De gele veer

DSC00133

“Waarom niet, Yvonne?” Hij stampte van woede. “Ik dacht dat we het er vorige week over hadden gehad? Je was het er toch mee eens?”

Ze keek hem aan. Als hij zo te keer ging, moest ze altijd aan haar vader denken. Het was waar dat een vrouw een man zocht die op haar vader leek. Dat bewijs werd keer op keer geleverd. Maar Herman sloeg niet, dat was een groot verschil.

Had ze maar beter opgelet, acht jaar geleden. Verliefd, verloofd, verloren, dacht ze cynisch. Ze had zo veel jongens kunnen krijgen. Ze was mooi en aantrekkelijk. Ze hield van mannen. En ze koos Herman. Uit dat enorme aanbod wist ze feilloos de verkeerde te kiezen. Ze zuchtte.

“Ja, ik weet het. Vorige week dacht ik er anders over. Maar uiteindelijk heb ik er altijd weer moeite mee. Dat weet jij toch ook?” Hoe moest ze hem dit nu op een nette manier duidelijk maken? Ze probeerde rustig te blijven, maar dat maakte hem nog kwader. Hij griste zijn jas van de kapstok en sloeg de deur met een klap achter zich dicht. Zou hij nu van haar verwachten dat ze achter hem aan kwam? Tot voor kort deed ze dat wel, smeekte met tranen in haar ogen of hij niet weg wilde gaan. Hing aan hem, letterlijk, ging voor hem op haar knieën. Ze piekerde er niet meer over. Nee, die vernedering kon ze zich gevoeglijk besparen. Ze wilde het niet meer, dat afhankelijke gedoe. Ze kon hem toch niet tegenhouden. Bovendien, hij kwam altijd terug, wist ze uit ervaring. Na een uur, een dag. Die ene keer dat hij een heel weekend wegbleef, was een uitzondering.

Ze haalde haar schouders op, streek een blonde lok uit haar gezicht en begon de ontbijtboel af te ruimen. Hij zou wel naar kantoor zijn gegaan. Zij was vandaag vrij. Waardeloos, eigenlijk. Het gaf haar de kans om de hele dag te piekeren. Had ze anders moeten reageren? Nee, het had niet uitgemaakt. Elke reactie zou verkeerd gevallen zijn. Ieder jaar was het weer hetzelfde liedje. Ze had het kunnen weten.

Haar telefoon ging. Ciska, zag ze. Daar had ze nu echt geen zin in. Alsjeblieft even geen verhalen over dat modelgezinnetje. Ze had vast weer een geweldig gezond recept gevonden. Of verantwoorde cadeautjes. Ze wachtte tot de voicemail werd ingesproken. Terugbellen kon altijd nog. Nu had ze opbeurend gezelschap nodig.
Ze zou Romy bellen nadat die klaar was met haar therapie. Dan konden ze misschien even de stad in. Ergens lunchen met veel witte wijn.

Het was behaaglijk in het restaurant. Ze hadden een tafeltje bij het raam. Op het zachtrose tafelkleed stond zowaar al een piepklein kerststukje. Smaakvol, dat wel. Maar toch, het was nog maar eind november. Ze zakte wat onderuit en keek naar haar vriendin die druk bezig was haar make-up bij te werken. Had ze gehuild?

Zalm met pesto en rucola op een knapperige ciabatta. De zilveren wijnkoeler binnen handbereik. Het aangename gezelschap van haar beste vriendin. Zou ze het vertellen, straks? Of was dat toch lichtelijk gênant? Ze wachtte af. Eerst maar eens horen hoe het Romy was vergaan bij de psychiater. Ja, daar vertelde ze graag over. Ze viel wel op die man, probeerde hem te verleiden. Maar hij was oud en getrouwd, deed of hij niets in de gaten had. Hij gedroeg zich afstandelijk, professioneel. “Die man is echt blind!”, riep ze schaterend uit, “volgende keer doe ik een nog korter rokje aan en een nog dieper decolleté!” “En als hij er nou onverwacht toch eens op ingaat?”, vroeg Yvonne . “Hij is getrouwd. En veel te oud voor jou. Je wilt toch geen lijk in je bed?” “Nee, bah, natuurlijk niet.” Romy beweerde dat ze er helemaal niet op uit was om echt iets met hem te beginnen. Dit was gewoon leuk, een spel. Dat wist zij toch ook wel? Ja. Dat wist ze. Maar het leek heel ver weg gestopt.

Vanuit haar ooghoek zag ze de ober naar haar staren. Ja, ze wist het inderdaad nog wel: zo begon het. Maar ze had er geen zin in. Ze wenkte de jongen en bestelde een tweede fles wijn. Ze voelde zich lichter worden, losser. Zou ze het nu vertellen? Beter van niet. Met Romy wist je het nooit. Die kletste zo haar mond voorbij. Ze wilde Herman ook niet voor gek zetten. “Hé, ik vroeg of jullie nog wat doen aan Sinterklaas.” Romy keek haar vriendin onderzoekend aan. “Is er wat?” “Nee, er is niks, beetje moe en dan vier glazen wijn. Je kent dat wel. Nee, vertel verder, ik luister.” Terwijl het verhaal voortkabbelde met af en toe een gierende uithaal, bedacht zij hoe ze het aan zou pakken. Ze voelde zich rustiger nu. Toegeeflijker. Zoveel kwaad stak er toch niet in. Dat het elk jaar op hetzelfde uitdraaide was natuurlijk niet zo erg. Het gaf zelfs wel wat vastigheid. En als ze zich erop instelde, vond ze het deze keer misschien nog wel leuk ook. Zeker wanneer ze op pakjesavond ook een hele fles wijn soldaat zou maken. “Oké, vooruit!”, zei ze hardop. “Wat?”, wilde Romy weten. “Eh, ik denk dat ik maar eens opstap. Het wordt al schemerig. Er moet nog gekookt worden vanavond, dus ik ga even wat boodschappen doen”

Stipt om zes uur knarsten de wielen over het grind. Het autoportier werd dicht geknald. Ze glimlachte. Hij moest eens weten. Ze hoorde de wc doortrekken, het kraantje lopen. Eindelijk kwam hij de kamer binnen. De tafel was feestelijk gedekt. Kaarsen brandden. Wijn fonkelde in de kristallen karaf. Hij kon toch niet boos blijven?

Ze zag de trilling in zijn bovenlip. Een goed teken. Eenmaal aan tafel besloot ze het er maar op te wagen. “Herman”, begon ze, “vanochtend was ik er niet zo voor in de stemming. En ik vond het ineens zo kinderachtig, dat hele gedoe. Maar ik heb er nog eens over nagedacht. Laten we het maar weer doen. Je kijkt er tenslotte het hele jaar naar uit. Nee, laat me uitpraten. Ik weet het zeker: we doen het.” Ze overhandigde hem een pakje. Hij kleurde tot onder zijn haar toen hij het uitpakte. “Nieuw?”, vroeg hij, happend naar adem, “met schmink?” Met twee handen hield hij het pietenpak omhoog: paars en groen, zijn lievelingskleuren. Hij raakte haar wang aan met de gele veer van de baret. Ze huiverde, maar liet niets merken. Hij raapte de bruine schmink op van de vloer, rook eraan. “Dus, de hele avond? Zoals we hadden afgesproken? En dan met alles aan naar bed?” Hij straalde. Ze zuchtte onhoorbaar. Sloot even de ogen.

Dat zou ze die nacht ook doen. Ze zou zich eraan overgeven. Maar ze wilde beslist niet zien hoe die stomme gele veer boven haar hoofd heen en weer bewoog.

——————————————————————————————————————-

Met dit verhaal doe ik mee aan een schrijfwedstrijd. Wie het leuk vindt, kan erop stemmen. If so: hartelijk dank!
http://www.editio.nl/schrijfwedstrijd/

Advertenties

De laatste keer

CafebezoekOf ik hem nog gezien heb? Lekker wijntje trouwens, proost! Ja, wat versta je onder gezien. Als het aan mij ligt, zie ik hem helemaal niet meer. Nee, ja, de laatste keer… Ach wat zal ik ervan zeggen. Gezien…. Ik laat sowieso het licht liever uit, dus gezien, nee. Maar ja, ik had zoiets van, als ik het nu niet doe, dan is het helemaal zo’n raar einde. Dus.

Nee, hij had het niet door. Nee joh, wat dacht je, een man hè? Brains en body, maar verder… Verbaasd was hij wel, uiteindelijk. Nee, geen tekst. Die man had totaal geen tekst! Dus toen ik het zei, hè, nou of hij het in, waar was het ook alweer? Keulen? Nou, of hij het daar hoorde bliksemen. Ja, snap jij dat nou?

Jij nog wijn? Lekker wijntje, vind je niet? Nou, dan bestellen we toch nog een fles? Je bent maar een keer jong, zeg ik altijd. Hij ook, trouwens, veel te jong eigenlijk. Daar begin ik niet meer aan. Een kind nog. Ja, wat je zegt, daar kun je nog behoorlijk last mee krijgen, haha!

Ja, donker haar, donkere ogen. Daar val ik op. Zoiets als hij daar. In die hoek. Strak shirtje, je ziet zijn wasbordje erdoorheen. Ja, zoals hij. Die daar zit te flirten met dat sletje.

Hij nam het wel goed op, dat moet ik hem nageven. Ik had er misschien wel meer last van dan hij. Hè? Nou, het is al niet makkelijk om het te zeggen. En als meneer dan doodleuk zijn spullen pakt en er zonder een zinnig gesprek vandoor gaat, ja, dat is op zijn minst….

Denk je? Misschien met iemand van zijn eigen leeftijd, haha. Kan niet alleen zijn, natuurlijk.
Schenk nog maar een keer in. Ik jaloers? Op die griet? Pfffff!

—————————————————————————————————————–

Dit is een verhaal in de categorie WE-300 (klik op de link voor meer verhalen in deze categorie), een schrijfuitdaging van Plato (http://platoonline.wordpress.com/; hier kun je meer leuke, bijzondere, ontroerende WE-verhalen vinden). Je schrijft een verhaal van 300 woorden, waarin HET woord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: leuteren….

Het schilderij, Cafébezoek, is van Joost Doornik. (gevonden op internet)

In the Looking Glass

droogkapNadat de laatste klant was vertrokken, veegde hij de plukken haar bij elkaar, ordende de flesjes versteviger en de bussen haarlak en spoelde de wasbak schoon. Het was een drukke dag geweest. Vrijdag. Dan kwamen de dametjes uit het dorp hun haar laten doen. Zondag in de kerk zag je dan allemaal dezelfde grijze permanentjes onder de hoedjes uitpiepen. Ach, hij deed het met liefde. En zijn vrouw nam een groot deel voor haar rekening. Maar op sommige dagen, zoals vandaag, moest hij moeite doen om een goed gesprek op gang te houden. Kappers staan bekend om hun spraakzaamheid, maar Gerard was een dromer en niet altijd in staat tot een koetjes-en-kalfjesgesprek.

Hij plofte in een stoel en staarde in de spiegel. Was hij dat? Een middelbare man, grijzend aan de slapen? Kapper in een dorp waar nooit iets gebeurde. Keurig getrouwd en twee kinderen. Door de week de zaak en in het weekend het gezin en de familie. Terwijl…. Hij schudde zijn hoofd. Niet aan denken nu. Hij was kunstzinnig aangelegd. Bruidskapsels waren zijn specialiteit. De vrouwen die door hem gekapt waren, konden voor de dag komen in het gemeentehuis en de kerk.

Weer dwaalden zijn gedachten af. Naar die klant van vorige week. Dat prachtige, blonde, halflange haar. Wassen en knippen, hij was zorgvuldig te werk gegaan. Het gesprek vlotte buitengewoon; over kunst, musea, Amsterdam, uitgaan…. Telkens ontmoetten hun ogen elkaar in de spiegel. Mooie ogen, zag Gerard. Een lieve glimlach.
“Mag ik je bellen?”, vroeg hij bij het afrekenen. “Woon je hier?” “In Amsterdam”, was het antwoord. “Bel maar liever niet, dat vind mijn vriend niet leuk”. Voor het laatst ontmoetten hun ogen elkaar. De jongen draaide zich resoluut om en liep naar de deur.
“O Tessa”, riep Gerard vertwijfeld uit, “hoe moet dat nu met ons?”

WE-300 is een schrijf-’uitdaging’ van Plato (http://platoonline.wordpress.com).
Schrijf een verhaal van 300 woorden waarin een door Plato bedacht woord niet mag voorkomen, maar het moet wel duidelijk zijn dat het verhaal erom draait. In dit geval was het verboden woord: schakelen.