Het komt niet toe

Hij is de oudste tuinder op het moestuincomplex, dik in de tachtig, maar hij oogt als een fitte zeventiger. Hij bewerkt zijn tuin al jaren op zijn eigen, beproefde manier. Twee spaden diep spitten, bijvoorbeeld, anders heeft het geen zin. Onkruid zie je bij hem niet staan.

Van de berg compost die altijd in het voorjaar aan de vereniging wordt geleverd, kruit hij vrolijk de hem toebedeelde twaalf kruiwagens naar zijn tuin. Het hoge bruggetje neemt hij met gemak. En nadien is hij ook nog bereid om voor een ander, die er moeite mee heeft, een paar kruiwagens te rijden. Een aardige, sympathieke man.

Zijn advies verpakt hij in verhalen over zijn tuin. Als je goed luistert, weet je waar je de mist in bent gegaan. Te weinig mest, of juist te veel. Te nat. Te droog. Kalk te kort. Te veel zon. Te ongeduldig, dus te vroeg gezaaid of geplant. Wanneer ik nu kalk strooi, weet ik waarom ik het doe en wie ik straks dankbaar moet zijn voor een mooi gesloten rode kool.

Tegenslagen, op welk gebied dan ook, overwint hij met een glimlach. Hij heeft tenslotte al zoveel meegemaakt; hij kijkt nergens meer van op.

Maar dan toch. Het merkwaardige weer van dit jaar speelt hem parten. Eerst die strenge vorst, daarna de overvloedige regen, nu de aaneengesloten warme, zonnige dagen. Het gaat allemaal niet zoals het zou moeten gaan.
Neem nou de spinazie. Het eerste zaaisel kwam mooi op en groeide uit tot prachtige diepgroene blaadjes. Daar hebben ze samen goed van kunnen eten. De tweede keer werd het niks. Het zaad kwam op, en daar was alles mee gezegd. Net als de aardbeien. Die kwamen al vroeg in het voorjaar prachtig in bloei. Maar als je nu ziet wat een kleine harde vruchtjes eraan zitten, en allemaal groen, dan kun je ze er maar beter afknippen. Nee, het begint allemaal wel, maar het komt niet toe. En dat is jammer.

Ach, besluit hij dan met een berustende glimlach, laten we maar niet mopperen. Het ene jaar gaat het zus, het andere jaar zo. Dat is nou eenmaal het lot van de tuinder.