘An Einem Dienstag Im Oktober’, betraden wij om half tien ‘de Anita’ en vielen midden in het optreden van een alleraardigst duo. Het wachten was nu op Jakob.

Jaap is een rasartiest; schrijft zijn eigen teksten, zingt, begeleidt zichzelf op gitaar en piano, bespeelt het publiek, is een echte charmeur. Voor twee nummers had hij oud-bandleden (van de verschillende bandjes waarin hij speelde) gevraagd een aandeel te leveren. En zo verschenen er onverwacht vier koperblazers die op ingetogen, maar toch heldere en bevlogen wijze een bijzondere kleur aan het optreden gaven. Een gouden vondst. Het was uiteraard niet de opzet, maar het gaf een Kift-achtig cachet aan het geheel. De oordopjes die nog in onze tas zaten van het optreden van de band in Paradiso, waren deze keer absoluut niet nodig; het was alles rustig, vriendelijk en beheerst. En bijzonder aangenaam en amusant.

Zijn zus M, die haar verjaardag vierde, trakteerde op bier en wijn. We proostten op beiden: op de muziek en op het nieuwe levensjaar.

Voor ons vertrek wierpen we nog een hoopvolle blik op de toiletten: ze haalden het niet bij die in het Berlijnse café. Het enige minpuntje van een genoeglijke avond.