Noorderzon

“Hier Maarten”, zei de man met het grijze baardje, “neem jij hem maar. Ik houd ermee op.” Maarten keek verbaasd naar wat hij in zijn handen gedrukt kreeg. Wat moest hij met dat uitgerookte barnstenen pijpje? “Maar…”, probeerde hij. De man keek over zijn schouders naar links en naar rechts, constateerde dat Tuinier in geen velden of wegen te bekennen was en vervolgde: “Die hark van je-weet-wel heb ik daar, achter je, aan de wilgen gehangen. Het is uit met de pret.”

Maarten keek achterom; nee, hij had het nog niet gezien. Aan de voet van de kale boom zag hij ook het kleine botte bijltje van Cornelis liggen, dat kennelijk al eerder was weggesmeten. Hij zuchtte. Dit leek verdacht veel op het einde van een mooie periode met de scherpzinnige denker. Wat was hij een goed voorbeeld geweest voor velen. Wat had hij interessante ideeën. Wat schreef hij gloedvolle verhalen. Hij kon er toch niet zomaar tussenuitknijpen? Terwijl hij de kat aaide die rondjes draaide om zijn klompen, bedacht hij dat hij het niet al te zwart wit moest zien. Hadden ze niet enorm veel wijsheden om op te teren? Moesten ze maar niet gewoon tevreden zijn met het feit zo’n bijzonder mens te hebben gekend?

Hij keek Plato vragend aan, maar die staarde peinzend in de verte. Wat er precies in hem omging, liet hij natuurlijk niet merken.

——————————-

Eenentwintig juni. De langste dag. De warmte lag als een dikke deken over het land. Maarten stak zijn pijpje op en leunde peinzend tegen een wilg. Geen zuchtje wind. De zon in het hoge noorden. Waarom hij uitgerekend vandaag zo sterk aan die oude Zaanse filosoof moest denken… Hij zal toch niet? Met de noorderzon? “Nee”, wist hij, “zover zou het niet komen.”

——————————–

En een dik half jaar later, ziedaar!

——————————————————————————————————————-

Plato is back!

Een zelfbedachte WE-300. De grote meester heeft er geen opdracht voor gegeven. Maar we zijn niet van hem afhankelijk, tenslotte.
Het woord waar het om draait, maar dat in bovenstaande tekst van 300 woorden niet is genoemd, is: MISSEN.

Het plaatje komt van het internet.

Advertenties

Brief aan Beatrix

Lieve Koningin,

Nog een week en dan komt er een einde aan uw koningschap. U wordt opgevolgd door uw oudste zoon. Dat dat ooit zou gaan gebeuren, weet u natuurlijk al vanaf zijn geboorte. En het lijkt me dat je zo’n kind anders bekijkt dan de andere. Dat je je onwillekeurig regelmatig afvraagt of hij het aan zal kunnen. Dat je je regelmatig realiseert dat zijn toekomst vastligt, dat hij het maar heeft te doen. Dat hij wel eigen keuzes kan maken, maar altijd binnen de grenzen van de regels en normen van het koningschap. Dat zal in uw situatie niet anders zijn geweest: ook uw moeder heeft zich waarschijnlijk dezelfde vragen gesteld. In de fragmenten die op de tv werden vertoond na de aankondiging van uw abdicatie, zagen wij dat zij een enorm vertrouwen in u had. Dat heeft u nu in uw zoon. Wat zult u met trots naar hem kijken die dag. En zijn eerste officiële optreden zal zeker ontroering teweeg brengen bij u als moeder. Maar ook vreugde. Uw hart zal vol zijn.

Het volle hart… Wat zult u ze missen in deze tijd van grote veranderingen: uw man met wie u zoveel heeft gedeeld. Van wie u zoveel heeft gehouden; ja, dat was te zien. En uw zoon, die al meer dan een jaar onbereikbaar is. Om wie u zoveel verdriet heeft. Uw ouders….. Uw gedachten zullen bij hen zijn. Maar professioneel als u bent, zult u met opgeheven hoofd, de schouders eronder, deze laatste klus klaren.

Nog een week en dan is het zover. Verhuizen en opnieuw beginnen. Ik vermoed dat u dat doet met gemengde gevoelens. U bent er natuurlijk van overtuigd dat uw zoon het goed zal doen (in twee betekenissen); hij is tenslotte langdurig voorbereid op zijn nieuwe werkzaamheden. En toch lijkt het me vreemd en onwennig om de taak waar u zich altijd met hart en ziel van hebt gekweten, over te dragen aan de man in wie u ook nog steeds het kind ziet.

Hij zal weten dat u hem blijft steunen, dat hij altijd om advies kan vragen. Dat u achter hem staat, zoals het een moeder betaamt. En mocht hij eens struikelen, dan weet hij dat u er bent om hem op de been te helpen. U klopt het stof van zijn kleren en met een glimlach zult u zeggen: niets aan de hand.

1959187210