Het roze tasje

tasje

Al keuvelend lopen ze in de richting van de tram, waarin ik me net heb geïnstalleerd. Twee grijze heren van dik in de zeventig, schat ik. Terwijl de eerste redelijk vief instapt en vlot incheckt, hijst nummer twee zich moeizamer de tram in. Nadat hem door de conducteur is verzekerd dat dit lijn vijf is, hoor ik het incheckpiepje. Hij schuifelt verder en zijgt neer naast zijn reisgenoot, schuin voor mij, aan de overkant van het pad. Is de eerste man een onopvallende verschijning in een wat slobberige grijze broek en dito jack, de laatst ingestapte is wel enige beschouwing waard. Wat op het eerste gezicht orthopedisch schoeisel lijkt, blijkt bij nader inzien een paar moderne zwarte Ugg’s. Echte. Daarboven een hippe strakke zwarte broek. Een dure zwarte suède jas. Een donkerrode zijden sjaal. Een pet met een -voor mij onbekend- merkje. Hij leunt losjes met zijn rechterhand op de wandelstok die tussen zijn voeten steun vindt. Met zijn linkerhand houdt hij een cadeautasje in evenwicht op zijn knie.

Ze wanen zich onbespied, maar ik zit binnen gehoorsafstand en kan het gesprek ongevraagd volgen. De modernste van de twee blijkt een 3D-bril te hebben aangeschaft, die hij gebruikt in combinatie met zijn mobiele telefoon. In geuren en kleuren doet hij de installatietechniek uit de doeken. En de talloze mogelijkheden. Maar vooral het plezier dat hij er al van heeft gehad. Door musea struinen vanuit je luie stoel. Het heeft iets weg van de 3D-bril in de bioscoop, weet je wel? Het gesprek gaat verder over computers, iPhone’s en tablets. En dit alles met welluidende, licht geaffecteerde stemmen. Fitte oude bazen, goed op de hoogte en duidelijk genietend van alle moderne snufjes.

Het donkerrode elastiek, vastgemaakt aan de schouderriem van de luxe zwarte tas en verdwijnend tussen de rits, intrigeert me. Is er toch iets echt oude-mannetjes-achtigs aan deze chique heer? Bij het naderen van hun eindbestemming zie ik het gebeuren: het elastiek wordt uit de tas getrokken en aan het eind daarvan bungelt de ov-kaart. Verlies-proof.

Halte Concertgebouw. Daar gaan ze. Een stok, een hand op een schouder. Als de tram zijn weg vervolgt, zie ik ze oplettend de straat oversteken.
Het doel van hun tocht is niet besproken tijdens de reis. Het roze tasje wordt enigszins nonchalant meegedragen, bungelend aan twee vingers, alsof het niet bij ze hoort.

Wie zal de gelukkige zijn?

——————————————————————————————————————-

De foto komt van het internet.

Advertenties

Een sterk verhaal

(Of hoe een bezoekje aan de bibliotheek voor nogal wat opschudding kan zorgen….)

DSC08819De middag loopt al op zijn eind, wanneer ik bedenk dat ik nog een verjaardagskaart wil kopen. Ik heb een doos vol kaarten, maar ze zijn geen van alle geschikt.

Onderweg op de fiets verbaas ik me over alles wat mensen verliezen: een speen, handschoenen, aanstekers liggen tussen rottend blad tegen de stoeprand. Verhalen ontspinnen zich in mijn hoofd.

Plotseling valt mijn blik op een mobieltje. Een oud model. Ik aarzel even, maar stap toch af. Op de stoep staat een jongen zijn fiets te repareren. “Is deze telefoon van jou?”, vraag ik hem. Hij kijkt me meewarig aan: zijn smartphone ligt naast hem op de grond. Naar de politie dan maar, denk ik.

De kaart is gekocht en ik rijd de stad in. Hé, hier was toch altijd het politiebureau? Borden met Kijkshop en Uitzendbureau logenstraffen mijn aanname. In het nieuwe gemeentehuis misschien? Ach nee. Ik laat het centrum achter mij; in mijn eigen dorp kan ik terecht. Daar staat het nog altijd aangegeven in jaren-zestig-stijl: politieburo.

Terwijl ik het telefoontje uit mijn zak haal, verlies ik zelf een handschoen, die me gelukkig door een vertrekkende agent wordt aangereikt. Achter de balie een agente die mij vriendelijk maar resoluut te woord staat. “Nee mevrouw, gevonden voorwerpen nemen we niet meer aan. Al vanaf december 2012 – spreekt ze me bestraffend toe – moeten die op het nieuwe gemeentehuis in het centrum worden afgegeven.” Nou ja! Daar kom ik net vandaan. Wel heeft ze nog een tip: de site ‘verloren en gevonden’, daar kan ik ook op terecht. Ik bedank voor de informatie.
Onderweg naar huis, het mobieltje brandend in mijn zak, bedenk ik hoe ik dit ga oplossen. Op een site zetten? Niks ervan. Dit gaan we eens professioneel aanpakken. Vanavond nog moet alles geregeld zijn en de telefoon terug bij de rechtmatige eigenaar.

Klepje open. Menu. Telefoonnummers. Naam zoeken. Een lijstje met twintig namen verschijnt. Bianca staat bovenaan. Ik bel. Een vrouw neemt op en ik stel me voor: “U heeft misschien het nummer gezien, maar ik ben niet degene die u daarop zou verwachten.” Zij is niet Bianca, maar haar moeder, in Amsterdam. En Bianca is juist vanochtend naar het buitenland vertrokken. Zij heeft een ander nummer, maar door woningruil….. “Ik bel haar man”, zegt ze kordaat. “En mag ik uw nummer, zodat ik daarna terug kan bellen?” Zo gebeurt. Zij belt terug en meldt dat Tim, de echtgenoot, mij zal bellen. Inmiddels heb ik wat namen uit het lijstje genoteerd. Dat kan misschien voor wat meer duidelijkheid zorgen. “Ja”, zegt Tim, “dit zijn allemaal namen uit onze familie. Bel mij eens met dat toestel, dan kan ik het nummer noteren”. Daarna belt hij met één van de mensen uit het lijstje, een neef, van wie hij verwacht dat hij het nummer zal herkennen. Dat is het geval. Deze neef blijkt een kleinzoon van de opa, die het mobieltje is verloren toen hij naar de bieb ging. Klopt, daar vond ik het.

Neef belt mij. Hij komt met opa zo snel mogelijk langs. En inderdaad. Nog geen tien minuten later staat hij voor de deur. Een vrolijke knul met een zo mogelijk nog vrolijker bos rode krullen. Opa zit in de auto. “Hij had hem nog geeneens gemist”, zegt hij met een grote grijns. “Maar hij heeft nu wel weer een mooi sterk verhaal!”

“Ja”, denk ik, terwijl ik glimlachend de deur achter hem dichtdoe, “en ik heb een onderwerp voor een blog.”

Wladiwostok

Dit is een verhaal in het kader van WE-300, een schrijfopdracht van Plato (http://platoonline.wordpress.com/): Schrijf een verhaal van 300 woorden waarin een door Plato bedacht woord niet mag voorkomen, maar het moet wel duidelijk zijn dat het daarover gaat. In dit geval was het verboden woord: boeien. Ik heb het ‘vertaald’ met Wladiwostok.

DSC08000

Nadat ze haar tas tussen twee banken had geperst, zeeg ze neer op de enige plek in de coupé die nog vrij was. Naast een van de twee vergenoegd kijkende dames, die tegenover elkaar bij het raam zaten. Kon die ene die rode koffer niet een beetje aan de kant zetten? Zag die trut dat zelf niet? Haar stemming werd er niet beter op toen er werd omgeroepen dat de sprinter naar A tien minuten vertraging had. Altijd hetzelfde. Eindelijk had ze de beslissing genomen, eindelijk was ze weggegaan en nu reed die trein weer niet op tijd.
Die van de rode koffer schopte haar schoenen uit en maakte het zich gemakkelijk. Wat deed ze nu? Ze haalde een pincet en een spiegeltje uit haar handtas en … nee, het kon niet waar zijn. Wat een onsmakelijk mens. Was zij er niet juist vandoor gegaan omdat haar man er van die onfrisse gewoontes op na hield? Vermoeid staarde ze uit het raam. Wat een leven. Maar ze ging het nu echt helemaal anders doen.
De trein zette zich tenslotte in beweging. Zou ze nog kunnen boeken voor de Trans Siberië Expres? Naar Wladiwostok reizen; dat had ze nou altijd al gewild. Als hij er maar niet achter kwam. Ze moest het goed aanpakken; een rechercheur was tenslotte niet voor één gat te vangen. Ze rommelde in haar rugzak, die mobiel moest in elk geval uit.
De twee vrouwen raakten in gesprek. Waarom was ze niet in de stiltecoupé gaan zitten? Hier had ze totaal geen behoefte aan. Die ene, die de hele tijd al zo’n vreemd lachje op haar gezicht had, opende haar tasje en haalde een sleuteltje tevoorschijn. Allebei de dames kregen vreselijk de slappe lach. Ze keek nog eens goed; zo’n sleuteltje kwam haar maar wat bekend voor.

Wladiwostok

Bedankt Rebelse Huisvrouw (http://www.rebelsehuisvrouw.nl/boeien/) en Letterzetter(http://letterbak.wordpress.com/2013/07/23/verrassing/), dat ik een eindje met jullie mee mocht reizen.

Deel 2: Lady in Red http://wp.me/p36K0e-8E
Deel 3: Aan de Poort http://wp.me/36K0e