Blue monday

DSC08114

Er is altijd
Een geluk bij een ongeluk

De andijvie
Zo zorgvuldig gezaaid
Gekoesterd

Staat vandaag ineens
Op stevige stengels
Voorzichtig
In bloei

Dus
Geen andijviesla
Geen andijviestamp
Ook niet gekookt
Met een sausje

Maar genieten
Van
De blauwe bloempjes
Reikend naar het blauw
Van de hemel

Mijmerend
Welk blauw
Is het blauwst?

Over vriendschap en wijsheid

DSC07767

Het is misschien wel twintig jaar geleden dat ik van goede vriendin L (E voor ingewijden) voor mijn verjaardag een klein Chinees opschrijfboekje kreeg. Zij schreef daarin negentien spreuken. Wijsheden van bekende personen. In de loop der jaren heb ik wat aanvullingen gedaan. Het is een waardevol boekje geworden, wat ik nog regelmatig raadpleeg.

Elk voorjaar, wanneer ‘de aarde lacht in bloemen’ (Emerson) ervaar ik weer hoe waar het is wat Tagore zei: ‘De begeerte naar de vrucht mist de bloem’. Mijn appelboom staat er schaterlachend bij! Maar op de vruchten kan ik wachten; de bloesem is zo wonderschoon! En dit jaar is de boom wel heel feestelijk uitgedost.

DSC07762

De enige boom, waar ik een ambivalent gevoel bij heb, is de vlier. Als ik op de vrucht wacht, mis ik de bloem. Van deze bloemschermen kun je heerlijke vlierbloesemlimonade maken. En in een beslagje gedoopt, gebakken in een klein laagje olie en daarna bestrooid met poedersuiker zijn ze een heerlijke traktatie. De twijfel slaat toe; wat zal ik doen? Wanneer ik te veel bloesem pluk, mis ik de vrucht, waarvan je zulke heerlijke jam kunt maken.

Volgens Descartes, die in het boekje zegt: ‘Twijfel is het begin van de wijsheid’, zal dit probleem mij geen windeieren leggen. Gelukkig kan ik de keuze nog even uitstellen; de vlier staat nog in knop.

DSC07769

Ik blader door het boekje. Ik lees: een vriend is iemand tegenover wie men zichzelf durft te zijn (Frank Cane). Ik vertaal het met: vriendin. Vriendin L en ik kennen elkaar al meer dan dertig jaar. Een kostbare vriendschap. Wij durven tegenover elkaar onszelf te zijn. En dat niet alleen: we zijn het aan elkaar en onze vriendschap zelfs verplicht.

DSC07768

Het laatste woord

Heel goed herinner ik mij het huisje, vlak bij de Rijn, waar mijn opa en oma van vaders kant woonden. De speciale geur die er hing kan ik nog oproepen: het was de geur van warmte en welkom. De tafel met het donkerbruine leerachtige kleed, midden in de kamer. Opa’s stoel, bij het raam. Het kolenkacheltje. Het boekenkastje aan de muur met het gordijntje ervoor, waarin de bijbel en de gezangboeken stonden. Het keukentje met alleen een koude kraan. De slaapkamertjes boven.

DSC00784

Achter het huis was een grote tuin. Groter dan de oppervlakte van het huis. Mijn opa had er zijn moestuin. Een aardappelveldje. Snijbonen groeiden langs staken omhoog. Het duidelijkst in mijn herinnering zijn de aardbeibedden. De lekkerste aardbeien groeiden er, diep donkerrood en ze geurden je tegemoet. Zo zie je ze tegenwoordig niet meer. Je mocht er je boterham dik mee beleggen. Goudsbloemen bloeiden er volop. De geur, die aan je vingers blijft hangen wanneer je een boeketje voor oma hebt geplukt; heerlijk vond ik die – en nog steeds. En de zoete geur van de Jugendstilbloem bij uitstek, de Oost-Indische kers, zal mijn hele leven met me mee gaan. In oma’s gedeelte van de tuin stond een rek, waarop de kleden werden geklopt. En er was ‘de bleek’, het grasveldje waar de natte lakens in de zon werden gelegd. Herinneringen aan warme zomers. De verjaardag van oma, de geur van zelfgebakken stroopwafels. Hoewel zuinigheid troef was, werden die wel met roomboter gebakken. En voor dezelfde gelegenheid, de geur van zelfgekookte borstplaat.

Goede herinneringen worden opgeroepen door een geur; hebben daar een verbinding mee. De enige vervelende herinnering die ik aan deze bezoekjes heb, niet.

Na het middageten las opa uit de bijbel. Altijd. Ook als wij met veel nichtjes en neefjes aan tafel zaten. Vaak begrepen wij er niet veel van en was het moeilijk om niet af te dwalen. Toch moest je zorgen dat je erbij bleef. Na het lezen keek opa de kring rond, liet zijn blik op iemand rusten en zei: “Het laatste woord.” De spanning die je voelde, de opluchting als het gelukt was om het woord te herhalen, de blijdschap om opa’s knikje; geurloze herinnering.

DSC06536

Niemand zal ooit weten, wat opa’s laatste woord was. Na een kerkdienst liep hij naar huis. Veel auto’s reden er nog niet, begin jaren zestig. Hij heeft die ene auto niet gezien. Blinde vlek, zei de dokter. Dat vonden wij spannend klinken. Maar wat hadden wij die middag graag het laatste woord van de Bijbeltekst herhaald.