‘Selfie’ avant la lettre

img118

Al zo lang ik mij kan herinneren hadden wij een fototoestel. Mijn vader fotografeerde graag. Voor dat doel had hij een zogenoemd boxje aangeschaft. Een enorme uitgave voor mijn ouders, want echt breed hadden ze het niet. Elk dubbeltje werd omgedraaid. Maar dit was kennelijk een must. Wij werden alle drie regelmatig vereeuwigd. Dus er moest ook geld zijn voor het ontwikkelen en afdrukken van het filmpje. Ik zie nog het spoeltje voor me, met de zwarte metalen uiteinden en het roze papier. En o, zo voorzichtig moest je zijn; als er licht bij kwam, was alles voor niets geweest. Je bracht het volle filmpje naar de fotograaf. Dan werd het rolletje opgestuurd naar de laboratoria van Agfa of Kodak. Een week wachten, op zijn minst. Dan, eindelijk, op zaterdagmiddag, werden de foto’s opgehaald. Wij wachtten in spanning. En daar kwam het stapeltje vierkante zwart-wit foto’s met witte rand. Niet met je vingers op de foto’s! Mooie herinneringen. Pure nostalgie.

Boxje

De digitale fotografie heeft grote veranderingen gebracht. Tegenwoordig kun je zelf thuis je foto’s afdrukken. Uiteraard in kleur. Of je maakt gebruik van de direct-klaar-service van een grote winkelketen. Heb je geen haast, dan haal je ze na twee dagen op. Thuis maak je een digitaal fotoboek. Dan is het nog wel spannend. Is het echt zo geworden als je je had voorgesteld? Zitten er toch nog fouten in de tekst die je zo zorgvuldig tien keer had doorgelezen? Maar heel vaak laat je al die foto’s op de computer staan. Fotograferen is gewoon geworden.

De selfies vliegen je tegenwoordig, nee niet om de oren, maar in de ogen. Het lijkt een rage van deze tijd, maar het is natuurlijk helemaal niet nieuw.

Ook al zolang ik mij kan herinneren zat er een zogenaamde zelfontspanner op het fototoestel. Je stelde het gezelschap op, stelde het toestel in, zorgde dat je er zelf zo snel mogelijk bij stond en lachen maar. Dat lachen lukte altijd; dit hele gedoe gaf een prettig gevoel van spanning en plezier. Ondanks dat het best wat kostte, werd er ‘voor de zekerheid’ vaak nog een tweede foto gemaakt, soms in een net iets andere opstelling. Je zag pas na het afdrukken of alles gelukt was. Bij onze laatste familiereünie hebben we deze truc ook weer eens toegepast. Het verschil met vroeger is, dat je nu direct kunt zien of de foto goed is. En binnen de kortste keren zit hij in je mailbox.

Het verschil met een selfie is natuurlijk dat je die zelf maakt van jezelf, zonder zelfontspanner. Helemaal niet spannend meer, gewoon met je telefoon, die je in de stand ‘zelfportret’ zet. En terwijl je vroeger je foto’s alleen aan familie en vrienden liet zien, stuur je je selfie nu de wereld in en die mag door iedereen bekeken worden.
Maar ook hier is weer een ontwikkeling te zien. Met zijn tweeën heet het een ‘saampie’. In een tuintijdschrift worden mensen aangemoedigd een ‘moesfie’ te maken. Zo ontstaan er steeds meer varianten.

Lang geleden maakten mijn broer, zijn vriend en ik, een foto, die je nu met goed fatsoen wel een ‘groepie’ zou kunnen noemen. Ouders niet thuis, jongste broertje in bed en wij trokken – letterlijk – alles uit de kast om met het eerder genoemde boxje van mijn vader een foto te maken. Het leukste was de setting bedenken. De rode wijn is koude thee. Ik draag de lila tafzijden jurk van mijn moeder en haar schoenen. Het nette pak van mijn vader slobbert om het lijf van vriend. En de outfit van mijn broer komt uit de verkleedkist.

Nu nog weet ik hoe leuk het was. We lagen dubbel van het lachen (die uitdrukking bestond toen nog niet eens, we hadden, denk ik, ‘een toffe avond’), terwijl broer het toestelletje inschakelde en zorgde dat hij razendsnel in een dienstbare houding kwam te staan. Gezichten moeizaam in de plooi en wachten op de flits. Twee lampjes hadden we maar; ook die waren kostbaar.

Alles was opgeruimd toen onze ouders thuiskwamen. Ja, we hadden twee foto’s gemaakt. Maar pas toen het rolletje was afgedrukt kwam de ware toedracht aan het licht en mocht er, vooruit dan maar, voor ieder een afdruk van worden gemaakt.

Dat waren nog eens tijden.

——————————————————————————————————————-

Klik op deze link voor meer foto’s met een verhaal

De foto van het boxje komt van het internet.

Vertel nog eens…..

Een foto met een verhaal (3)

img070

Het fotoalbum laat alle foto’s los; de lijm is verdroogd. Het is zo’n album uit de zeventiger jaren. Nadat de foto’s op het lichtgegomde blad zijn gerangschikt, bedek je ze met het folielaagje, dat je eerst hebt teruggeslagen. Zo blijven ze mooi op hun plaats en er komen geen vieze vingers op. Ja, dat moesten we vroeger vaak horen: ‘Niet met je (vette) vingers op de foto’s!’ Kostbaar waren ze, toen nog. Dat is wel veranderd sinds de komst van de digitale fotografie.

Een van de foto’s die op de grond terecht zijn gekomen, trekt mijn aandacht. Geen foto, maar een ansichtkaart. In het bovenste witte randje zit een punaisegaatje. Waar zou hij gehangen hebben, vraag ik mij af. Het is een luchtfoto. Gezien de datering op de achterkant, is dat wel bijzonder. Op de adresseringslijntjes staat: Stichting “Rosenburg”, 1 Augustus ’39 – 31 October ‘39
Op de voorkant staat onder de foto: Stichting “Rosenburg”, Loosduinen. En: KLM Foto Copyright No 10401

Wat doet deze kaart in een fotoboek met voornamelijk trouwfoto’s van broers en zusters van mijn vader? Waarom heb ik hem nooit eerder gezien? Gelukkig is het gegeven niet helemaal onbekend. Als wij vroegen: “Ah, pap, vertel nog eens over vroeger?”, dan vertelde hij soms over die periode in zijn leven, over zijn werk bij de Stichting Rosenburg. Het lokte de nodige hilariteit uit, bij ons kinderen, maar altijd vertelde mijn vader met respect over de mensen waar hij in die tijd mee te maken had. En hij vond het belangrijk ons dat mee te geven. Hij hield van het werk en hij hield van de mensen. Het werd in die tijd nog een krankzinnigengesticht genoemd. Nu zou je dat niet meer in je hoofd halen. Als ik aan zijn spaarzame verhalen terugdenk, komen ze overeen met de beelden uit de film ‘One Flew Over The Cuckoos Nest’.

Wat hij toen niet vertelde, kwam pas tegen het eind van zijn leven ter sprake. En veel woorden wilde hij er ook niet aan vuil maken.

We zaten in zijn kamer in het zorgcentrum. Ik vroeg: “Pa, vertel nog eens iets over je jeugd, over vroeger?” En hij: “Jij hebt toch mama’s naaibox gekregen? Heb je daarin die zilveren naaldenkoker gevonden?” Ik begreep niet goed waar hij heen wilde; wat had dit nu met zijn jonge jaren te maken. “Weet je nog, dat ik wel eens over Rosenburg vertelde? We verzorgden niet alleen de zieken, we deden nog meer. We verborgen er Joden. En we zorgden ervoor dat ze goed wegkwamen, op een vertrouwd onderduikadres. Eén van die mensen was de heer P. Jaren na de oorlog, ergens in de zeventiger jaren, is hij bij ons aan de deur geweest. Hij had mij opgespoord – wat niet eenvoudig was, vanwege al onze verhuizingen – en kwam ons uit dankbaarheid een zilveren naaldenkoker brengen”. Ik keek hem met open mond aan. Dit was nieuw. Spannende verhalen over zijn jaren bij het verzet hadden we vaak gehoord (daar konden we geen genoeg van krijgen), maar dit…

DSC08227

Pas nu ik de tekst in zijn zwierige handschrift op de achterkant van de ansichtkaart lees, realiseer ik mij dat hij toen nog maar achttien jaar was. En dat hij ook toen al graag notities maakte van belangrijke data.

Toch bijven er nog vragen:
Wie zou die kaart opgeprikt hebben? En waar? En wanneer?
Maar vooral: waarom had hij ons dit verhaal bijna onthouden?

img069

Lees ook:
Een foto met een verhaal: http://wp.me/p36K0e-2E
Een foto met een verhaal (2): http://wp.me/p36K0e-5a