Galerie ‘De Praam’

Iedereen kent het wel, denk ik, het begrip rommellaatje. Allerlei onbestemde spulletjes – ‘troep’ zou mijn moeder gezegd hebben – verdwijnen daarin en komen er nooit meer uit. Behalve in zeer speciale gevallen. Een voordeel is dus, dat wanneer je iets kwijt bent, het de moeite loont eerst dat laatje eens door te spitten. Een ander voordeel is dat je spulletjes die je eigenlijk niet kwijt wilt, maar werkelijk niet weet waar je ze moet laten, daar altijd kunt dumpen. Voor de eeuwigheid. Of zo.

Zo kwam het dat ik laatst, toen ik naar pleisters zocht en die niet kon vinden, ten einde raad een blik wierp in ‘het laatje’. Gelukkig vond ik er een verdwaalde kinderpleister. Na hem stevig om de vingertop te hebben gewikkeld, kon ik veilig het piepkleine fotootje, waarvan ik een klein stukje zag, uit de la vissen. Een contactafdruk, zoals wij die vroeger maakten, om te bepalen welke foto’s we daadwerkelijk gingen afdrukken. Zwart-wit, uiteraard. Op de foto zie je een witte muur met daarop een ‘object’. Het is een scheepsluik, waarvan ene Kees een bijzonder kunstwerk had gemaakt. En het hing aan een van de muren van onze boerderij in Ouderkerk aan de IJssel.

Met een sneltreinvaartje schoot ik zomaar weer eens vijftig jaar terug in de tijd.

In onze Ouderkerkse periode ontmoetten we nogal wat beginnende kunstenaars. Pottenbakkers, schilders, een beeldhouwer, en Kees dus. Sommigen woonden, net als wij, langs de dijk naar Gouda. Maar in Gouda gebeurde het in die tijd en zo kwam het dat rond de Sint Jan vrij veel kunstenaars huisden. Daar ontstonden ateliertjes, galerietjes, gezellige kroegjes. (Het is nog steeds een kunstzinnige buurt) Het klinkt nogal kneuterig en dat was het toen eigenlijk ook. We kwamen hier graag na het werk of in het weekend even buurten. En we kochten weleens wat. Terwijl het allemaal gezellig en levendig was, was het voor velen armoe troef.

Dat inspireerde ons tot een ‘woest’ plan. In onze verbouwde boerderij onder aan de IJsseldijk zouden wij een galerie gaan beginnen. Een naam hadden we al snel bedacht: ‘De Praam’. Natuurlijk was de naam niet toevallig gekozen. In het boerenlandschap langs de Hollandse IJssel werden die platte schuiten veel gebruikt om koeien, melkbussen en dergelijke mee te vervoeren. En wij vonden, heel idealistisch, dat onze galerie dienst deed om de kunst naar de mensen te brengen.

Na enige formaliteiten (inschrijven bij de K.v.K. onder andere) richtten we de grootste ruimte van het huis in met kunst: schilderijen, etsen, keramiek, alles kon een plaatsje krijgen in onze strak ingerichte woonkamer. Voor ons was dit natuurlijk een extra leuke bijkomstigheid. We zaten ‘tussen de kunst’ en we ontmoetten veel leuke mensen.

De galerie trok vooral in het weekend veel bekijks, vooral ook omdat de scheepsluiken van Kees, die echt veel te groot waren om binnen te op hangen, aan de buitenmuur waren bevestigd.
We hadden alle werken in consignatie en we waren de koning te rijk als er wat werd verkocht. De desbetreffende kunstenaars uiteraard ook. Het was een mooie tijd. Er waren niet veel regels. Alles liep zo soepel en natuurlijk. Kom daar nu nog eens om.

Ik heb nog aardig wat keramiek uit die tijd, maar alleen twee stukken die ik het mooist vind en een bronzen beeldje staan in mijn kamer. Ze nemen zo’n vanzelfsprekende plaats in, dat het me vaak niet meer opvalt.
Maar toen was het bijzonder. En eigenlijk vind ik dat nog steeds.

Advertenties

Casa Romana in Leiden

Geboren en een heel klein poosje getogen (tien dagen in het Diaconessenhuis) in Leiden, gecombineerd met de herinneringen aan de bezoekjes die ik met mijn opa bracht aan de Hortus en het Museum van Oudheden, maakt het voor mij bijna een noodzaak om in elk geval één keer per jaar naar deze stad terug te keren.
Nu was het weer eens zover. Het moest. En dus togen wij op een mooie, winderige dag naar Leiden, met als doel precies datgene waar mijn opa me zestig jaar geleden mee naartoe nam. Waarmee hij mij besmette, kun je haast wel zeggen.

Het Rijksmuseum van Oudheden is enorm veranderd, sinds ik er voor het eerst een voet over de drempel zette. En opa, bouwkundige Jan van der Sterre, zou er vast wel wat over te zeggen hebben gehad. Buiten is nu ook binnen. De restauratie (alweer jaren geleden trouwens) is ruim opgezet en mooi uitgevoerd. Ik denk wel dat hij het zou hebben kunnen waarderen. De mummies, de Egyptische kunst, waar wij toen voor kwamen – het is er allemaal nog, zoals het hoort. En daar, in die donkere ruimtes, hoor ik altijd nog de enigszins brommerige stem die me dingen uitlegt, me op bijzonderheden wijst, een grapje maakt, vraagt wat ik ervan vind.

Vandaag komen we voor Casa Romana, het dagelijks leven in het oude Rome. We belanden in een zeer zorgvuldig opgezette tentoonstelling. Het voelt aan als een warm bad. Door de bijzondere opstelling en de verduidelijkende teksten waan je je beslist even daar en in die tijd. Maar het verrassende komt vooral doordat onze tijd er letterlijk mee is verweven, door de hedendaagse voorwerpen die zich schijnbaar moeiteloos mengen met de oude schoonheid.

Onwillekeurig ben je voortdurend aan het vergelijken. En daardoor krijgen de oude voorwerpen, teksten, materialen betekenis. Dit is precies waar de samenstellers gebruik van hebben gemaakt. Ze hebben zich dit heel goed gerealiseerd.

Een bijzondere inval moet het zijn geweest om de tentoonstelling op deze manier vorm te geven. Al brainstormend zal er iemand gezegd hebben: “Als we nu eens…Iets nieuws..?” En daar gingen ze los. De oude tijd plaatsen in de nieuwe tijd. En andersom. Hedendaagse kunst en design combineren met de Romeinse kunst en gebruiksvoorwerpen.

Plastic bokalen, groente van stof, foto’s, afdrukken op glas van prachtige tuinen, een 3D-printer die ter plekke een hedendaagse amfora uitspuugt. Teksten aan de muur van gewone daagse gebeurtenissen, gevoelens en gedachten, die ook hedendaagse notities zouden kunnen zijn op Facebook bijvoorbeeld.

Eenvoudige materialen in tegenstelling tot eeuwig marmer. Japonnen losjes gebaseerd op de Romeinse dameskleding. Olielampjes gecombineerd met flakkerende elektrische peertjes. Een boekenkast met onbeschreven papyrusrollen. Wat een vondsten. We vervielen van de ene ahhh in de andere o!

Er waait een frisse wind door het muffe museumwereldje. Dat was bijvoorbeeld ook voel- en zichtbaar bij Voorlinden. Wat is er mooier dan dat je met een grote glimlach en zeer voldaan het monumentale pand verlaat?
Wie zich ook wil laten verrassen, kan ik deze tentoonstelling van harte aanbevelen!

Kunstkennertje

20160229_124800

Hij houdt van lijstjes
De behendigste voetballer
De beste keeper
De snelste wielrenner
Maar ook
De tien beroemdste schilderijen

Een daarvan gaan wij bekijken
Het staat op nummer acht
Hij droomt ’s nachts dat hij voor het grote doek staat
Zal hij de beschadigingen
Nog kunnen zien?
Zal hij de schilder op het doek herkennen?

De plattegrond in de hand
Loopt hij bijna rechtstreeks naar de juiste zaal
En daar, aan het eind
Hangt breeduit waar hij zich zo op had verheugd
De Nachtwacht

Je ziet niks meer van de krassen
Zegt hij, bijna opgelucht
Wel ziet hij twee keer Rembrandt
En de kapitein vindt hij het mooist geschilderd

Als hij later directeur wordt van dit museum
Koopt hij De Volharding der Herinnering
Van Salvador Dali

Maar nu is hij nog even verdiept
In de Bedreigde Zwaan van Asselijn
Die op zijn eigen lijstje komt
Van de tien mooiste schilderijen ever

Alles op zijn tijd

img135

—————————————————————————————————————–

De afbeelding van het schilderij De Bedreigde Zwaan komt van het internet.

Munch : Van Gogh, voor het laatst

img096
Het is een luxe om niet al te ver van Amsterdam te wonen. Zodra het in je hoofd opkomt, kun je de trein pakken en een museum bezoeken.

In november ga ik op een vroege zondagochtend naar het vernieuwde van Goghmuseum voor de tentoonstelling Munch : Van Gogh. De “eftelingrij” is nog niet al te lang, en met een vooraf uitgeprint toegangsbewijs moet het mogelijk zijn om snel binnen te komen. En dat lukt.

Er is een enorme hoeveelheid personeel aangetrokken om alles in goede banen te leiden. Iedereen gaat door de juiste poortjes, over de juiste trappen naar de juiste ingang. Want denk niet dat een uitgang ook ingang is! Daar zit namelijk een jongen – die natuurlijk ook maar doet wat hem is opgedragen – op een krukje mensen weg te jagen die door de openstaande deuren naar binnen willen. Stel dat je halverwege de tentoonstelling begint! Tegen de stroom in!

Ik begin dus netjes bij het begin. Mijn blik wordt direct al getrokken door twee schilderijen die ik noch aan van Gogh, noch aan Munch kan toeschrijven. Het blijken schilders die Munch hebben geïnspireerd. Ik ben verkocht. Christian Krohg en Hans Heyerdahl maken een verpletterende indruk. Kwam ik niet voor de aangekondigde schilders? Voor nota bene Munch in een Nederlands museum. Ja, maar…..

Ik scheur me los en dwing mezelf de korte film te bekijken, waarvan ik de nodige toelichting verwacht. Dat valt een beetje tegen. Over van Gogh is inmiddels redelijk veel bekend, over Munch had ik nog wel meer willen weten.
Maar als ik zijn schilderijen daarna op me laat inwerken, wordt mij toch een heel verhaal verteld. Vooral verduidelijkend is zijn schets met begeleidende tekst waaruit blijkt hoe het schilderij “De Schreeuw” is ontstaan. Een paar woorden zijn al genoeg om de sfeer van dat moment, dat uur, die dag op te roepen. En nee hoor, niet de persoon schreeuwt, het is de natuur:
Wanhoop.
Ik wandelde over de weg met twee vrienden – toen ging de zon onder. De hemel werd plotseling bloedrood en er sloeg een golf van weemoed door me heen. Ik bleef staan en leunde tegen het hek, dodelijk vermoeid. Boven de blauwzwarte fjord hingen bloed en vlammentongen. Mijn vrienden liepen verder, ik bleef trillend van angst achter – en voelde een luide, eindeloze schreeuw door de natuur gaan.

Die weemoed en wanhoop is als een roofvogel, die zich in zijn hart heeft vastgebeten, zich in zijn ziel heeft genesteld, en zijn verstand heeft verduisterd. Ook hiervan in de vitrine een schets met tekst.

Munch en Van Gogh. Ik betrap mezelf erop dat alleen de eerste mijn volledige aandacht krijgt. De beide schilders leefden voor een deel in dezelfde tijd. Ze hebben elkaar echter nooit ontmoet. Het komt op mij een beetje geforceerd over om ze expliciet ter vergelijking bij elkaar te hangen. Ook al lijden beiden aan geestelijke onrust, toch is hun werk totaal verschillend. Van Gogh schildert over het algemeen naar de natuur, voor Munch is het psych(olog)ische veel vaker het uitgangspunt. Een bekende uitspraak van hem is dan ook: “Ik schilder niet wat ik zie, maar wat ik zag!”

Hoe goed bedoeld ook, ik vind de trend die je tegenwoordig in een tal van musea aantreft, niet altijd even gelukkig gekozen. Er worden steeds weer (vermeende?) verbanden gelegd. Schilders met elkaar vergeleken, aan elkaar gekoppeld. Invloeden toegedicht, waarvan ik me soms afvraag of het wel klopt. Ik vind het vaak rommelig en moet te veel schakelen.
Uiteraard wordt de kunstenaar beïnvloed: door anderen, door de tijdgeest, door de omgeving, maar toch blijft zijn kunst heel persoonlijk en is deze niet met die van anderen te vergelijken.

Die manier van verbanden leggen, overeenkomsten of verschillen zoeken zal wel met de huidige tijd te maken hebben: alles wordt gecommuniceerd, gedeeld en becommentarieerd. Het moet lekker luchtig zijn. Iedereen moet overal over kunnen meepraten, zijn mening over kunnen ventileren. (Tja. Een beetje zoals ik nu dus ook doe…….)

Ik houd van een chronologische opbouw van een tentoonstelling, zodat je de ontwikkeling van de kunstenaar ziet aan zijn eigen werk. Ik vind het dan ook grappig op de site van het museum te lezen, dat dit ook gold voor beide schilders:
Vincent en Edvard hadden ieder voor zich grote plannen voor hun belangrijkste werken. Ze wilden ze als een samenhangend geheel laten zien, als een serie. Daardoor zouden hun schilderijen meer betekenis krijgen.

Toch heeft het Van Gogh gekozen voor een meer thematische indeling. Het zij zo.

Hans_heyerdahl_fiskergutten_1886

Gisteren realiseerde ik me ineens dat de tentoonstelling op zijn einde loopt. Nog één keer rondlopen en de verse sneeuw van Munch zien. Een schetsje maken van de roofvogel. Maar vooral….. me nog één keer verlustigen aan zijn inspiratiebronnen: Krohg en Heyerdahl. Nog één keer de jongen aandachtig naar zijn hengel zien staren. Nog één keer de uitgeputte moeder en haar vol overgave slapende, rozige baby zien. Ik kan er weer tijden tegen!

Christian_Krohg-Sovende_mor_med_barn_1883

——————————————————————————————————————-

De afbeeldingen van de schilderijen van Krohg (Slapende moeder met kind) en van Heyerdahl (Vissersjongen) komen van het internet.

Film over Edvard Munch: https://www.eyefilm.nl/film/edvard-munch?program_id=11778818

Kijken is (de) kunst

DSC00094

De mist maakt van de koeien de aanzet tot een tekening: een donker streepje rug en kop in het omfloerste groen. Vage aanduiding van struikgewas, een enkele boom. Hier en daar lichten de kassen van het Westland oranjegeel op. Wateringen, Kwintsheul, Poeldijk, Naaldwijk, poëtische namen. Al met al goed om in de stemming te komen voor een bezoek aan het Stedelijk Museum in Schiedam.

We laten de grijze wereld voor een paar uur achter ons wanneer we, tussen de reusachtige pilaren door, het neoclassicistische gebouw betreden en rechtstreeks de kapel van het voormalige Sint Jacobs Gasthuis binnenlopen. De preekstoel is prominent aanwezig achter de balie. De museumwinkel met de gebruikelijke gadgets is hier gesitueerd evenals het museumcafé met gezellige zitjes en een leestafel.

In de linkervleugel (waar ooit de oude mannelijke Schiedammers hun dagen konden slijten) moeten we zijn. Hier komen de woorden van de oude dichter Kloos tot leven: “Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten.” Hier is het domein van de drieëntachtigjarige kunstenaar herman de vries (zonder hoofdletters, een residu van de zestiger jaren, vermoed ik), die een beetje god is. Een bescheiden, vriendelijke god, zoals kinderen hem waarschijnlijk voorstellen: grijs haar en een grote grijze baard.

DSC00115

De gedachte schept het beeld. De gedachte brengt een ordening aan in de chaos. herman de vries heeft zijn gedachten en de natuur geordend tot kunstwerken. Onbedoeld bedoeld, onnatuurlijk natuurlijk. Een god die zijn eigen wereld schept. Een wereld waar alles klopt, omdat alles mogelijk is. Spelen met licht en donker. Gebruik maken van het enorme aanbod van de natuur. Alles is voorhanden. Je moet het alleen willen zien. Kijken is de kunst. Zien nog veel meer.

DSC00096

Het werk zet je in eerste instantie aan het denken: heeft hij die blokjes met opzet zo geplaatst, is de schaduwwerking zo bedoeld? Maar het denken maakt al heel snel plaats voor ervaren. Kijken, kijken, kijken. Opgaan in het beeld. Verrast, verbaasd, verrukt, verheugd. Gaandeweg ontdek je als vanzelf dat er veel aan het toeval wordt overgelaten. Hoe iets in de ruimte is geplaatst. Hoe iets op papier is terecht gekomen. Maar toch ook weer niet altijd; er zijn duidelijke aanwijzingen dat de hand van de meester zich heeft geroerd. Nadrukkelijk in een bepaald ritme gedwongen blaadjes, nauwkeurig uitgestalde sikkels, op de juiste afstand geplaatste schaaltjes met specerijen. De toevalstreffer is dan bijvoorbeeld de puntige uitloper van het blad en het extra lange steeltje. Of de dikte van de takken, de grootte van de doorns. Het verschil in grootte van het blad van de sikkel.

DSC00116

DSC00102

Indrukwekkend is een wand totaal gevuld met plastic mapjes met daarin plantjes op een velletje papier. Deze komen van een stukje grond van 16 dm2, 40 bij 40 centimeter. Fantastisch hoe hij dat heeft gerubriceerd -volgens een strak systeem- want elk plantje kun je op zijn eigen plaats weer terugvinden. Zo’n klein stukje grond, uitvergroot tot een hele wand. De vergankelijkheid de baas, hier is het goed geconserveerd.

DSC00108

Vergankelijkheid. Dat is het uitgangspunt van herman de vries. Dat is wat hij ons wil tonen. Waar hij ons van wil doordringen. De verandering die plaatsvindt in de natuur, door de natuur. Want een geplet blikje dat roest en scheurt door de inwerking van de elementen en de tijd, kan ook in een lijstje terechtkomen.

Vergankelijkheid is af te lezen uit een opstelling van schedels en botten van dieren. Of van vreemd gevormde takken en stronken. Hiervan kan de opstelling elke tentoonstelling weer anders zijn, net als de verandering die plaats vindt in de natuur. Toeval. Niets is blijvend.

DSC00114

Aarde in vele kleuren en verschillende soorten as smeert hij ritmisch uit over grote vellen papier en lijst het in. Honderden lijstjes zijn gevuld met takjes, blaadjes, steentjes, schelpen.

Op drie grote vellen papier zie je hoeveel bladeren zijn appelboom heeft losgelaten om respectievelijk een, twee en drie uur ’s middags. De bladeren zorgen zelf voor de compositie, het oog van de kunstenaar ontdekt hierin de schoonheid. Zijn intentie verheft het tot kunst en zijn handen voltooien het werk op ambachtelijke wijze. De toeschouwer, de kijker vervolmaakt het door zijn aandacht.

DSC00097

Heel bijzonder is de installatie: rosa damascena. Het topstuk van de tentoonstelling, een vloer vol rozen in knop. De aangename geur verspreidt zich door de gehele vleugel. En dat is de bedoeling; meerdere zintuigen worden aangesproken, ook de reuk wordt bij het ervaren van het kunstwerk ingeschakeld. Aardetinten rondom. Opgaan in het geheel. Heel stil worden. En beseffen hoe vergankelijk we zijn.

DSC00112

De weg terug in omgekeerde richting. De koeien zijn heel. Het gras is groen. Langs de kant van de weg ligt geel blad ongeordend uitgespreid in de bermen.

——————————————————————————————————————-

En natuurlijk wilden wij, als nuchtere Hollanders, ook weten hoeveel rozen….? Honderdacht pond. Door herman de vries eigenhandig uitgestrooid.

Een mooie oude vrouw

woman

Ze had zich bedacht, zei ze door de telefoon. Ze had het idee dat het geplande uitje naar het Rijksmuseum, zondag, haar niet goed zou bekomen. We spraken af om het te verzetten. Iemand van zevenentachtig mag per dag beslissen wat wel en wat niet gaat, tenslotte. We zouden wel zien.

Zondagochtend, negen uur; de telefoon gaat. “Ja, heel gek”, klinkt het van de andere kant, “maar ik voel me vandaag prima. Wat vind je ervan, is het te laat om nog te gaan? Voordat ik er ben…” Ik vind dat het best kan en zo zetten we een leuk middagje Amsterdam op stapel. Zij reist met het Boekenweekgeschenk vanuit Den Haag. Ik pik haar op en samen lopen we naar lijn vijf. De bronskleurige wandelstok (“Gisteren gekocht. Chique hè?”) hangt er maar een beetje bij; ze loopt nog als een kievit. Voor de tram goed en wel is vertrokken, zijn we – zoals altijd – in een geanimeerd gesprek gewikkeld. Wanneer ze haar smartphone tevoorschijn haalt om wat foto’s te laten zien en te vertellen dat whatsapp ‘het niet deed’ en ze me dus maar een sms’je heeft gestuurd onderweg, draait de persoon voor ons zich om, met een grote grijns: “Zo leuk, als mensen met hun tijd mee gaan!” Ja, dat vind ik ook. Deze Haagse dame is nog heel erg bij de tijd; leest de krant, leest boeken, kijkt tv, denkt na, gaat naar musea en concerten.

Om nou een uur in de rij te gaan staan voor het Rijksmuseum is geen goed idee. “Mijn rug, weet je…” Bij het Van Gogh is de rij een stuk korter. Na een kwartier zijn we binnen en genieten van Felix Vallotton. Ik heb de expositie eerder deze week al gezien, maar nu geniet ik door haar ogen. En weer zie ik dat mensen door haar enthousiasme, humor en onbevangen kijk op het werk geraakt en geamuseerd worden.

Couple_epingle_Vallotton

De middag vliegt om. Na de koffie en het gebruikelijke bezoek aan de museumwinkel wordt het tijd om naar huis te gaan. Onderweg wijst ze me op het tere groen van de uitbottende bomen. En het gesprek gaat over ouder worden en jong blijven. In de trein installeert ze zich pontificaal voor het raam met ‘Een mooie jonge vrouw’ van Tommy Wieringa.

“Hoe is het met je?”, vraag ik later via de telefoon. “Als ik niks doe, kan ik nog alles”, is haar gevatte antwoord. Een mooie oude vrouw…..

——————————————————————————————————————–
De afbeelding van ‘de oude en jonge vrouw’ en de houtsnede van Vallotton, ‘De mooie speld’, komen van het internet.

Helmond, een stad vol verrassingen

DSC08892

Een uitje op kosten van de NS, wie wil dat nou niet? Vriendin H en ik besloten onze vrij-reizen-dag zo goed (lees duur) mogelijk te besteden. Vanuit de Zaanstreek naar Helmond is een flinke reis. Het lukte bijna zoals we hadden gepland. Doordat de trein vanuit onze woonplaats net iets te laat kwam (de trein naar Amsterdam vertrekt over enkele minuten…. Ja, ja, heeft enkele minuten vertraging, zullen jullie daar bij de NS bedoelen), ging het overstappen in de hoofdstad iets minder soepel, zodat we flexibel en creatief onze reis moesten voortzetten.

Helmond, een bende bij het station. Alles ligt opgebroken. Na enig gezoek vinden we de juiste richting naar het centrum. Daar eerst koffie. Met vlaai, denken wij. Verkeerd gedacht; we worden vriendelijk maar beslist terecht gewezen: dit is Brabant, voor Limburg hadden we in Eindhoven richting Weert moeten gaan. Ter compensatie een heerlijk gebakje van de plaatselijke banketbakker. De Brabantse gezelligheid is voel- en hoorbaar. En, lekker opgewarmd, durven we het aan met de verrassingstocht te beginnen.

DSC08854

Natuurlijk was het optimaal profiteren van de NS niet onze enige reden om deze stad te bezoeken. Architectonisch schijnt er ook heel wat te zien te zijn. En jawel. Net buiten het centrum ontdekken we de kubuswoningen van Piet Blom. Andere kleurstelling dan in Rotterdam: daar geel, hier groen. Een mooie opstelling in een halve cirkel op een pleintje.

DSC08866

Door de hele binnenstad is een beeldenroute aangelegd. Intrigerende beelden en beeldjes. We verbazen ons steeds meer; wat we ook hadden verwacht van Helmond, dit zeker niet.

DSC08871

Het Gemeentemuseum is verdeeld over twee locaties: een oud gedeelte, wat heel toepasselijk in een kasteel gevestigd is en een totaal nieuw gebouw, de Boscotondohal. Het kasteel bezoeken we het eerst. Daar bekijken we de vaste expositie over het ontstaan van Helmond, de collectie Stadshistorie. Veel deurtjes, luikjes, geluiden. Veel zelf doen, interactief, zoals dat tegenwoordig heet. Voor kinderen (kids, volgens het gidsje….) heel begrijpelijk en leuk. En dit is de grote doelgroep. Hele schoolklassen kunnen hier hun hart ophalen.

DSC08880

Op de bovenverdieping, met de licht krakende parketvloer, wacht ons weer een verrassing. Hier is de collectie ‘Mens en Werk’ te vinden: schilderijen, tekeningen, foto’s, van de 19e eeuw tot nu. Bekende schilders uit binnen- en buitenland zijn hier vertegenwoordigd: Jan en Charley Toorop, Bart Van Der Leck, Cas Oorthuijs, Käthe Kollwitz, Pisarro. De robuuste opstelling geeft het geheel een ambachtelijke uitstraling. We drinken, nee, we slurpen het in. Als het hierbij zou blijven, waren we al dik tevreden, met dit aan de NS ontfutselde uitje. Maar we gaan voor het totaal.

DSC08885

Na een heerlijke lunch – ja, we moeten nog even – staat het nieuwe museum, De Boscotondohal, op het programma. Een prachtige plek, ook deze buurt is architectonisch zeer de moeite waard. Je verwacht niet, en dat is natuurlijk een verkeerde aanname, begrijpen wij direct, dat er hier, in het zuiden, zulk bijzonder werk te vinden is. Maar waarom ook niet. Onze vooroordelen stellen we direct bij.

Voor de balie staat op een standaard een dik fotoboek over Mandela. Als eerbetoon aan deze geweldige man. Het is nog maar een week na zijn overlijden. Later zullen we zien dat er in dit museum nog een link naar hem te vinden is.
We hebben niet heel veel tijd meer om uitgebreid de expositie: Kanaalwerken te bekijken, maar we starten vol goede moed. Weer worden we aangenaam verrast. Moderne kunst in zijn beste gedaante. De opstelling over het graven van de Zuid-Willemsvaart (door Theo van Keulen) spreekt zeer tot de verbeelding. En de foto’s die dit begeleiden, getuigen van een groot gevoel voor humor van de kunstenaar; we zien bevriende kunstenaars, die voor de foto bereid waren om een gat in hun eigen tuin te graven.

DSC08893

Vooral prachtig vind ik het laboratorium van Olaf Mooij. In drie geschakelde metalen stellingkasten staat van alles op sterk water. Goed kijken is een must: het zijn apothekerspotten met plastic autootjes, maar ook met sinaasappelnetjes, stekkertjes! Speelgoedauto’s in nog meer gedaantes, als fossiel bijvoorbeeld.

DSC08900

DSC08901

Ook de werken die van glanzend satijnen paspelband in elkaar zijn gezet zijn prachtig. De werking van het licht heeft een bijzonder levendig effect en geeft diepte en schaduw. Martin Fenne, geïntrigeerd door het moeizame bestaan van vluchtelingen in Nederland, maakte deze opvallende creaties.

DSC08910

In een aantal werken, o.a. in dat van Misja van Daal (ooit ontwerper van dessins), zien we een verwijzing naar de Vliscofabriek, die hier in Helmond gevestigd is. Hier worden de stoffen met Afrikaanse prints ontworpen en gefabriceerd. Veel vrouwen in Afrika zijn er gek op en maken hun kleding graag van deze uit Nederland afkomstige stoffen. En ziehier de aangekondigde link naar Mandela.

DSC08905

We blijven tot sluitingstijd. Het is inmiddels donker. Op de route naar het station lopen we langs de Vliscofabriek. De laatste verrassing van vandaag.

We voelen ons als de twee winkelende vrouwen, het beeldje dat we aan het begin van de dag al zagen. Maar onze bagage is van immateriële aard. Hier kunnen we weer lange tijd op teren.

DSC08867