Een ouwe Saab

Ze zag de auto plotseling opdoemen in haar achteruitkijkspiegel. Hij voegde netjes in. Een bruine Saab, ouderwets model. Terwijl ze snel weer op de weg keek, moest ze zichzelf bekennen dat het haar een lichte schok had bezorgd. Het mijmeren kon een aanvang nemen.
De auto bleef rustig achter haar rijden. Dan maar even van de weg af, ze kende zichzelf. Ze zou voortdurend blijven opletten omdat ze wilde weten of ‘hij’ toevallig ook achter het stuur zat. Gevaarlijke situatie.

Bij het eerste het beste wegrestaurant reed ze de parkeerplaats op. De Lucht. Of er al niet genoeg herinneringen boven kwamen. Maar alles op zijn tijd. Ze gunde de Saab voorrang, zowel in haar gedachten als op de weg. Even nog hoopte ze dat hij ook de afslag zou nemen, omdat ‘hij’ haar herkend had. Maar nee, dat was onzin.

Hoe lang was het nu geleden dat de zoon van vriendin Nel haar op een zomerse zaterdagmiddag kwam uitnodigen om mee te gaan naar de film? Zeker dertig jaar, berekende zij snel. Dat zou betekenen dat Peter Jan nu ruim vijftig zou zijn. Destijds een intelligente jongeman die op oudere vrouwen viel. Zij was toen twee keer zo oud als hij. Toch best heel stoer dat hij dat voorstel deed.

“Koffie, dame?” Ze bestelde een cappuccino aan de balie, rekende af en even later zat ze peinzend aan een tafeltje bij het raam.

Charmant was hij wel, onderhoudend ook, maar zij viel niet op jongere mannen. Wel vond ze het leuk om een goede film te zien. De kinderen waren bij hun vader, dus wat lette haar, ze kon makkelijk een avond weg.

Ze duwde het suikerklontje onder het schuim en begon traag te roeren. Ze kon de chaos die nu in haar hoofd ontstond absoluut niet gebruiken. Ze moest nog een heel stuk rijden. Alert blijven, dus.

…Ze ziet het tafereel nog duidelijk voor zich. Zij, in de middagzon in de kleine tuin aan het water, lezend in – uiteraard – een of ander spiritueel boek. Peter Jan die via het steegje aan komt slenteren, in de stoel tegenover haar neerploft en haar licht geamuseerd aankijkt. Zijn vlotte koetjes-en-kalfjes-babbel, die niet kan verhullen dat hij nerveus is. De donkerrode trui die hij binnenste buiten aanheeft. En het hoge woord dat er wat stotterend en verdraaid uit komt: ”Vind je het leuk om vanavond samen naar de film te gaan? In Amsterdam? In Raltio draait Kaos. Die moet heel goed zijn, volgens mijn moeder.” Hoe ze op haar lip bijt, hem niet verbetert (Peter Jan, het is Rialto en trouwens, je trui zit binnenstebuiten), maar de uitnodiging glimlachend aanneemt. Een herinnering in een gouden lijstje…

’s Avonds zat de trui weer goed. Peter Jan had zijn zenuwen in bedwang en tijdens de korte treinreis bleek hij aangenaam gezelschap. Ze spraken af, dat ze ‘later-als-ze-groot-waren’ allebei een Saab zouden kopen. Een bruine. En dat ze daar flink in zouden gaan scheuren. Maar eerst zijn opleiding afronden. Carrière maken.
Het werd geen kleffe avond. Het was een interessante film en bij een drankje praatten ze nog wat na. Zonder dat het was uitgesproken begreep hij ook wel dat er niet meer in zat dan zo af en toe een gezellige avond. Film en een glas wijn. Dansen bij Zorba de Boeddha. Zo was het goed en zo bleef het leuk.

Op de crematie van Nel, jaren later, was PJ er met zijn gezin: een wat oudere vrouw (wat te verwachten was) en twee mooie mensenkinderen, zoals zijn moeder ze steevast noemde. En nee, hij reed geen Saab.

Ze lepelt het restje melk op en staart uit het raam. Nu Nel er niet meer is, is ze haar zoon ook uit het oog verloren. Een kop koffie lang was het haar vergund te mijmeren over die merkwaardige vervlogen jaren.
En ook al rijdt ze er zelf geen, toch voerde een oude bruine Saab haar even terug in de tijd.

Advertenties

Bridget, Banksy en een bizarre film.

20160726_111941

Deze week onderging ik drie totaal verschillende kunstuitingen, die op een of andere manier iets met elkaar te maken hebben. Wat zijn de overeenkomsten? In de eerste plaats dat deze drie activiteiten (bezoek aan Gemeentemuseum in Den Haag, Beurs van Berlage, Amsterdam en Filmhuis, Zaandam) in dezelfde week plaatsvonden. Maar dat kun je uiteraard ook gewoon toeval noemen.

Dan misschien dat het modewoordje ‘bizar’ van toepassing is op alle drie? Evenals het feit dat de drie kunstenaars doelbewust de toeschouwers op het verkeerde been weten te zetten?
Of gewoon het feit dat ik ze per se, coûte que coûte met elkaar in verband wil brengen? Omdat alle drie de kunstenaars een bijzondere kijk op kunst hebben? Of vanwege het feit dat ik de twee tentoonstellingen en de film mede door de ogen van een ander bekeek? En alles daardoor gedeeld en dus anders beleefde?

20160727_114247

Ach, laten we het maar houden op de illusie, waar het hele leven tenslotte op is gebaseerd. Dus zeker ook de kunst, die daar weer een afspiegeling van is. Een schilderij is niet meer dan verf op doek, zegt kunsthistorica Saskia Goddijn. Wat er verder gebeurt doen we zelf. Het is onze invulling- wat we erin zien, wat we voelen, hoe we erover denken. Sommige mensen worden heel onrustig, wanneer de kunstenaar zijn werk labelt: zonder titel. Kunst moet zijn (volgens Kloos): de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. In het verlengde daarvan, vanuit de toeschouwer gezien zal kunst dan moeten zijn: de allerindividueelste ervaring van de allerindividueelste emotie. Vertalen is verraden, zegt men in de Joodse cultuur. Geldt dit ook voor het ‘vertalen’ van kunstuitingen? Is interpreteren dodelijk voor de kunst? Kan daaruit volgen dat alle verklarende kunstboeken waardeloos zijn? Gevaarlijk terrein! Ik wil daar geen oordeel over vellen.

Genoeg gefilosofeerd. Over naar de kunst. Bridget Riley, Banksy en Anders Thomas Jensen.

Bij Bridget Riley is de illusie de beweging in haar werk. Vanuit iedere hoek is het weer anders, bewegen de lijnen, waarvan je weet dat ze vastliggen op papier of doek.

Bridget

Bij Banksy is het de illusie van de kunstenaar zelf; hij bestaat, dat blijkt. Maar wie is hij? De illusie die hij schept is vaak de combinatie van beeld en tekst. We worden volkomen op het verkeerde been gezet.

Banksy1

Ook bij Anders Jensen gaat het om de illusie. Wat is film anders? Maar hij verstaat de kunst om in die illusie een tweede te scheppen en daarin een derde. Een soort matroesjka.

Doordacht, doorwrocht en bereken(en)d, geldt voor Bridget Riley. Ontwerpen op ruitjespapier en deze uitgewerkt op grote doeken. Haar vroegste werk stamt uit de jaren zestig. Maar het zal een levenswerk blijken. De titel van de tentoonstelling is dan ook: Bridget Riley, The Curve Paintings. 1961 – 2014. Op-art. Die stroming vonden we verrassend in de zestiger jaren. Maar nu nog steeds is het verrassend en verfrissend! Werk waar je vrolijk van wordt. Maar ook stil. Het is leuk dit met “de oude vriendin” te zien. Zij is nu bijna negentig, slechts een paar jaar ouder dan de kunstenares. En enthousiast dat ze is! Af en toe hoor ik haar roepen: dit is enig! Met haar smartphone fotografeert ze de bijzondere werken. Ik vraag me opeens af of ik dat over twintig jaar nog net zo zal doen.

Doordacht, doorwrocht en maatschappijkritisch past bij het werk van Banksy. De onbekende bekende. Zijn kunst wordt gepresenteerd in het voormalige kapitalistische ‘bolwerk’, de Beurs van Berlage; dat moet voor hem toch even slikken zijn. Zit hij al te broeden op een antwoord? Op een van de muren aan het Damrak op dit monumentale gebouw? Ik kijk nu ook door de ogen van mijn jongste dochter. Het geeft er een speciale dimensie aan. Ook al omdat we dit soort uitjes niet meer zo vaak hebben. En ik zie dat zij weer kijkt met haar prachtige kinderen in gedachten.

20160727_114802

Regisseur Anders Thomas Jensen, kunstenaar op een totaal andere manier, met een totaal ander medium. Men and Chicken is een werkelijk absurde film. Het woordje ‘bizar’ is hier zeker op zijn plaats. Het verhaal is grandioos, en gaat uit van een gegeven waar iedereen waarschijnlijk wel eens zijn gedachten over heeft laten gaan: genetische manipulatie. Terwijl je na de eerste beelden vermoedt dat het er zeer ruig aan toe zal gaan, blijkt er toch ook begrip, goedwillendheid en een zekere warmte te zijn tussen de vijf merkwaardige broers, over wie de film in feite gaat. De plot is groots. Je voelt bijna letterlijk de puzzelstukjes op hun plaats vallen. Meer zal ik er niet over melden, om het verhaal niet weg te geven. “Ga deze film zien!”, is het enige dat ik er nog over wil zeggen. En ook, dat ik deze film zag met (de voor sommigen inmiddels bekende) Ina in gedachten. Ze kan er niet meer bij zijn, maar zij raadde tien jaar geleden de film ‘Adam’s Apples’ aan, van dezelfde regisseur. Menig keer hoorde ik haar schallende lach. Het toeval bracht een gezamenlijke vriendin (die ook ooit was getipt) naar het filmtheater, zodat we na afloop nog even konden proosten op Ien.

men and chicken

Als laatste verbindende factor tussen deze drie kunstenaars zou ik willen noemen: de Humor. De kurk waar het hele leven op drijft!

Tenslotte. Dit was een vermoeiend en tegelijkertijd energiegevend weekje. Zozeer zelfs, dat ik vandaag ook zelf maar eens de kwast ter hand heb genomen. Het plafond van de badkamer ziet er weer piekfijn uit. En nee, geen optische of andere illusies. Gewoon wit.

——————————————————————————————————————-

De afbeelding van de film Men and Chicken komt van het internet.

Communes en zo

Kollektivet

Eindelijk gingen we weer eens naar filmhuis De Fabriek. Daar hadden we echt naar uitgekeken: thee op het zonnige terras aan de Zaan en dan een heerlijke film. Kollektivet draaide en dat leek ons de moeite waard. Onze verwachtingen werden niet beschaamd. Sowieso staat de regisseur garant voor goede films. Wie Festen heeft gezien, weet genoeg. En Thomas Vinterberg heeft ook nu weer een bijzonder fraaie film afgeleverd.

Kollektivet gaat over een vers opgestarte commune en alle perikelen die dat met zich mee brengt. Het door Erik geërfde huis is te groot voor het kleine gezin en het lijkt Anna een goed idee om het met meerdere personen te gaan bewonen. Het kost enige moeite haar man over te halen, maar uiteindelijk is ook hij voor het idee te porren. Kandidaten melden zich aan voor een sollicitatiegesprek en geleidelijk aan krijgt de commune gestalte. Puberdochter Freja beschouwt het hele gedoe van een afstandje en gaat lekker haar eigen gang.

Het lijkt zo eenvoudig, gezellig, avontuurlijk, efficiënt en economisch, met elkaar een huis te delen, maar het blijkt in de praktijk toch niet zo simpel. Zet een aantal mensen met hun hebbelijkheden, behoeftes en wensen bij elkaar en ziedaar: een uitgelezen recept voor problemen.
Het avontuurlijke liefdesleven van Erik gaat Anna op den duur parten spelen, waardoor zij haar rol in de commune moet herzien en zich moet gaan bezinnen op wat zij wil en nodig heeft.

Kollektivet geeft een goed beeld van het functioneren van een commune, of beter, hoe de mensen daarin functioneren. – Ook de film Together (in het Zweeds: Tillsammans), uit 2000, zoomt hierop in. De hilariteit van sommige situaties in de commune kan het onvermogen, de onbeholpenheid en de frustraties van de bewoners maar nauwelijks camoufleren. –
Het is daarbij een waar tijdsdocument. Alles klopt (op twee kleine dingetjes na, maar ach): van de rommelige inrichting met veel groene planten tot de ongedwongen vrolijkheid en de keiharde manier van overleggen. De gezamenlijke maaltijden, overgoten met enorme hoeveelheden drank, worden vaak benut om urgente en gevoelige kwesties aan te kaarten.

Zo ging het er in de jaren zeventig aan toe: je voerde serieuze gesprekken, er werd doorgevraagd. Altijd moest het gesprek ergens over gáán. Het was de tijd van de sensitivity-training. Je moest alles kunnen zeggen, kritiek kunnen leveren, elkaar kunnen kwetsen, ‘weet-je-wel’. Je moest gekwetst kunnen worden en tegelijkertijd voor jezelf opkomen. Behoorlijk ingewikkeld, dus.

Kollektivet kent een behoorlijk zware emotionele lading. Bijna vliegt de regisseur uit de bocht, wanneer een jong kind overlijdt, maar hij houdt op tijd in en gelukkig wordt het nergens sentimenteel of goedkoop. Het loopt goed af, tenminste als je het ‘open eindje’ voor lief neemt.

De film werkt als een trigger. Terug op de fiets buitelen de beelden over elkaar heen. Bij ons is het nooit tot een commune gekomen, maar we waren al een goed eind op weg.

Wij, als jong gezin, bewoonden een grote boerderij in de Achterhoek. We maakten plannen. In de schuur konden minstens vier wooneenheden worden gerealiseerd. De deel zou plaats kunnen bieden aan een grote gemeenschappelijke ruimte. In de enorme tuin zouden we onze eigen groente en fruit kunnen verbouwen. Nee, we zouden het geen commune noemen, maar een woon-werkgemeenschap. In de advertentie die we plaatsten in Vrij Nederland stond dit dan ook nadrukkelijk vermeld. We namen contact op met ‘De Kleine Aarde’ in Boxtel, werden er hartelijk ontvangen en van veel nuttige informatie voorzien. Om inspiratie op te doen bezochten we Orvelte en de Hobbitstee. We vonden dat we behoorlijk goed voorbereid waren.

Daar kwamen de gegadigden. Praktisch elk weekend kregen we gezinnen over de vloer. Grote pannen vegetarische soep stonden op de houtkachel te pruttelen. En maar praten en plannen maken.

Op een goed (!) moment werd het duidelijk dat er te veel onderlinge verschillen waren. Het voorstel om de was gezamenlijk te doen in een gezamenlijke wasmachine bleek bijvoorbeeld voor sommigen al een reden om af te haken. Allerlei plannen werden opgevoerd, waarover weer hoogoplopende discussies ontstonden. Hoeveel zouden de buitenshuis werkenden moeten afdragen aan de gezamenlijke pot? En wie zou die beheren? Konden we van elkaars eerlijkheid op aan? Moest er een soort van corvee-lijst worden opgesteld? Zouden we bij toerbeurt ons eigen brood bakken? Konden we toe met één auto? Mochten we eigenlijk nog wel auto rijden? Moest er vegetarisch dan wel macrobiotisch worden gegeten? Stond iedereen achter homeopathie? En zo ontstond er een hele waslijst aan zaken die geregeld zouden moeten worden voor de Woon-Werk-Gemeenschap Neede daadwerkelijk een feit zou zijn.

Om kort te gaan: het is niet van de grond gekomen. Als we gewoon maar waren begonnen, zoals in de film, zou de gemeenschap wellicht organisch hebben kunnen groeien. Dan hadden we tijdens wekelijkse bijeenkomsten kunnen evalueren (ook al zo belangrijk in die tijd!). Iedereen had zijn zegje kunnen doen. We hadden stevige, opbouwende discussies kunnen voeren. We hadden zwak en sterk kunnen en mogen zijn. Dan was het misschien toch gelukt. Voor een tijdje.

Met twee personen samenleven was al een hele klus. Dat is gebleken. Met vijf gezinnen samenwonen was veel te hoog gegrepen.
En met dit gegeven in het achterhoofd en een grote grijns op het gezicht, geniet ik dubbel na van de heerlijke film, Kollektivet. Zij wel……
——————————————————————————————————————-

De afbeelding komt van het internet.

Mozart, Dumas en een fikse boete

20140920_160634

Woest en onstuimig leven: we doen nog steeds ons best, vriendin MD en ik. Afgelopen zaterdag deden we een hernieuwde poging.

Met de kaartjes voor “Die Entführung aus dem Serail” (veelbelovende titel in dit verband!) mogen we gratis met de tram. De ZaterdagMatinee in het Concertgebouw zal deze Duitse opera van Mozart brengen en we hebben er zin in.
Het is nog wel een hele toer om op het terras van Het Stedelijk op tijd een broodje geserveerd te krijgen, zo druk is het op deze stralende dag in september. De obers genieten ook van het prachtige weer, zijn in voor een gezellig praatje en maken zich, terecht, niet al te druk. Maar kom op, ons motto getrouw zijn we nergens bang voor: living on the edge!

Dus schuiven we om vijf voor half twee de zaal in. Een passender entourage voor dit “Singspiel” uit 1782, waarin, volgens keizer Jozef ll, Mozart zich te veel had uitgeleefd (“Zuviel Noten”, lieber Mozart), is nauwelijks te bedenken. Met de ogen dicht kun je je makkelijk wanen in het Wenen van de achttiende eeuw. Het sfeertje uit de film Amadeus is zo opgeroepen.

Het flinterdunne verhaal, waar Mozart op een inventieve manier mee aan de haal is gegaan, wordt met veel liefde, plezier en enthousiasme gebracht. Zo mooi om te ervaren hoe de reactie van het publiek effect heeft op de zangers: ze trekken echt alles uit de kast, om het oneerbiedig te zeggen.
Het orkest speelt de prachtige en krachtige melodieën met volle inzet, terwijl men zich met groot plezier ook aan een flink aantal grapjes te buiten gaat. De dirigent, René Jacobs, volgt volledig de tekst en de muziek van “toen”, maar toch is zijn zeer inventieve inbreng niet te verwaarlozen. Het is een sublieme voorstelling, waarin de jonge zangers het publiek verbijsterd doen staan van hun kunnen.
Heerlijk is het om dit virtuoze spel te zien, te horen, te beleven. Bijna vier uur lang genieten; het is onbegrijpelijk dat tijd ineens niet lijkt te bestaan. Wel zijn er twee pauzes, waarin, ook niet onbelangrijk, een heerlijk wijntje wordt geschonken en waarin je leuk mensen kunt kijken. Kortom, een heerlijke middag, waar we intens van genieten, en velen met ons.

Om half zes, knipperend tegen het zonlicht, steken wij, met gevaar voor eigen leven (!) de van Baerlestraat over. Het Museumplein, in dit licht, met uitzicht op het Rijksmuseum: wat een schoonheid. Zijn we nog lyrisch vanwege de omhulling door de schitterende muziek? Betoverd door Mozart? We voelen ons krachtig en tot veel in staat.

DSC09156

Het Stedelijk is tot zes uur open. En o, loflied op de museumkaart, we gaan dus nog even naar binnen. Een compleet contrast met onze culturele consumptie van amper een kwartier geleden is de expositie van Marlène Dumas. Wat heerlijk om hier die trap op te lopen, de geuren op te snuiven, de kleurige neonverlichting te zien. We “doen” dit op een holletje. Even snuffelen aan datgene waar heel museaal Nederland de mond van vol heeft. En waar ik zelf, eerlijk is eerlijk, nooit zo weg van was. Het blijkt echter zeer de moeite waard: woest en onstuimig tot kalm en ingetogen werk. Gelukkig is de afspraak om de expositie rustig te bekijken allang gemaakt. Een herkansing, binnenkort.

20140920_174045

Tijd om te gaan. Richting Leidseplein. Het borrelt. Weet je nog? Hier zagen we Ramses Shaffy de weg oversteken, zo dronken als wat. Wat vonden wij hem leuk! En hier waren we met vriendin K, die midden op de weg een dansje maakte. En o, ja, daar kwam jij toch ook, bij Zorba De Buddha, die disco waar je tot diep in de nacht kon swingen? En die expositie van Mondriaan, weet jij dat nog? O, ja, ergens aan de Amstel was dat. Daar, bij die pinautomaat raakte jij in gesprek met die Ier, weet je nog welke goede tips hij je gaf? En daar, op dat terras dronken we koffie. Nee, dat gepikte kopje heb ik niet meer. Daar aten we pizza. Ja, we weten het allemaal nog. En meer dan dat. Al die herinneringen aan een leven dat ook toen al niet woest en onstuimig was. Maar we hebben ons best gedaan.

Laat ook maar. We eten pizza op het terras van het tentje waar we dat een half leven geleden al deden, drinken wijn, halen nog meer herinneringen op.

Woest en onstuimig stappen we in de tram: de verkeerde ingang. We worden streng en vermanend toegesproken door de conducteur. Nooit mogen we dit meer doen, op straffe van een boete van tachtig euro! Giechelend ploffen we neer op een bankje achterin. Als twee jonge meiden, die niet al een heel leven achter zich hebben.
Zuviel Noten. Jazeker!

“Tussen de woorden ontstaan de ideeën”

img034Het Noord Nederlands Toneel heeft de reputatie spectaculair toneel te brengen. Spannende decors, bijzondere effecten, wervelende acts, filosofische teksten, betrokken spel en vooral gewaagde bewerkingen van klassieke boeken.

In de loop van de jaren zagen wij de voorstellingen: Don Juan, Alice in Wonderland en La Divina Commedia.
Het laatstgenoemde stuk zagen wij het eerst en het was voldoende om elk jaar weer reikhalzend uit te kijken naar de nieuwe theatergids om te zien wat het NNT te bieden had.

Dit jaar was het geen boek dat centraal stond, maar een persoon. Al eerder heeft het gezelschap zich daaraan gewaagd, maar helaas is dat nooit in ‘ons’ theater getoond. Zo hadden we heel graag ‘Teiresias’ willen zien – we kregen een folder in braille mee, na het fascinerende ‘Alice in Wonderland’ – , maar dat was niet haalbaar.

‘Fellini’ dus nu. Omdat we wat laat waren met boeken, hoopten we dat onze favoriete plaatsen nog beschikbaar zouden zijn. En jawel hoor, geen probleem. Twee weken voor de geplande datum werd ons zelfs aangeboden gasten mee te nemen naar de voorstelling, tegen zeer sterk gereduceerde prijzen, wegens het teleurstellend aantal verkochte kaartjes. Het is inderdaad geen theater van de lach; er wordt wel wat van het publiek verwacht en gevraagd.

Zo togen wij met zijn vieren naar het theater. Alle toeschouwers werden als figuranten achter de bühne ontvangen (“Iedereen heeft het perfecte gezicht”). De jongeman in ons vierkoppige gezelschap werd direct door Anita Ekberg meegetroond, het toneel op, om een sensuele dans ten uitvoer te brengen. Maar we leverden de aangereikte kostuums weer in en tenslotte zaten we op de ons zo vertrouwde plaatsen.

Het spel ontrolde zich. Prachtige beelden, schitterende muziek, een wervelende show, diepzinnige teksten. Theater in het theater. En geleidelijk aan werden we ingewijd in de ideeën en dromen van de grote meester. Zagen we hem opgroeien, worstelen met het leven, een levensgrote Oscar in ontvangst nemen en sterven.

Diep onder de indruk praatten we nog wat na. Toch bleven we zitten met wat onzekerheden. Maar gelukkig konden we vaststellen dat dat niet erg was. Aan het begin van de voorstelling al sprak Fellini, in de gedaante van Ko van den Bosch: “Het gaat niet om antwoorden, onzekerheden zijn belangrijk”.

Opgelucht en opgetogen reden wij huiswaarts, onze eigen dromen in het verschiet.

Gek genoeg

Vriendin MD en ik spraken een aantal jaren geleden af, dat we op een keer woest en onstuimig zouden gaan leven. Ooit. Hoe dat leven eruit zou gaan zien, ja daar hadden we geen idee van. Zelfs wisten we niet precies wat we ons moesten voorstellen bij woest en onstuimig. Helemaal niet erg natuurlijk, want als de tijd daar was zou dit vanzelf aan ons geopenbaard worden.

Om de een of andere reden kwam het maar niet uit de verf. Regelmatig herinnerden wij elkaar aan de afspraak. Op menig verjaars- of nieuwjaarskaartje werd de belofte ten overvloede genoteerd: “Van harte! In het kader van woest en onstuimig leven nodig ik je uit voor een film in het filmhuis.” Of: “Ik wens je een rustige kerst en een woest en onstuimig nieuw jaar.”

Woest en onstuimig leven; wie wil dat nou niet?

Het komt er uiteindelijk op neer dat wij dat, diep in ons hart, inderdaad niet willen. Of niet durven. Of dat we niet weten hoe het moet. Waarom leven wij het leven dat we al jaren doen? Gewoon, zonder al te veel gekke dingen? Wat weerhoudt ons ervan om de afspraak na te komen? Uitvluchten waren er tot nu toe genoeg. Zorg voor kinderen, ouders, drukke baan, maar die gelden niet of nauwelijks meer.

Nee, woest en onstuimig; het zal er niet van komen. En daar moeten we ons dan maar bij neerleggen. Als gevleugelde uitspraak zal hij het goed blijven doen, het staat leuk als kreet op een kaartje, maar meer moeten we ons er niet bij voorstellen.

Wel hebben we van tijd tot tijd bijzonder leuke uitjes. Een gewoon uitje wordt om een of andere reden doorgaans heel speciaal. Hoe dat komt is niet helemaal duidelijk, maar het is een feit. Een bezoek aan het Drents Museum, De Sovjet Mythe, wordt, ondanks de sneeuw, de kou en de vertraging op het spoor, een geweldige dag. We genieten van de kunst, de lunch in het uit Den Haag overgeplaatste café Krul en van een onverwachte ontmoeting op het station. Een strandwandeling, op een bewolkte middag, die zodra wij het strand op lopen, stralend zonnig wordt, is een cadeautje. We vinden krabbenschildjes en door het heiige weer zijn de windmolens niet zichtbaar. De film, waarvan we niet zeker wisten of hij de moeite waard was, bleek een schot in de roos. Het diner vooraf, in het Filmhuisrestaurant, ook. En de lijst kan nog worden aangevuld.

Het is maar één keer de mist ingegaan. Wij kregen van een kennis twee kaartjes voor een cabaretvoorstelling in het theater, waar zij zelf niet naartoe kon. Toen de pauze begon hadden wij nog niet één keer gelachen en bijna voortdurend met kromme tenen gezeten. We zijn weggegaan en hebben een goed glas wijn gedronken in een gezellig café. Dus uiteindelijk kwam ook dat uitje weer goed.

Ons laatste uitje was ontbijten op het strand. Om het begin van de vakantie te vieren. Het was prachtig weer. De broodjes waren vers, de koffie was goed. Dat er speculaasjes bij werden geserveerd namen we op de koop toe. Dat we uitzicht hadden op het windmolenpark ook.
Het enige onstuimige was de wind, die alle parasols uit de grond blies. En woest was alleen de persoon die daardoor werd geraakt.

Woest en onstuimig? Ach welnee. Wij doen maar gewoon, dat is al gek genoeg.

DSC07975

Wat je nooit meer ziet….

Ik kan het mis hebben, maar volgens mij is wat op onderstaand lijstje voorkomt pure nostalgie. En de lijst kan zeker nog worden uitgebreid.

– Houten blokken op de trappers van je veel te hoge fiets.
– Richtingaanwijzers die uit de zijkant van de auto tevoorschijn kwamen.
– Rolschaatsen (Hudora). En dan op weg met de sleutel aan een veter om je nek om de moeren vast te kunnen draaien.
– Rubber stripjes die aan de achterkant van een auto over straat slepen, zogenaamd tegen wagenziekte.
– Een rieten mand als kinderzitje dwars op de bagagedrager van de fiets.
– Zweeptollen, zelf versierd met kleurpotlood en/of punaises.
– Priktollen, idem. (Enorme uitdaging om dat te beheersen).

62893_1

– Tweekleurige versiering voor de remkabels van je fiets.
– Een zadeltje op de stang van een herenfiets.
– Stepjes en een ruggesteuntje op de bagagedrager van de fiets.
– Sanovite, een soort volkoren crackers, die erg aan je kiezen bleven plakken.
– Castella (kopjes sparen voor handdoeken), Lodaline (met plastic drukkralen in de fles; merchandising – toen al), Radion.

images (1)

– Bazooka kauwgom, met stripjes van Bazooka-Joe (wat mijn broer toen fonetisch uitsprak. Nu spreekt hij alleen nog Engels en weet bijna niet meer hoe je Nederlands spreekt).
– Juicy Fruit (nog wel te zien in de geweldige klassieker: One Flew Over the Cuckoo’s Nest).
– Medinos tandpasta (gele tube met een hondje).

75303-1-2_1

– Berkenshampoo en berkenhaarwater, van Dr. Dralle (Deze naam had voor mij een magische klank. Mijn opa gebruikte het. Hij woonde ook nog eens aan de Berkenkade).
– De vergulde hand scheerzeep met kwast.
– Een puntzakje zwart-wit, gekocht bij de drogist. Net als zoethout trouwens.
– Echte kerstboom met echte kaarsjes.
– Een theebeurs, met zo’n knip bovenop. Bedoeld om de theepot (zie je ook niet veel meer, met al die theezakjes) warm te houden.
– Klaarovers, compleet met ‘spiegelei’, koppel en lange witte jas. (Ben ik vroeger, in de zesde klas nog geweest).
– De bakelieten muurtelefoon (Toen ging het – zonder mobieltje – ook goed).

Zie ook: Wat je nooit meer ziet 2: http://wp.me/p36K0e-7I