An Einem Dienstag Im Oktober

20141007_222612

Exact twee weken geleden, op net zo’n druilerige dag als vandaag, was het weer eens zover. We ‘moesten’ uit. Zoon Jaap van vriendin H had, onder zijn artiestennaam Jakob, een optreden in een -volgens J’s beschrijving, enigszins Oost-Duits aandoend- café in Amsterdam. Zonder zijn band “The Benelux” dit keer, zou hij een aantal eigen liedjes ten gehore brengen. Ik had al een voorproefje gehad en het klonk goed, op het mobieltje van zijn moeder. Leuk dus. Hoorde ik een Leonard Cohen-achtig timbre? Verrassend. En zo trokken de twee ‘overjarige groupies’ op die regenachtige avond naar de hoofdstad.

Het was stil in Amsterdam en voor we het wisten stonden we voor “De Nieuwe Anita”. Met wat fantasie leek het inderdaad wel een klein beetje op het café in Berlijn aan de Kastanienallee, waar we een aantal jaren geleden op bobbelige fauteuils aan wrakke tafeltjes dikke linzensoep met zuurdesembrood aten. Na enig nadenken herinnerden we ons de prachtige naam: “An Einem Sonntag Im August”. Voor iedereen die nog eens van plan is naar Berlijn af te reizen: het is een absolute must. Goed om je heen kijken, niet bang zijn voor losse stroomdraden, maar genieten. Van de omgeving, van de mensen. Van goed eten en drinken tegen schappelijke prijzen. En vergeet ook niet de toiletten te bezoeken: fabelhaft!
Maar nu, ‘An Einem Dienstag Im Oktober’, betraden wij om half tien ‘de Anita’ en vielen midden in het optreden van een alleraardigst duo. Het wachten was nu op Jakob.

Jaap is een rasartiest; schrijft zijn eigen teksten, zingt, begeleidt zichzelf op gitaar en piano, bespeelt het publiek, is een echte charmeur. Voor twee nummers had hij oud-bandleden (van de verschillende bandjes waarin hij speelde) gevraagd een aandeel te leveren. En zo verschenen er onverwacht vier koperblazers die op ingetogen, maar toch heldere en bevlogen wijze een bijzondere kleur aan het optreden gaven. Een gouden vondst. Het was uiteraard niet de opzet, maar het gaf een Kift-achtig cachet aan het geheel. De oordopjes die nog in onze tas zaten van het optreden van de band in Paradiso, waren deze keer absoluut niet nodig; het was alles rustig, vriendelijk en beheerst. En bijzonder aangenaam en amusant.

Zijn zus M, die haar verjaardag vierde, trakteerde op bier en wijn. We proostten op beiden: op de muziek en op het nieuwe levensjaar.

Voor ons vertrek wierpen we nog een hoopvolle blik op de toiletten: ze haalden het niet bij die in het Berlijnse café. Het enige minpuntje van een genoeglijke avond.

Struikelen over het Verleden

DSC03815

In Berlijn had ik ze al gezien: Stolpersteine. Koperen plaatjes bevestigd in de straat, voor de huizen waar gedeporteerde Joden hadden gewoond. Elke ‘vondst’ brengt een soort van shockeffect teweeg. Adem stokt in de keel. Je bukt, kijkt, leest. Kijkt naar de woning. En je denkt. Een heel niet geleefd leven doemt voor je ogen op. Wij staan hier, kunnen dit lezen en we weten dat na de genoemde fatale datum voor degenen achter de namen, niets meer kwam.

Het is een mooi initiatief en ontwerp van de na de oorlog geboren kunstenaar Gunter Demnig. Als eerbetoon. Stolpern, struikelen, met je neus op de feiten. Confronterend.
Waarom niet ook in Nederland, vroeg ik mij toen al af.

En ziedaar, deze week, in Gouda, struikelde ik als het ware over de Stolpersteine. Verbaasd en verheugd, voor zover je dat woord in dit verband kunt gebruiken. Zo goed dat er ook hier op deze wijze aandacht aan het verleden wordt geschonken. Gebukt en gelezen. Gedachten de vrije loop. Gezinnen uit elkaar gerukt. Vermoord, staat er letterlijk.

DSC08316

Het plaatsen van deze gedenkplaatjes vereiste wel enige aanpassing in het plaveisel. In Duitsland ontworpen, hebben ze de grootte van een daar gebruikelijk stoepkeitje. In Nederland moet er eerst een stoeptegel vervangen worden door een aantal keitjes, voor het plaatje kan worden bevestigd. Dat heeft men er allemaal voor over.

Ons bezoek aan Gouda begon zonnig en vrolijk. Koffie met een gouwenaartje. Een rondvaart met een trekschuit door de oude, vroeger zo rijke stad. Toerist in eigen land. Maar nadat de ‘Jan Salie’ was afgemeerd en wij weer richting station liepen, werden wij geconfronteerd met ons collectief verleden.

Het meest was ik onder de indruk van dat ene steentje, eenzaam in het plaveisel. Eenzaam geleefd, eenzaam gestorven. Nu door ons gezien.

DSC08317

Nooit, nooit mogen wij vergeten.

Dit verhaal is geschreven in het kader van WE-300/schakelen.
WE-300 is een schrijf-’uitdaging’ van Plato (http://platoonline.wordpress.com).
Schrijf een verhaal van 300 woorden waarin een door Plato bedacht woord niet mag voorkomen, maar het moet wel de basis zijn van het verhaal. In dit geval was het verboden woord: schakelen.