Belofte maakt schuld

DSC00057

“Heb je gezien hoe netjes de poort is?” Cees kijkt me hoopvol aan. “Hij is natuurlijk niet nieuw meer, die roestbak, maar opgeknapt is-ie.” Dat moest ik beamen, ik was er tenslotte net zelf doorheen gekomen. “Heel netjes gedaan, en zo’n frisgroene kleur. Mooi!” Maar hij was nog niet klaar, bromde hij. De zijkanten ging hij nog verven, maar dan moest eerst het prikkeldraad wat erom heen zit – helaas nodig om vernielzuchtige lui buiten de deur te houden – verwijderd worden. Iemand zou hem daarbij moeten helpen, daar ging hij zich niet in zijn eentje aan wagen.
En dan het bord, boven de poort. Dat ging mee naar huis. Dan kon hij dat op zijn gemak overschilderen. Die letters waren behoorlijk lastig; daar moest hij echt voor gaan zitten.

“Die nieuwe tuinder, waar je het laatst over had, komt-ie nou nog of hoe zit dat?”, vraagt hij een beetje bars. Ik had hem gevraagd bij het overhandigen van de sleutel te zijn, uit hoofde van zijn functie als tuincommissielid. Ik leg hem uit dat er wat nieuwe ontwikkelingen zijn, waardoor de nieuwe tuinder waarschijnlijk een betere plek zal kunnen krijgen. Er zijn mensen die stoppen met tuinieren, dus die tuinen komen vrij. Tuinen met een betere ligging en daardoor met veel meer zon dan op de eerder aangeboden tuin. Hij knikt, hij weet ervan. “Dus dat komt nog?” “Je hoort van me”, zeg ik, wat luider om de langs denderende trein te overstemmen.

Dan moppert hij nog een beetje over het slechte onderhoud van het schilderwerk van de kantine. – Een groot woord, trouwens, voor een hokje van vier bij drie. – Eens een schilder, altijd een schilder, dat blijkt maar weer. Hij wijst naar het kasje op zijn tuin. “Kijk, dat is ook oud, maar ik onderhoud het goed. Net een nieuw raam erin gezet en geschilderd. Zo houd je je spullen in orde.” Tenslotte wijst hij naar de brug. “Als we nou twee-en-een-halve liter groene verf aanschaffen, dan kan alles in één keer. Dan ziet het er voor de winter weer knap uit.” Ik verzeker hem dat ik het zal regelen.

“Dus die poort vind je netjes?”, wil hij nogmaals weten. “Ik heb er gisteren zelfs een foto van gemaakt”, zeg ik. “Kun je die niet op internet zetten?”, vraagt hij, met een grijns. “Ik schrijf er een blog over, oké Cees?” “Ja”, zegt hij, “ja, doe dat.”

En met een nog grotere grijns loopt hij naar zijn fiets.

——————————————————————————————————————-

Om privacyredenen is de naam Cees gefingeerd.

Overpeinzingen bij een krantenfoto

DSC06614

Zes kardinalen op de rug gezien
In stemmig zwarte soutane
Met rode sjerp
De mozetta hoort daaroverheen
Bij de ouderen zit die
Tussen de sjerp gepropt
Een kardinale fout?
Ach, geen vrouw om daarop te letten
Ook niet meer echt een taille
Wel een wandelstok
De rode solideo bedekt het grijzende,
Nog grijzere, of grijze haar
Exact gelijke aktetassen

Ooit gecreëerd door de paus
Staan zij nu zelf voor de keuze:
Een pontifex, een bruggenbouwer
Uit hun midden
Maar wie kiest nou wie?

Hoe ver raakt alles van zijn oorsprong
Jezus: “Maak je geen zorgen
Voor morgen
Wat je eet, of waarmee je je kleedt”
Een bruggenbouwer
Had hij niet nodig
In vertrouwen kon hij ook
Over het water lopen als het moest
De enige rook, van welke kleur dan ook
Kwam van een vuurtje waarop
De vissen werden geroosterd
Brood werd met liefde gedeeld
Eenvoud is het ware
Geen glitter, geen goud

Maar nu het dan toch moet
Dan maar gelijk goed
Is er nog iemand die van vroeger weet
Hoe je met stenen
Een dam legt in een beek?

Over Bruggen

De Zaan is een druk bevaren rivier. Als je in de Zaanstreek woont, moet je dus nogal eens wachten voor een brug die open staat. Als je lopend bent, of met de fiets is dat niet zo erg; er is genoeg te zien op en bij het water. En het geeft gedwongen rust. Automobilisten worden vaker ongeduldig, zij zien minder.

In de loop van de jaren is een aantal bruggen vernieuwd. Dat was soms lastig, maar vaak ook leuk. Er werd een pontje ingezet en daarmee kon je gratis overvaren. Vanaf de pont kon je goed zien hoe de bouw van de nieuwe brug vorderde.

DSC06492

Laatst liep ik naar huis na een wandeling over De Zaanse Schans. De slagbomen gingen dicht, de brug ging omhoog. Terwijl we wachtten voor het slepertje, Annie uit Urk, drong het tot me door dat er aan het openen en sluiten van de enorme brug geen mensenhand meer te pas komt. Ook de slagbomen werken automatisch. Een vreemde gewaarwording. Nog maar een paar jaar geleden zat er op de oude brug een brugwachter in het huisje. Het verkeer had toen soms te maken met de stemmingen van deze man. Een goede bui? Dan mocht je snel nog even doorrijden. Maar het kon ook gebeuren dat je bijna een slagboom op je hoofd kreeg.

Mijn opa was brugwachter. Met de hand bediende hij de brug over de Rijn bij Koudekerk. Als wij, kleinkinderen, op bezoek waren, mochten we hem tussen de middag een pannetje eten brengen. Of je mocht de slagbomen omlaag doen. Of het klompje laten zakken, waarin de schipper een dubbeltje deed. De jongens mochten aan het grote stuurwiel draaien, waarmee de brug omhoog ging. Onder het bruggenhuisje was een ruimte waarin mijn vader en zijn broers ondergedoken zaten in de oorlog. Spannende verhalen hebben wij daarover gehoord. Het sprak enorm tot onze verbeelding.

DSC00806

Ik ben een paar jaar geleden nog eens gaan kijken bij de oude brug in Koudekerk aan de Rijn. Er was veel veranderd. De brugwachter liet me zien dat het grote wiel was vervangen door een enorm knoppenpaneel. De slagbomen werkten automatisch. De onderduikruimte werd voor opslag gebruikt en er was nu een toilet. Opstomen in de vaart der volkeren, noem je zoiets. Mij stemt het weemoedig.