Mijn lachspiegel

5

Ik maak mijn beeld van jou
Aarde en water kneed ik
Tot een gewillige substantie
En zo boetseer ik jou al jaren
Tot wie ik denk dat je bent
Een kleine god
In de holte van het spiegelend heelal

En als jij lacht
Lach ik
Ik lach me tranen om het lot
En houd mijn adem in

Op lichte voeten dans ik
Spring zo hoog ik kan
En strek mijn armen uit

Ik had je voor de vogels graag behoed
O laat ze toch geen
Nesten maken

Kijk in mijn ogen
Spiegel mij
En lach

——————————————————————————————————————-

Het beeld: MIJN LACHSPIEGEL (1998) van Hella de Jonge staat in de hal van het Zaantheater in Zaandam.

Zaantheater

Advertenties

Hakken in Artis

20140321_132946

Alles in het leven kent een eerste keer. De eerste ademhaling. Het eerste lachje. Het eerste stapje. Het eerste woord. Alles wat je voor de eerste keer doet, heeft iets magisch.

Dat geldt ook voor de workshop beeldhouwen in Artis, die vriendin MW en ik in de negentiger jaren volgden.
Hoewel we geen van beiden ooit in steen hadden gehakt, leek het ons fantastisch. De zoon van MW en zijn vriendje vonden het hilarisch dat zijn moeder en ik (hun leerkracht in groep acht), zouden gaan hakken. Zij verstonden er iets heel anders onder: een dansstijl uit de gabberscene. Ze deden het schaterlachend voor: dit zagen ze ons nog niet doen. Gelijk hadden ze.

Vol verwachting togen wij op een ochtend in juli naar Amsterdam. De zeer ervaren beeldhouwers, afkomstig uit Tengenenge in Zimbabwe, wachtten de groep op bij het nijlpaardenhuis. Daar stonden grote kratten met brokken steen uit hun thuisland. Zoeken en keuren. Maar aan de buitenkant viel niet te zien welke kleur ons beeld uiteindelijk zou krijgen. De stenen waren allemaal bruinig of grijs. We kozen beiden een mooi stuk serpentijn. Niet al te groot. We moesten het tenslotte zelf dragen; het beeld zou na drie dagen in de tas mee naar huis gaan.

Daarna zochten we gereedschap uit. In een grote kist lagen hamers, beitels, raspen, schaven in alle soorten en maten. En, zeiden onze leraren, het beeld zit al in de steen. Leg het maar op de bok en dan goed kijken, dan zie je het vanzelf en hoef je het er alleen nog maar uit te hakken. “Alleen nog maar…”

Maar het was waar. Ineens was het er, het idee, het beeld. Na de nodige en vooral nuttige aanwijzingen gingen de mannen zelf ook aan de slag en wij, tien vrouwen, bikten, raspten en schaafden er lustig op los.
Steeds duidelijker werd er zichtbaar wat er in de steen verborgen zat. Het beeld kreeg vorm, gestalte.

Op de derde dag was het zover: de beelden mochten ‘gewassen’ worden. Met zijn allen om een grote zinken teil met water. Het beeld nat maken en met steeds fijner schuurpapier schuren: glad, gladder, gladst, terwijl onze vingers steeds rimpeliger werden. Nog steeds wisten we niet precies welke kleur ons beeld zou hebben. Dat zagen we pas toen de laatste behandeling werd toegepast: verhitten met een gasbrander en inwrijven met was. Bijenwas met citroen. En dan poetsen tot de glans zich prijsgeeft.

Wat voelden we ons de koning te rijk en apetrots toen we met ons eerste geurende en glanzende beeld in de trein zaten, terug naar huis.

Na die keer zijn we nog vaker gaan hakken in Artis. We hebben nog vaker beelden uit de steen tevoorschijn zien komen. Nog vaker met een zwaar gewicht op schoot in de trein gezeten. We kregen er steeds meer slag van. Het lukte steeds beter het geheim van de steen te ‘ontraadselen’.
Maar nooit meer was het zo spannend en wonderbaarlijk als die eerste keer.

Steen

DSC08813

Nadat de stenen Boeddha
Door hamer en beitel
In de houding is gedwongen
Zit hij daar

Roerloos

De rug kaarsrecht opgericht
De licht geloken ogen
In het ietwat gebogen hoofd
Starend naar
Een onzichtbaar punt
De handen in de schoot
Die gevormd wordt
Door moeiteloos
In lotushouding gevouwen benen

Al eeuwen kent hij
De innerlijke rust
Die wij node nastreven

Maar hoe moeilijk
Wanneer je
Niet van steen bent

Hologram

Al sinds jaar en dag hangt er in de slaapkamer een eenvoudig wissellijstje met daarin een klein hologram: de afbeelding van een roos. In onbelichte toestand zie je alleen een wit vlak, met daarin een zwart rechthoekje. Richt je er – vanuit de juiste hoek –  een lampje op, dan verschijnt een groene roos.

DSC06446 

Wat ik bijzonder vind, is dat mijn opmerkzame kleinzoons, die regelmatig in die kamer slapen, nog nooit hebben gevraagd waarom ik een ingelijst zwart rechthoekje aan de muur heb gehangen. (Of zouden ze denken dat ik een groot liefhebber ben van Malewitsch?) De eerstvolgende keer dat zij hier logeren, zal ik ze maar eens deelgenoot maken van het geheim. Lampje erop en??

Om voorbereid te zijn op de vragen die ze ongetwijfeld zullen gaan stellen, moet ik me goed gaan inlezen. Wikipedia levert de volgende (eenvoudige, volgens de site) beschrijving:
Als men door een venster kijkt, krijgt men op het netvlies een beeld dat door de ooglens wordt gevormd uit alle binnen de beeldhoek door het venster op het oog gevallen golven. Met een bepaalde (fysisch-)optische truc is het mogelijk, een momentopname te maken van deze golven zoals ze het venster passeren; de daarbij gebruikte film of beeldsensor neemt dan de plaats in van het genoemde venster. Deze opname heet nu het hologram, een opname dus van alle golven die op dat ene moment door dat venster kwamen. Wordt dit hologram nu opnieuw belicht door een laserbundel, dan worden de golven die tijdens de opname door het raam binnenkwamen, als het ware gereconstrueerd. De golven die door het venster kwamen, kwamen uit verschillende richtingen, zodanig dat men (binnen de beperking van de raamkozijnen) ‘diepte’ zag. Met de herstelde golven ziet men nu dezelfde ‘diepte’.

Ach, ik zal de jongetjes hier niet mee lastig vallen. Ze zijn nog te jong. Over een paar jaar zullen ze het mij ongetwijfeld kunnen uitleggen. Hun overgrootvader had grote verwachtingen van ze. En ik met hem.

Tot die tijd laat ik ze gewoon het wondertje beleven en mogen ze naar bed met een zaklantaarn.

 DSC06448-001