O, jongens!

Waar was ik
Toen jullie bolle babybuikjes
Verdwenen als sneeuw voor de zon
En jullie veranderden
In gespierde spijkers

Waar was ik
Toen het spelen met autootjes,
Lego en dieren
Plotseling veranderde
In belangstelling voor het echte leven

Waar was ik
Toen het voorlezen van filosofische
Kinderboekjes
Veranderde in diepzinnige gesprekken
Over het heelal

Waar was ik
Toen “Mag het speelgoed
Tot morgen blijven staan?”
Veranderde in gedachten
Over geld verdienen, nu en later

O, jongens, de tijd vliegt
En ook jullie gaan veel sneller dan ik
Kan bijhouden

Maar gelukkig
Ik was er wel toen jullie gisteren opstonden
En ik zag het weer
Tot mijn grote vreugde

Ochtendhaar!

Advertenties

Stil genieten

De stilte was oorverdovend. Zo’n gewone uitdrukking. Maar soms voelt het toch echt zo. ‘Soms’ was de woensdag na de logeerpartij van mijn drie kleinkinderen in hun voorjaarsvakantie.

Terwijl ik de knutselspullen bij elkaar zocht en ze daarna met monopoly en damspel naar de logeerkamer bracht, miste ik de gezellige gesprekken. De enthousiaste uitroepen, de lieve vragen: “Hé oom, mag ik…..?”, en dan moet het wel een heel gek voorstel zijn, wil ik er geen toestemming voor geven. De pop baden in de afwasteil? Natuurlijk! ‘Melk’ maken van maïzena en water voor in de fles van de pop? Ook dat is goed. Koekjes bakken? Gezellig. Nóg een aflevering van Buurman en Buurman? Van de familie van der Ploeg? Vanzelfsprekend. Een half uur ‘op de tablet’? Ja hoor. Een vierde potje monopoly? Graag. Een kleurplaat uitprinten? Ga je gang, je weet hoe het werkt.
Zo verliepen er twee heerlijke dagen.

Ook de uitdrukking ‘stille getuigen’, is nogal belegen en versleten. Maar dit keer kwam ik er zoveel tegen; kleine getuigen van kleine gebeurtenissen.

Een druppel ‘hele goeie’ haargel op de badkamerspiegel.
Drie washandjes gebroederlijk naast elkaar op de radiator.
Drie lege tandenborstelbekers.
Een gekraakte, maar niet opgegeten walnoot in de schaal.
Een Pokémonkaart onder een hoofdkussen.
De ‘bijzondere’ schelp waar ineens een klein stukje van af is. Net als van de neus van het spekstenen nijlpaardje.
De nog nadruppende pop die in de keuken op de radiator zit op een stapeltje keukenpapier.
De lege verpakking van de maïzena in de keukenkast.
Een tictacje op de vloer voor de achterbank in de auto. In gedachten hoor ik de vraag: “Hoeveel mag je er?” De vraag die alleen gesteld wordt door kleindochter. De jongens houden zich bezig met de vraag wie er (eerlijk) aan de beurt is om het doosje open te maken en de snoepjes uit te delen. Ieder twee!
Een per ongeluk in de auto achtergelaten knuffeltje. Heel zielig natuurlijk. Zowel voor het knuffeltje als voor de liefhebbende eigenaresse.
Maar het mooiste en het liefste vind ik de tekst op het whiteboard in de keuken. Geschreven met een bijna lege stift, maar daarom niet minder dierbaar. Ik maak een foto…..

…… en dan pak ik de stofzuiger en zuig de restjes anijshagel op.

Logeren in de herfstvakantie

Het is herfstvakantie. Mijn drie favoriete kleinkinderen (5, 7 en 8) komen bij mij logeren.
Dat betekent:

Hun ‘eigen’ handdoeken en washandjes klaarleggen
Net als de tandenborstels (cars en prinsessen)
Bijgepraat worden over snelle auto’s
Helpen de pop aan te kleden
Een uit bed gevallen jongetje knuffelen en weer lekker instoppen
Een potje voetballen
Verliezen met 12-0
Met zijn vieren pannenkoekenbeslag maken
Een grote stapel pannenkoeken als sneeuw voor de zon zien verdwijnen
Heel veel tekeningen bewonderen
Kleurplaten van snelle auto’s uitprinten
Kleindochter leren borduren
Zien hoe handig zij dat doet en hoe trots ze daarop is

DSC08745

Een klein meisje naast je voelen kruipen ’s ochtends vroeg
Op haar vraag, vertellen hoe zij was als baby: lief en klein en schattig
Luisteren naar de verhalen uit de boeken die haar moeder voorleest
Nog meer kleurplaten uitprinten
Voorlezen uit “De Poes die dacht dat hij een muis was”
Voorlezen uit “Bij uil thuis”, voor de denkertjes
Naar natuurcentrum ‘De Hoep’
Me heel verantwoordelijk voelen met zo’n kostbare ‘lading’ in de auto
Horen van de jongens hoeveel snelle auto’s er op de weg zijn
Horen van het meisje dat ons weer een rose auto tegemoet kwam
Genieten van de vrolijke gezichten
Zien hoe vertederd de jongens naar hun ‘kleine’ zusje/nichtje kijken
Tevreden constateren dat ze respect hebben voor de natuur
Vertedering voelen bij het zien hoe de jongens de opgezette vos zachtjes aaien
Kijken naar rennen, klimmen, springen (en de sociale interactie met vreemde kinderen)
Stiekem glimlachen om het besluit tóch naar de dvd van Buurman en Buurman te kijken (hoewel ze eerder verklaarden dat ze daar te groot voor waren)
Ze B en B ‘advies’ te horen geven (roepen, als bij poppenkast, maar helaas het gaat natuurlijk toch mis)
Verbaasd zijn omdat de jongens ’s ochtends lekker liggen te lezen in bed (‘vroeger’ gingen ze altijd direct spelen)

download

Gedichten van Annie M.G. Schmidt voorlezen
Liedjes van dezelfde schrijfster draaien (gezongen door Hetty Blok en Leen Jongewaard, gelukkig niet zo’n eng kinderkoor…)
‘De Wimwamreus’ extra spannend voorlezen en zien hoe ze daar griezelend van genieten
De kleine meid naar bed brengen en de jongens nog een kwartier laten opblijven
Op de vraag of de legobak mag worden omgekieperd, uiteraard “Ja, natuurlijk!” zeggen
Me verbazen over die vraag; vroeger ging de bak gewoon om
Mijn enthousiasme uiten over de bijzondere legobouwwerken van de jongens

DSC08749

Hun lievelingseten maken
Een wonderschelp in een glas water laten uitkomen
Een appeltje schillen voor het jongetje dat niet kan slapen
Met de mond vol tanden staan bij zijn filosofische opmerking over het opladen van een batterij
Van het andere jongetje horen dat zwemmen met dolfijnen kinderen kan helpen vriendjes maken
Me verbazen over het feit dat hij snapt hoe dat werkt
De laatste ochtend de koffers weer inpakken
Genieten van hun enthousiaste verhalen aan de ouders
Me intens gelukkig voelen met zulke lieve, grappige, spontane, levenslustige kinderen

En dan…
Met een zucht de deur achter ze dicht doen en ze direct alweer vreselijk missen.

(Voor de goede orde, ik ‘heb'(*) maar drie kleinkinderen, en alledrie zijn ze favoriet, op hun eigen eigenwijze wijze.)

(*: Lees Kahlil Gibran er maar op na: Je kinderen zijn je kinderen niet…. Uit: De Profeet)