En zij weende

img125

In de logeerkamer staat al een paar jaar een doos foto’s van mijn ouders. Die moeten eindelijk eens worden uitgezocht, vind ik. Het is er echt zo’n dag voor. Een grijze dag.
Van alles gaat er door mijn handen: vakantiekiekjes, foto’s van de afscheidsreceptie van het werk, de moestuin, familiebijeenkomsten, feestjes met vrienden. Foto’s van vage kennissen, althans voor mij, kunnen wel weg. Van de vakantiefoto’s houd ik een enkele over. Familiefoto’s zijn leuk, die bewaar ik. Uiteindelijk moet het een handzaam stapeltje worden, wat klein- en achterkleinkinderen een leuk, representatief beeld geeft van een stel bijzondere mensen: hun opa en oma, i.c. overgrootouders.

Onder in de doos ligt een foto die ik maar al te goed herken. Oud en verfomfaaid. Het is een klassenfoto uit, naar ik schat, 1957. De vierde klas. Drieënveertig kinderen, tweeënveertig en een half, eigenlijk. Zo nauw keek de fotograaf kennelijk niet. Een stampvolle klas. Maar te hanteren. Armen over elkaar en luisteren. De fotograaf lijkt midden onder het werk te zijn binnengekomen. Drie meisjes gaan daar plichtsgetrouw gewoon mee door, vier kinderen hebben de armen maar over elkaar gedaan. De grapjas vooraan heeft één hand onder zijn pullover.

Het is niet goed uit de foto op te maken in welk jaargetijde hij is gemaakt. Zomerjurken, wintertruien, korte en lange broeken. Misschien najaar, afgaand op de kleding van de juf. Vrolijke kinderen; waarschijnlijk lachend om de grap van de fotograaf. Aardige kinderen ook? De meeste wel, maar toch weet ik ook dat er werd gepest. Het donkere meisje, dat met kop en schouders boven iedereen uitsteekt, moest het vaak bezuren. Ze kwam bij ons in de vierde klas (van de Dr. Albert Schweitzerschool in Den Haag) toen het schooljaar al een tijdje bezig was.

Dr Albert Schweitzerschool

Er werd wat geschoven met kinderen en ze werd naast mij geplaatst. Uit Indonesië kwam ze. Ik weet nog hoe bijzonder ik dat vond, zo ver! (We waren natuurlijk ook niets gewend, toen…) Ze was heel aardig en vrolijk. Ze kon prachtig tekenen. En ik herinner me ook de mooie sinterklaassurprise, die ze maakte. We raakten al snel bevriend. De naam Tielman werd door sommige jongetjes nogal eens pesterig verbasterd tot ‘pielman’, wat me erg boos maakte, maar waar ik niets van durfde te zeggen. Ik moest er tegen de anderen ook niet over beginnen dat ik met haar wel eens bij haar Indische oma kwam. Volgens sommige meisjes was dat een heks, die je wilde vergiftigen. Niemand was nog gewend aan de kleuren en geuren van het typisch Indische interieur en het vreemde eten. Maar oma was een lief, klein vrouwtje; ze had het allerbeste met ons voor. Spekkoek; ik kende het niet, maar het was heerlijk. Het was er warm en gezellig, ook al was het soms moeilijk haar gebroken Nederlands te verstaan.
Achteraf denk ik dat Hedi familie was van de Tielman Brothers, misschien wel de dochter van één van hen. Maar dat is -helaas- nooit duidelijk geworden.

De juffrouw. Zij heeft me, onbewust, geïnspireerd het onderwijs in te gaan. Ze gaf goed en leuk les. Ze had er op een natuurlijke manier de wind onder. Haar bordtekeningen waren prachtig, ze was zeer creatief. We zongen veel. En wat was ze lief. Ik geloof zelfs, dat er jongetjes verliefd op haar waren.
Nu zie ik dat ze nog heel jong was. Toch was zij in onze ogen een vrouw van de wereld. Een vrouw met geheimen. Op een of andere manier straalde ze dat uit. En op een middag wisten we het zeker. We stonden om half twee gewoontegetrouw in de rij buiten op het plein te wachten tot ze ons kwam halen. Tot onze verbazing werden we niet door haar, maar door “het hoofd der school” naar binnen geloodst. We hingen onze jassen op en gingen wat onzeker het lokaal in: wat zou er zijn? Was ze ziek?

Ze stond stil bij het raam en staarde naar buiten. In haar hand een verfrommelde zakdoek. En zij weende.
En wij, wij wisten allemaal honderd procent zeker dat er liefde in het spel was.

Phia

Ik ruk me los. De foto’s van mijn ouders doe ik in een kleinere doos. De schoolfoto neem ik mee naar beneden. De trip down memory-lane mag nog even duren. Ik zoek in mijn poesiealbum (letterlijk uitspreken, a.u.b.!) naar haar bijdrage. Ik heb het gedicht, dat ze vermoedelijk zelf schreef, altijd heel bijzonder gevonden. Natúúrlijk schreef ze poëzie. En ze plakte geen poesieplaatjes in, maar maakte zelf een tekening. Met ballpoint, wat we ook bijzonder vonden. Een roos met doorns. Symbolisch bedoeld? En dat krasje, rechtsonder naast de steel, is dat een vraagteken? Vanaf het moment dat ik het onder ogen kreeg heb ik me dat afgevraagd. Nooit zal ik het weten. Juffrouw Phia van Kuilenburg zal voor eeuwig een raadsel blijven.

——————————————————————————————————————

Klik op deze link voor meer foto’s met een verhaal

De foto van de Dr. Albert Schweitzerschool komt van het internet.

Advertenties

That’s in a name

img120Vorig jaar rond deze tijd hing het nog in de lucht. Nu hebben broer en schoonzusje daadwerkelijk een rigoureuze draai aan hun leven gegeven.

Wat kan er veel veranderen in een jaar tijd. Leven met geloof, hoop en liefde opent ongekende mogelijkheden. Het kan bergen verzetten en je bestaan een compleet andere invulling geven. Je kunt het geluk een handje helpen door je eigen plannen klinkklaar te hebben. Dan komt het goede leven weer op stoom. Zo is het gebeurd. Het gaat hen naar wens.

Broer J laat zich tegenwoordig G noemen, zijn tweede naam, die hem al meer dan een halve eeuw als een schaduw volgt. Een naam die mijn vader hem met vooruitziende blik heeft toegedacht; alles wijst erop: deze naam past hem nu als een jas. Hij heeft zijn bestemming gevonden, hij kan tevreden zijn.
Lastig is het voor mij nog wel, omdat ik al zijn hele leven lang gewend ben aan de indertijd bijzondere naam, die mijn moeder hem met veel liefde toebedeelde.

DSC09765

Ik bezoek hen op een grijze zomerdag. We refereren aan een jaar geleden. We bezochten de tentoonstelling in Naarden over Comenius en zijn invloed op het onderwijs. Wie had kunnen dromen dat broer nu zelf een tentoonstelling zou samenstellen over het Hernhutteronderwijs?! Dit ter nagedachtenis aan een andere onderwijsvernieuwer, Friedrich Früauf, wiens tweehonderdvijftigste geboortedag mede de aanleiding vormde.
G vertelt gedreven over hoe hij hier hele schoolklassen, van de nabijgelegen Comeniusschool, in de kleine ruimte ontving. Over zijn improvisatievermogen, de grapjes. Over hoe geïnteresseerd de kinderen luisterden. Over de vragen die ze stelden. Ja, denk ik, er is een leraar aan jou verloren gegaan, maar je haalt de schade op jouw tijd en jouw manier ruimschoots in.

Ik ben trots op wat hij heeft bereikt. Hij blijft toch altijd mijn kleine broertje.

DSC09768

——————————————————————————————————————-

Dit is een tekst in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: gedenken.

Zie ook: In de geest van Comenius

img121-001

“Hé juf!”

DSC09003

Ik kwam haar tegen in een gedeelte van de stad waar ik niet vaak kom. Op weg naar de Heemtuin. Ik was net afgestapt om een foto te maken van bloeiend fluitenkruid. In januari, ik kon mijn ogen bijna niet geloven.

“Hé juf!”

Een aantal jaren geleden zat ze bij mij in groep 8. Een lieve meid, die hard werkte, haar best deed, zo goed en zo kwaad als dat ging. De thuissituatie was problematisch, zoals dat heet. Ze was creatief, tekende graag en schreef mooie gedichten.
Op de afscheidstekening die ik van haar kreeg, schreef ze: Ik hoop dat ik u nog eens zie. Dat hoopte ik ook, al was het alleen maar om te weten of het goed met haar ging. Zoals alle kinderen met wie het niet van een leien dakje ging, had ze een speciaal plekje veroverd in mijn hart.

“Hé juf!”

Inmiddels heb ik het haar al ettelijke malen horen zeggen. We zijn elkaar al heel wat keren tegengekomen. Toen ze nog bezig was met haar opleiding tot kok. Toen ze bij La Place werkte. Toen ze liep te winkelen met haar zoontje van een paar weken. Steeds waren het korte, levendige gesprekken. Altijd optimistisch van toon, al vertelde ze en passent en niet met zoveel woorden, dat het leven niet over rozen ging, maar dat ze er het beste van maakte.

“Hé juf!”

Ze stapt af. Ze woont nu in deze rustige, groene buurt, een eigen flatje. Nee, niet meer met de vader van haar kind. Hij kon de verantwoordelijkheid niet aan, was te veel met zijn eigen leven bezig. Maar er zijn afspraken gemaakt. Met het zoontje gaat het goed. Anderhalf is hij nu, hij begint al te praten. Wat wil je, met zo’n moeder: een spraakwaterval. Er is zoveel te vertellen. Het gaat goed, ze is vol levenslust. Vol plannen. Een webshop met zelfgemaakte taarten. Ze schrijft. Nog steeds gedichten. En (advies van “de juf”) pen en papier is altijd bij de hand: in haar tas, naast haar bed. Snel iets noteren, voor het te laat is. Ze wil ze uitgeven, misschien. Een eigen dichtbundel. Ze tekent; op haar telefoon tientallen foto’s van prachtig werk. Met haar zoontje onderneemt ze leuke dingen; ze zorgt goed voor hem. Nee, ze heeft even geen werk. Druk bezig met de therapie, voor het syndroom dat bij haar is geconstateerd. Misschien gaat het ooit over.

Er staat een koude wind. Maar toch wil ze nog wat essentiële zaken kwijt. De problemen die ze als kind ondervond, zijn nog steeds niet opgelost. Hoezeer ze ook haar best heeft gedaan die ene ouder te bereiken, zeker nu hij een kleinkind heeft, het is niet gelukt. Ze voelt zich gekwetst, maar het maakt haar ook op een goede manier strijdbaar. Ze weet wat ze wil. De brief ligt klaar. Het is nu wachten op het juiste moment om hem te versturen.
Haar moeilijke jeugd heeft ertoe bijgedragen dat ze een eigen wijsheid heeft kunnen ontwikkelen die er niet om liegt. En vanuit een soort instinct weet ze hoe ze moet handelen om het leven van haar kind zo optimaal mogelijk te laten verlopen.

Ik bewonder de manier waarop ze haar leven vormgeeft, tegen de verdrukking in. En ik hoop vanuit de grond van mijn hart dat het allemaal goed komt. Dat ze haar plannen kan verwezenlijken. Ik heb zo mijn twijfels. Ondanks alles bespeur ik een wankel evenwicht.

Ze kijkt op haar mobiel: zo laat al. “Ik stuur u mijn gedichten”, belooft ze, net als anderhalf jaar geleden. Ik ben benieuwd. Ze sjeest weg. Het kinderzitje klappert aan het stuur. Ik zie haar om de hoek verdwijnen.

Ik maak de foto van het fluitenkruid en laat de rest van mijn plannen voor die middag varen.
Ik heb het ijskoud….

Een goed rapport?

Gisteren op de voorpagina van Trouw een artikel met de opmerkelijke kop: Zorgleerlingen deren klas niet. Met als onderkop: ‘Gewone’ scholieren scoren net zo goed als anders, ongeacht aantal klasgenoten met problemen. De NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) presenteert deze week het onderzoeksrapport: Prestaties en loopbanen van zorgleerlingen.
Uit deze titel blijkt al waar het om gaat: de zorgleerling. Wie kan nu nog hard maken dat er onderzoek is gedaan naar de andere 75 % uit de groep, namelijk de ‘gewone’ scholier? Ja, er is gebruik gemaakt van databestanden, waarin de ontwikkeling van de scholieren is vastgelegd; bij onderwijsmensen beter bekend als het Leerling Volg Systeem (LVS). Maar is er verder ook nog naar kinderen gekeken?
De studie is bedoeld als nulmeting, zodat de komende jaren gevolgd kan worden wat het effect is van de invoering van de wet op het Passend Onderwijs. Dit houdt in dat leerlingen met een ‘rugzakje’, op de gewone basisschool blijven en niet naar zo’n dure school voor speciaal onderwijs worden doorverwezen. Dat kan betekenen dat er dan in een groep sprake is van een fifty-fifty verhouding aan zorg- en gewone leerlingen. Alles in het kader van de onvolprezen bezuinigingen op het onderwijs.
Waarschijnlijk is dit onderzoek gedaan door mensen die sinds hun eigen basisschoolperiode geen voet meer in een school hebben gezet. Men heeft kennelijk ook niet met leerkrachten gesproken, maar zich alleen met de droge cijfertjes bezig gehouden, getuige de opmerking: “Het lijkt erop dat leerkrachten in staat zijn beide groepen kinderen in één klas goed te begeleiden.”
Iedereen die werkzaam is in het onderwijs weet dat de leerlingpopulatie drastisch veranderd is de afgelopen tien, vijftien jaar. Naast de ‘gewone’ leerling (maar wat is gewoon?) zijn er veel meer kinderen met een ‘krasje’. Leerkrachten zijn inderdaad over het algemeen in staat een groep kinderen op de juiste manier te begeleiden. Maar hoeveel energie en vindingrijkheid dat kost, daar kan een buitenstaander zich nauwelijks een voorstelling van maken.
Ook de ‘gewone’ leerling moet vaak alle zeilen bijzetten om goed te blijven presteren; de zorgleerling brengt vaak – onbedoeld en ongewild -onrust in de groep.

Het is heel fijn dat er weer een (duur) rapport klaarligt, zodat de regering haar snode plannen kan doordrukken. Toch had het allemaal simpeler gekund: gewoon luisteren naar de leerkrachten. Zij beschikken over de kracht (!) om kinderen goed te begeleiden. Maar net zo goed als voor de kinderen een optimale leeromgeving moet worden geschapen, zal er voor de leerkracht de mogelijkheid moeten worden gecreëerd om zich optimaal in te kunnen zetten ter meerdere eer en glorie van goed onderwijs. De speciale school was zo gek nog niet.

DSC07839