Omringd met familie

img025

Ziehier de zeven zusters
Van oud naar jong
In hun goede goed
Hun zondagse japon
Met versgesteven kraagjes
Eén heeft een lage hals
Aangerimpeld kant met
Zwartfluwelen strikje
Zo komt de ketting beter uit
Verder een bril, een armband
Een horloge zelfs

Ik zie ze bij elkaar
De krulspelden indraaien
Papillotten misschien
Hoor ze giechelen, kibbelen
En kijk
Allemaal dezelfde neus
Geërfd van vader
De oudsten hebben al
Een kunstgebit
Zo ging dat vroeger

Van voorzichtige glimlach
– De oudste, zij kent het leven –
Tot uitbundig bakvisplezier
Geërfd van moeder
Die het lachen na elf kinderen baren
Voeden en verzorgen
Toch nog lang niet is vergaan

Ik ken ze als mijn tantes
Jans, Ma en Anna
Bé en Rie
En de twee jongsten, Ina en Grietha
Maar Ma heet Maartje en Rie Marie
Beatrix is de doopnaam van Bé
Namen die al eeuwen
In onze familie worden doorgegeven
Zoals ook Johanna, Jannigje, Grietje
En Clasina Maria voor Ien

Dertien kinderen krijgt Jans
Anna sterft het jongst
Rie trouwt als laatste
Pas na haar moeders dood
Altijd zo trouw gezorgd
En zichzelf vergeten
Door een van haar broers
Nee, niet mijn vader
Gekoppeld aan verlaat geluk

De vier broers
En deze zeven zussen
Met liefde omringd
In liefde grootgebracht
Hebben in liefde
Het leven doorgegeven

————————————————————-

Zie ook: Foto met opdracht -over de vier broers- http://wp.me/p36K0e-cG

Walking back to happiness….

Begin jaren zestig begon muziek een rol te spelen in mijn leven. Natuurlijk kwam dat door de leeftijd. De emotionele, lichtelijk labiele tienerjaren. Teenager werd je toen genoemd. Het woord bakvis was net zo’n beetje uit de mode. Gelukkig.
Een van mijn eerste idolen was Connie Froboess. Met het liedje ‘Zwei Kleine Italiener’ werd zij zesde tijdens het songfestival in 1962. En natuurlijk stond zij in De Muziek Expres. De poster had ik daar voorzichtig uitgehaald en – het verbaast mij nu dat dat mocht– met plakband op de muur van mijn kamertje gehangen. Conny und Peter, Teenager Melody.

Toen het eerste vriendje op de proppen kwam, veranderde ook de muziekkeus. Elvis Presley, Paul Anka, Buddy Holly, The Everly Brothers. Vreemd eigenlijk, ineens kwamen er meerdere mannen in mijn leven. Maar het was allemaal heel onschuldig. Ook de ouders vonden die muziek stiekem wel leuk: op de verjaardag van het vriendje legde zijn vader, zonder dat wij het wisten, een nieuw singletje op de pick-up: Return to Sender, van Elvis. Mieters! Dat was swingen geblazen! En daarna natuurlijk popcorn en Exota, waar we spoetnik van maakten. Een echte fuif!

We knipten plaatjes uit en plakten die in onze Rijam-agenda, zodat die minder saai was. Maar ook de songteksten, zodat we niet alles fonetisch mee hoefden te zingen. Popconcerten, dj’s, het was er allemaal nog niet. Wij hadden plaatjes en een pick-up (als je geluk had), en in elk geval de radio.

In de plaats waar wij toen woonden, waren geen platen te koop; te werelds. We fietsten ruim een uur naar Rotterdam om van ons gespaarde zakgeld het nieuwste singletje van Buddy Holly te kopen.
Het was een mooie tijd. Het gevoel dat ik daarbij had zal nooit meer terugkomen. Oproepen kan ik het nog wel, soms. A trip down memory-lane, walking back to happiness…..