Geluk in het water

Winterjas aan, sjaal om
De handschoenen ook weer
Tevoorschijn gehaald
Lekker warm
Tegenwind natuurlijk
Flink doortrappen dan maar

Houdt die kou dan nooit op?
De bomen botten gestaag uit
Bloesem en blad
In tere tinten
Waar blijft nu toch het
Bijbehorende zachte lenteweer?

Ik rijd het dorp uit
Een beetje narrig
Maar al gauw niet meer
Aan mijn rechterhand de snelweg
En links van het fietspad
Wild golvend water

De zes streepjesfuutjes
Volgen hun trotse moeder
Pa neemt een flinke duik
Als hij meters verder bovenkomt
Zijn de kleintjes allemaal
Op moeders rug geland

Advertenties

Jeugd-herberg-sentiment

img191

Tijdens de werkweek hadden we ze gezien, jongens en meisjes die op trektocht waren met de fiets. En dan kwamen overnachten in de jeugdherberg. Jeugdherberg Eikelkamp in Elst.

Wij waren ook met de fiets, twee groepen derdeklassers, onder leiding van de leraar wiskunde, die de werkweek had georganiseerd. Meer dan honderd kilometer hadden we erop zitten, toen we aankwamen in de Eikelkamp. Elke dag begon om zeven uur met ochtendgymnastiek op het grasveld. Na het ontbijt en het corvee zaten we te blokken op een flink pakket werk, dat de leraren van de HBS in Oud Beijerland ons in de maag hadden gesplitst. Woordjes van Frans, Duits en Engels. Wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde. Een opstel voor Nederlands. ’s Middags was er een excursie. ’s Avonds waren we meestal vrij om een beetje rond te hangen en de buurt te verkennen. En elkaar, natuurlijk. Een keer was er een hockeywedstrijd tegen een plaatselijke school. Om tien uur was er volksdansen onder leiding van de ‘vader’ en ‘moeder’ van de jeugdherberg. Of een kampvuur waar flink werd gezongen bij het gitaarspel van ‘vader’ Holierook. Kortom, we werden vermaakt, en vermaakten onszelf. En, niet onbelangrijk, we snoven aan de vrijheid.

Mijn vriendin en ik hadden de smaak te pakken; dit wilden we nog wel een keer, maar dan rondtrekken, met de fiets en in verschillende jeugdherbergen overnachten. Nichtje van vriendin wilde ook graag mee met haar vriendin. Met zijn vieren moest het toch te doen zijn.
Gelukkig wisten we alle ouders zover te krijgen dat ze (schoorvoetend, denk ik nu) toestemming gaven. We waren zestien en lang niet zo wereldwijs als de zestienjarigen nu.

Uiteindelijk was alles geregeld: lidmaatschap van de NJHC, een jeugdherbergkaart met pasfoto, een slaapzak, een lakenzak (door mijn moeder zelf gemaakt) een tas met kleding. En spullen voor onderweg, want voor de lunch wilden we natuurlijk zelf zorgen. De jeugdherbergen waren aangeschreven, men wist van onze komst; de ouders wisten precies waar we uithingen. De fietsen werden nagekeken en eindelijk werden wij uitgezwaaid: tot over een week!

img190Onlangs was ik weer eens in Bunnik, waar ik in de buurt van de jeugdherberg een afspraak had. Stayokay heet het nu. Afschuwelijk. (Waarom moet alles in het Engels, tegenwoordig?) Jeugdherberg is natuurlijk niet hip genoeg en zal de lading wel niet helemaal meer dekken nu iedereen welkom is, tot gezinnen aan toe.

Die goede oude tijd. Hoewel ik ergens anders werd verwacht, liep ik toch even naar binnen, in de voormalige jeugdherberg Rhijnauwen. Een van de plaatsen waar wij ruim zestig jaar geleden een paar stapelbedden in een slaapzaal hadden gereserveerd. Ik herkende het heel goed. Het gebouw was nog vrijwel geheel in de oude staat. De geur was niet veranderd. De bedrijvigheid was hetzelfde. Er waren nog steeds jongeren met een gitaar.
Het geroezemoes, het gehang, het geregel, de inschrijving, de vakantiestemming; het was allemaal net zoals ik het toen meemaakte. Het voelde precies hetzelfde. Even werd ik terug gekatapulteerd, naar een moment van lang geleden. Even voelde ik me weer zestien.

Sweet sixteen. En vooral sweet memories.

img189

Fietsend door Groningen

DSC09838

Echt, het bestaat
Goudgeel wuivend koren
Zover je kijken kunt
Het buigt en ruist
En de zoete geuren
Zijn voor ons

Het wegje in het koren
Kerstboek, kinderboek
Herinneringen op afroep beschikbaar

Strogele balen opgetast
De wagen volgeladen
Hier zal de voorspelde regen
Geen vat op krijgen
Voor de bui de buit binnen

Innig tevreden met deze dag, dit uur
Moment van verstilling
Om me heen en in mij

Fietsend met een lekker gangetje
De wind in de rug
Mijn schaduw vooruit
Denk ik het leven te vatten

Dat had ik gedacht….

DSC09840

Dansen in de polder

img088

Eindelijk was het zover. Het had nogal wat overredingskracht gekost, maar samen met mijn vriendin was ik op weg naar onze allereerste dansles. Het was niet naast de deur. In het dorp op de Hoekse Waard, waar we toen woonden, werd geen dansles gegeven. We fietsten dus een dik half uur naar het volgende dorp. Onderweg haalden we nog een paar vriendinnen op en een aantal jongens. Van de ene boerderij reden we naar de andere. Het was al donker toen we Klaaswaal binnen reden. Het warm verlichte gebouw onder aan de dijk leek ons te verwelkomen. Toch waren we gespannen; hoe zou het gaan? Hoe moeilijk zou het zijn? Zouden we het überhaupt wel leren? We zouden toch wel gevraagd worden? We kenden lang niet iedereen.

De glanzend gewreven vloer leek wel een spiegel. Onze leraar was een aardige, vrolijke, lenige man, die even snel een spagaat maakte, vanzelf weer overeind veerde en de ‘jongelui’ welkom heette. Hij liet er geen gras over groeien en al snel maakten we pasjes op de plaats: de quick-step. Toen in paren. Gelukkig bleef er niemand aan de kant, de muziek startte en ja hoor, we dansten. Nog niet helemaal vlekkeloos, maar aan het eind van de les waren we redelijk in staat de quick-step te dansen en hadden we een beginnetje gemaakt met de Engelse wals. Thuis oefenen, werd ons op het hart gedrukt. Met rode wangen fietsten we dezelfde weg weer terug, terwijl de groep steeds kleiner werd.

Zo gingen de weken voorbij. We vorderden. Ook de Veleta hadden we tenslotte onder de knie. De Weense wals was een heerlijkheid. Het was al winter toen we voor onze laatste les over de onverlichte weggetjes van de polder fietsten. Een kraakheldere sterrennacht. Koud was het. Maar binnen was het warm en goed. Het werd een feestelijke afsluiting. Pennywafels en Exota. We lieten zien wat we hadden geleerd. Het ging goed. De leraar was tevreden. We zouden op fuifjes en klassenfeesten geen gek figuur slaan.

Mooie herinneringen. Terwijl ik moeiteloos terug glijd in die tijd, weet ik nu dat het gaat om een totaalgevoel. Ervaring, gevoel, emotie.

De boerderijen waar we binnenkwamen, waren geheimzinnige burchten voor ons. Hoe ging het er toe? We hadden geen idee. Het rook er vreemd, onbekend. Het klonk er hol. Een rij klompen in de bijkeuken. Vaag hoorden we het geloei van de koeien, hun geschuifel. Een weeïge geur van melk. De boer, maar tegelijk vader, steevast met pet. De boerin, de moeder, aardig, maar kordaat.

Wij droegen onze nette rokken. Schoenen met gladde zolen, een hakje. Nylons, waar je heel voorzichtig mee moest zijn. We hadden gespaard voor ‘parfum’, waarvan we een druppeltje achter het oor hadden gedaan. De jongens droegen broeken met een vouw en tweed colberts. Je voelde de stugge stof, wanneer je je hand op hun schouder legde tijdens het dansen. Hun kleding was doordrongen van de geuren van de boerderij. Zaterdagavond. Het wekelijkse bad achter de rug; je ontwaarde een vage zeepgeur. Hun haar glom van de Brylcream en was strak naar achteren gekamd.
De vloer van de danszaal rook sterk naar boenwas. Als we binnenkwamen was het nog niet behaaglijk; de kachel was nog maar net aangemaakt.

Nu, vijftig jaar later, staat dit alles me weer helder voor de geest. Het gekke is alleen, dat ik dit toen niet zo heb ervaren als nu. We gingen naar dansles, eindelijk, daar ging het om. Maar het is wel degelijk geregistreerd. En het blijkt alweer, dat de geuren het belangrijkste zijn geweest. Geur borgt de herinnering, kennelijk.

Hóé de geest werkt, is me af en toe een raadsel. Maar dát hij werkt is een ding dat zeker is.

Geen tijd

thumb_620x298_46542

Toen ik vanavond
Voor de soep
Een bosje selderij sneed
Werd weer eens
Het bewijs geleverd
Van het feit
Dat de tijd
Een menselijk verzinsel is
Ik was weer veertien
En reed op de fiets
Door de velden
Van de Hoekse Waard
De rok van mijn moeders zomerjurk
Bolde voor mij op
In de wind
Die je daar
Op elke tocht vergezelde
Helder licht, droomland
En de geur van verse selderij