Geluk in het water

Winterjas aan, sjaal om
De handschoenen ook weer
Tevoorschijn gehaald
Lekker warm
Tegenwind natuurlijk
Flink doortrappen dan maar

Houdt die kou dan nooit op?
De bomen botten gestaag uit
Bloesem en blad
In tere tinten
Waar blijft nu toch het
Bijbehorende zachte lenteweer?

Ik rijd het dorp uit
Een beetje narrig
Maar al gauw niet meer
Aan mijn rechterhand de snelweg
En links van het fietspad
Wild golvend water

De zes streepjesfuutjes
Volgen hun trotse moeder
Pa neemt een flinke duik
Als hij meters verder bovenkomt
Zijn de kleintjes allemaal
Op moeders rug geland

De ultieme zekerheid

DSC08944

Er zijn heel wat dingen in het leven die zo vanzelfsprekend zijn, dat je je er niets over afvraagt.

Elke ochtend wordt het weer licht. Soms wat later, soms wat vroeger, maar je kunt erop rekenen.

Als ik uit het raam kijk, dan staat daar, bij het water, een treurwilg. Soms kaal, soms in blad. Maar het is een gegeven, ik kan erop vertrouwen.

Wanneer ik de schuurdeur opendoe, zie ik mijn fiets. Die staat daar gewoon. Soms een lekke band, maar meestal kan ik er zo op wegrijden.

Als ik zes minuten loop, kom ik bij het station, waar ik de trein kan nemen. Naar Amsterdam, bijvoorbeeld. Kijk, hier begint het beeld al te wankelen. Zo vanzelfsprekend is dat niet, maar we gaan uit van de goede bedoelingen van de NS.

En als ik iets wil weten over een bepaald boek, ga ik naar de boekhandel, waar ik een buitengewoon aardige, erudiete en belezen man aantref. Zijn aanwezigheid is een gegeven. Ik weet dat hij graag helpt om het juiste boek te vinden of te bestellen. Hij kan suggesties doen. Je kunt met hem praten over bijzondere schrijvers. Schrijvers die je gelezen moet hebben. Bijzondere boeken. Poëzie. Literatuur. Hij weet wat de moeite waard is en wat je niet per se hoeft te lezen.

Jan. Ik weet dat hij zo heet. Als de andere medewerkers er niet meer uitkomen, wordt hij erbij geroepen. Het is leuk om bij hem een bestelling te doen. Alles heeft hij gelezen. Vol vuur vertelt hij over die titel, waar jij je zinnen op hebt gezet.

Tot vandaag. Van mijn goede vriendin H mag ik voor mijn verjaardag een cadeau uitkiezen. Er zijn drie mogelijkheden, waaruit een keuze gemaakt kan worden. Eén van de opties is een bepaald boek. Het staat in het schap, ik blader het door, maar laat ik eens vragen of Jan….
Ik zie hem niet in de winkel. Vrije dag misschien? Eind van de week kom ik wel terug, denk ik, terwijl ik richting uitgang loop.

Ik passeer een tafel. Op het zwarte kleed een gedicht, een kaars, een roos, een foto….. Ja, hij is het. Die grijze krullen, die lach. Maar….Het kán gewoon niet. Hij hoort daar te zijn. In levende lijve. Niet in een lijstje, met daaronder twee data. Nog jong. Té jong in elk geval. Bijna had hij de leeftijd om te gaan genieten van datgene wat hij nog niet had gelezen. Hij had nog meer van die prachtige gedichten kunnen schrijven. Hij had….

Maar nee. Terwijl ik bedenk dat de ultieme zekerheid in zijn leven is vervuld, voel ik dat er in mijn leven weer een zekerheid is weggevallen.

flits