Galerie ‘De Praam’

Iedereen kent het wel, denk ik, het begrip rommellaatje. Allerlei onbestemde spulletjes – ‘troep’ zou mijn moeder gezegd hebben – verdwijnen daarin en komen er nooit meer uit. Behalve in zeer speciale gevallen. Een voordeel is dus, dat wanneer je iets kwijt bent, het de moeite loont eerst dat laatje eens door te spitten. Een ander voordeel is dat je spulletjes die je eigenlijk niet kwijt wilt, maar werkelijk niet weet waar je ze moet laten, daar altijd kunt dumpen. Voor de eeuwigheid. Of zo.

Zo kwam het dat ik laatst, toen ik naar pleisters zocht en die niet kon vinden, ten einde raad een blik wierp in ‘het laatje’. Gelukkig vond ik er een verdwaalde kinderpleister. Na hem stevig om de vingertop te hebben gewikkeld, kon ik veilig het piepkleine fotootje, waarvan ik een klein stukje zag, uit de la vissen. Een contactafdruk, zoals wij die vroeger maakten, om te bepalen welke foto’s we daadwerkelijk gingen afdrukken. Zwart-wit, uiteraard. Op de foto zie je een witte muur met daarop een ‘object’. Het is een scheepsluik, waarvan ene Kees een bijzonder kunstwerk had gemaakt. En het hing aan een van de muren van onze boerderij in Ouderkerk aan de IJssel.

Met een sneltreinvaartje schoot ik zomaar weer eens vijftig jaar terug in de tijd.

In onze Ouderkerkse periode ontmoetten we nogal wat beginnende kunstenaars. Pottenbakkers, schilders, een beeldhouwer, en Kees dus. Sommigen woonden, net als wij, langs de dijk naar Gouda. Maar in Gouda gebeurde het in die tijd en zo kwam het dat rond de Sint Jan vrij veel kunstenaars huisden. Daar ontstonden ateliertjes, galerietjes, gezellige kroegjes. (Het is nog steeds een kunstzinnige buurt) Het klinkt nogal kneuterig en dat was het toen eigenlijk ook. We kwamen hier graag na het werk of in het weekend even buurten. En we kochten weleens wat. Terwijl het allemaal gezellig en levendig was, was het voor velen armoe troef.

Dat inspireerde ons tot een ‘woest’ plan. In onze verbouwde boerderij onder aan de IJsseldijk zouden wij een galerie gaan beginnen. Een naam hadden we al snel bedacht: ‘De Praam’. Natuurlijk was de naam niet toevallig gekozen. In het boerenlandschap langs de Hollandse IJssel werden die platte schuiten veel gebruikt om koeien, melkbussen en dergelijke mee te vervoeren. En wij vonden, heel idealistisch, dat onze galerie dienst deed om de kunst naar de mensen te brengen.

Na enige formaliteiten (inschrijven bij de K.v.K. onder andere) richtten we de grootste ruimte van het huis in met kunst: schilderijen, etsen, keramiek, alles kon een plaatsje krijgen in onze strak ingerichte woonkamer. Voor ons was dit natuurlijk een extra leuke bijkomstigheid. We zaten ‘tussen de kunst’ en we ontmoetten veel leuke mensen.

De galerie trok vooral in het weekend veel bekijks, vooral ook omdat de scheepsluiken van Kees, die echt veel te groot waren om binnen te op hangen, aan de buitenmuur waren bevestigd.
We hadden alle werken in consignatie en we waren de koning te rijk als er wat werd verkocht. De desbetreffende kunstenaars uiteraard ook. Het was een mooie tijd. Er waren niet veel regels. Alles liep zo soepel en natuurlijk. Kom daar nu nog eens om.

Ik heb nog aardig wat keramiek uit die tijd, maar alleen twee stukken die ik het mooist vind en een bronzen beeldje staan in mijn kamer. Ze nemen zo’n vanzelfsprekende plaats in, dat het me vaak niet meer opvalt.
Maar toen was het bijzonder. En eigenlijk vind ik dat nog steeds.

Advertenties

Neva-kleurig

Altijd reuring, уходы, zoals het daar heet
Langs de Nevski Prospekt
Het verkeer raast langs de brede trottoirs

Mooie jonge meiden
Lang blond haar, bleke smoeltjes
Precies de goede kleding
Hip, kort, strakke broeken zonder scheur
Flaneren in een wolk van parfum
Zonder zwikken op stilettohakken

Jongens met zwarte leren jasjes
Het sluike haar over het voorhoofd
Snelheid in hun pas
Keurende blikken

Oudere dames, de Moeders van Rusland
Grote boodschappentassen aan de arm
-Waar zijn die mooie meisjes van vroeger?-
Gebloemde hoofddoek over grijze krullen
Gezichten verzacht tot glimlach

Mannen, pet en snor, doorleefde koppen
Een bobbel in de borstzak
– Dorst komt altijd onverwacht –
Wijde broeken, vale jacks
Sigaret, die eeuwige sigaret
Zij lopen niet- zij bezetten de bankjes

In strak gesneden maatpak
Snelt de jonge zakenman voorbij
Aktentas, snelle schoentjes, duur horloge
Aftershave ruikt overal hetzelfde
Een afspraak, vergadering
Tijd is geld, dat is te zien

Maar dan de kinderen
Dansende dartele meisjes
Stevig stappende jongens
Dikke jassen aan en mutsen op
– Want september –
Vrolijk aan de hand van moeder

In de bleke gezichtjes
Vallen de grote ogen op
Donker, ondoorgrondelijk
Vriendelijk, terughoudend
Gedecideerd, vragend
Leningrads of Petersburgs
Maar Neva-kleurig

Neva-kleurige ogen
In mooie kindergezichten
Afkomst verloochen je niet

——————————————————————————————————————-

Lees ook: Het Rode Plein: https://wp.me/p36K0e-Wm

Ontmoedigend Overweldigend: https://wp.me/p36K0e-Ih

Trojka: https://wp.me/s36K0e-trojka

Moedertje Wolga: https://wp.me/p36K0e-No

Een armzalig tierig zootje

Het journaal, actualiteitenprogramma’s en talkshows zijn een bron van grote vreugde voor de taalfreak. De versprekingen zijn talrijk. Oké, ik geef toe, bij mij komt ook niet altijd alles vlekkeloos naar buiten, maar dat hoor je dan (gelukkig!) niet op radio of tv.
Hier volgt de oogst van weer een jaartje sparen.

– Er moest wel uitgezocht worden wie en waarom er achter de ontvoering zat.
– Gijs, heb je een tipje van de sluier voor ons?
– Een grote groep Syriërs is nu aan het integreren geslagen…
– Er gaat heel veel energie mee gepaard.
– Hij heeft het zelfvertrouwen in Groen Links vergroot.
– Je ziet pas iets als je het begrijpt (Robbert Dijkgraaf parafraseert Cruijff, gewoon leuk.)
– Hij woekert alles over (1 Vandaag, over de reuzenberenklauw.)
– EmerÍtus hoogleraar (1 Vandaag, Jojanneke van Bergen, verkeerde klemtóón.)
– Mensen die hun leven wijden om de natuur te beschermen. (Hier ontbreekt een essentieel woordje.)
– Eerst moeten we ons nog even door het regen heen werken.
– Maar voorlopig irriteer je je groen en geel.
– Een armzalig tierig zootje (Hennis Plasschaert, vorig kabinet)
– … dat de aarde op gaat warmen tot 2,5 à 3 graden. (Toch nog best koud, eigenlijk…)
– Ik heb snel 112 gebeld, maar die waren al onderweg. (Vervelende trend; omstanders aan het woord.)
– Het bespaart ze jaarlijks €750 per jaar.
– Maar dat maakt het er allemaal niet moeilijker op.
– Je was een stuk ouder dan ons. (In dit geval zou je zelfs: ‘als ons’ verwachten.)
– Je bent een geweldige ausdauer.
– En dan nu: De Eindfinale. (? Philip Freriks, De slimste mens)
– De JSF zou rond acht uur precies landen.
– Wat ik heel graag hoop.
– Je hebt daar je handen genoeg aan.
– De familie heeft besloten een advocaat in de armen te gaan nemen. (Arme man…)
– We zien toch niet zoveel brood om deze keer weer mee te doen.
– Het was een man met ballen. Die ballen toonde hij ook naar binnen toe. (?)
– 21 mei: De Wereld Vismigratiedag. (Zouden de vissen dat eigenlijk wel weten?)
– Dit was echt een weerdagje vandaag met alle soorten weer die er langs kwamen.
– Dat betekent dat het een drukke nacht wordt voor de tuinders, want die moeten dan beregend worden. (Het gaat om door vorst bedreigde fruitbomen. De tuinders mogen droog blijven.)
– Nou, dat kan ik niet met volle mond zeggen. (Geïnterviewde in het journaal)
– We bouwde een rails. (Bouwde zonder n(!),’we’ is meervoud. Een rails? Ondertiteling bij de film Taxidriver.)
– In plek van kleine plantjes. (De “plekziekte” neemt ernstige vormen aan.)
– Eindelijk komt Jeroen Bosch thuis en hij wacht een vorstelijke ontvangst.
– Voor het merendeel van de muzikanten is het sabbelen. (Niet alle instrumenten hebben een riet, toch?)
– Afgelopen jaar was een jaar met de nodige storingen. (Hoezo nodig?)
– Dat klinkt of er licht is aan het eind van de horizon.
– Wat moet er nou gebeuren om te voorkomen dat zoiets als dit niet weer gebeurt. (Tja, doordenkertje.)

Doe maar helemaal niks, laat het maar gebeuren. Al die kleine miskleunen leveren in eerst instantie een (glim)lach, en tenslotte een blogje op.

Alles zou anders worden

Of ik een recensie over haar boek wilde schrijven. Dit berichtje bereikte me vorige week. Oud-leerling vraagt ex-juf om iets te schrijven. Hoe kan ik weigeren? Ooit droeg ik haar op om teksten te produceren. Een soort koekje van eigen deeg dus.

Ik maak kennis met Miriam van Tunen als ze bij mij in groep 8 komt. Een goedlachs meisje. Humor, fantasie en… een paardenmeisje pur sang. Ze krijgt me een keer zover dat ik meega naar de manege en zelfs op een paard(je) door de bak ‘rijd’.

Maar kinderen groeien op, gaan hun eigen weg. Zo hoort dat, ze verdwijnen uit je blikveld. Toch gebeurt het af en toe dat je weer even iemand ziet of spreekt. Dat is met haar het geval. En nu dus, ping!, een berichtje via Messenger. En ja, Miriam, ik vind jou zo de moeite waard dat die recensie er komt.

Het bewuste boek: Van Achter De Kast, moet daarvoor weer even uit de kast komen. Ik sla het open. En… ik ben weer verkocht. Al lezend loop ik naar de bank en voor de tweede keer lees ik het boek in één adem uit. Weer ben ik geraakt door de vlotte schrijfstijl. Weer verbaas ik mij. Weer word ik boos. Weer moet ik erg lachen. Weer raak ik ontroerd door de laatste bladzijde.

Maar, die ‘kast’? Inderdaad, uit de kast komen, daarover gaat het boek. Een ‘laatbloeier’, – haar woorden – op het gebied van homoseksualiteit, die al een enorme strijd met zichzelf heeft gevoerd, komt uit de kast in een zeer christelijke omgeving. De reacties op haar openheid zijn hartverscheurend. De consequenties niet minder. Er volgt een grote worsteling. Alweer. En grote veranderingen volgen. De veilige plekken blijken niet zo veilig als gedacht; in het werk, in de vriendenkring, ze moet zich verdedigen en verantwoorden. Het feit dat geaardheid geen keuze is, schijnen veel mensen niet te kunnen begrijpen. Oordelen en afkeuring is haar deel.

Gelukkig weet ze zich staande te houden. En hoe! Ze ervaart grote steun van de familie, al zijn ook daar verdrietige momenten. Maar haar enorme innerlijke kracht en vertrouwen, haar oplossingsgerichtheid, haar durf en haar humor zorgen ervoor dat ze uiteindelijk ervaart dat alles anders zal worden.

Kortom, ‘Van Achter De Kast’ is een boek dat je gelezen moet hebben. Niet alleen een must voor de ‘beginnende’ LHTB-er; iedereen die zaken van levensbelang voor zichzelf moet uitzoeken zal hierin kunnen lezen dat je, als je je hart volgt, uiteindelijk het geluk zult vinden. Het pad gaat niet over rozen, het is niet geasfalteerd, het is behoorlijk bochtig en het eindpunt is niet in zicht. Maar je moet door. En uiteindelijk komt het goed. Heel goed!

——————————————————————————————————————-

Bezoek ook de website van Miriam van Tunen: http://www.mvtunen.nl/

Trojka

Een koets – drie paarden –
Ratelt door het weidse land
De witte stammen van de berken langs het pad
Lichten op in laatste stralen zonlicht
Laag over de moerassen
Vegen dreigende wolken
Vele tinten grijs langs de hemel
Een gouden koepel, ergens in de verte
Schamele hutjes achter vervallen hekjes

Ik waan mij eeuwen terug

Ik open mijn ogen
En zie hoe het landschap
In groene vlekken aan mij voorbijflitst
De sneltrein Moskou-Petersburg
Maakt zijn naam waar
De prachtige berken een witte waas

O, wat had ik het graag gewild
De traagheid, de kou
De verlatenheid rondom
De schreeuw van de koetsier
Het gesnuif van de paarden
De deken dichter om mij heen

Maar ik moet het doen met behaaglijke warmte
Geroezemoes van medereizigers
De strenge blik van de conductrice
Een enkele stop op een verlaten station

En de herinnering aan de machtige hoofdstad
Die ik met gemengde gevoelens verliet
Stevig verankerd in mijn geheugen
Nu al weer heimwee

Maar hier is een nieuw doel van de reis
De stad met zijn kleurige gebouwen
Bruggen en grachten
Kerken en pleinen
Beelden en parken

Grote daden werden hier verricht
Revolutie schreef geschiedenis
De dood verraste vriend en vijand

Ik loop hier en mijn voetstappen bedekken
De duizenden gemaakt in roerige tijden
Mijn hart bonkt
Ik houd mijn adem in

Maar zie, de Neva stroomt
Draagt haar water naar de zee
En is zich van geen kwaad bewust

——————————————————————————————————————-

Lees ook: Neva-Kleurig: https://wp.me/p36K0e-Xb

Het Rode Plein: https://wp.me/p36K0e-Wm

Moedertje Wolga: https://wp.me/p36K0e-No

Alweer nichtjestijd

Zomertijd, wintertijd, altijd gedoe. Verreweg het leukste is dan ook Nichtjestijd. Geen gezeur met uren voor- of achteruit. Gewoon agenda erbij en plannen. Dat gaat steeds beter, sneller en efficiënter. Afgelopen zondag waren we in Hazerswoude, bij nicht G. Tjonge, wat een lekkere koffie. En gelukkig arriveerde nicht A. uit A op tijd met een overheerlijke appeltaart. Een succesrecept van haar moeder, onze enige tante nog. Dus, lieve tante A, hartelijke dank dat u dit recept aan het nageslacht hebt doorgegeven.

Dat was ook wel een beetje het thema van de ochtend: wat waren onze ouders voor mensen. Wat hebben ze ons geleerd, wat hadden ze voor rol in de familie, hoe was hun karakter. Wie waren zij? Wat hebben wij geërfd? Wie zijn wij nu?

Steeds weer wordt het beeld vollediger. Zo weten we nu bijvoorbeeld van oudste nicht A. uit D, dat haar vader, als oudste zoon, in de voetsporen treedt van zijn veel te vroeg overleden vader. Onze opa dus. Thuis, aan zijn bureau, ontvangt hij nogal wat stelletjes uit de familie met trouwplannen. Niet om een luchtig gesprekje mee te voeren, nee, het is meer in de trant van “Wat doet je vader” en “Kun je dit meisje onderhouden”, “Weten jullie het zeker” en “Hoe zit het met het geloof”.

Heerlijk, we smullen van elkaars verhalen. Opa was nogal streng en zwaar op de hand. Dat hebben we allemaal ervaren. Wie van zijn kinderen heeft zijn zwaarmoedigheid geërfd? Mijn vader niet, in elk geval, zegt nichtje A. uit A, mijn vader was meer een lolbroek. Ja, zo kende ik oom J. ook: altijd grapjes.

Deze twee voorbeelden geven wel een redelijk goed beeld van de familie. Grote tegenstellingen zijn verenigd. Verantwoordelijkheidsgevoel, een zekere (ge)strengheid, maar de vrolijke ondertoon ontbrak nooit.

En zo gaat het vandaag ook. Bij de les blijven, alles op een rijtje, data prikken, afspraken maken, maar alles met humor doorspekt. Heerlijk!

Binnen een half jaar zullen we weer met de familie bij elkaar komen. Zoveel is zeker. Redelijk snel na de vorige keer, maar de tijd gaat snel, er verandert veel. We worden allemaal ouder. Zelfs realiseren we ons plotseling dat oudste neef T. bijna net zo oud is als onze enige tante. Natuurlijk is dit altijd al zo geweest. Maar toch, eenmaal boven tachtig valt dat verschil bijna weg. Voor ons voelt het vreemd.

Zeer binnenkort gaan nicht G. en ik het geplande onderkomen bekijken. We vragen ons quasi serieus af: Wat zou onze verstokt hervormde opa ervan hebben gevonden dat dat een zaaltje in de gereformeerde kerk blijkt te zijn?

Ongetwijfeld zou opa, als hij tijd van leven had gehad, mild zijn geworden. En straks, als ik onder de vredesduif door de kerk binnenga, zal ik hem met een glimlach gedenken.

Красная Площадь

– Het Rode Plein –

Zo is het natuurlijk altijd al geweest
Maar ik zie voor het eerst
Hoe de schemer het plein
Hult in een zachtroze waas
De vallende avond dempt de geluiden
En laat ze wegzweven in het niets

Daar waar ooit koppen rolden
Bloed vloeide
Laarzen marcheerden
Bevelen werden geschreeuwd
Angstkreten klonken
Overwinningen werden gevierd

Klinkt een vredig geroezemoes van stemmen
Vrolijk gelach af en toe
Liefdevol kijken jongens naar meisjes
En vice versa
Mobieltjes, ach als er toch geen mobieltjes waren
Leggen de beelden vast
Sta nu eens zus en zo en kijk naar mij
Voor nu en later

Gelukkig zijn zij die hier slenteren
Hand in hand en mooi en jong
Het leven een feest
In elk geval nu, voor even, deze avond
En nu staat het leven aan hun kant

Daar op dat Rode Plein

Waar verderop iemand al jaren
In zijn dooie eentje
Dood ligt te zijn

——————————————————————————————————————-

Lees ook: Neva-kleurig: https://wp.me/p36K0e-Xb

Ontmoedigend Overweldigend: https://wp.me/p36K0e-Ih

Trojka: https://wp.me/s36K0e-trojka

Moedertje Wolga: https://wp.me/p36K0e-No

O, jongens!

Waar was ik
Toen jullie bolle babybuikjes
Verdwenen als sneeuw voor de zon
En jullie veranderden
In gespierde spijkers

Waar was ik
Toen het spelen met autootjes,
Lego en dieren
Plotseling veranderde
In belangstelling voor het echte leven

Waar was ik
Toen het voorlezen van filosofische
Kinderboekjes
Veranderde in diepzinnige gesprekken
Over het heelal

Waar was ik
Toen “Mag het speelgoed
Tot morgen blijven staan?”
Veranderde in gedachten
Over geld verdienen, nu en later

O, jongens, de tijd vliegt
En ook jullie gaan veel sneller dan ik
Kan bijhouden

Maar gelukkig
Ik was er wel toen jullie gisteren opstonden
En ik zag het weer
Tot mijn grote vreugde

Ochtendhaar!

Opgescheept?

Jaaa, daar zijn de nichtjes weer!
Op een mooie zonnige zondag, zo’n dag waarop het nog zomer is, maar waarop je de herfst al ruikt. We zien elkaar niet elke week, ook niet elke maand, maar nu zat er wel erg veel tijd tussen de laatste bijeenkomst en deze.

We komen in Delft bij elkaar, bij oudste nicht A. En binnen de kortste keren zitten we aan de koffie. Zo hoort het ook in een v.O.-familie. M verwent ons met een heerlijk krokant taartje van Maison Kelder.
Zij heeft trouwens ook de lunch verzorgd, omdat A nog niet zo goed ‘uit de voeten kan met haar nieuwe heup’. Uiteraard worden de kosten hoofdelijk omgeslagen, want zo is die v.O.-familie natuurlijk ook. Er komt een oude foto en dito brief tevoorschijn, door A opgeduikeld. Mochten we al gevreesd hebben dat het gesprek niet zou vlotten, dit is een prima aanleiding om het te hebben over de keurige handschriften van onze ouders. En over het schijnbaar moeiteloos produceren van leuke en goed leesbare teksten. Het levert vijf trotse dochters op.

Waarover spreken zij nog meer, daar rond die tafel? Tussen de lachsalvo’s door?
Over de enige tante van de familie, de moeder van jongste A, herstellend van een gebroken heup. Het valt niet mee om weer volledig op krachten te komen. Maar toch, still going strong op haar vijfentachtigste!
Over vakantie. We bewonderen de prachtige foto’s die in Afrika zijn gemaakt door M. (Ik wil nog graag een keer het hele album zien!).
Over kinderen en kleinkinderen. Heel spannend dat M binnenkort oma wordt.
Over werk en pensioen.
Over veranderende lijven en kleding, uiteraard. Over schoenen. Over laptops die je op je tenen kunt krijgen, zodat je je gloednieuwe pumps noodzakelijkerwijs maar weer opbergt.
Over gezondheid en over eten; het verschil tussen de pakketten van Hello Fresh en kant-en-klare magnetronmaaltijden.
En over het geloof; van twee kanten komt de vraag: “Wie bezoekt er nog een kerk?” We zijn van huis uit allemaal met het geloof opgevoed en opgegroeid; kan ieder van ons zich daar nog in vinden? En hoe dan? Zouden onze opa en oma erg teleurgesteld zijn in ons? Tja. Een boeiend gespreksonderwerp. Misschien kunnen we daar nog eens dieper op ingaan, bij een volgende ontmoeting.

Het brengt ons bij het eigenlijke doel van deze nichtjesdag: het organiseren van de familiereünie. Plannen en afspraken worden gemaakt en een datum geprikt. Dat betekent dat ‘het werk’ voor vandaag erop zit. Tijd voor (nog meer) ontspanning.

Vanaf acht hoog hebben we het al gezien: daar in de verte installeren mensen zich voor het op handen zijnde ‘Westlands Varend Corso’. Zo dichtbij? Dan willen we ook wel even gaan kijken. Het maakt de middag extra feestelijk, hoewel het jammer is voor oudste nicht, die dat stuk lopen nog niet ziet zitten. Nicht G is zo lief om haar gezelschap te houden en het spektakel, voor zover mogelijk, van bovenaf te bekijken. Wij drieën spoeden ons naar de vaart en genieten een tijdje van al het moois dat langs komt varen.

We laten de andere twee natuurlijk niet al te lang alleen. Trouwens, ook de lunch wacht. Heerlijke soep en broodjes, fruit en wijn.
We lachen ons snel door de afwas heen en dan waaieren we weer uit.

Onderweg dringt het gezegde zich op: Je vrienden kies je, met je familie zit je opgescheept.
“Nou, opgescheept”, denk ik, “deze meiden zou ik stuk voor stuk als vriendin kiezen.”
Maar gelukkig hoeft dat niet meer. Ze zijn het al!

——————————————————————————————————————-

Om verwarring te voorkomen: De volgorde van de nichten van ‘oud’ naar jong: A, G, C, A, M. De jongste A is dus niet ook de jongste nicht.
Met dank aan Oma Johanna, die uiteraard vernoemd moest worden, wat leidde tot drie A’s! De jongste nicht van ons groepje heb ik M genoemd, omdat zij dat zelf ook vaak doet. 🙂

Stormy Weather

Even snel een paar boodschappen doen bij de grootgrutter die iedereen wel kent, (“Ah! Bedoel je die?” “Jah!”) leidde tot de tweede bijzondere gebeurtenis van deze week.

Een grijsharige man in korte broek houdt me staande: “Heb je een telefoon bij je?” Ik stap af. “Ja zie je, die van mij ligt thuis, want ik ging alleen even een ommetje maken, maar die boom daar staat op omwaaien, dus we moeten 112 bellen…” Zonder blikken of blozen haal ik mijn mobiel tevoorschijn. Hij belt, maar het valt nog niet mee om de brandweer duidelijk te maken dat er haast bij is. De wind blaast keihard in het toestel dus over en weer kunnen ze elkaar moeilijk verstaan.
Ja, het stormt. De bomen staan vol in blad en vangen dus veel wind. En deze staat met zijn voeten bijna in het water. Geen houvast. Bij elke nieuwe windvlaag helt de boom naar voren, over de weg heen en trekt een flinke plak grond mee omhoog. Het is link: als hij valt, worden er zeker twee auto’s geplet.

Eindelijk is het geregeld, de brandweer wordt opgeroepen en zal zo snel mogelijk naar de Count Basiestraat komen. De man blijft in de buurt om voorbijgangers op het gevaar te wijzen. Ik race weg, doe snel die paar boodschappen en als ik mijn fiets van het slot haal, zie ik in de verte de brandweerwagen al aankomen.

Ik gedraag me als een ware ramptoerist en schaar me bij – hoe gaat dat zo snel? – de menigte die door een politieagent vakkundig op afstand wordt gehouden. De twee auto’s zijn uit de gevarenzone verdwenen.

Hoeveel brandweerlieden passen er in een brandweerwagen? Heel wat, zo blijkt. Wat zien ze er stoer uit in hun bruin-met-gele uniform. Degene die het voor het zeggen heeft, draagt ook nog een lampje op zijn borst, op alles voorbereid. Ze zijn allemaal in vol ornaat. Degene met de motorzaag heeft de belangrijkste taak: vakkundig zet hij het apparaat onder aan de stam en de zaag zoeft er als een mes door de boter doorheen. De plak grond zakt weer en de enorme kruin bedekt een groot deel van de straat.

Dan worden de takken verwijderd en de stam wordt in mootjes gezaagd. Het is een gezellige boel; het lijkt een uitje voor zowel politie als brandweer. Gewoon de straat afzetten, mensen op een afstandje houden, een beetje hangen en kletsen en een stukje zagen. Geen narigheid, geen brand, geen gewonden.

Plotseling komt met sirene en zwaailicht brandweerauto nummer twee over de brug aanrijden. Zo erg is het nu ook weer niet, maar je kunt natuurlijk nooit weten. Het doet me denken aan die keer op een camping in Frankrijk, waar een heel legertje pompiers uitrukte om een in de grond verstopt wespennest uit te roken.

En daar is de pers! Een fotograaf van ‘De Stadgenoot’ (nooit van dat sufferdje gehoord…) knipt maar raak. Een buitenkansje. En uiteraard zijn er vele mobieltjes in de aanslag. Die van mij ook.

De grijsharige man geniet volop. “Eigenlijk zouden wij op de foto moeten”, zegt hij met een vette grijns, “zonder ons had niemand zo’n leuke middag gehad.”