De laatste kus

20151102_110353

Hij was mild geworden. Zijn lange leven had hem vele lessen geleerd. Vroeger was hij een opstandig en opvliegend persoon geweest. En niet altijd even tactvol. Zijn vrouw en kinderen hadden het nogal eens moeten ontgelden. Waren vaak slachtoffer geworden van zijn humeur. Hij was er de man niet naar om het uit te praten, of te zeggen dat het hem speet. Nee, ze moesten het allemaal zelf maar ontdekken. Vaak wisten ze de link niet direct te leggen en leek het cadeautje dat ze kregen uit de lucht te vallen. De boeketten voor zijn vrouw op zaterdag waren bedoeld om een week zwijgen, boze opmerkingen, of stuurse blikken goed te maken. Het was zijn manier. Met de medische kennis van nu zou er wel een stempel op hem zijn gedrukt. In zijn tijd moest hij er zelf maar uit zien te komen. En zijn omgeving ook.

Maar nu was hij mild. Zachtaardig en vriendelijk. Het verplegend personeel was zeer over hem te spreken. Een aimabele man, werd hij genoemd. Hij schikte zich in zijn doofheid. In het afhankelijk zijn van een rolstoel. In het wachten. Altijd maar wachten. Op een kopje koffie, het eten, het wassen en de gang naar het toilet. Dit was zijn leven nu.

Leven. Hij wist dat hij aan het laatste stukje bezig was. Dikwijls verzonk hij in gedachten en wist situaties op te roepen uit een ver verleden. Het lot was hem gunstig gezind geweest. Al vaak had hij op de rand van de dood gebalanceerd. Die keer dat hij als kind in de rivier dook en vast bleef zitten in de modder. Hij werd gered en overleefde. Die keer dat hij een ernstige longziekte had. De operatie slaagde, hij moest een rib missen – maar dacht hij soms, dat moest Adam ook – en genas. Die keer dat hij werd opgepakt door de Duitsers. Dat ze hem lieten gaan, was hem nog steeds een raadsel. De bypasses die hij dertig jaar geleden had gekregen. Hij herstelde volledig.

Ja hij had een goed leven achter de rug. Kinderen, kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. Grote verwachtingen had hij van de jongens. Het kleine meisje had hij nog niet gezien. Ze leek zoveel op zijn overleden vrouw, had hij gehoord.

Maar ze kwam. Ze werd opgetild om hem een kus te geven. Het werd zijn laatste kus.

Die nacht sliep hij in met een glimlach op de lippen. Voorgoed.

Advertenties

De schoonheid van een klein gebrek

Sommige dingen moeten perfect zijn, onbeschadigd en gaaf. Maar soms voegt een kleine oneffenheid juist iets toe en krijgt het voorwerp meer waarde.De koffie is gezet. Er staat een versgebakken appeltaart te dampen op het aanrecht in de keuken. Ik pak een schoteltje uit de kast. Zo eentje van Chinees porselein met ingebakken rijstkorrels en blauwe schilderingen langs de rand. Die rand, daar gaat het om. Er zijn twee scherfjes af. Was het bordje gaaf geweest, dan had ik er een stukje taart opgelegd en meer niet. Nu verricht ik die handeling ook, maar er gebeurt iets meer. Terwijl ik het bordje op tafel zet, gaat mijn blik naar de beschadigde rand. Ooit stond het bij mijn ouders in de kast. Het was met zorg uitgezocht door mijn moeder; zij hield van bijzondere en mooie dingen. En ze was er heel zuinig op. En nu is toch dat bordje, waarop zij ’s avonds voor vader en haarzelf een appeltje schilde, beschadigd geraakt.

Na het eerste herseninfarct zag ze slecht en had zij niet veel kracht meer. Toch wilde ze alles nog zelf blijven doen. Ik was er niet bij, maar ik kan me zo voorstellen dat ze het bordje ’s avonds uit de kast pakte en het heeft laten vallen, met appeltjes en al. Dat er stukjes afgesprongen waren, heeft zij niet goed kunnen zien, anders zou ze het hebben weggegooid.

Zo mijmer ik, terwijl ik de appeltaart langzaam opeet. Het beschadigde bordje brengt mij weer even in contact met mijn moeder. De herinnering aan haar ervaar ik als een kostbaar geschenk. De taart is op, de droom vervliegt. Ik schenk nog een kop koffie in en spoel het bordje voorzichtig af.

Corrie van der Sterre4 augustus 1918 - 9 februari 2003
                    Corrie van der Sterre
           4 augustus 1918 – 9 februari 2003

Paaseitjes in de sneeuw

Eind januari en de paaseitjes liggen al in de winkel. Veel te vroeg. De sneeuw is nog niet eens gesmolten en we moeten al gaan denken aan het voorjaar. Krokussen en lammetjes. In september kon je knabbelend op kruidnoten en chocoladeletters op het terras in de zon alvast je kerstkaarten schrijven. Alles was al te koop. Alsof het leven nog niet snel genoeg gaat, nemen we steeds vaker een voorschotje op de toekomst. Het lijkt wel of we bang zijn voor de leegte. Even niets. Even het gewone leven, zonder feesten. Zonder extra’s. Of misschien is het angst voor schaarste. Als ik het nu niet direct koop dan zit ik straks zonder.

Zelf merk ik dat ik juist laconieker wordt, naarmate alles me door de omgeving meer wordt opgedrongen: dan maar geen chocoladeletters in december. Een gewone reep is net zo lekker en makkelijker te breken. Geen kruidnoten meer in de supermarkt? Dan bak ik ze zelf.

Hoewel… Met paaseitjes is het toch een beetje anders. Die kan ik niet zelf maken. Wat zouden de kleinkinderen teleurgesteld zijn, wanneer er met Pasen geen eitjes verstopt waren in de tuin. Toch koop ik ze natuurlijk nog niet, maar ik houd wel de voorraden in de gaten. En zoveel heb ik er ook niet nodig: een kinderhand is gauw gevuld. En een kleine tuin ook.

 Ik zie ze al voor me: drie stralende gezichtjes. Een voorschotje op de toekomst.

 paaseitjes in de sneeuw
    Paaseitjes in de sneeuw