Schaduwrijk

Hij ligt er weer, de geurende, dampende, zwarte berg compost. Iedereen op het tuincomplex weet dat vanaf vandaag het tuinseizoen echt begonnen is. Natuurlijk is er al veel werk verzet. Er is gespit, geharkt, gesnoeid. Maar dit is het ultieme sein. Vanaf nu keert alles zich weer ten goede. We zien de bloesem al als roze-witte vlinders aan de fruitbomen, de kapucijners zich wentelen rond de stok, de tomaten kleurend van groen naar rood. Wel moet er nog even hard gewerkt worden, want het is de bedoeling dat de vruchtbare grond over de tuin wordt verspreid.

Een kruiwagen vol scheppen, het pad over, het bruggetje ‘nemen’, nog een pad, een bocht ronden en dan kan het zwarte goud gestort worden. En dit ritueel herhaalt zich. Na een paar uur en zo’n drie kilometer in de benen, liggen er twaalf hoopjes te dampen op de vers gespitte aarde. Heerlijk. Het geeft ons een uiterst tevreden gevoel.

Het zware werk wordt verlicht door de praatjes die je hier en daar maakt. Je rust even, je wisselt wat uit, een kwinkslag hier en daar. Het prachtige weer is vol beloften. De warme zon doet de geplaagde rug goed.

En toch. Hoe gezellig het ook is, hoe hard er ook wordt gewerkt, hoeveel grappen er ook worden gemaakt, en ondanks het vrolijke zonnige weer, toch is elke tuinder zich bewust van de schaduw die er over deze dagen hangt.

Tuinder E die een paar weken geleden plotseling overleed laat letterlijk een gat vallen in de gesloten tuinenrij. Niemand kan het nog bevatten. Zo’n sterke man, zo vriendelijk. Een tuinder in hart en nieren. Alles op zijn tuin was altijd keurig in orde; op tijd gespit, gezaaid, gewied. Het was dus bijna logisch dat als tegenprestatie zijn fruitbomen in bloei stonden, afgelopen herfst.

De twaalf hoopjes compost, die op zijn nog onlangs gespitte grond een beetje misplaatst liggen te zijn, hebben medetuinders daar gebracht. De tuin zal snel weer verhuurd worden.
Voor zijn dochter, die even verderop een tuin heeft, is het confronterend om steeds langs de lege tuin te lopen. Ze doet het. Ze houdt zich goed. Ze is sterk.

Tuinder A die normaal gesproken opgewekt en vrolijk aan het werk is, is nu stil en ernstig. Hij heeft een paar weken geleden afscheid moeten nemen van zijn vrouw. Voorgoed. Zij was ook de zus van tuinder D., die pas sinds januari een tuin heeft. We kennen hem nog niet zo goed, maar toch merken we ook de stilte rond hem op, terwijl hij bezig is een stuk zwarte, enigszins verwaarloosde grond om te toveren tot een mooie moestuin.

We missen tuinder W nu al een paar dagen. Dat is vreemd; hij is er bijna altijd. Tuinieren zit hem in het bloed, al veertig jaar. Net als E is hij een gedreven tuinder en een markante persoonlijkheid. Dat zijn ze trouwens allemaal, de oude bazen die al zo lang lid zijn van de vereniging. Later die dag wordt ons duidelijk waarom hij verstek laat gaan: zijn oudste zoon, in de bloei van zijn leven, is deze week overleden. W’s kruiwagen, nog vol compost, staat eenzaam te wachten bij het hek. Halsoverkop vertrokken…..

Het noodlot heeft de touwtjes in handen. In anderhalve maand drie sterfgevallen.
We weten het: de dood hoort bij het leven. Maar we worden nu stevig in ons nekvel gegrepen en met de neus op de feiten gedrukt.
Wat een verdriet heerst er op de tuin. We zijn er allemaal stil van. Bij sommigen rijt dit alles oude wonden open.

Dan laat plotseling de eerste de grutto zijn vrolijke roep horen. Hij heeft zijn prestatie geleverd en zal straks gaan nestelen in de Zaanse weilanden. De natuur gaat zijn gang. Zo is het nu eenmaal.
Aan de treurwilg verschijnen de eerste blaadjes.

Advertenties

Wintergloed

wintergloed

De zon zakt langzaam
Achter de kale bomen van de begraafplaats
Boven de tuintjes stijgt de damp omhoog
Alle tuinders zijn al naar huis

Ik boen spa en hark schoon
En zet ze in het hoekje van de kas
Een voldaan gevoel
Gespit, geharkt, gesnoeid
Niet eerder leek het zomer in december

Ik stamp dikke klonten aarde
Van mijn schoenen
Met een paar prachtige pastinaken
Loop ik trots naar mijn fiets

In een laatste zonnestraal
Licht de verdorde hemelsleutel op
Wintergloed
Geluk op de vierkante meter

Demeters hoop

DSC02511

Al maanden ligt de zwarte bonkige aarde
In dikke kluiten nat en kaal te wachten

Op de gedreven tuinder
Die met veel aandacht, werklust
En liefde, vooral dat laatste
De diep verborgen geheimen
Aan de grond zal weten te ontlokken

De groeikracht hangt als een onzichtbaar waas
Boven de kluiten
Die na een nachtje vorst
Bij de minste aanraking uiteen vallen
Ontvankelijke
Van beloften zwangere grond

Wie komt er met zoete of wellicht barse stem
De zaden toespreken
Zodat de harde bastjes
In het donker opensplijten
Om dan in door lentegroen gefilterd zonlicht
De kiemblaadjes te tonen
Voor het echte groeien aanvangt

Wie ontfermt zich met hart en hand
Over deze zo lang verguisde tuin?
Wie tovert een glimlach
Op het aangezicht der aarde?

“Geachte Vergadering”

Na het vorige blogje ben ik nog verder de geschiedenis ingedoken. Het oudste notulenboek van Tuinvereniging Zaandijk is een geweldige bron van informatie. Het nu volgende jaarverslag werd gepresenteerd in februari 1944. Zware tijden.

DSC02400

Jaarverslag 1943. Tuinvereniging Zaandijk.

“Geachte Vergadering”……………….

De heer J. Kamphuis, de pas benoemde secretaris, heeft er echt zin in. Hij schrijft een jaarverslag van ruim vier dichtbeschreven kantjes, in een keurig handschrift. Maar, hij waarschuwt wel: “Veel moet U er echter niet van verwachten, want
1ste Slechts korte poos heb ik in Uw bestuur zitting.
2de Over 1943 zijn geen notulen beschikbaar waaruit ik de gebeurtenissen van dit jaar zou kunnen opduiken.
3de Er was weinig activiteit te bespeuren, de inwendige organisatie en administratie was niet overzichtelijk en zoo was het ook op de tuinen, alles stond in het teeken van verval en dat nog wel in het jaar dat de Ver. haar 5 jarig bestaan herdacht. Ook het nieuwe bestuur was gedwongen door de huidige omstandigheden, hieraan geen ruchtbaarheid te geven”

Dit schrijft hij op het moment dat de oorlog nog ruim een jaar zou gaan duren. Dat is wat wij nu natuurlijk weten, toen was het allemaal nog onbekend; een zeer onzekere periode. Daarom ook is het bijzonder dat de heer Kamphuis er zo’n positief verhaal van weet te maken.

Uit het verslag blijkt dat er een nieuw bestuur is benoemd, dat “eenparig vol goeden moed is en de zaken anders aanpakt, dan tot nu toe het geval was. Zij heeft daarbij één doel voor ogen: namelijk de vereniging sterk te maken, zoodat ook na deze oorlog haar bestaan verzekerd is.”
Of de inspanning van het bestuur van 1943 er echt toe heeft bijgedragen, is natuurlijk niet te achterhalen, maar de vereniging bloeit nog steeds!

De heer Kamphuis memoreert nog eens aan het allereerste begin, toen de gemeente Zaandijk de grond in bruikleen gaf, zodat die kon worden uitgegeven aan werklozen, die graag wilden tuinieren. Dit mede door de bemoeienis van de Stichting Werklozenzorg Koog-Zaandijk. Na enige tijd werd er behoefte gevoeld aan het oprichten van een vereniging, met statuten en een bestuur. En zo geschiedde, op 22 november 1938. “Tevens werden op die avond de prijzen uitgereikt, vanwege de Stichting, voor de best onderhouden tuinen.”….. “De goede tuinders werden met tuingereedschap beloond.” Hij noemt de namen van deze mannen en vervolgt: “Vele van deze zijn nog lid en staan wat bewerking der tuinen betreft nog aan de spits, niettegenstaande dat zij nu lange werkdagen maken. Een woord van hulde aan deze pioniers is hier zeker op haar plaats”

Dan herhaalt hij de woorden die de heer Honig (de voorzitter van de Stichting) op de oprichtingsvergadering heeft gesproken: “In de eerste plaats acht ik het de plicht van hen, die krachtens hun positie daartoe in staat zijn alles te doen wat in hun vermogen ligt om de nood ontstaan door de werkloosheid zooveel mogelijk te lenigen. Ik ben de heer Brinkman erkentelijk voor zijn waarderende woorden, doch wil hier gaarne opmerken dat in de allereerste plaats dank moet worden gebracht aan mijn medewerkers die het grootste deel der werkzaamheden voor hun rekening nemen en voor wie geen moeite te groot is.”
De conclusie van de heer Kamphuis luidt: “Mijne Heeren, mij past het niet hier iets aan toe te voegen, hier sprak een groot en nobel mensch.”

Na deze lyrische ontboezeming keert hij weer terug tot de dagelijkse gang van zaken. Er is een inkoopcommissie in het leven geroepen. Hij vindt dat hij daar weinig over kan zeggen: “…aangezien ik daar zelf deel van uit maak. Toch meen ik te kunnen zeggen dat de leden hiermee ingenomen zijn. Deze inkoopcommissie staat nog in haar kinderschoenen, maar zij hoopt in de toekomst, op nog grotere schaal, aan de wenschen van de leden tegemoet te komen.”

Hij maakt duidelijk dat het bestuur misschien wel eens wat vervelende maatregelen zal moeten doorvoeren, maar dat dit altijd in het belang van de Vereniging zal zijn. “Als laatste spreek ik de hoop uit, dat de leden in het aanstaande tuinseizoen, het bestuur alle medewerking zullen verlenen.”

Dan besluit hij vol vuur, wat zeker te maken heeft met de tijd waarin men toen leefde: “….Dat de geest van kameraadschap over hen vaardig zal worden en dat wij elkander beter leeren begrijpen en elkanders werk weten te waarderen. Dan kan het niet anders of de Ver. zal in dit industriecentrum haar plaats veroveren en behouden. Ik wensch u allen een voorspoedig tuinjaar toe, met tuindersgroeten……”

jaarverslag 1943

Dit was weer een aardig inkijkje in het wel en wee van onze vereniging, met postume dank aan de heer Kamphuis. Ook over het jaar 1944 schreef hij een gloedvol verslag. Dat is voor een volgende keer.

Geschiedenis van een tuinvereniging

DE GESCHIEDENIS VAN TUINVERENIGING ZAANDIJK IN NOTULEN

Deel 2: De oorlogsdreiging wordt gevoeld

DSC00058

De eerste ‘Algemeene Ledenvergadering der Tuinvereeniging’ wordt gehouden op 26 januari 1939 in gebouw Nieuw Leven aan de Boschstraat 1 in Zaandijk.
Na de gebruikelijke zaken als voorlezen van de notulen en het tekenen van de presentielijst, wordt er gesproken over het vaststellen van Het Reglement. Het Kooger Reglement wordt als voorbeeld genomen. De voorzitter, de heer Pen, wil een artikel toevoegen over ‘Zondagsarbeid’ op de tuin. Dit heeft een verhitte discussie tot gevolg, doch na eenige verklaringen werd dit punt aangenomen. De dames Bakker zorgen voor een kopje thee en de heer Honig heeft voor “een fijne kist sigaren” gezorgd. Dan wordt er nog een nieuwe commissaris gekozen; de heer Zwart krijgt de meeste stemmen en mag dus toetreden tot het bestuur. Tijdens de rondvraag wordt er veel gesproken over de bemesting van de tuinen. Maar ook de afsluiting van het complex komt ter sprake. De poort wordt voorzien van gaas en prikkeldraad, waaruit nu maar weer blijkt dat er in vijfenzeventig jaar niet erg veel veranderd is. Tenslotte geeft het bestuur de leden de raad om de tuin zoveel mogelijk onkruidvrij te houden; bij sommigen laat dit wel wat te wensen over, het ontsiert het heele tuincomplex. Sommigen hebben bedankt als lid. De voorzitter waarschuwt om dat niet te snel te doen met het oog der tegenwoordige tijdsomstandigheden.

Op 19 oktober 1939 komt het bestuur weer bijeen. De secretaris leest de ingekomen stukken voor, die hoofdzakelijk bestaan uit aanvragen voor een tuin. De gegadigden hebben een invulbiljet toegestuurd gekregen, die gratis verstrekt zijn door de heer Brinkman van de Stichting Werkloozenwerk. Deze heeft ook officieel toegezegd dat de vereniging er nog een nieuwe akker bij krijgt.

De voorzitter had al eerder geopperd om verschillende soorten koolzaad op één tuin uit te zaaien, om dan later de leden van planten te voorzien. Dit heeft goed gewerkt en men is van plan om dit ook te doen met sla en snijbonen, in de hoop op betere kwaliteit. Verschillende leden hebben klachten geuit over de bemesting, ook over het soort kalk. Men besluit een deskundige te raadplegen, waarbij de keus valt op de heer Börneman. Ook denkt men dat de heer Brinkman er zijn licht wel over kan laten schijnen.

Eenentwintig leden zijn aanwezig op de Algemeene Ledenvergadering op 8 november 1939. Er wordt gestemd over een nieuw bestuurslid; de heer Post krijgt de functie. Wederom zorgen de dames Bakker voor de thee. De sigaren worden dit keer verstrekt door de heer Groenveld. De leden wordt de raad gegeven hun tuin goed te onderhouden. Eén lid maakt zich na die opmerking zo kwaad dat hij bedankte. Het ledental blijft groeien, zeker na het toewijzen van een nieuw stuk grond. Er zijn wat klachten over de bemesting. De ophanden zijnde oorlog doet zich voelen. Koemest is te duur en voor de kunstmest gelden distributiebepalingen. Wel blijkt dat de kwaliteit van de kalk beter is. Aangezien er niets meer aan de orde was sloot de voorzitter te half elf deze goedbezochte vergadering.

Op 18 oktober 1940 komt het bestuur bijeen ten Huize van de Secretaris. Dat er een moeilijke tijd aanbreekt wordt gevoeld. Men dacht dat het voortbestaan van de Tuinvereniging aan een zijden draadje hing, terwijl met het oog op de voedselschaarste het productief gebruik van de tuinen een vereiste is.
Dat men niet bij de pakken neer gaat zitten, blijkt wel uit het feit dat er besloten wordt gemeenschappelijk zaad te bestellen bij de firma Wouda in Oranjewoud. Er komen twee tuinen te vervallen, omdat de gemeente die noodig heeft om bagger op te gooien. Dat betekent ook een reorganisatie; één tuin was al leeg wegens overlijden van de tuinder. De heer Rispens, pachter van de andere tuin krijgt een nieuw stuk grond aangeboden. Bovendien vindt er een soort van herverkaveling plaats. Er zijn zoveel aanvragen voor een tuin, dat er besloten wordt om de kleine gezinnen 50 meter te ontnemen, wat dan weer ten goede kwam aan de groote gezinnen. En enkele nieuwe leden konden wij hierdoor aan een tuin helpen. Dat dit niet eenvoudig was, blijkt wel uit de opmerking: het gaf wel eenige strubbeling met sommige leden, doch alles is nu geregeld.

In april 1941 wordt een Algemene Ledenvergadering gehouden. Men had gedacht dat de hele vereniging uit elkaar zou vallen, maar niets is minder waar. Het ledental stijgt van achtenveertig naar honderdvier. Het bestuur raadt de leden aan datgene te verbouwen waaraan de meeste behoefte is. Zaad en pootaardappelen konden wij alles nog vrij koopen, ook met de kunstmest liep het bijzonder mee, hoewel daar eenige moeite voor noodig was.

Er vinden nogal wat veranderingen plaats, maar gelukkig ondervindt men van de Stichting Werklozenwerk de volle medewerking om alles in goede banen te leiden. Het complex aan de Tuinsloot is niet meer beschikbaar wegens bouwplannen van de gemeente. Een enorme teleurstelling, maar men gaat naarstig op zoek naar nieuwe grond. De heer Krijt wordt bereid gevonden een akker af te staan, waarop eenentwintig van de zesendertig ontheemde leden weer aan de slag kunnen. Zelfs de burgemeester wordt ingeschakeld en zo kwam het voor elkaar dat er een akker gehuurd kon worden ten zuiden van de werf van Beudeker. Ook het complex van De Zwarte Arend – eigendom van de firma Pielkenrood – ondergaat een uitbreiding. Deze firma eist daarna een aantal tuinen op voor het personeel. Hier kan men natuurlijk geen bezwaar tegen hebben, zodat de vereniging nog weer eens wordt uitgebreid met tien leden.

img005

Tussen de regels door is te lezen dat er niet veel nieuws is onder de zon. Er wordt in 1940 al gesproken over het netjes houden van de paden en greppels: om een ander niet tot last te zijn. En de huidige nummerbordjes zijn betrekkelijk nieuw, maar in 1940 is er voor het complex op Rooswijk een aantal bordjes gratis door de heer Rispens in orde gemaakt op de timmercursus. Ook het (niet) sluiten van de poort is van alle tijden……

(N.B. De cursief gedrukte tekst is letterlijk overgenomen uit het prachtige oude notulenboek. In de loop van dit jaar zal de geschiedenis van de eerste tien jaar van de vereniging in delen verschijnen, zowel op de website van de vereniging als op mijn blog. Lees ook deel 1: https://ajroc.wordpress.com/2014/11/04/tuinvereniging-zaandijk-een-geschiedenis-in-notulen/)

Belofte maakt schuld

DSC00057

“Heb je gezien hoe netjes de poort is?” Cees kijkt me hoopvol aan. “Hij is natuurlijk niet nieuw meer, die roestbak, maar opgeknapt is-ie.” Dat moest ik beamen, ik was er tenslotte net zelf doorheen gekomen. “Heel netjes gedaan, en zo’n frisgroene kleur. Mooi!” Maar hij was nog niet klaar, bromde hij. De zijkanten ging hij nog verven, maar dan moest eerst het prikkeldraad wat erom heen zit – helaas nodig om vernielzuchtige lui buiten de deur te houden – verwijderd worden. Iemand zou hem daarbij moeten helpen, daar ging hij zich niet in zijn eentje aan wagen.
En dan het bord, boven de poort. Dat ging mee naar huis. Dan kon hij dat op zijn gemak overschilderen. Die letters waren behoorlijk lastig; daar moest hij echt voor gaan zitten.

“Die nieuwe tuinder, waar je het laatst over had, komt-ie nou nog of hoe zit dat?”, vraagt hij een beetje bars. Ik had hem gevraagd bij het overhandigen van de sleutel te zijn, uit hoofde van zijn functie als tuincommissielid. Ik leg hem uit dat er wat nieuwe ontwikkelingen zijn, waardoor de nieuwe tuinder waarschijnlijk een betere plek zal kunnen krijgen. Er zijn mensen die stoppen met tuinieren, dus die tuinen komen vrij. Tuinen met een betere ligging en daardoor met veel meer zon dan op de eerder aangeboden tuin. Hij knikt, hij weet ervan. “Dus dat komt nog?” “Je hoort van me”, zeg ik, wat luider om de langs denderende trein te overstemmen.

Dan moppert hij nog een beetje over het slechte onderhoud van het schilderwerk van de kantine. – Een groot woord, trouwens, voor een hokje van vier bij drie. – Eens een schilder, altijd een schilder, dat blijkt maar weer. Hij wijst naar het kasje op zijn tuin. “Kijk, dat is ook oud, maar ik onderhoud het goed. Net een nieuw raam erin gezet en geschilderd. Zo houd je je spullen in orde.” Tenslotte wijst hij naar de brug. “Als we nou twee-en-een-halve liter groene verf aanschaffen, dan kan alles in één keer. Dan ziet het er voor de winter weer knap uit.” Ik verzeker hem dat ik het zal regelen.

“Dus die poort vind je netjes?”, wil hij nogmaals weten. “Ik heb er gisteren zelfs een foto van gemaakt”, zeg ik. “Kun je die niet op internet zetten?”, vraagt hij, met een grijns. “Ik schrijf er een blog over, oké Cees?” “Ja”, zegt hij, “ja, doe dat.”

En met een nog grotere grijns loopt hij naar zijn fiets.

——————————————————————————————————————-

Om privacyredenen is de naam Cees gefingeerd.

De moestuin van Monet

DSC00035

Zaanstad heeft een grote aantrekkingskracht op toeristen en dat is niet zo verwonderlijk. Er is veel leuks te zien, van De Zaanse Schans in het noorden tot het Tsaar Peterhuisje in het zuiden. Met langs die route schitterende pakhuizen, bijzondere fabrieken en pittoreske huisjes. En natuurlijk de Zaan. Meestal let ik er niet zo op, sjees erlangs op de fiets op weg om een boodschap te doen. Soms stel ik me op als toerist en zie dan bijzondere dingen. Laatst keek ik door de ogen van drie kleine toeristjes: de kleinkinderen.

Toen zij in de herfstvakantie bij mij logeerden, belandden we in een gedeelte van Zaandam waar ik niet meer zo vaak kom: de Russische buurt. Hier vind je, aan de Krimp, het Tsaar Peterhuisje dat in een soort van glazen stolp te bezichtigen valt. Omdat het maandag was zat het hek potdicht, jammer genoeg. Ook de buitenkant is al mooi, maar het bekijken van het piepkleine huisje waar die reus van een Tsaar ooit overnachtte leek hen zo leuk, dat het op ons verlanglijstje is gezet. Het bordje met Cyrillisch schrift naast de deur trok vooral de aandacht van de twee jongens: ze konden het ‘gewoon lezen’ en probeerden het woord voor ‘dinsdag’ fonetisch in hun geheugen te prenten.

Van De Krimp liepen we richting Zaan. (Dat wil zeggen: ik liep, zij renden!) Het is een mooi oud buurtje. En hoewel er hier en daar onvermijdelijk nieuwbouw ontstaat, is de sfeer niet verpest en kun je je met gemak voorstellen dat zo’n belangrijke Rus hier heeft rondgelopen.

20141013_161040

Gewend als de kinderen zijn aan het kleine slootje voor mijn deur, vonden ze het uitzicht over de brede Voorzaan fascinerend. De grijsblauwe wolkenlucht boven spiegelend water, huisjes van de Prins Hendrikkade in de verte, de aangemeerde schepen: het leek wel een schilderij.

DSC00030

Wie hier ook van genoot, maar dan bijna anderhalve eeuw geleden was degene die er ook daadwerkelijk een schilderij van maakte: Monet. In 1871 verbleef deze beroemde Franse schilder vier maanden in de Zaanstreek. En in die periode (van 2 juni tot 8 oktober) maakte hij vijfentwintig schilderijen. Hij was enthousiast over “de verrukkelijke boten, de molens en de kleuren van de huizen”.

DSC00033

We vervolgden onze wandeling over de Hogendijk en bewonderden Het Blauwe Huis, dat door Monet vereeuwigd werd. Je kunt de knalblauwe muur onmogelijk missen. Prachtig vonden de kinderen het. Later kwamen we er achter dat dit Monets lievelingsschilderij was: waarschijnlijk omdat dit het enige werk is waarop hij zijn vrouw en zoontje heeft afgebeeld.

DSC00027

En er lag nog een verrassing op ons te wachten. Niet ver daar vandaan ontdekten we, achter met doeken bespannen hekken, de Moestuin van Monet.

DSC00028

Voordat we afdaalden naar deze oase van rust, bekeken we de reusachtig afgedrukte schilderijen en lazen we de recepten. Het sprak enorm tot hun verbeelding; het gaf ze het gevoel dat ze de schilder een beetje leerden kennen.

DSC00045

Daarna liepen we door het poortje de trap af naar het terrein tussen Hogendijk en Krimp. Hier is door buurtbewoners een fantastische tuin gecreëerd: grote bakken met groenten, vruchten, kruiden en bloemen.

DSC00049

Bieten en prei, boerenkool, salie, lavas, tomaten, aardbeien, frambozen. Een klein ‘blauw huisje’ met boeken, die je gratis mee kunt nemen. Een regenwatercontainer met kraan. En interessante weetjes over Monet, die uit de losse hand op de bakken geschilderd zijn. Gezellige zitjes. De Zaanse Dichterskring heeft gezorgd voor bijpassende gedichten, die her en der in de tuin zijn opgehangen.

DSC00050

Als klap op de vuurpijl een heuse datsja, waardoor we weer in Russische sferen werden gebracht.
Even voorbij dit ‘Russische’ buitenhuisje verlieten we de tuin. Voor vandaag genoeg gezien. Na een groet aan Tsaar Peter op zijn sokkel, midden op de Dam en de belofte om nog eens terug te komen, togen we weer naar huis.

Het was een welbestede, gezellige, leerzame middag. En ik dank de jongens en de kleine meid dat ik met ze mee mocht op een ontdekkingstochtje door mijn eigen stad.

Blue rondo à la Turk

20140717_200341

Middag op de tuin
De zon brandt
Geen wolkje te bekennen
Drie mooie bedjes gemaakt en gezaaid
Palmkool en sla
Nieuw-Zeelandse spinazie
Drie grote gieters water
Genoeg gedaan voor vandaag

Ik pak mijn fiets
Het bruggetje over
Langs zonnige gulle tuinen
De maïs staat hoog
De zonnebloemen hoger
Kleur zover het oog reikt
Zoete beloftevolle geuren
Zoemers, brommers en fladderaars
Gaan zich te buiten
Wie hier niet gelukkig is….

Tegen het hek staan ze geleund
Ik weet dat hun magen knorren
Maar ze kijken vrolijk
En lachen met elkaar
Een Turkse grap
Ik maak een praatje
Ze voelen zich goed
Suikerfeest pas over twee weken
Een wrijft tevreden over zijn buik
Vijf kilo kwijt
Niet drinken is zwaar deze zomer
Maar voel je geen honger en dorst
Dan is alles voor niks

Voor ik het weet
Zit ik in een Turkse tuin
Bijna eet ik – onbeleefd –
De aangeboden vrucht
Hij voert een diepgaand gesprek
En offreert mij
Een interessant boek
Een cadeau
Wat ik beschroomd
Maar in grote dank aanvaard
Gedienstig plukt de vrouw wat kruiden
Ik geef haar -ze is blij-
Mijn verse bosje lathyrus

’s Avonds eet ik Turkse sla
Maar ik wacht niet
Tot na zonsondergang

——————————————————————————————————————-

Terwijl ik dit schreef, kwam deze muziek in mijn gedachten. Wij draaiden het grijs, vroeger…

Hoe rood wil je het hebben?

20140403_134955

Tomatenzaad en wat geduld
De perfecte basis
Voor tomatenplantjes
Na de rijke bloei
Tomaten in overvloed
Geregen aan keurige trossen
Geurig, rijp en rood
Precies die kleur
Waarvan men zegt
Tomaatrood

Uit bietenzaad breken
Tere plantjes in rood en groen
Die onder de grond
In het diepste geheim
Transformeren tot stevige knollen
Rode biet, rode kroot
Bietenrood

Geraniumzaad
In warme, vochtige aarde
Metamorfose tot de ware gedaante
Geranium in spe
Vertederend, ontroerend
Met een volmaakt geschulpt blaadje
Hunkerend naar zijn trofee
De bloem
Geraniumrood

Zo beschrijven wij
Oneindig veel schakeringen
Van kleur

Maar
Neem het woord niet in de mond
Om de essentie te duiden

Hoe kleur aan ons verschijnt
Is niet in woorden te vatten

Het wordt slechts blozend stamelen
Zo rood
Had je het liever niet gehad

Een lief hart

400px-Pieter_Bruegel_the_Elder_-_The_Tower_of_Babel_(Vienna)_-_Google_Art_Project_-_edited

Hij is een Koerd. Een vriendelijke man. Ik ontmoet hem regelmatig op het volkstuincomplex. Hij houdt ervan een praatje te maken. Dat valt nog niet mee, een gesprek met hem voeren. Hij woont al zo’n twintig jaar in Nederland, maar de taal beheerst hij slecht. Soms is het gissen wat hij bedoelt en hij begrijpt ook niet alles wat wij zeggen. En daarbij gaat het uiteraard nog het meest om wat er ‘tussen de regels’ wordt gezegd. Hier hebben we te maken met een cultuurbarrière. Maar er is geen probleem wanneer het over de tuin gaat, een concreet onderwerp; met aanwijzen kom je ook een heel eind.

Hij werkt hard in zijn tuin. Hij kan goed tuinieren. Hij zaait veel, en geeft ook makkelijk plantjes weg. De paprika’s die wij vorig jaar aten, kwamen van hem. Ook is hij regelmatig bereid om je op een of andere manier van dienst te zijn met advies. Dit moet je nu zaaien, oogsten, planten, wieden. In het begin had ik het gevoel dat ik hem een beetje moest afhouden, dat hij te opdringerig zou worden. Maar niets van dat alles. Het is allemaal goed bedoeld. Kortom, hij stelt zich sociaal op, is vriendelijk. Een warme man, zoals een medetuinierster het uitdrukte.

Ook is hij op andere manieren handig. Een kas bouwen, daarvoor draait hij zijn hand niet om. Alle materialen komen van pas. Of het er een beetje netjes uit ziet, is van minder belang. Of het veilig is, je je handen er niet aan open haalt, ach, dat ook. Maar hij is bereid om kleine aanpassingen te doen, op verzoek.

Gisterochtend was ik op de tuin. Het was prachtig weer: licht en stil, warm en vrolijk. Vogels doen hun best op liefdesliedjes. Lieveheersbeestjes koesteren zich in het zonnetje op een warme steen. Heerlijk rustig is het. Hier en daar zijn mensen, zonder jas, bezig met spitten, harken, zaaien. Belofte van een nieuw, hopelijk vruchtbaar jaar.

Wanneer ik het onkruid naar de belt wil brengen, staat hij plotseling voor me op het pad. Zo goed en zo kwaad als het gaat ontspint zich een koetjes-en-kalfjesgesprek. Vind ik zijn tuin er niet mooi bijliggen? Alles gespit en geharkt. Bedjes gemaakt. In de opgeknapte kas heeft hij al het een en ander gezaaid, paprika’s onder andere. Bij hem is er geen sprietje onkruid meer te zien. En zo’n mooie dag! Zon!

Dan, ineens, komt het hoge woord eruit. Hij daar, hij wijst met zijn hoofd in de richting van een tuin, even verderop, heeft ruzie met hem gemaakt. ‘Hij daar’ had tegen hem geroepen, geschreeuwd alsof hij een kind was.

Ik weet waar hij op duidt. Twee dagen geleden was ik op de tuin en heb het zien en horen gebeuren. Maar het was geen ruzie, er was niemand boos, er werd ook niet geschreeuwd.
Toen de Koerd een enorme stapel metalen buizen achter het kruiwagenhok wilde dumpen, werd hij daarvan weerhouden. Een van de bestuursleden die dit zag, riep, naar hem toe lopend, dat dat niet de bedoeling was. Hij legde het ook uit: Het hele complex was net opgeruimd, een enorme container met troep was afgevoerd. Dus nu geen afval meer op die plaats, graag. Dat kan beter naar de oud-ijzerboer. Doordat dit zeer stellig werd geponeerd, leek het misschien of er boze woorden werden gebruikt.
Er is duidelijk sprake van een misverstand. En onbegrip. Maar ik laat hem zijn frustratie uiten.
“Ik wil altijd aardig zijn”, zegt hij tegen mij. Ik zie zijn donkere ogen glazig worden. Maar mensen moeten ook aardig tegen hem doen. Gewoon tegen hem praten, niet schreeuwen. En hij vertelt dat hij twaalf jaar gevangen heeft gezeten en is gemarteld; hij is politiek vluchteling. Als iemand zijn stem verheft, komt het verleden weer naar boven. Dat is niet goed voor zijn gezondheid, voor zijn hart. Hij is voor rede vatbaar, maar niet zomaar boos worden op hem.

Ik begrijp wat er aan de hand is. Hoe gevoelig hij is voor – vermeende – bevelen. Ik zeg dat ik met de bewuste persoon zal praten, maar ook dat ik zeker weet dat er geen kwaad achter zit. Dat ik ervan overtuigd ben dat het niet zo bedoeld is, als hij het heeft ervaren. Juist die persoon is geen ruziemaker, integendeel. Het komt goed, zeg ik. Ik zal zorgen dat jullie het met elkaar uitpraten.

Hij lacht. “Ik geen boos hart”, zegt hij, “ik lief hart.” En hij legt zijn hand op die plaats. Terwijl hij me paprikaplanten belooft, voel ik mijn ogen vochtig worden.

DSC09233

De foto van De Toren Van Babel, van Pieter Brueghel de Oude, komt van het internet.