Sinterklaas, ooit….

1-sint-en-piet-v-en-d

Toen winters nog echt winters waren. Toen we nog op een gewone step met luchtbanden naar school gingen. Toen we op zondag tijdens het middageten naar een hoorspel op de radio luisterden. Toen we ouderen nog aanspraken met “U”. Toen we nog met twee woorden moesten spreken. Toen “Nee” ook echt nee was. Toen we nog gezelschapsspelletjes deden. Toen we een keer per week in de teil gingen. Toen spruitjes nog echt bitter waren en aardbeien echt zoet. Toen fast food nog onbekend was. Toen gedrag en vlijt nog werden beoordeeld op het rapport. Toen je nog veilig kon buiten spelen. Toen de wereld nog klein was. Toen je voor vijf cent een ijsje kon kopen. Toen ’s ochtends de kachel moest worden aangemaakt. Toen de bakker nog aan de deur kwam en je soms op woensdag een kadet mocht kopen. Toen je bij vader op de stang mee mocht op de fiets. Toen je nog met een kroontjespen schreef. Toen de boterham met tevredenheid nog bestond. Toen je zondagse kleren had. Toen er in de kerstboom nog echte kaarsjes brandden. Toen je op zaterdagmiddag met vader naar de Cineac ging. Toen voetbal nog gewoon voetbal was.

Toen… toen mocht je begin december met je ouders ’s avonds mee de stad in om de prachtige Sinterklaasetalages te bewonderen. Ging je met ze naar de Bijenkorf om de Zwarte Pieten langs een dik touw op en neer te zien ‘klimmen’. Zette je je schoen. Zong je je schor bij de schoorsteen. Wist je nog wat roet was. Klopte je hart vol verwachting. Was het Sinterklaasfeest warm, gezellig en zonder bijsmaak.
Kwam er geen enorme politiemacht op de been bij de intocht. Waren er geen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet, die elkaar de tent uitvochten.

Lang geleden……
Toen Sinterklaas nog gewoon een leuk, onschuldig kinderfeest was……

Wat je nooit meer ziet (2)

DSC07939

Het flesje groene vulpeninkt bracht een vracht aan herinneringen naar boven. De geur in de eerste plaats. Die deed me zo weer belanden in de schoolbank. Maar er is ook de herinnering aan beloning. Wanneer je heel mooi had geschreven in je schrijfschrift ‘mocht je met rood’. Bleef je je best doen, dan mocht je uiteindelijk een keer ‘met groen’. We kregen ook stempels. En tien stempels leverden een poezieplaatje (zonder trema!) op. Kom daar nu nog eens om.
Hier volgt een lijstje van dingen die al associërend bij me op kwamen en die je -volgens mij- niet meer ziet……..

– Kroontjespennen, waaraan je even moest likken als je een nieuwe kreeg, ‘anders deed-ie het niet’ (kindermagie). En wie weet er nog hoeveel een gros is?
– Gemarmerde, taps toelopende penhouders. Die wilde je graag!

DSC07936

– Gewone effen penhouders, die je op school kreeg (rood, geel, groen of blauw). Ze waren gemaakt van een of andere kunststof, en werden door sommige kinderen tot aan het koperen handgreepje opgekauwd.
– Een gleuf in je schoolbank voor je pen en potlood
– Een inktlap. Gemaakt van restjes stof met een mooie knoop erop. Soms gekocht. Dan was het er vaak een met sponsachtige laagjes. Dat spetterde enorm bij het afvegen van je pen.
– Een vloeiblad. Vaak lichtrose. Wij zeiden gewoon: vloei
– Vlekkenwater. Eerst werd de vlek bedekt met een rode vloeistof uit een flesje met een pipetje, daarna ging er uit een ander flesje een doorzichtige vloeistof overheen en: weg vlek!
– Een inktpotje in de schoolbank met een schuifdekseltje. Dit werd elke maandagochtend bijgevuld uit
– De literfles: ‘Gimborn wortelnoteninkt’. Deze stond altijd bovenop de kast met de bruin gekafte leesboekjes
– Een vulpen met een rubber reservoirtje. Je trok een palletje omhoog, hield het pennetje in de inktpot en terwijl je voorzichtig losliet, zoog het reservoirtje zich vol
– Anilinepotloden, waar je aan moest likken (zorgde voor blauwe lippen en eens geschreven, bleef geschreven)
– Mercurochroom, rood ontsmettingsmiddel. Dit had je liever dan die prikkende, stinkende, bruine jodium
– Dat je op school een ‘krasje’ kreeg. Zo noemden wij de Mantouxtest, bedoeld om tbc op te sporen
– Dekenklem in het babybedje. Een band, die onder het matrasje door ging met aan weerszijden een klem om de dekentjes op hun plaats te houden
– Melkflessen, gesloten met een aluminium capsule; blauw: gewone melk, rood: karnemelk en groen: yoghurt. Later kwam er groen met een zilverkleurige streep bij: halfvolle yoghurt
– Schoolmelk in een flesje met capsule. Als je ‘de beurt’ had, mocht je daar met een potlood gaatjes in prikken voor het (papieren) rietje. ’s Winters stond de houten krat met de flesjes bij de kachel, zodat ‘de kou eraf was’ na het speelkwartier. De melk was daardoor vies lauw, er zaten vellen in; ondrinkbaar vonden wij allemaal
– Een laagje room op de melk, goed zichtbaar vanwege de glazen fles
– ‘Losse’ melk. Door de melkboer uit melkbussen getapt in de zelf meegebrachte melkkoker. Ik heb er nog een van mijn moeder, zonder het deksel-met-gaten

DSC07941

– Anijsmelk met een vel erop
– Een zeepklopper met een stukje sunlightzeep ( wij zeiden fonetisch: sunligt), voor de afwas in een emaillen teiltje

DSC07940

Ach ja, dat waren nog eens tijden…..

Lees ook: Wat je nooit meer ziet…. http://wp.me/p36K0e-2w