Spaanse Streken

20150313_152415

Hier moet het zijn. Ze parkeert voorzichtig aan de kant van de weg en stapt uit. Ze loopt om de auto heen, blijft achter de vangrail staan. Doodeng vindt ze het, dat gapende ravijn aan haar voeten. Hier is het dus gebeurd. De warmte valt als een verstikkende deken over haar heen. Het is stil, op wat zoemende insecten na.

—————–

Ze had hem gekend. Niet heel goed, maar goed genoeg om op weg naar haar vakantiebestemming de plek te bezoeken. DE plek. Ze zou hem nooit meer zien op de verjaardagsfeestjes van een van haar beste vriendinnen. Nooit meer zou ze hem bellen om hem zich dan te horen voorstellen in rap Frans: Martìn! Met nog een hele riedel ervoor die ze nooit kon volgen. Nooit meer lollige opmerkingen over haar oorbellen: “Hang jij het kubisme aan?” “Nee, het is juist andersom.”

Martin, met zijn Duitse tongval. De gedreven Martin. De reis met zijn vrouw door Zuid-Amerika had hij uitgebreid beschreven. Lange brieven stuurde hij rond. Van zijn nieuwe plannen hoorde ze via de gezamenlijke vriendin: een biologisch boerenbedrijfje beginnen in Spanje. Een droom, die alleen kon uitkomen door hard werken. Onderdak bieden aan mensen die het net niet helemaal gemaakt hadden. Ze weer op het spoor zetten van het gewone leven, van werken, eten, slapen.

In het kleine dorpje vielen ze op. Veel mensen waren al weggetrokken naar de grote stad. Maar de overgebleven boeren, die de laatste drie huisjes bewoonden, maakten zich kwaad: die vreemdelingen verstoorden hun gewone leven; er kwam te veel onbekend volk in het dorp. Allemaal meehelpen op die boerderij. En van wie was die grond hier eigenlijk? Niet van die Hollandse Duitser toch zeker?

Op een dag keek zijn vrouw herhaalde malen verontrust de weg af. Was hij nu nog niet terug van die paar boodschappen? Hij was echt niet iemand die een pakje sigaretten ging halen om nooit meer terug te komen. Er was iets gebeurd, ze wist het zeker.

Lange jaren en vele zoektochten later werd de uitgebrande auto in het ravijn gevonden. Kleding en menselijke resten. De zoons van de buurman bekenden. Eindelijk was de zaak opgelost.

———————

Ze schopt een steentje weg en hoort het ratelend de berg afrollen. Ze rilt. In gedachten neemt ze afscheid. Het is goed zo.

Ze heeft hier nu niets meer te zoeken. Ze start de motor: Madrid, here I come!

Advertenties