Verbroken betovering

001

Elke kerst komen ze weer even boven
De beelden van vroeger

De tafel versierd met takjes en rood lint
Krentenbrood met roomboter bij het ontbijt
Een sneeuwmankaars op een schoteltje
Naast ons kinderbord

Een bijzondere kerstdienst
Het kindje Jezus was geboren
Je geloofde het niet – je wist het zeker
Je hoorde zelfs de engelen zingen
En zag de herders aanbidden in de stal

’s Middags de kerstboomkaarsjes aan
Een emmer water in de buurt
Genoeg geoefend om de kerstliedjes
Op de blokfluit te kunnen spelen
Iedereen zong
Moeder las het kerstverhaal

Thee en een chocoladekransje met musket
Wat mijn broer aan wapens deed denken
Maar bij ons heerste vrede
We keken naar de kaarsjes
Die mochten opbranden tot het metalen knijpertje
Spannend als een takje knetterend schroeide
Dat is hars, zeiden wij en voelden ons kenners

Tijd voor het kerstdiner
Soep, een hoofdgerecht en ook nog een toetje
Mijn vader knipte de touwtjes door
En sneed de rollade
Nadat hij het grote mes had aangezet

Opblijven, een spelletje pim-pam-pet
En weten dat het de volgende dag
Nog steeds niet helemaal
Voorbij zou zijn

Wel anders
De betovering verbroken
Het uitgeholde restje sneeuwman
Als bewijs van de vergankelijkheid

Maar daarvan was je je nog niet bewust
Ook niet van het feit
Dat de herinnering voor altijd was geplant

Advertenties

Het lot

handenHij kookte van woede. Had hij daarvoor al die jaren van zijn leven gegeven? Voor iemand die er de brui aan gaf?

Ze hadden zo’n hechte vriendenclub gevormd. Ze kenden elkaar door en door. Iedereen wist zijn plaats, had zijn eigen taak.
Veel gereisd hadden ze; het hele land doorkruist. Het was een mooie tijd geweest. Daarom was de teleurstelling des te groter nu. Wat een slappe houding. Hij was niet van plan zich erbij neer te leggen.

Een klein bedrag was het, wat hij in zijn geldbuidel stopte. Beter dan niets. Hij kon er wel weer iemand gelukkig mee maken. Dat was zijn taak: het geld dat binnenkwam nuttig besteden. Zelf had hij niet veel nodig; wat brood, wat vis, er was altijd iets te eten. Nee, waar hij zich druk over maakte was zijn toekomst. Wat had hij graag een goede functie bekleed. Minister van financiën zou hem op het lijf geschreven zijn. Vervlogen was die droom, als zoveel andere.

Al denkend en in zichzelf pratend arriveerde hij bij het huis. Het eten stond klaar. Eenvoudig, brood en wijn. Een gezellig avondmaal zou het niet worden. “Jij kunt maar beter gaan doen wat je van plan was”, werd hem door zijn vriend te verstaan gegeven, toen hij zijn brood indoopte. Hoe wist Hij dat? Lag het er zo dik op? Dan zou hij maar gaan.

Middernacht, bijna vrijdag. Af en toe kwam de maan tevoorschijn vanachter de wolken. Hij betrad het statige gebouw. “Vanavond zal het gebeuren”, sprak hij tot zijn meerderen. “Hij trekt zich biddend terug in de bergen, zoals gewoonlijk. Koning wordt Hij niet, al zijn mooie praatjes ten spijt. Grijp die leugenaar.
En toch. Ik heb van Hem gehouden, met heel mijn hart. Een kus is op zijn plaats, dat is het teken.”

“Mijn God, waarom ik?!”

——————————————————————————————————————-

Het plaatje komt van het internet.

Dit is een verhaal in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: lekken.

Herodes op herhaling?

Maria

De kerstgroep was gebladderd en geblakerd
Nadat de vlammen in de school waren gedoofd
Jozef knielde zeer eerbiedig zonder hoofd
En ’t kindje Jezus was te heet gebakerd

Maria’s blik was uitgeblust en dof
De os en ezel keken enigszins verwaterd
Naar koningen die reeds waren genaderd
Hun geschenken niet veel meer dan stof

Een herder bracht het kind verkoolde broden
En telde stil zijn schapen zonder vacht
Dit alles kon gebeuren in één nacht

De beeldjes zijn met engelengeduld
Gelijmd, geschilderd en verguld
Weer was het niet gelukt het kind te doden

Overstag

bezoekHet was maar een klein dorpje, dus je kon niet veel verborgen houden. Er werd gekletst. Over iedereen, maar de laatste tijd vooral over hem. Hij was zijn hele leven al een buitenbeentje geweest. Hij had zich erbij neergelegd. Veel zou er niet veranderen. Hij verdiende zijn brood met zijn handen; vakwerk leverde hij. Dat wist ook iedereen. Klanten had hij genoeg. Zelfs uit het buitenland kwamen bestellingen.

Hij tuurde door de open deur van de werkplaats. Nog nooit had wachten zo lang geduurd. Werken was beter, het gaf afleiding. Een moeilijk klusje eiste al zijn aandacht op. Voor even. De onrust nam weer volledig bezit van hem. Hoe had dit zo kunnen lopen? Eerlijkheid was zijn motto. Had hij zich vergist? Had zijn blinde vertrouwen hem parten gespeeld? Hij smeet zijn gereedschap op de grond. Hoe goed kende hij haar eigenlijk?

De reis duurde nu al een week. Naarmate ze dichter bij huis kwam, viel de tocht haar zwaarder. Familiebezoek, had ze tegen hem gezegd. Het was nog waar ook. Hij had haar bevreemd aangekeken: “Waarom nu?” Ze hadden wel wat anders aan hun hoofd. Ze had zich zo gelukkig gevoeld. Overweldigd. Had ze niets moeten zeggen? Het geheim moeten bewaren? Maar ze was toch altijd zo eerlijk geweest? Goeie genade, ze voelde zich bijna wanhopig. Waarom accepteerde hij het niet?

Hij nam een besluit. Als het dan zo was, dan moest hij zich er maar in schikken. Terwijl hij zich bukte om zijn hamer op te rapen, zag hij haar kleine voeten, onder het stof. Hij richtte zich op. Zag haar ogen die angstig, afwachtend keken, vanonder de blauwe hoofddoek.

Hij nam haar in zijn armen, teder als altijd. “Jezus, Maria”, fluisterde hij schor, “laten we dat kind een thuis geven.”

img047

——————————————————————————————————————–

Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. Schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin een bepaald woord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: kerstpiekeren.

De illustraties komen uit het schitterende prentenboek: De Geboorte, van Julie Vivas

(N.B. Waarschijnlijk begrijpt iedereen wel dat Maria, blij verrast, haar aardse lover vriendelijk doch dringend verzocht zijn mond te gaan spoelen…..)

In de geest van Comenius

Op het plein voor de Oude Kerk in Naarden ontmoetten wij elkaar. Broer J, schoonzusje M en ik. We zouden ons deze dag met Comenius gaan bezighouden; het museum en het mausoleum bezoeken op een voormalig stukje Tsjechisch grondgebied. En omdat er bij de kerk een enorm bronzen beeld van deze grote pedagoog en didacticus staat, begon onze queeste daar.

DSC08198

De kerkdeur stond wijd open. Dat is voor een Nederlandse kerk bijzonder. De dame achter de balie sprak ons streng toe: tijdens de expositie van The World Press Photo mochten we niet gratis de kerk bekijken. Een volgende keer dan maar; de plafondschilderingen trokken ons meer dan alle ellende op de foto’s. Net wilden we onverrichter zake terugkeren naar Komenský, toen we moesten uitwijken voor de heer die kennelijk ook achter de balie hoorde, maar met twee kopjes koffie op een blad tussen de bezoekers door laveerde om zonder knoeien de plichtsgetrouwe dame te bereiken.

Van onze vergeefse poging de kerk te bezichtigen had hij niets gemerkt, maar kennelijk voelde hij aan dat wij zijn interesse voor dit gebouw deelden. Zonder zich een ogenblik te bedenken zette hij de koffie neer en kwam naar ons toe. Enthousiast, gedreven zelfs, begon hij te vertellen over het prachtig beschilderde plafond. Uit mijn ooghoek zag ik de dame wel naar ons kijken. Ze wist kennelijk niet goed wat ze met de situatie aan moest; ze had ons net een bezichtiging verboden en nu hadden we toch min of meer onze zin. (Later bleek dat zij dit werk voor de eerste keer deed en zich van haar beste kant wilde laten zien.)

Maar we bleven gewoon als brave burgers bij de ingang staan. Van daaruit hadden we een mooi overzicht over de plafondschilderingen. De aardige man wees ons op de symbolische overeenkomst tussen de afbeeldingen. In de rechterrij zijn situaties uit het oude testament te zien, welke corresponderen met beelden uit het nieuwe testament in de linkerrij. Hij toonde ons wat voorbeelden: Izaäk sjouwt met de takkenbossen, waarop hij als een lam geofferd zal moeten worden, tegenover Jezus die zijn kruis draagt. De graflegging van Jezus tegenover Jona, die wordt opgeslokt door een vis. Tja, World Press avant la lèttre…..

img072

img071

Comenius, op zijn enorme sokkel, leek wel wat vriendelijker te kijken toen wij zo goed geïnformeerd de kerk uit kwamen; hij zou trots zijn geweest op deze spontane uiting van aanschouwelijk onderwijs.

DSC08197

Wat doen we met Pinksteren?

Pinksteren is een Christelijk feest. Althans, zo lijkt het. De discipelen van Jezus ‘spraken in tongen’ op het Wekenfeest. Dat maakte hen er klaar voor om de blijde boodschap van hun leermeester Jezus over de wereld te verspreiden.
In feite is het een feest met een Joodse oorsprong, evenals Pesach, waarbij de uittocht uit Egypte werd herdacht. Na zeven weken (vijftig dagen) werd tijdens het Wekenfeest herdacht dat Mozes de tien geboden ontving op de Sinaï. Beide feesten houden verband met de oogst: rond Pesach begint de gerstoogst en Sjavoeot (Pinksteren dus) is de start van de tarweoogst. Tijdens dit laatste feest wordt de synagoge versierd met bloemen, groen en vruchten, als de bloeiende vruchtbare helling van de Sinaï. Het was de gewoonte dat er een offer werd gebracht van het geoogste graan, de eerstelingen. In de synagoge werden de tien geboden voorgelezen evenals het boek Ruth. Het is goed om voor ogen te houden dat Jezus’ vrienden dit Joodse feest vierden, voordat zij, min of meer gedwongen, de Christelijke leer gingen verspreiden.

Net zoals Kerst en Pasen bij ons invloeden kennen van de zogenaamde ‘heidense gebruiken’, zoals die door de oude Germanen werden nageleefd, was dit ook het geval met Pinksteren. Dit was, in feite net als bij de Joden, een vruchtbaarheidsfeest. Op een aantal plaatsen in Nederland werd het feest van ‘De Pinksterblom’ gevierd: hier en daar op de Waddeneilanden en in een aantal plaatsen in Brabant en in het oosten van het land.
De Pinksterblom of Pinksterbruid was een meisje dat door de jongemannen van de gemeenschap werd gekozen uit de huwbare meisjes. (Schoonheidskoningin avant la lettre) Ze werd, versierd met bloemen of kransen, het dorp rondgeleid, waarbij een lange stoet jongens en meisjes volgden. Er werden liedjes gezongen en men kreeg geld of zoetigheid. Het feest duurde de hele dag en was tevens nauw verbonden met de hoop op vruchtbare akkers. En, niet onbelangrijk, het was een feest waarop jongens en meisjes elkaar konden ontmoeten (wat ook tot vruchtbare de samenkomst kon leiden).

Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik zou hem zo graag er eens wezen
Met zijn mooie kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen
Recht is recht, krom is krom
Gelief je ook wat te geven
Voor de fiere Pinksterblom
Want de fiere Pinksterblom moet voort!

pinksterbruid_thumb-470x325

Jammer dat zo langzamerhand de kennis omtrent onze jaarfeesten verwatert. En de tweede Paas- en Pinksterdagen zijn meer en meer Ikea-dagen geworden. Niet alleen een aanslag op ‘de portemonnee’, maar ook op het behoud van onze cultuur.