Perdre le Nord

DSC09827

Het noorden van ons land had nooit zo’n aantrekkingskracht op mij. Het leek me te vlak, te weids, te leeg. Te stil ook. Te veel natuur.

Een mens is echter nooit te oud om te leren of te ervaren, dus toen vriendin H mij uitnodigde een paar dagen bij haar in de caravan te logeren, in Pieterzijl, ging ik daar graag op in. En na twee dagen fietsen door slechts een klein stukje van de noordelijke provincies, stel ik mijn vooroordeel graag bij. Natuurlijk was het prachtige zonnige weer in ons voordeel. Maar ook bleek het landschap lieflijker dan ik me had kunnen indenken en minder onherbergzaam en vlak.

DSC09825

Het weidse Groninger land heeft mijn hart gestolen. Rijdend over een kilometers lang pad tussen wuivend koren, zie ik het terpdorpje Niehove steeds groter worden. “O”, denk ik, “dit lijkt wel het buitenland.” Ik haast me mezelf terecht te wijzen. Hoezo buitenland? Kun je er niet gewoon vanuit gaan dat ook het eigen land veel te bieden heeft?! Dat het hier ook mooi is en bijzonder?

Ja, denk ik, dat is waar, en dat weet ik natuurlijk ook wel. Ik moet het anders formuleren. Ik kijk anders. Ik kijk, alsof ik in het buitenland ben: oplettender, hongerig bijna. Omdat ik hier vermoedelijk niet zo snel meer zal komen. Ik kijk, om niet meer te vergeten. Kijk met mijn zintuigen en mijn geheugen op scherp; deze beelden wil ik zo weer kunnen oproepen.

Oud land met geschiedenis. Van alle kanten wordt het ons aangereikt: kerkjes, havens, herbergen, fabrieken. In vervallen staat, hersteld, gerestaureerd. Onder de nieuwe bestrating kun je nog de oude, holle weg vermoeden. Je hoort de paardenhoeven, de karrenwielen knersend over de klinkers, de voerman die zijn bevelen bromt. Terug in de tijd. Het kan.

DSC09812

Ook maak ik kennis met een stukje Friesland. Achteraf heeft het me verbaasd hoeveel verschil er is tussen de twee provincies. Dat grenzen zo allesbepalend zijn (geweest?) voor het leven van de bevolking. Denkbeeldige lijnen op de kaart die een groep mensen met hun eigenheid bij elkaar houden. Verschillen in levensonderhoud, in taal, in wonen.

Terwijl ik vroeger makkelijker alles voor waar aannam, vind ik nu veel van die zogenaamd vaststaande feiten wonderbaarlijk en bijzonder. Ik vraag me meer dingen af dan vroeger. Verwondering, wordt wel gezegd, is het begin van de wijsheid. Zou het dan toch?…..

DSC09823

De middag in het stadje Dokkum staat in het teken van de geschiedenis van H. Voor haar is het een trip down memory lane. Hier woonde haar familie: grootouders, tantes en ooms. Alle huizen zijn nog goeddeels in de staat, waarin zij ze heeft gekend. Haar eigen geboortehuis staat er nog alsof er niets is gebeurd, de afgelopen vijfenzestig jaar. De betonnen bank, waarop haar ouders elkaar ooit de liefde verklaarden, is weliswaar een paar honderd meter verplaatst, maar nog intact. Nu kijk je vanaf de steenharde zitting niet meer uit op een stinkslootje, maar op de Dokkumer Ee met aan de overkant het huis van een geliefde oom.

Pieterzijl

Het kan niet anders dan dat H’s voorliefde voor Jugendstil in deze noordelijke plaats is ontloken. Prachtige, goed bewaarde, kleurige decoratie tooit de statige huizen in de zonovergoten straten.

Terug door de weiden. Koeien, kalfjes aan de uier. Schapen bij het likblok. De vervallen schoorsteen van een steenfabriek. Wilde peen, pastinaak. Pluizen van het wilgenroosje. Hele wouden van uitgebloeide reuzenberenklauw. Wolken en water, bruggen en bootjes.

DSC09809

Het waren mooie dagen, met dank aan H. Herinneringen staan als een huis. Ik mis de weidse natuur van het noorden – een beetje.

Het laatste woord

Heel goed herinner ik mij het huisje, vlak bij de Rijn, waar mijn opa en oma van vaders kant woonden. De speciale geur die er hing kan ik nog oproepen: het was de geur van warmte en welkom. De tafel met het donkerbruine leerachtige kleed, midden in de kamer. Opa’s stoel, bij het raam. Het kolenkacheltje. Het boekenkastje aan de muur met het gordijntje ervoor, waarin de bijbel en de gezangboeken stonden. Het keukentje met alleen een koude kraan. De slaapkamertjes boven.

DSC00784

Achter het huis was een grote tuin. Groter dan de oppervlakte van het huis. Mijn opa had er zijn moestuin. Een aardappelveldje. Snijbonen groeiden langs staken omhoog. Het duidelijkst in mijn herinnering zijn de aardbeibedden. De lekkerste aardbeien groeiden er, diep donkerrood en ze geurden je tegemoet. Zo zie je ze tegenwoordig niet meer. Je mocht er je boterham dik mee beleggen. Goudsbloemen bloeiden er volop. De geur, die aan je vingers blijft hangen wanneer je een boeketje voor oma hebt geplukt; heerlijk vond ik die – en nog steeds. En de zoete geur van de Jugendstilbloem bij uitstek, de Oost-Indische kers, zal mijn hele leven met me mee gaan. In oma’s gedeelte van de tuin stond een rek, waarop de kleden werden geklopt. En er was ‘de bleek’, het grasveldje waar de natte lakens in de zon werden gelegd. Herinneringen aan warme zomers. De verjaardag van oma, de geur van zelfgebakken stroopwafels. Hoewel zuinigheid troef was, werden die wel met roomboter gebakken. En voor dezelfde gelegenheid, de geur van zelfgekookte borstplaat.

Goede herinneringen worden opgeroepen door een geur; hebben daar een verbinding mee. De enige vervelende herinnering die ik aan deze bezoekjes heb, niet.

Na het middageten las opa uit de bijbel. Altijd. Ook als wij met veel nichtjes en neefjes aan tafel zaten. Vaak begrepen wij er niet veel van en was het moeilijk om niet af te dwalen. Toch moest je zorgen dat je erbij bleef. Na het lezen keek opa de kring rond, liet zijn blik op iemand rusten en zei: “Het laatste woord.” De spanning die je voelde, de opluchting als het gelukt was om het woord te herhalen, de blijdschap om opa’s knikje; geurloze herinnering.

DSC06536

Niemand zal ooit weten, wat opa’s laatste woord was. Na een kerkdienst liep hij naar huis. Veel auto’s reden er nog niet, begin jaren zestig. Hij heeft die ene auto niet gezien. Blinde vlek, zei de dokter. Dat vonden wij spannend klinken. Maar wat hadden wij die middag graag het laatste woord van de Bijbeltekst herhaald.