Alweer nichtjestijd

Zomertijd, wintertijd, altijd gedoe. Verreweg het leukste is dan ook Nichtjestijd. Geen gezeur met uren voor- of achteruit. Gewoon agenda erbij en plannen. Dat gaat steeds beter, sneller en efficiënter. Afgelopen zondag waren we in Hazerswoude, bij nicht G. Tjonge, wat een lekkere koffie. En gelukkig arriveerde nicht A. uit A op tijd met een overheerlijke appeltaart. Een succesrecept van haar moeder, onze enige tante nog. Dus, lieve tante A, hartelijke dank dat u dit recept aan het nageslacht hebt doorgegeven.

Dat was ook wel een beetje het thema van de ochtend: wat waren onze ouders voor mensen. Wat hebben ze ons geleerd, wat hadden ze voor rol in de familie, hoe was hun karakter. Wie waren zij? Wat hebben wij geërfd? Wie zijn wij nu?

Steeds weer wordt het beeld vollediger. Zo weten we nu bijvoorbeeld van oudste nicht A. uit D, dat haar vader, als oudste zoon, in de voetsporen treedt van zijn veel te vroeg overleden vader. Onze opa dus. Thuis, aan zijn bureau, ontvangt hij nogal wat stelletjes uit de familie met trouwplannen. Niet om een luchtig gesprekje mee te voeren, nee, het is meer in de trant van “Wat doet je vader” en “Kun je dit meisje onderhouden”, “Weten jullie het zeker” en “Hoe zit het met het geloof”.

Heerlijk, we smullen van elkaars verhalen. Opa was nogal streng en zwaar op de hand. Dat hebben we allemaal ervaren. Wie van zijn kinderen heeft zijn zwaarmoedigheid geërfd? Mijn vader niet, in elk geval, zegt nichtje A. uit A, mijn vader was meer een lolbroek. Ja, zo kende ik oom J. ook: altijd grapjes.

Deze twee voorbeelden geven wel een redelijk goed beeld van de familie. Grote tegenstellingen zijn verenigd. Verantwoordelijkheidsgevoel, een zekere (ge)strengheid, maar de vrolijke ondertoon ontbrak nooit.

En zo gaat het vandaag ook. Bij de les blijven, alles op een rijtje, data prikken, afspraken maken, maar alles met humor doorspekt. Heerlijk!

Binnen een half jaar zullen we weer met de familie bij elkaar komen. Zoveel is zeker. Redelijk snel na de vorige keer, maar de tijd gaat snel, er verandert veel. We worden allemaal ouder. Zelfs realiseren we ons plotseling dat oudste neef T. bijna net zo oud is als onze enige tante. Natuurlijk is dit altijd al zo geweest. Maar toch, eenmaal boven tachtig valt dat verschil bijna weg. Voor ons voelt het vreemd.

Zeer binnenkort gaan nicht G. en ik het geplande onderkomen bekijken. We vragen ons quasi serieus af: Wat zou onze verstokt hervormde opa ervan hebben gevonden dat dat een zaaltje in de gereformeerde kerk blijkt te zijn?

Ongetwijfeld zou opa, als hij tijd van leven had gehad, mild zijn geworden. En straks, als ik onder de vredesduif door de kerk binnenga, zal ik hem met een glimlach gedenken.

Advertenties

Een brug naar het heden

20160814_171345 (1)

Het verleden dringt zich in hevige mate op. We lopen met zijn drieën over het Jaagpad naar Koudekerk aan de Rijn. Vanaf Hazerswoude Rijndijk, waar we bij nicht G de laatste voorbereidingen treffen voor de familiereünie in oktober, is het maar een klein stukje.

Waar het ons in de eerste plaats om te doen is, is de brug over de Rijn. Onze brug. En op deze zonnige zomerse zondagmiddag hoeven we natuurlijk niet lang te wachten voor we hem in werking zien. Al is het bijna een leven geleden, we voelen ons alle drie weer even klein. We weten onze opa veilig achter het grote wiel in het brugwachtershuisje. Straks komt hij even naar buiten met de hengel. Hij laat het klompje zakken, de schipper betaalt. Het speelt zich allemaal in een fractie van een seconde af.

20160814_155018

Drie klikjes, de smartphones kunnen weer worden opgeborgen. Onze herinnering ligt vast. Herinnering van toen. Herinnering van nu. Er is niemand die ons met liefdevolle strenge blik naar binnen noodt. Maar hij leeft, die opa. Ook al is hij al vijftig jaar dood.

Op de begraafplaats vinden we zijn grafsteen niet meer. Maar na goed zoeken vinden we wel die van oma: Johanna van Dorp. Nooit van haar leven hebben we haar bij de voornaam horen noemen. Hoe heette ze eigenlijk, onze oma? Van haar doopnaam zijn veel namen afgeleid: Anneke, Ans, Joke, Annemieke, Annie; een aantal nichtjes is vernoemd. Maar zij had geen naam, zolang we haar kenden. “Vrouw”, zei opa, of “Moeder”. Maar het was: Johanna. Ik laat de naam tot me doordringen, wil weten en besef dat dat niet kan. Het is voltooid verleden tijd.

20160814_155439

Dan lopen we terug over opa’s brug. We willen meer. Aan het eind van de Bruggestraat naar links. Het kruidenierswinkeltje waar onze grootouders met hun jong gezin hebben gewoond en gewerkt, is er natuurlijk niet meer. We hebben er nog een foto van, gelukkig. Maar het huis waarin ze daarna zijn gaan wonen, met een bijna voltooid gezin met tien kinderen staat er in volle glorie. Wie had dat kunnen denken? Het meer dan tachtig jaar oude pand is prachtig opgeknapt. En of we maar binnen willen komen. Het architectenechtpaar dat er woont, heeft alles met veel aandacht en liefde zoveel mogelijk in oude staat teruggebracht.

20160814_172903

Ik zie het voor me: hier heeft mijn vader als klein jochie gelopen, geslapen en gespeeld. Zijn klompjes in de bijkeuken, het bed op zolder. Heeft hij nog voor moeder aardappels uit de kelder gehaald?

img072

Het verleden komt nooit terug, maar toch lijkt het er wel een beetje op. Vijf nichtjes, elk met hun eigen leven, hun eigen gedachten, hun eigen herinneringen. Ze kloppen vaak niet helemaal, maar toch raken ze elkaar.

We mogen ons gelukkig prijzen met deze grootouders. Zij zullen het nooit weten, maar wij voelen de sterke band.

——————————————————————————————————————-Lees ook: Een foto met een verhaal (4):http://wp.me/p36K0e-iN

Een foto met een verhaal (4)

img061

Toen mijn broer G en schoonzusje M vorige week op bezoek waren, maakten wij een rondje over de Zaanse Schans. Het was zo’n schoongewaaide dag. De lucht was prachtig, het land wijds. De molens draaiden er lustig op los. Het grijze water van de Zaan spiegelde de rijke Zaanse huizen aan de overkant. De wind was koud. Handen in de zak, kraag omhoog.

De deur van het allereerste winkeltje van Albert Heijn staat wagenwijd open. Hoe vaak je daar ook binnen bent geweest, het spreekt nog steeds tot de verbeelding. De geur van specerijen voert mij terug tot de tijd dat ik bij de grootouders van moeders kant het huis binnen stapte, waar dezelfde kruidige geur hing. En het kost maar weinig moeite ons voor te stellen dat mensen nog stroop kochten in een kan. Suiker in een bruine papieren zak. Dat gort, boekweit, peulvruchten uit een bak werden geschept en afgewogen. Net als de koffiebonen, die je thuis met de hand maalde in de koffiemolen. De nachtlichtjes staan op de toonbank, naast de weegschaal met de gewichten.
Honderd jaar geleden ging het zo. Vanuit onze comfortabele situatie kijken we met lichte weemoed terug naar die tijd.

We vervolgen onze wandeling. M zet er stevig de pas in. De molens voorbij. Een reiger staat onverstoorbaar in het ijskoude water. Het gele riet wuift.

Weer thuis, aan de warme thee, haal ik de foto tevoorschijn, die ik van nicht A kreeg op de reünie in oktober. Het is een leuk tafereeltje: een vrouw poseert met drie jonge kinderen voor een winkeltje: Kruideniers- en Grutterswaren. Het woord Purol geeft aan dat er waarschijnlijk ook wat eenvoudige drogisterijartikelen verkocht worden. Wat had ik daar graag eens naar binnen gegluurd, net als ik vanmiddag deed bij Albert Heijn.

Maar op de foto is genoeg te zien. De jonge vrouw met het witte schort is onze oma van vaders kant, heeft nicht mij verteld. Natuurlijk wisten we wel – het staat in de stamboom vermeld – dat opa ooit een tijdje kruidenier was, maar wij kenden hem als brugwachter. En die drie kinderen als oom en tantes. Later kwamen er nog acht kinderen bij. Aan de plooitjes in de kleding te zien, is er al weer een op komst. Het grootste kind hoort niet bij de familie. Een buurmeisje misschien, of een hulpje. Het kind, bij moeder op de arm, zou later de moeder worden van nicht A.
Het zal 1915 zijn geweest; honderd jaar geleden! Toen was oma vierentwintig jaar oud.
Wij hebben haar altijd alleen maar in zwarte kleding gezien, maar de haardracht is nooit veranderd.

Naast de winkel is het piepkleine huisje. Via het klompenhok kom je binnen. Dat het erf aan het water ligt (de Rijn?) kun je zien aan de stoep, helemaal links op de foto. De emmers zijn geschrobd en staan omgekeerd te drogen. En aan de muur van het buurhuis hangt, gedeeltelijk voor het raam, het rek waarop de vloerkleden worden geklopt. De bomen zijn kaal. Ik heb het gevoel dat het voorjaar in de lucht zit.

De achterkant van deze foto zorgt voor meer verrassingen: er staan lijntjes op gedrukt; het is een ansichtkaart! Iemand heeft erop geschreven: Moeder met Rob, Jans, Ma en Ko Zonneveld. Het lijkt opa’s handschrift. In de linkerbovenhoek staat 3x. En helemaal links, tegen de rand staan de naam en het adres van de fotograaf: Eduard Sanders.

img063

Het is inmiddels avond geworden. Broer en schoonzus zijn vertrokken. De naam van de fotograaf blijft door mijn hoofd spoken. Wanneer ik die heb ingetikt op de computer ontrolt zich een heel leven. Een bijzonder leven. Een afgebroken leven.
Dit keer heeft de foto zelfs meer dan één verhaal.

——————————————————————————————————————

Een foto met een verhaal (1): http://wp.me/p36K0e-2E
Een foto met een verhaal (2): http://wp.me/p36K0e-5a
Een foto met een verhaal (3): http://wp.me/p36K0e-aq