Lundi Bleu, maar niet wat u denkt!

img070

En zo ging de Engels/Amerikaanse hype, Blue Monday, soepeltjes over in een wonderschone avond met een humoristische Franse slag, waarin Strijkorkest Lundi Bleu de hoofdrol speelde…..

Of ik mee wilde naar een concert, waar dochter M zou zingen met haar koor Convivium, vroeg vriendin H. Daar hoefde ik niet lang over te denken: altijd leuk! Dus togen we vroeg in de avond naar Amsterdam, naar het Orgelpark.

Het Orgelpark is gevestigd in de voormalige Parkkerk, grenzend aan het Vondelpark. Een groot aantal orgels is hier samengebracht. Elders waren deze overtollig, kwamen niet tot hun recht, stonden te verstoffen, enzovoort. Hier zijn ze liefdevol opgenomen en op deze wijze worden ze ook bespeeld.

Vanuit de donkere straat stappen wij een warm verlichte ruimte binnen. We hebben niet gereserveerd, want wie gaat er nu op zo’n dag naar een concert, dachten wij argeloos. We krijgen de laatste twee kaartjes.

Terwijl we wachten op, volgens de tekst op de flyer, een mix van troostrijke strijkersmuziek, orgel, accordeon en zang, laat ik mijn blik door de in frisse kleuren geschilderde ruimte gaan: inderdaad, prachtige, bijzondere orgels, rondom. Wat veel! Indrukwekkend! Rechts van ons een strak orgel, wat ik meen te herkennen: zo’n orgel heb ik in mijn jeugd veel gezien en gehoord, in de Adventkerk in Den Haag. Zou het? Ik kan het me bijna niet voorstellen.

DHadvent

Bijna vol is de zaal, wanneer Daniël Koopmans het woord neemt. Het concert van Lundi Bleu heeft ons, naar hij veronderstelt, gered “van de rest van de avond futloos op de bank doorbrengen, alwaar wij net in uiterste vertwijfeling een bak met Euroshopper lasagne naar binnen hebben gewerkt”. De toon is gezet. Alle muziek die gedurende de avond ten gehore zal worden gebracht, heeft een melancholieke ondertoon. De vette knipoog naar, ja hij wrijft het ons nog maar weer eens in, de blauwe maandag, de meest deprimerende dag van het jaar. Zo zullen we ervaren dat het nog niet zo slecht met ons is gesteld.

Het koor opent de avond met De Profundis van Glück. Ze zullen na de pauze nog een keer terugkomen met Gabriel Fauré: Cantique De Jean Racine. Prachtig gezongen en als altijd op bezielende wijze gedirigeerd.

De strijkers spelen, zonder dirigent, de schitterende Elegie uit de Strijkersserenade van Tsjaikovsky.
Van Caspar Terra is de compositie: Blauwe maandag: dood en verderf, verdriet en pijn. Heerlijk als het er zo dik bovenop ligt.

Op het Van Stratenorgel wordt een waanzinnige compositie ten gehore gebracht. Dit geweldige spel ontlokt bewondering en een glimlach.

20140120_200451

Iedereen in het publiek is zwaar onder de indruk van Astor Piazzolla’s prachtige, opzwepende Invierno porteño, waarin Johan Olof de sublieme solist is. De Radio 4-luisteraars kunnen dit zondagochtend al hebben gehoord.

20140120_211930

Na de pauze genieten we van een onvervalste Amsterdamse smartlap. De witte rozen die Jantje kocht waren uiteindelijk niet voor het nieuwe zusje; ze kwamen op moeders en zusjes graf.
De gedragen Suite voor strijkers van Leoš Janácek wordt geïllustreerd met hilarische tekeningen, ter plekke gemaakt door Suus van den Akker en via de beamer geprojecteerd op een groot scherm. Twee uitersten, ernst en humor, op vindingrijke wijze samengebracht en alles klopt.

De enige onvoorziene ‘valse noot’ in het geheel is misschien de gesprongen kam van een van de violen. Gelukkig kon de violiste dit snel repareren en wist de presentator te vertellen dat zoiets slechts een keer in je leven gebeurt. Maar dan uiteraard wel op… uiteraard, Blue Monday.

Spectaculair is het laatste stuk: Concert voor orgel, pauken en strijkers, van Poulenc. Wat een kracht, bezieling en enthousiasme! Het applaus spreekt voor zich.

20140120_200517

Wanneer ik, eenmaal thuis, de website van het Orgelpark bezoek, ontdek ik, dat ik de hele avond inderdaad in één ruimte heb vertoefd met het Van Leeuwenorgel uit mijn jeugd. Dus toch! Wat een heerlijk toeval!

——————————————————————————————————————–

Lees ook:
Houdt Schumann van Kaas? http://wp.me/p36K0e-52
Bach in de Bullekerk. http://wp.me/p36K0e-4S

Advertenties

Jong en Young

20131120_222401-1

Woensdagavond. In de miezerige regen naar het station. Maar het optreden van de band van zoon Jaap van vriendin H laat ik me niet ontlopen. We verbazen ons over de chique aankleding van de trein. Dat zie je er aan de buitenkant niet aan af. Er is meer beenruimte. De glazen tussenwandjes zien er fris uit en zijn voorzien van robuuste bronzen handgrepen. Het icoontje op het raam betekent gelukkig dat je mag praten. En zo kletsen we ons door de reis heen. Ver is het niet. Al snel zijn we op Amsterdam Centraal. De tram komt er direct aan en brengt ons naar het Leidseplein.

Hooguit vijf minuten lopen en daar is het doel van de reis: Paradiso. Een kaartje kopen betekent ook lidmaatschap voor een maand aanschaffen. Nou ja, wie weet. Misschien bevalt dit zo goed dat het naar meer smaakt.

We komen voor de band The Benelux. Vanavond wordt hun nieuwe album gepresenteerd. We nemen een voorschotje op de nabije toekomst en kopen een cd en een lp. De T-shirts houden we voor gezien; zoiets dragen wij niet meer, een tekst schuin over de borst. Dat we hier zijn is al bijzonder, vinden wij. De twee oudste vrouwelijke bezoekers, op het eerste gezicht althans, een plastic glas rode wijn in de hand.

Als ware artiesten laten de leden van de band nogal op zich wachten. Maar wanneer de halve zaal vol rook wordt geblazen, kan het niet lang meer duren. En ja hoor! Als jonge honden springen de vier het podium op en het spektakel begint. We kijken elkaar aan; het klinkt goed. Krachtige stem, ruige muziek, een sterke beat. Hoe zal dat voelen voor H, je kind daar zo te zien zingen. Vragen kan ik het haar niet, althans het heeft geen zin, nu.

Het blijft leuk, nadat ik twee sets oordopjes heb gehaald, beneden bij de ingang. Op aanraden van Jaaps zus, M. Beter zo. Het wordt drukker nu het concert in de grote zaal is afgelopen en sommige bezoekers nog een afzakkertje komen nemen ‘bij ons’. Rode plastic trays met daarin acht biertjes worden over de hoofden heen vervoerd. De bezoekers blijven over het algemeen droog, maar de vloer begint geleidelijk aan te glanzen van het vocht.

Het slotnummer. Twee toegiften. En eindelijk kunnen de ouders hun zoon, broer en zus hun broer begroeten. Hij wordt gefeliciteerd met de release van het nieuwe album, gecomplimenteerd met de geweldige show. En dan wordt het voor ons tijd om te gaan.

De laatste trein. Dat is lang geleden. Ja, we worden bezadigd, lijkt het wel. Maar dit, deze avond raakte aan woest en onstuimig. In elk geval wat de muziek betreft. Drie wat oudere mannen zitten aan de overkant van het gangpad. Het woord pensioen valt. Maar daar wordt snel overheen gepraat: ze hadden een geweldige avond in De Melkweg: A tribute to Neil Young. Een van hen bladert in het boekje: Forever Young. Ze vragen naar de lp: van welke band?

Bijzonder hoe dit samenkomt: een jonge band, die haar nieuwe plaat promoot en een doorgewinterde muzikant eren op één en dezelfde avond.
En H? Ja, ze had zich met enige verbazing gerealiseerd dat het haar zoon was, die daar op dat podium in Paradiso de sterren van de hemel stond te zingen.

Faith

De beste psychologen
Zijn mijn dochters
Je moet er maar doorheen
Zeggen zij
Als ik een bepaalde popster
Te erg vind om aan te horen
Anders lig je
Over twintig jaar
Bij de psychiater
Om het alsnog door te maken
En ze draaien
Voor mijn bestwil
De volumeknop
Nog wat verder open

De aanleiding
Voor het schrijven
Van bovenstaande regels
Nu ruim twintig jaar geleden
Was de muziek die ik
Kortgeleden weer hoorde
Op de radio

Zoete herinnering
En een lichte pijn
Om de vervlogen jaren

Walking back to happiness….

Begin jaren zestig begon muziek een rol te spelen in mijn leven. Natuurlijk kwam dat door de leeftijd. De emotionele, lichtelijk labiele tienerjaren. Teenager werd je toen genoemd. Het woord bakvis was net zo’n beetje uit de mode. Gelukkig.
Een van mijn eerste idolen was Connie Froboess. Met het liedje ‘Zwei Kleine Italiener’ werd zij zesde tijdens het songfestival in 1962. En natuurlijk stond zij in De Muziek Expres. De poster had ik daar voorzichtig uitgehaald en – het verbaast mij nu dat dat mocht– met plakband op de muur van mijn kamertje gehangen. Conny und Peter, Teenager Melody.

Toen het eerste vriendje op de proppen kwam, veranderde ook de muziekkeus. Elvis Presley, Paul Anka, Buddy Holly, The Everly Brothers. Vreemd eigenlijk, ineens kwamen er meerdere mannen in mijn leven. Maar het was allemaal heel onschuldig. Ook de ouders vonden die muziek stiekem wel leuk: op de verjaardag van het vriendje legde zijn vader, zonder dat wij het wisten, een nieuw singletje op de pick-up: Return to Sender, van Elvis. Mieters! Dat was swingen geblazen! En daarna natuurlijk popcorn en Exota, waar we spoetnik van maakten. Een echte fuif!

We knipten plaatjes uit en plakten die in onze Rijam-agenda, zodat die minder saai was. Maar ook de songteksten, zodat we niet alles fonetisch mee hoefden te zingen. Popconcerten, dj’s, het was er allemaal nog niet. Wij hadden plaatjes en een pick-up (als je geluk had), en in elk geval de radio.

In de plaats waar wij toen woonden, waren geen platen te koop; te werelds. We fietsten ruim een uur naar Rotterdam om van ons gespaarde zakgeld het nieuwste singletje van Buddy Holly te kopen.
Het was een mooie tijd. Het gevoel dat ik daarbij had zal nooit meer terugkomen. Oproepen kan ik het nog wel, soms. A trip down memory-lane, walking back to happiness…..