Confusions about a goldfish

download (1)

Kleinzoon A is met vakantie en daarom pas ik op zijn goudvissen. Nou is oppassen een groot woord. Zonnebloem en Zonnetje zwemmen uit zichzelf rustig rond. Ze springen niet uit de bak en ze doen verder ook niets waar ik me mee zou moeten bemoeien of me zorgen over zou moeten maken. Het enige wat er van me wordt verwacht, is ’s morgens wat vlokken uit een potje in het water strooien. En de bak een keer schoonmaken in die veertien dagen dat ze hier zijn. A was een beetje bang dat Zonnebloem dood zou gaan tijdens zijn afwezigheid, maar ze zwemt vrolijk rond. De aanwijzingen die hij had gegeven over doosjes en begraven hoef ik niet uit te voeren. Niets wijst erop dat ze de pijp aan Maarten wil geven. Integendeel, ze is zo levendig als een vis.

Als ik ’s morgens beneden kom en de kamerdeur open doe, zwemmen ze direct naar voren, naar het hoekje. Daar blijven ze hangen, tot ik wat voer in het water strooi. Ik wens ze smakelijk eten, ze zwemmen naar boven en beginnen aan hun ontbijt. Ik heb het gevoel dat er een soort van communicatie is, maar dat is misschien wel wat ik wil zien.

Vanochtend was ik het hele voerritueel vergeten. Stom, maar er wordt gezegd dat een vis wel een paar dagen zonder voer kan. Dus zo erg was het niet. De vissen in mijn minivijvertje krijgen ook maar eens in de drie dagen te eten.
Erger was natuurlijk dat zij er wel op gerekend hadden. Hoe ik dat weet? Toen ik vanmiddag de kamer in kwam, en als vanzelf naar de bak keek, zag ik beide vissen voor het glas (plastic) hangen, met grote vragende ogen. – Dat vragende vul ik zelf in – Ik maakte mijn fout goed en gaf ze waar ze recht op hadden. Kan een vis tevreden kijken? Zeker! De vlokjes gingen erin als koek.

Meteen moest ik denken aan John Kongos, die zo’n prachtige tekst heeft geschreven over “the goldfish in his bowl“. In de zeventiger jaren hebben we die plaat grijs gedraaid. Ik zet het nummer weer eens op (sweet memories) en bedenk hoe wonderlijk het leven in elkaar zit.
Ik weet dat ik hun god niet ben, zo goed ken ik de tekst wel. Maar, zouden ze Kerst hebben gevierd?

Een foto met een verhaal (2)

DSC07798

Op het kleine fotootje met de kartelrand staan mijn opa, mijn vader en mijn oudste broer. Ze zitten met zijn drieën op de rotan bank. Mijn vader heeft zijn overhemdsmouwen opgerold en hij draagt een stropdas. Mijn broer draagt een bloes met korte mouwen en een korte broek. En sandalen, net als mijn vader, met sokken. Opa is in pak. En hij draagt dichte schoenen. Alledrie hebben een bril op. Tot zover een gewoon familiekiekje, gemaakt in de zomer, eind vijftiger jaren.

Op het tafeltje staat een vaasje met rozen; het is de verjaardag van mijn vader, begin juli. Mijn moeder, met haar gevoel voor stijl, heeft het gezellig gemaakt in huis. Ik weet dat mijn vader zich vanochtend behulpzaam heeft getoond. Hij zou de slagroom kloppen, voor op de koffie. Niemand heeft het kunnen proeven. In zijn ijver klopte hij de slagroom tot boter. Ach, het is allang vergeven en vergeten.
Op het tafeltje ligt een pakje sigaretten. Zo te zien Gladstone. Ik vind het fijn dat het een kartonnen doosje is en niet zo’n pakje North State, van zilverpapier en cellofaan. Die doosjes gebruiken wij voor een spelletje: De vierkante boven- en onderkant knippen wij in twee helften en dan komen ze op het stapeltje tussen het elastiekje. Op school, in het speelkwartier spelen wij het spel, meestal in tweetallen: om de beurt trek je een kaartje. Degene die een aansluitend kaartje laat zien, mag ze allebei hebben. Zo spaar je hele stapels, tot het elastiekje op knappen staat.
Onder het tafeltje ligt een stripboek. Daarin heeft mijn broer net nog liggen lezen. Hij heeft het zichzelf geleerd en leest in alle denkbare houdingen alles wat hij te pakken kan krijgen. Hij houdt van leren. Hij leert graag iets uit het hoofd. De Bijbelboeken, bijvoorbeeld, of de namen van de zonen van Jacob. Hij oefent vaak in bed en als hij het onder de knie heeft, gaat hij naar de woonkamer om het mijn ouders te laten horen. Het levert hem soms een dubbeltje op, zo trots is mijn vader dan. Ook is hij heel goed in rekenen. De tafels kent hij in een mum van tijd op zijn duimpje. En ’t liefst de moeilijkste het eerst, de rest is een peulenschil.

Opa vindt dat leuk. Mijn vader heeft hem natuurlijk verteld dat zijn oudste zoon de Bijbelboeken uit zijn hoofd kan opzeggen. Dat wordt gewaardeerd. Niet alleen omdat het om de Bijbel gaat; ijver wordt zeer op prijs gesteld. En het is uiteindelijk de bedoeling dat je wat bereikt in het leven.
Er wordt gelachen; de opgestoken wijsvinger van opa duidt erop dat hij een van zijn favoriete woordgrapjes te berde heeft gebracht.

Ja, opa. Ongemerkt hebben wij veel van hem geleerd. Hij moest eens weten hoe groot zijn invloed is geweest op ons leven. En wat die briljante kleinzoon met zijn ijver en zijn inzicht heeft bereikt.

Zie ook: Een foto met een verhaal http://wp.me/p36K0e-2E