Exodus

img033Ik zie ze gaan. In groten getale spoeden ze zich in noordelijke richting. Huizen leeg achterlatend. Hier en daar wat sporen, verloren huisraad. Een deur klapperend in de met bloed besmeurde deurpost. Gefluister. Kinderen op de arm. Dieren in het kielzog. Snel. De grote leider voorop. Vastberaden blik, staf in de hand. Opvliegend ook. Ik heb hem al eerder gezien. Hij sloeg iemand van mijn volk tegen de vlakte. Dood. Zo iemand. Zal zijn volk op hem vertrouwen?

Ik zit op mijn paard en wacht. Ik weet dat het niet lang zal duren voor de reactie volgt. Het lot van de vluchtelingen is bezegeld.
Waarom ik niet in de stad ben gebleven? Het is vreselijk. Het gehuil en gejammer is niet van de lucht. Ieder gezin heeft wel iemand te betreuren. Alle eerstgeborenen dood. Ik ben de jongste, gelukkig.

Een stofwolk in de verte: het leger. In de verwarring hebben ze me niet gemist. Ik sluit achteraan. Ik wil erbij zijn, maar niet deelnemen. Ik zal boodschapper zijn. Iemand moet toch verslag doen?
Strijdwagens. Paarden krijgen ervan langs. Verbeten blikken. Tranen? Woede! Ze zullen niet ontsnappen! Boeten zullen ze!

Ik leid mijn paard een heuvel op. Ik heb goed zicht. De vluchtelingen staan voor de zee. Dat wordt vechten. Kansloos zijn ze. Maar wat nu? De leider heft zijn staf. De zee wijkt uiteen; een pad wordt zichtbaar tussen twee torenhoge muren van water. Daar gaan ze. Rennend, struikelend.

Ook de wagens razen over het pad. Maar waar de wielen de grond raken, stort het water terug, met donderend geraas.
Het is afgelopen. De mannen van mijn volk verdrinken, die stoere soldaten. De prachtige paarden, reddeloos verloren. De vluchtelingen hebben het gered.

Ik kijk. Ik weet. Dit volk zal eeuwigdurend worden vervolgd. Alleen de sterken van geest zullen overleven. Zij zullen het tot in lengte van dagen kunnen navertellen.

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato. De bedoeling is dat je een verhaal schrijft van 300 woorden, waarin je het woord waar het om gaat niet mag noemen. Deze keer was het verboden woord: verdelen.
Meer lezen of zelf meedoen? Ga naar https://platoonline.wordpress.com/

Wat doen we met Pinksteren?

Pinksteren is een Christelijk feest. Althans, zo lijkt het. De discipelen van Jezus ‘spraken in tongen’ op het Wekenfeest. Dat maakte hen er klaar voor om de blijde boodschap van hun leermeester Jezus over de wereld te verspreiden.
In feite is het een feest met een Joodse oorsprong, evenals Pesach, waarbij de uittocht uit Egypte werd herdacht. Na zeven weken (vijftig dagen) werd tijdens het Wekenfeest herdacht dat Mozes de tien geboden ontving op de Sinaï. Beide feesten houden verband met de oogst: rond Pesach begint de gerstoogst en Sjavoeot (Pinksteren dus) is de start van de tarweoogst. Tijdens dit laatste feest wordt de synagoge versierd met bloemen, groen en vruchten, als de bloeiende vruchtbare helling van de Sinaï. Het was de gewoonte dat er een offer werd gebracht van het geoogste graan, de eerstelingen. In de synagoge werden de tien geboden voorgelezen evenals het boek Ruth. Het is goed om voor ogen te houden dat Jezus’ vrienden dit Joodse feest vierden, voordat zij, min of meer gedwongen, de Christelijke leer gingen verspreiden.

Net zoals Kerst en Pasen bij ons invloeden kennen van de zogenaamde ‘heidense gebruiken’, zoals die door de oude Germanen werden nageleefd, was dit ook het geval met Pinksteren. Dit was, in feite net als bij de Joden, een vruchtbaarheidsfeest. Op een aantal plaatsen in Nederland werd het feest van ‘De Pinksterblom’ gevierd: hier en daar op de Waddeneilanden en in een aantal plaatsen in Brabant en in het oosten van het land.
De Pinksterblom of Pinksterbruid was een meisje dat door de jongemannen van de gemeenschap werd gekozen uit de huwbare meisjes. (Schoonheidskoningin avant la lettre) Ze werd, versierd met bloemen of kransen, het dorp rondgeleid, waarbij een lange stoet jongens en meisjes volgden. Er werden liedjes gezongen en men kreeg geld of zoetigheid. Het feest duurde de hele dag en was tevens nauw verbonden met de hoop op vruchtbare akkers. En, niet onbelangrijk, het was een feest waarop jongens en meisjes elkaar konden ontmoeten (wat ook tot vruchtbare de samenkomst kon leiden).

Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik zou hem zo graag er eens wezen
Met zijn mooie kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen
Recht is recht, krom is krom
Gelief je ook wat te geven
Voor de fiere Pinksterblom
Want de fiere Pinksterblom moet voort!

pinksterbruid_thumb-470x325

Jammer dat zo langzamerhand de kennis omtrent onze jaarfeesten verwatert. En de tweede Paas- en Pinksterdagen zijn meer en meer Ikea-dagen geworden. Niet alleen een aanslag op ‘de portemonnee’, maar ook op het behoud van onze cultuur.